ECLI:NL:RBAMS:2026:7540

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
C/13/778186 / FA RK 25-8473
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 826 lid 1 onder c Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening partneralimentatie na betwiste echtscheiding in Brazilië

De vrouw verzocht de rechtbank om voorlopige partneralimentatie toe te wijzen, waarbij de man betwistte dat zij ontvankelijk was omdat de echtscheiding onherroepelijk zou zijn uitgesproken in Brazilië. De vrouw stelde dat zij niet op de hoogte was gesteld van de echtscheidingsprocedure en dat de beslissing niet conform Braziliaanse regels was genomen, waardoor de echtscheiding niet erkend zou moeten worden in Nederland.

De rechtbank oordeelde dat het beoordelen van de onherroepelijkheid van de echtscheiding buiten de reikwijdte van de voorlopige voorzieningenprocedure valt en dat de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek. De rechtbank stelde vast dat de vrouw een huwelijksgerelateerde behoefte had van €4.592 netto per maand en een netto besteedbaar inkomen van €1.673, waardoor een aanvullende behoefte van €2.919 resteerde.

De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn inkomen en fiscale voordelen, resulterend in een bruto draagkracht van €3.275 per maand. De rechtbank achtte het redelijk dat de man deze bijdrage vanaf 5 november 2025 zou betalen. De procedurekosten werden ieder voor eigen rekening gelaten vanwege de relatie tussen partijen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt totdat de bodemrechter definitief beslist over de partneralimentatie. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af.

Uitkomst: De man moet vanaf 5 november 2025 maandelijks €3.275 bruto aan partneralimentatie betalen aan de vrouw.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/778186 / FA RK 25-8473
Beschikking van 1 juli 2026 betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats 1],
hierna mede te noemen de vrouw,
advocaat mr. M.B. Chylinska te Zaandam,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats 2],
hierna mede te noemen de man,
advocaat mr. G.E. van der Zanden te Den Haag.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 5 november 2025;
  • het verweerschrift van de man, ingekomen op 2 december 2025;
  • de producties van de vrouw, ingekomen op 3 december 2025;
  • het F9-formulier van de vrouw, ingekomen op 9 februari 2026;
  • de brief van de vrouw, ingekomen op 11 maart 2026;
  • het F9-formulier van de man, ingekomen op 6 mei 2026;
  • het F9-formulier met bijlagen van de man, ingekomen op 13 mei 2026;
  • het F9-formulier met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 22 mei 2026;
  • het F9-formulier met bijlage van de man, ingekomen op 26 mei 2026;
  • de productie van de vrouw, ingekomen op 27 mei 2026.
1.2.
De rechtbank houdt tevens rekening met het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 4 december 2025. De zaak is toen pro forma aangehouden voor overleg tussen partijen.
1.3.
De zaak is vervolgens behandeld tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 27 mei 2026. Gehoord zijn:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk Engels;
  • de advocaat van de man.
1.4.
De zaak is na de mondelinge behandeling van 27 mei 2026 opnieuw aangehouden voor onderling overleg tussen partijen. Uit berichtgeving van 17 juni 2026 blijkt dat het partijen niet is gelukt om tot overeenstemming te komen.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd te [plaats] (Brazilië) op 14 oktober 2017.
2.2.
Partijen hebben de Braziliaanse nationaliteit. De vrouw beschikt daarnaast over de Italiaanse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, en voor de duur van de procedure:
I. te bepalen dat de man vanaf datum indiening verzoekschrift dient bij te dragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw door maandelijks een bedrag van € 3.591,- aan partneralimentatie aan haar te betalen dan wel in dit kader een beslissing te nemen in goede justitie;
II. dan wel beslissingen in goede justitie te nemen.
3.2.
