ECLI:NL:RBAMS:2026:75

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
25/5932
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking beroep en veroordeling bestuursorgaan in proceskosten na tegemoetkoming

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin zijn bezwaren ongegrond werden verklaard en de beëindiging van zijn WAO-uitkering in stand bleef. Verweerder heeft vervolgens op 13 november 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin de WAO-uitkering werd hervat, waarmee zij tegemoetkwam aan het beroep van verzoeker.

Naar aanleiding van de intrekking van het beroep heeft verzoeker een verzoek ingediend om verweerder te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank beoordeelt dat verweerder geheel aan verzoeker is tegemoetgekomen door de nieuwe beslissing op bezwaar en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van € 934,- voor de rechtsbijstand door zijn gemachtigde.

Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is verzonden aan partijen. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het bestuursorgaan tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep wegens een nieuwe beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/5932

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] (Frankrijk), verzoeker

(gemachtigde: mr. F. Reith),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 11 september 2025. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder op 13 november 2025 dit besluit heeft vervangen door een nieuwe beslissing op bezwaar.
2. Verweerder heeft de rechtbank bij het toezenden van de nieuwe beslissing op bezwaar meegedeeld dat zij bereid is de proceskosten van het beroep en het griffierecht van verzoeker te vergoeden. Verweerder heeft daarbij aangekondigd een bedrag van € 960,- over te maken.
3. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
5. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is verweerder aan verzoeker tegemoetgekomen?
6. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
7. Op 20 oktober 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit, waarin de bezwaren van verzoeker ongegrond zijn verklaard. Als gevolg daarvan is de beëindiging van de WAO [3] -uitkering van verzoeker in stand gebleven. Verweerder heeft op 13 november 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarin is bepaald dat de WAO-uitkering hervat wordt. Hiermee is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoeker vergoeden?
8. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend.
9. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,-.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
10. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [4] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden, voor zover deze nog niet heeft betaald.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Jansen rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Adriaanse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.