ECLI:NL:RBAMS:2026:772

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
C/13/781235 / FA RK 25/10187
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 3:3 WvggzArt. 3:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot zorgmachtiging op grond van vrijwilligheid betrokkene

De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een manisch-psychotisch toestandsbeeld met een verleden van heroïne- en cocaïneafhankelijkheid.

Tijdens de zitting, waarbij betrokkene werd bijgestaan door een tolk en zijn raadsvrouw, werd vastgesteld dat betrokkene bereid is vrijwillig mee te werken aan de behandeling en medicatie. De arts gaf aan dat betrokkene binnenkort kan worden ontslagen naar een daklozenopvang, mits hij de medicatie blijft gebruiken. Betrokkene heeft weinig ziekte-inzicht maar erkent het belang van medicatie.

De rechtbank oordeelde dat hoewel sprake is van een psychische stoornis, er geen sprake is van verzet tegen zorg. Omdat betrokkene vrijwillig meewerkt en de zorgmachtiging als uiterste middel niet noodzakelijk is, werd het verzoek afgewezen. De beschikking werd mondeling gegeven en later schriftelijk bevestigd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan de behandeling.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/781235 / FA RK 25/10187
kenmerk: ZM/IND/189821
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 19 januari 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] (Tsjecho-Slowakije),
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
verblijvende te [verblijfplaats] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. A.M. Neijzen te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 31 december 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 januari 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Engelse taal;
- de raadsvrouw;
- mw. [naam] , arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
.

2.Beoordeling

2.1.
De rechtbank kan op verzoek van de officier van justitie een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en Pro 3:4 van de Wvggz. Indien het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is. Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.
2.2.
In de overgelegde stukken staat dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een manisch-psychotisch toestandsbeeld, bekend met afhankelijkheid van heroïne en cocaïne in het recente verleden.
2.3.
De raadsvrouw heeft verzocht om de zorgmachtiging af te wijzen. Betrokkene is bereid om vrijwillig aan alles mee te werken. Hij wil niet nogmaals in een situatie komen als voorheen en ziet ook de voordelen van het nemen van medicatie. Het is fijn als betrokkene terug kan naar de [locatie] zodat hij dagbesteding heeft en structuur. Hopelijk kan hij vanuit daar weer op zoek naar een baan. Op basis van de vrijwilligheid van betrokkene moet het verzoek dan ook worden afgewezen.
Op de zitting is door de arts aangegeven dat gestart is met medicatie en dat betrokkene volgende week met ontslag kan naar de daklozenopvang. Het is belangrijk dat betrokkene de medicatie blijft nemen. Hij was gestopt met methadon en is toen ontregelt, voorkomen moet worden dat dit weer gaat gebeuren. Betrokkene heeft weinig ziekte inzicht, hij denkt dat de medicatie is om goed te slapen. Hij is wel gemotiveerd en werkt overal aan mee.
Naar het oordeel van de rechtbank is weliswaar sprake van een psychische stoornis, maar op dit moment is geen sprake van verzet tegen de zorg.
De rechtbank begrijpt dat de behandelaren een zorgmachtiging voor betrokkene in zijn belang vinden, om de medicatie in de gaten te houden, maar betrokkene geeft duidelijk en overtuigend aan dat hij het eens is met de medicatie en inziet dat hij het moet nemen. Hiermee vervalt de grond voor het opleggen van verplichte zorg. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 19 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. J. Kloosterhuis, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 29 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.