De man voert verweer en verzoekt – na wijziging van zijn zelfstandig verzoek – de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor de duur van het geding:
I. de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in de verzoeken, althans deze af te wijzen;
II. de vrouw te veroordelen in de proceskosten van het geding;
III. bij voorwaardelijk verzoek:

primair: te bepalen dat de vrouw in staat is in haar eigen behoefte te voorzien en derhalve geen aanvullende behoefte heeft, zodat het verzoek van de vrouw afgewezen dient te worden;

subsidiair: het verzoek van de vrouw af te wijzen op grond van het feit dat de man onvoldoende draagkracht heeft om in de eventuele aanvullende behoefte van de vrouw te voorzien.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.

4.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
De Nederlandse rechter komt te dezen rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige
voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Ontvankelijkheid
4.2.
De man stelt dat de vrouw niet kan worden ontvangen in haar verzoek om een voorlopige voorziening te treffen omdat de echtscheiding al, onherroepelijk, door de Braziliaanse rechter is uitgesproken en aldaar is ingeschreven in de registers. De man heeft ter onderbouwing een echtscheidingsbeschikking van 1 december 2025 overgelegd en een stuk waarin staat dat de echtscheiding op 26 januari 2026 is ingeschreven in het burgerlijk register van natuurlijke personen in Brazilië. Er kan volgens de man nu geen voorlopige voorziening meer worden getroffen.
4.3.
De vrouw betwist dat de echtscheiding al onherroepelijk in Brazilië is uitgesproken. De vrouw voert aan dat zij nooit op de hoogte is gesteld van een echtscheidingsverzoek in Brazilië en dat een dergelijk verzoek en beslissing ook nooit aan haar is betekend. Dat moet wel op grond van Braziliaans recht. De vrouw kan niet verifiëren of de door de man overgelegde stukken echt zijn. De echtscheidingsprocedure in Brazilië is niet conform de regels daar verlopen en de echtscheidingsbeslissing is dus aantastbaar. Een eventuele echtscheidingsbeslissing kan wegens strijd met de regels van een eerlijk proces ook niet erkend worden in Nederland. Zolang er geen sprake is van een echtscheiding, kunnen partijen een voorlopige voorzieningenprocedure starten en kunnen voorlopige voorzieningen getroffen worden.
4.4.
De rechtbank stelt voorop dat de vrouw op 5 november 2025 (datum verzoekschrift) om een voorlopige voorziening kon verzoeken. De vrouw is dus ontvankelijk in haar verzoek. Nadat de vrouw het verzoekschrift voorlopige voorzieningen heeft ingediend, is de man, blijkens de hem overgelegde stukken, op 24 november 2025 een echtscheidingsprocedure in Brazilië gestart. De vrouw heeft gemotiveerd betwist dat de echtscheiding in Brazilië onherroepelijk is uitgesproken. De rechtbank is van oordeel dat het de reikwijdte van deze voorlopige voorzieningenprocedure te buiten gaat om dit te beoordelen. Een dergelijk onderzoek en beoordeling is aan de bodemrechter in het kader van de (door de vrouw te starten) echtscheidingsprocedure.
Voorlopige partneralimentatie
4.5.
De rechtbank beslist dat de man een bedrag van € 3.275,- per maand aan de vrouw moet betalen, vanaf 5 november 2025. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. De berekeningen die de rechtbank heeft gemaakt, zijn als bijlagen aan deze beschikking toegevoegd. Bij de berekeningen rondt de rechtbank af op hele euro’s.
De ingangsdatum
4.6.
De rechtbank acht het redelijk om de voorlopige partneralimentatie in te laten gaan op 5 november 2025, de datum van het verzoekschrift.
De huwelijksgerelateerde behoefte
4.7.
De huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw is niet in geschil, zodat de rechtbank uitgaat van € 4.592,- netto per maand in 2025.
De behoeftigheid
4.8.
Van behoeftigheid is sprake als de vrouw niet voldoende inkomsten heeft om in haar eigen levensonderhoud te voorzien en zich die in redelijkheid ook niet kan verwerven.
