Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beroep
3.Verweer
4.Beoordeling
5.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Betrokkene stelde beroep in tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Amsterdam op 27 mei 2026, met het verzoek om deze te vernietigen en een schadevergoeding toe te kennen. Betrokkene voerde aan dat de medische beoordeling vluchtig en onvoldoende was, dat de psychiater bevooroordeeld was en dat een zelfbindingsverklaring niet was geraadpleegd.
De burgemeester verdedigde de crisismaatregel met een medische verklaring van een onafhankelijke psychiater, waarin sprake was van een psychische stoornis en onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De rechtbank oordeelde dat de medische verklaring zorgvuldig tot stand was gekomen en dat de burgemeester terecht op deze verklaring had vertrouwd. De vermeende bevooroordeling en het ontbreken van een artsenrapportage waren onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank stelde vast dat de zelfbindingsverklaring niet aan het opleggen van de crisismaatregel in de weg stond, mede omdat de crisissituatie dringend was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De beschikking werd op 23 juli 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter L. van der Heijden.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.