Uitspraak
1.Procesverloop
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een manisch-psychotisch toestandsbeeld met een verleden van heroïne- en cocaïneafhankelijkheid.
Tijdens de zitting, waarbij betrokkene werd bijgestaan door een tolk en zijn raadsvrouw, werd vastgesteld dat betrokkene bereid is vrijwillig mee te werken aan de behandeling en medicatie. De arts gaf aan dat betrokkene binnenkort kan worden ontslagen naar een daklozenopvang, mits hij de medicatie blijft gebruiken. Betrokkene heeft weinig ziekte-inzicht maar erkent het belang van medicatie.
De rechtbank oordeelde dat hoewel sprake is van een psychische stoornis, er geen sprake is van verzet tegen zorg. Omdat betrokkene vrijwillig meewerkt en de zorgmachtiging als uiterste middel niet noodzakelijk is, werd het verzoek afgewezen. De beschikking werd mondeling gegeven en later schriftelijk bevestigd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan de behandeling.