4.9.
De vrouw stelt dat zij behoeftig is. In november 2025 was zij werkzaam bij [bedrijf 1]. Daar werkte zij 24 uur per week. Per 1 maart 2026 is de vrouw gestart met een onbetaalde stage bij het [organisatie]. De vrouw probeert met deze onbetaalde stage aan haar arbeidsmarktpositie te werken. In de internationale wereld is dat noodzakelijk om te doen als je een betaalde baan wilt.
4.10.
De man voert primair aan dat de vrouw volledig in haar eigen behoefte kan voorzien. Haar verdiencapaciteit dient namelijk aangewend te worden. Zij was advocaat in Brazilië en zou dit weer kunnen oppakken. De man vermoedt ook dat de vrouw nog steeds als advocaat werkzaam is en geld verdient. De vrouw moet in ieder geval in staat worden geacht om meer dan 24 uur per week te werken. Subsidiair voert de man aan dat aan de zijde van de vrouw gerekend moet worden met het salaris dat zij in februari 2025 bij [bedrijf 2] ontving, te weten € 2.799,- bruto per maand en meer subsidiair met het salaris bij [bedrijf 1].
4.11.
De rechtbank overweegt dat in het kader van de voorlopige voorzieningenprocedure zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de feitelijke situatie van partijen. Uit de stukken en hetgeen ter mondelinge behandeling aan de orde is gesteld, is gebleken dat de vrouw in de maanden november 2025 tot maart 2026 werkzaam was bij [bedrijf 1]. Hier werkte zij 24 uur per week en verdiende zij € 15,50 per uur. De rechtbank zal daarom rekenen met dit salaris. Verder houdt de rechtbank rekening met 8% vakantietoeslag, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting voor werkenden. Het netto besteedbaar inkomen (NBI) is dan € 1.673,- per maand. De rechtbank gaat ook van dit salaris uit over de periode vanaf maart 2026, toen de vrouw is gestart met een onbetaalde stage bij het [organisatie]. De rechtbank heeft begrip voor deze keuze met het oog op toekomstige carrièremogelijkheden, maar de rechtbank acht het niet redelijk deze keuze op de man af te wentelen.
Anders dan de man is de rechtbank van oordeel dat op dit moment niet van de vrouw gevergd kan worden om terug te gaan naar Brazilië om daar weer als advocaat aan de slag te gaan. De vrouw heeft onbetwist gesteld dat zij omwille van de carrière van de man vier jaar geleden alles in Brazilië heeft achtergelaten, inclusief haar goedbetaalde baan als advocaat. Partijen hadden toen afgesproken dat zij in Nederland zou gaan studeren en na haar studie een internationale baan zou gaan zoeken. Inmiddels heeft de vrouw een leven opgebouwd in [woonplaats 1], haar studie afgerond en is ze volop bezig om een internationale baan te vinden. De rechtbank acht het redelijk dat de vrouw de tijd krijgt deze baan te vinden.
4.12.
Bij een huwelijksgerelateerde behoefte van € 4.592,- netto per maand en een NBI van de vrouw van € 1.673,-, resteert een aanvullende behoefte van (4.592 -/- 1.673 =) € 2.919,- netto per maand. Als de man partneralimentatie betaalt, dan moet de vrouw daarover nog belasting afdragen. De rechtbank berekent dat de vrouw daarom een bedrag van € 5.607,- bruto per maand nodig heeft om in haar huwelijksgerelateerde behoefte te kunnen voorzien.
De draagkracht van de man
4.13.
Vervolgens wordt onderzocht in hoeverre de man die bijdrage kan betalen. Dat wordt de ‘draagkracht’ genoemd.
4.14.
De vrouw stelt dat de financiële stukken van de man gebruikt dienen te worden voor het berekenen van zijn draagkracht. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de belastingvoordelen die de man geniet (30% regeling).
