ECLI:NL:RBAMS:2026:7497

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
13/189372-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:23a SvArt. 6:6:23b SvArt. 38w SrArt. 38z SrArt. 1 Wet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tenuitvoerlegging gedragsbeïnvloedende maatregel na tbs

De meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam legde op 2 juni 2022 een tbs-maatregel met verpleging en een gedragsbeïnvloedende maatregel (GVM) op aan de veroordeelde. De tbs betrof een beperkte duur van vier jaar vanwege het type delict. De rechtbank behandelde op 7 mei 2026 de vordering tot tenuitvoerlegging van de GVM, die aansluitend aan de tbs moet worden uitgevoerd.

De reclassering adviseerde de voortzetting van opname binnen het kader van de GVM vanwege de complexe psychiatrische problematiek van de veroordeelde, waaronder schizofrenie, zwakbegaafdheid, middelen- en gokstoornissen. De reclassering schatte het recidiverisico en risico op letsel als laag binnen de kliniek, maar hoog bij het wegvallen van het forensische kader. De GVM moet een gefaseerde overgang naar vrijwillige zorg mogelijk maken, met voorwaarden zoals meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, en een verbod op verdovende middelen en alcohol.

De psychiater bevestigde de noodzaak van een gestructureerd en voorspelbaar zorgklimaat en het blijvend gebruik van medicatie. De combinatie van zorgmachtiging en GVM biedt mogelijkheden om zorg en medicatie af te dwingen bij niet-meewerken. De rechtbank oordeelde dat de GVM noodzakelijk is om maatschappelijke veiligheid te waarborgen en verwierp het verweer dat het een verkapte verlenging van de tbs zou zijn.

De rechtbank legde de GVM voor twee jaar op met bijzondere voorwaarden en stelde vervangende hechtenis van maximaal zes maanden vast, in blokken van twee weken per overtreding. De veroordeelde moet meewerken aan behandeling, controles en toezicht door de reclassering. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de gedragsbeïnvloedende maatregel toe voor twee jaar met voorwaarden en vervangende hechtenis bij niet-naleving.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/189372-20
(vordering tenuitvoerlegging GVM)
Uitspraakdatum: 21 mei 2026
Beslissing van de meervoudige strafkamer in de zaak op grond van artikelen 6:6:23a en 6:6:23b van het Wetboek van Strafvordering en artikelen 38w en 38z van het Wetboek van Strafrecht tegen:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,
verblijvende op de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) van GGZ Noord-Holland-Noord op het adres [adres] ,
hierna te noemen: veroordeelde.

Procesgang

De meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 2 juni 2022 de veroordeelde een maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met verpleging van overheidswege en een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: GVM) opgelegd. De maatregel van terbeschikkingstelling is niet opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat de totale duur van de terbeschikkingstelling beperkt is tot een periode van vier jaren. Het arrest is onherroepelijk.
De rechtbank heeft de vordering tot tenuitvoerlegging van bovengenoemde gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel van 24 april 2026 op 7 mei 2026 op de openbare terechtzitting behandeld. De vordering strekt ertoe dat de rechtbank de tenuitvoerlegging van de GVM gelast voor de duur van twee jaren, dat daarbij de voorwaarden worden opgenomen die door de reclassering zijn geadviseerd en dat vervangende hechtenis zal worden tenuitvoergelegd, telkens voor de duur van ten hoogste 2 weken, voor elke keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.
De rechtbank heeft ter zitting de veroordeelde en zijn advocaat, mr. P.A.Th. Lemmers en de officier van justitie, mr. C.R. Zetsma, gehoord.
Voorts heeft de rechtbank [psychiater] (psychiater), [reclasseringsmedewerker 1] (reclasseringswerker) en [reclasseringsmedewerker 2] (reclasseringswerker) als deskundigen gehoord.

Stukken

De rechtbank kennisgenomen van de volgende stukken:
  • een advies van Reclassering Fivoor van 21 april 2026, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker 1] (reclasseringswerker) en [unitmanager] (unitmanager);
  • een Indicatiestelling Forensische Zorg (IFZ) van 25 maart 2026, opgemaakt door [coördinator IFZ] (coördinator IFZ) en [forensisch psychiater] (forensisch psychiater);
  • een medische verklaring van 24 maart 2026, opgemaakt door [psychiater] (psychiater);
  • een opnamemeting van 1 september 2025, opgemaakt door ( [persoon] );
  • een advies van het Adviescollege Verloftoetsing TBS van 10 april 2026.

