ECLI:NL:RBAMS:2026:7637

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
12057059 \ CV EXPL 26-665
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:290 BWArt. 7:11 BWArt. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens gebruik in strijd met bestemming en onderhuurverbod

Lieven de Stad, eigenaar en rechtsopvolger van Woonstichting De Key, heeft een huurovereenkomst met [gedaagde] voor een bedrijfsruimte bestemd als showroom en opslagruimte voor tweedehands huisraad en apparatuur. [gedaagde] gebruikt de ruimte echter niet overeenkomstig deze bestemming en heeft zonder toestemming onderverhuurd aan een derde die een massagesalon exploiteert.

De kantonrechter kwalificeert het gehuurde als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro en stelt vast dat het gebruik in strijd is met de overeengekomen bestemming en het onderhuurverbod uit artikel 7.11 van de huurovereenkomst. Dit vormt een tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.

De kantonrechter wijst de primaire vordering tot verklaring voor recht dat de huurovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden af, maar wijst de subsidiaire vordering tot ontbinding en ontruiming toe. Er is een ontruimingstermijn van acht maanden vastgesteld, waarbij [gedaagde] een gebruiksvergoeding van €729,74 per maand verschuldigd blijft. Tevens wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens gebruik in strijd met bestemming en onderhuurverbod, met ontruiming per 31 maart 2027 en betaling van gebruiksvergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12057059 \ CV EXPL 26-665
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 21 juli 2026
in de zaak van
LIEVEN DE STAD B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Lieven de Stad,
gemachtigde: B. van den Berg (Woonstichting Lieven de Key),
tegen
[gedaagde] (H.O.D.N. [bedrijf 1] ),
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. drs. M.A. Daldal.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, en mr. V. Burmistrova als griffier.
Aanwezig zijn:
- de gemachtigde van Lieven de Stad,
- de gemachtigde van [gedaagde] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
Bij de beoordeling neemt de kantonrechter het volgende tot uitgangspunt. Lieven de Stad, als rechtsopvolger van Woonstichting De Key, is eigenaar van een bedrijfsruimte aan de [adres] (nader te noemen de bedrijfsruimte). Tussen partijen is op 11 oktober 2000 een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot het gehuurde. In die huurovereenkomst staat dat het gehuurde dient te worden gebruikt overeenkomstig de bestemming en als bestemming staat uitgewerkt: showroom en opslagruimte ten behoeve van de verkoop van tweedehands huisraad en apparatuur. Tijdens de zitting is namens [gedaagde] verklaard dat [bedrijf 2] weliswaar wordt genoemd in de huurovereenkomst maar niet (langer) huurder is. [gedaagde] (h.o.d.n. [bedrijf 1] ) is de enige huurder van de bedrijfsruimte en is ook de enige in deze procedure betrokken gedaagde.
1.2.
De kantonrechter kwalificeert het gehuurde als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro. Daarbij is van belang dat het gehuurde blijkens de huurovereenkomst is bestemd als showroom en opslagruimte ten behoeve van de verkoop van tweedehands huisraad en apparatuur en die bestemming is volgens de kantonrechter aan te merken als levering van roerende zaken vanuit een voor publiek toegankelijk gebouw. Dit betekent dat de primaire vordering tot verklaring voor recht dat de huurovereenkomst door opzegging buitengerechtelijk is ontbonden niet kan worden toegewezen.
1.3.
Niet betwist is dat [gedaagde] het gehuurde al een langere periode niet gebruikt overeenkomstig de overeengekomen bestemming, te weten als showroom en opslagruimte ten behoeve van de verkoop van tweedehands huisraad en apparatuur. Erkend wordt dat [gedaagde] het gehuurde heeft onderverhuurd aan een derde, die in het gehuurde een massagesalon exploiteert. Lieven de Stad betwist daar toestemming voor te hebben verleend en dat is ook niet vast komen te staan. Daarmee heeft [gedaagde] het onderhuurverbod uit artikel 7.11 van de huurovereenkomst geschonden. Het gebruik niet overeenkomstig de bestemming en het in strijd met het onderhuurverbod onderverhuren aan een derde zijn tekortkomingen van [gedaagde] als huurder in de nakoming van de huurovereenkomst.
1.4.
Op grond van artikel 6:265 BW Pro rechtvaardigt een tekortkoming ontbinding, tenzij deze gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis onvoldoende gewicht heeft. Daarvan is hier geen sprake. De kantonrechter acht daarbij van belang dat sprake is van structureel afwijkend gebruik en dat Lieven de Stad als verhuurder belang heeft bij handhaving van de overeengekomen bestemming en het onderhuurverbod. Het belang van [gedaagde] bij voortzetting van het gebruik weegt daar niet tegenop. De subsidiaire vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wordt daarom toegewezen.
1.5.
Lieven de Stad heeft tijdens de zitting ingestemd met een ontruimingstermijn van acht maanden na heden onder de voorwaarde dat [gedaagde] gedurende deze periode een gebruiksvergoeding verschuldigd blijft gelijk aan de laatst geldende huurprijs van € 729,74. Deze gebruiksvergoeding heeft Lieven de Stad ter zitting ook subsidiair gevorderd en strekt tot compensatie voor het gebruik van de bedrijfsruimte na ontbinding tot de datum van ontruiming. Indien [gedaagde] de gebruiksvergoeding niet betaalt, dient hij het gehuurde te ontruimen binnen twee weken na aanzegging van die ontruiming namens Lieven de Stad.
1.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Lieven de Stad B.V. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
155,67
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal
804,67

2.De beslissing

De kantonrechter
2.1.
ontbindt de huurovereenkomst met betrekking tot de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] ,
2.2.
veroordeelt [gedaagde] om voornoemde bedrijfsruimte per 31 maart 2027 te ontruimen en ontruimd te houden, met medeneming van het zijne en al diegene die zich zijnentwege daar bevinden en het gehuurde leeg, schoon en in goede staat aan Lieven de Stad ter beschikking te stellen onder afgifte van alle sleutels,
2.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Lieven de Stad een bedrag van € 729,74 per maand te betalen voor het gebruik van het gehuurde vanaf heden tot de datum van daadwerkelijke ontruiming,
2.4.
veroordeelt [gedaagde] om, indien hij de huur- en/of gebruiksvergoeding niet tijdig betaalt, het gehuurde – anders dan hiervoor onder 2.2. is bepaald – te ontruimen binnen twee weken na aanzegging van die ontruiming namens Lieven de Stad,
2.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 804,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
2.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. H.M. Patijn en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter en de griffier.
De griffier, De kantonrechter,