Huurders hadden een tijdelijke huurovereenkomst voor een woning die per 1 november 2025 eindigde. Verhuurder vorderde ontruiming van de woning, betaling van huurachterstand, een contractuele boete en proceskosten wegens het niet tijdig verlaten van de woning en niet betalen van huur.
De kantonrechter stelde vast dat de huurovereenkomst rechtsgeldig was geëindigd en dat huurders zonder recht of titel de woning bleven gebruiken. Hoewel huurders de woning inmiddels hadden verlaten, hadden zij de sleutels niet aan verhuurder overgedragen. De gevorderde ontruiming werd daarom toegewezen, maar de dwangsom werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
De huurachterstand van €3.500 tot oktober 2025 werd toegewezen, evenals een gebruiksvergoeding voor de periode van 1 november tot 21 december 2025. Het verweer van huurders over geluidsoverlast en dwaling faalde. De contractuele boete werd gematigd tot €1.000 vanwege de omstandigheden. Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onjuiste aanmaning. Huurders werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de boete, huurachterstand, gebruiksvergoeding en proceskosten.