Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1949, die lijdt aan uitgebreide neurocognitieve stoornissen gerelateerd aan alcoholgebruik met gedragsproblematiek.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit ernstig nadeel te voorkomen, en er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar.
Betrokkene verzet zich tegen de opname en wil naar huis, maar toont geen inzicht in haar problematiek en werkt niet mee aan behandeling. Eerdere pogingen tot ambulante zorg mislukten door agressie en overlast. De rechtbank beperkt de machtiging tot vier maanden in plaats van zes, met het oog op de wens van betrokkene om naar huis te gaan en de mogelijkheid om na vier maanden de situatie te evalueren.
De rechtbank concludeert dat aan de wettelijke criteria voor verlening van de machtiging is voldaan en wijst het verzoek toe voor de duur van vier maanden, met een uiterste datum van 5 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor vier maanden wegens ernstig nadeel door psychogeriatrische aandoening.