4.15.
De man voert aan dat hij onvoldoende draagkracht heeft om een bijdrage te leveren in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw. Zijn functie die hij ten tijde van indiening van het verzoekschrift had, is per 16 februari 2026 komen te vervallen. De man is inmiddels werkloos en terug naar Brazilië gegaan. De man voert subsidiair aan dat met de door hem ingediende financiële stukken gerekend dient te worden, inclusief de 30% regeling.
4.16.
De rechtbank overweegt als volgt. Ook aan de zijde van de man zal de rechtbank aansluiten bij de feitelijke situatie in de periode van november 2025. Voor het inkomen van de man houdt de rechtbank rekening met een bruto maandsalaris van € 7.167,- en 8% vakantiegeld waarvan 30% netto wordt uitgekeerd vanwege de 30%-regeling waar de man recht op had. Verder wordt rekening gehouden met een gemiddelde jaarlijkse bonus van € 13.477,- en € 55,- bruto per maand aan bijdrage in de ziektekosten. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting voor werkenden. Het NBI van de man is dan € 6.747,- per maand.
4.17.
Vervolgens bekijkt de rechtbank welk deel van dat inkomen kan worden gebruikt om bij te dragen in de kosten van de vrouw. Daarvoor maakt de rechtbank gebruik van de zogenoemde ‘draagkrachtformule’. Voor het berekenen van partneralimentatie geldt dat 60 % van de ‘draagkrachtruimte’ beschikbaar is voor partneralimentatie. De overige 40% mag de man vrij besteden (de ‘vrije ruimte’). De berekening van de draagkracht ziet er dan als volgt uit: 60% [NBI – (0,3 x NBI + 1.310)].
Van het NBI van de man blijft dan een bedrag over van (6.747 -/- 3.334 =) € 3.413,- per maand. Hiervan is 60 % beschikbaar voor partneralimentatie, dus € 2.048,- netto per maand.
4.18.
Als de man partneralimentatie betaalt, dan mag hij de betaalde partneralimentatie als aftrekpost opvoeren in de belastingaangifte. Daardoor betaalt de man minder belasting, zodat hij meer ruimte heeft voor het betalen van partneralimentatie. De rechtbank telt daarom dat belastingvoordeel op bij de draagkracht. Daarmee komt de draagkracht van de man op een bedrag van € 3.275,- bruto per maand.
4.19.
De rechtbank ziet geen aanleiding om vanaf april 2026 van een lagere draagkracht bij de man uit te gaan. Uit de vaststelllingsovereenkomst die de man met zijn werkgever heeft gesloten volgt dat het dienstverband van de man per 1 april 2026 is geëindigd. Uit de overeenkomst blijkt ook dat de man een ontslagvergoeding van ruim 37.000,- bruto heeft ontvangen. De man heeft voorlopig dan ook voldoende draagkracht om de voorlopige partneralimentatie te betalen. Daarbij is de man op zoek naar ander/nieuw werk.
Conclusie
4.19.1.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de man geacht kan worden met een bedrag van € 3.275,- bruto per maand bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.
Duur voorlopige partneralimentatie
4.19.2.
Uit artikel 826 lid 1 onder Pro c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vloeit voort dat een beschikking houdende voorlopige voorzieningen partneralimentatie zijn gelding houdt totdat de beslissing op de verzochte nevenvoorziening partneralimentatie in kracht van gewijsde gaat.
Proceskosten
4.20.
De rechtbank zal beslissen dat partijen allebei hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat zij elkaars ex-partners zijn.
4.21.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
bepaalt dat de man vanaf 5 november 2025 € 3.275,- per maand zal betalen aan de vrouw als uitkering tot haar levensonderhoud;
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C.M. Oude Hengel, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. A.F. Hulskes, griffier, op 1 juli 2026.