Advies

Het advies van de reclassering luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
De reclassering is van oordeel dat de opname op de FPA na het verstrijken van de termijn van de terbeschikkingstelling moet worden voortgezet binnen het kader van de GVM. Bij veroordeelde is sprake van schizofrenie, zwakbegaafdheid, een stoornis in alcoholgebruik van matig tot ernstige aard en een gokstoornis. Vanuit dat psychiatrische toestandsbeeld heeft veroordeelde een beperkt zelfinzicht en beperkte copingvaardigheden. Daarnaast is hij beïnvloedbaar en beperkt behandelbaar. Voorts heeft veroordeelde schulden. Bescherming is vooral gelegen in externe factoren, zoals medicatie, toezicht, hulpverlening en huisvesting.
De reclassering schat het recidiverisico en het risico op letsel binnen het huidige kader met verblijf in een beveiligde kliniek in als laag. Het risico op onttrekken aan de voorwaarden is ingeschat als gemiddeld. Bij het wegvallen van het huidige forensische kader zijn de risico’s op recidive en letsel ingeschat als hoog. De plek in de kliniek zal wegvallen en veroordeelde zal moeten verhuizen naar een andere woonvoorziening. Hoewel de reclassering van oordeel is dat dit een (forensische) woonvoorziening met 24-uurszorg zou moeten zijn, lijkt veroordeelde de noodzaak hiervan niet in te zien en koerst hij op verblijf bij zijn moeder of de nachtopvang. De reclassering twijfelt over de mate waarin veroordeelde mee zal werken aan een gefaseerde doorstroom in een vrijwillig kader. Hij staat bekend als zorgmijdend, heeft zeer beperkt ziekte-inzicht en is in beperkte mate behandelbaar. Bovendien is veroordeelde gedurende de maatregel nooit zelfstandig buiten de kliniek geweest. Hij heeft ook onvoldoende vrijheden opgebouwd om met dagbesteding te starten. De overgang naar ruime vrijheden in het geval van het wegvallen van een strafrechtelijk kader kan veroordeelde naar verwachting niet aan. Hij zal waarschijnlijk vervallen in middelengebruik en minder medicatietrouw zijn, waardoor de kans groot is dat veroordeelde psychisch zal ontregelen en zich vanuit die ontregeling agressief zal gedragen.
De reclassering is daarom van oordeel dat een geleidelijke fasering binnen het strafrechtelijke kader van de GVM noodzakelijk is en adviseert daarom positief over een tenuitvoerlegging GVM. Ze adviseert een looptijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een opname in een zorginstelling, ambulante behandeling met de mogelijkheid van een kortdurende opname, verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een verbod op verdovende middelen en een alcoholverbod.
De GVM zal met name gebruikt worden om de overgang naar vrijwillige zorg te realiseren. De minimumtermijn van twee jaar is geadviseerd om zo voldoende te kunnen sanctioneren indien nodig. De vervangende hechtenis is maximaal zes maanden gedurende de looptijd. Bij een langere duur van de GVM zijn deze zes maanden misschien onvoldoende. Op het moment dat een langere looptijd nodig blijkt, zal de reclassering een verlengingsadvies opstellen. Wat betreft de vervangende hechtenis raadt de reclassering een termijn van twee weken aan, zodat er gedurende de looptijd van twee jaar meermaals de mogelijkheid is om in te grijpen, indien nodig.
De deskundigen hebben dit advies ter zitting bevestigd. Deskundige [reclasseringsmedewerker 2] heeft aangevuld dat – naast de bestaande zorgmachtiging – een GVM noodzakelijk is om de maatschappelijke veiligheid te waarborgen. Om de risico’s beheersbaar te houden is het nodig om vanuit een forensisch kader te kunnen ingrijpen.

