ECLI:NL:RBAMS:2026:7580
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vordering tot terugbetaling ongerechtvaardigde kinderbijslag en kindgebonden budget
De zaak betreft een geschil over de ontvangst van kinderbijslag en het kindgebonden budget (kgb) voor een minderjarige dochter die sinds 1 januari 2022 bij de moeder woont. De vader ontving vanaf die datum onterecht de kinderbijslag en het kgb, terwijl de moeder hier recht op had. De moeder vordert betaling van het bedrag dat de vader ten onrechte heeft ontvangen.
De rechtbank stelt vast dat de juridische hoofdverblijfplaats niet bepalend is voor de kinderbijslag, maar dat het gaat om het huishouden waar het kind het merendeel van de nachten verblijft. Uit een beschikking van 18 september 2025 volgt dat de dochter sinds 1 januari 2022 bij de moeder woont. De vader heeft onvoldoende onderbouwd dat de dochter ook vaak bij hem verbleef.
De rechtbank oordeelt dat de vader ongerechtvaardigd verrijkt is omdat hij de kinderbijslag en het kgb heeft ontvangen en aangewend voor de kosten van levensonderhoud van het kind, terwijl hij daartoe niet gerechtigd was. De moeder is daardoor verarmd. De vordering tot betaling van €10.842,55 wordt toegewezen, met wettelijke rente vanaf 8 oktober 2025. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vader wordt veroordeeld tot betaling van €10.842,55 wegens ongerechtvaardigde verrijking door ontvangst van kinderbijslag en kindgebonden budget.