Partij
Alimentatieplichtige
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (778186)
Berekening
Draagkracht
Tarieven
2025-2
Datum uitdraai
23-07-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
65.018
48
Belaste gratificaties, tantièmes, eindejaarsuitkering
13.477
Bruto inkomsten
78.495
Notitie: 41
7.167 (bruto loon) per maand = 86.004 per jaar
8% vakantietoeslag erbij = 92.884
70% daarvan is 65.018
Notitie: 48
Gemiddelde bonus over drie jaar.
Premies (51-59)
Pensioenpremie
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
78.495
Premie Zorgverzekeringswet
58
Belaste bijdrage in de ziektekosten
660
Totale belaste vergoedingen
660
Notitie: 58
Health ins. allowance
59
Inkomsten
79.155
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
79.155
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
79.155
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
13.769
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817
14.383
- Schijf 3, 49,5% over € 76.818 of meer
1.157
95
Inkomensheffing box 1
29.309
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
79.155
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
29.309
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
3.25
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
26.059
Inkomen na aftrek inkomensheffing
53.096
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
jaar
Arbeidskorting
3.25
jaar
119a
Bij: Netto inkomsten
27.865
Notitie: 119a
30%-regeling
120
Besteedbaar inkomen
80.961
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
80.961
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
6.747
120b
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)
80.961
120b
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)
6.747
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
120b
Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie
6.747
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122b
Kosten van levensonderhoud
1.31
123b
Woonbudget
2.024
135b
Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie
3.334
136b
Draagkrachtruimte
3.413
Draagkracht tbv partneralimentatie
136b
Draagkrachtruimte
3.413
137b
Draagkrachtpercentage
%
60
Draagkracht tbv partneralimentatie
2.048
140
Beschikbaar
2.048
Partneralimentatie (141-144)
141
Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)
-
Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie
-
Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)
-
142
Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen
Berekende ruimte voor partneralimentatie
2.048
143
Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel
2.048
144
Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)
3.275
Specificaties voor post: 144
Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 24.576 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van:
79.155
jaar
In de schijf van 37,48% valt € 1.462, € 1.462 x ( 100 / (100 - 37,48)) =
2.338
jaar
In de schijf van 37,48% valt € 23.114, € 23.114 x ( 100 / (100 - 37,48)) =
36.971
jaar
In de schijf van 35,82% valt € 0, € 0 x ( 100 / (100 - 35,82)) =
jaar
Het resultaat van de brutering is per jaar
39.309
jaar
Of per maand
3.275
maand
Partij
Alimentatiegerechtigde
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (778186)
Berekening
Draagkracht
Tarieven
2025-2
Datum uitdraai
23-07-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
19.344
44
Vakantietoeslag
1.548
Bruto inkomsten
20.892
Notitie: 41
Verdiencapaciteit: € 15,5 per uur, 24 uur per week.
Premies (51-59)
Pensioenpremie
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
20.892
59
Inkomsten
20.892
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
20.892
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
20.892
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
7.483
95
Inkomensheffing box 1
7.483
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
20.892
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
7.483
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
6.668
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
815
Inkomen na aftrek inkomensheffing
20.077
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
3.068
jaar
Arbeidskorting
3.6
jaar
120
Besteedbaar inkomen
20.077
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
20.077
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
1.673
120b
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)
20.077
120b
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)
1.673
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
120b
Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie
1.673
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
Afwijken van de tabel?
nee
122b
Kosten van levensonderhoud
1.31
123b
Woonbudget
502
135b
Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie
1.812
136b
Draagkrachtruimte
-139
Draagkracht tbv partneralimentatie
136b
Draagkrachtruimte
-139
137b
Draagkrachtpercentage
%
60
Partneralimentatie (141-144)
141
Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)
-
Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie
-
Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)
-
142
Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen
Berekende ruimte voor partneralimentatie
143
Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel
144
Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)
Specificaties voor post: 144
Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 0 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van:
20.892
jaar
Het resultaat van de brutering is per jaar
jaar
Of per maand
maand