Medische verklaring

De psychiater heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerapporteerd.
Bij veroordeelde is sprake van schizofrenie met achterdocht als blijvend symptoom, een licht verstandelijke beperking en een middelenverslaving. Deze stoornissen kunnen elkaar negatief beïnvloeden, hetgeen ertoe kan leiden dat decompensaties sneller en heftiger verlopen. Het recidiverisico blijft daarom een punt van aandacht. Er zijn bovendien blijvende beperkingen, waardoor veroordeelde een steunend, structurerend en voorspelbaar verblijfsklimaat nodig heeft en ook medicatie ter stabilisering van het toestandsbeeld en het onderdrukken van de psychosesymptomen zal een blijvend onderdeel van de behandeling zijn. De psychiater verwacht dat zorg, toezicht en mogelijk periodiek ook beveiliging nodig blijven nadat de terbeschikkingstelling is afgelopen.
De deskundige heeft het voorgaande ter zitting bevestigd. De deskundige heeft aangevuld dat met de combinatie van de zorgmachtiging en de GVM twee routes kunnen worden bewandeld. Als veroordeelde vanuit koppigheid niet wil meewerken, kan de GVM worden ingezet. Wanneer hij vanuit zijn psychische stoornissen niet zou meewerken, dan vormt de zorgmachtiging een vangnet en mogelijkheid om zorg toe te passen en medicatie in te zetten. De combinatie van de zorgmachtiging en de GVM maakt het mogelijk de geboden zorg vanuit de FPA in [plaats] te continueren ter vermindering van delictgevaar.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich – met verwijzing naar het schriftelijke requisitoir – op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen.
De raadsvrouw van veroordeelde heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen omdat toewijzing van de GVM een verkapte verlenging van de terbeschikkingstelling zou zijn.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de GVM moet worden toegewezen en overweegt hiertoe als volgt.
De tenuitvoerlegging van de GVM kan onder meer worden gelast indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan waarvoor de rechter een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking kan opleggen. De rechtbank is van oordeel dat hiervan sprake is. Uit het advies van de reclassering en hetgeen de deskundigen ter zitting hebben verklaard blijkt dat veroordeelde door zijn psychische toestandsbeeld beschikt over zeer beperkt ziekte-inzicht en beperkte copingvaardigheden, waardoor hij de noodzaak van zorg niet inziet, niet goed met plotseling verkregen vrijheden zal kunnen omgaan en bij het wegvallen van toezicht zeer waarschijnlijk zijn medicatie zal staken en middelen zal gebruiken, waardoor de kans groot is dat hij psychotisch zal ontregelen. Psychotische ontregeling brengt een hoog risico op recidive en letsel mee. Het strafrechtelijke kader van de GVM is derhalve nodig om tot een gefaseerde overgang naar vrijwillige zorg en meer maatschappelijke inbedding te komen. Veroordeelde verblijft nog in een klinische setting en vanwege zijn problematiek dient zeer stapsgewijs te worden toegewerkt naar een begeleide, dan wel beschermende woonvorm. De deskundigen hebben duidelijk gemotiveerd dat het nodig is om deze maatschappelijke inbedding binnen een forensisch kader te realiseren zodat kan worden ingegrepen als dat om veiligheidsredenen nodig is. Het kader van (enkel) een zorgmachtiging is daarvoor niet voldoende.
De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat sprake is van verkapte verlenging van de terbeschikkingstelling. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt dat, ter bevordering van de maatschappelijke veiligheid, na afloop van de terbeschikkingstelling in het kader van de GVM toezicht op een veroordeelde kan worden gehouden en dat hij zich aan voorwaarden moet blijven houden. De rechtbank en het gerechtshof hebben het in dezen noodzakelijk geacht dat die mogelijkheid er zou zijn na afloop van de terbeschikkingstelling door de GVM op te leggen.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking toe.
De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperkingvoor de duur van
2 (twee) jaren.
De rechtbank gelast daarbij de algemene voorwaarden dat veroordeelde:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 6:3:14 van Pro het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
De rechtbank gelast daarbij de volgende bijzondere voorwaarden:
- Meldplicht bij reclassering
Veroordeelde meldt zich gedurende de looptijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak. De rechtbank geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
- Opname in een zorginstelling
Veroordeelde laat zich tijdens de looptijd, of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, opnemen in en behandelen door GGZ Noord-Holland-Noord FPA [plaats] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
- Ambulante behandeling met mogelijkheid tot kortdurende opname
Veroordeelde laat zich gedurende de looptijd behandelen door GGZ Noord-Holland Noord of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van veroordeelde dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie, stabilisatie, observatie, diagnostiek en/of crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat betrokkene zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.
- Verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Veroordeelde verblijft gedurende de looptijd in een nader te bepalen instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
- Verbod verdovende middelen
Gedurende de looptijd gebruikt veroordeelde geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Veroordeelde moet gedurende de looptijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
- Alcoholverbod
Gedurende de looptijd gebruikt veroordeelde geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Veroordeelde moet gedurende de looptijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
De rechtbank beveelt dat ten hoogste
2 (twee) weken vervangende hechteniszal worden toegepast voor iedere keer dat door veroordeelde niet aan de maatregel wordt voldaan, met een
maximum van 6 (zes) maanden.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, voorzitter,
mrs. A.S. Dogan en D.A.J. Buylinckx, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E. Willeboer, griffier
en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.
Tegen de beslissing staat voor de veroordeelde hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.