ECLI:NL:RBAMS:2026:7496

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
13/654120-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:12 lid 1 SvArt. 6:6:12 lid 3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wegens psychiatrische stoornissen en recidiverisico

De rechtbank Amsterdam heeft op 7 mei 2026 de vordering van de officier van justitie behandeld tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) met verpleging van overheidswege van een terbeschikkinggestelde die sinds 2018 deze maatregel ondergaat na bewezenverklaring van poging tot doodslag, brandstichting en bedreigingen.

De terbeschikkinggestelde lijdt aan schizofrenie, borderline persoonlijkheidsstoornis en meerdere stoornissen in middelengebruik, en vertoont een verslechterd psychiatrisch beeld met suïcidaliteit, hallucinaties en agressie. De somatische klachten beïnvloeden haar psychische toestand negatief, waardoor medicamenteuze behandeling nog niet optimaal kan worden ingezet.

Deskundigen van de instelling en externe gedragsdeskundigen bevestigen een matig tot hoog recidiverisico bij voortzetting van de maatregel en een hoog risico bij beëindiging. Het risicomanagement is extern en intensief, met noodzaak tot begeleiding en toezicht.

De rechtbank oordeelt dat de veiligheid van de samenleving en de terbeschikkinggestelde zelf de verlenging van de maatregel met twee jaar rechtvaardigen, mede gezien de noodzaak om eerst somatische klachten te behandelen voordat verdere psychiatrische interventies mogelijk zijn. De terbeschikkinggestelde en haar raadsman hebben geen bezwaar gemaakt tegen de verlenging.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar wegens aanhoudende psychiatrische stoornissen en een hoog recidiverisico.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Parketnummer rechtbank: 13/654120-17
beslissing van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats], verblijvend
in [de instelling] (hierna: de instelling),
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.

Procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 april 2018 de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd na bewezenverklaring van poging tot doodslag, brandstichting met onder meer levensgevaar voor anderen en meerdere bedreigingen. Dit is telkens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 10 mei 2018. Deze maatregel is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 23 mei 2024 met twee jaar verlengd.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie van 12 maart 2026 op de openbare zitting van 7 mei 2026 behandeld. De vordering strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, haar raadsman mr. F.M.M.M. Vogels en de officier van justitie mr. C.R. Zetsma op zitting gehoord.
Daarnaast is [deskundige instelling], verbonden aan de instelling, als deskundige gehoord.

Stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • een advies van de instelling [de instelling] van 25 februari 2026, opgemaakt door [klinisch psycholoog] (klinisch psycholoog/psychotherapeut, hoofd patiëntenzorg, tevens plaatsvervangend hoofd van de inrichting), [deskundige instelling] (verpleegkundig specialist GGZ, hoofd behandeling) en [psychiater 1] (psychiater), zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 1 Sv Pro;
  • de adviezen van twee externe gedragsdeskundigen [psychiater 2] (psychiater) van 5 februari 2026 en [pscyholoog] (psycholoog) van 12 februari 2026, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 3 Sv Pro;
  • de wettelijke aantekeningen van de periode 3 januari 2024 tot en met 3 maart 2026, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 1 Sv Pro;
  • een advies van het Adviescollege Verloftoetsing Tbs van 28 januari 2026.

Advies

Het advies van de instelling luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
De diagnose
Bij terbeschikkinggestelde is sprake van schizofrenie (hoofddiagnose), een borderline persoonlijkheidsstoornis, een stoornis in alcoholgebruik (ernstig, in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving), een stoornis in cannabisgebruik (matig tot ernstig, in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving), een stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel (matig tot ernstig (in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving) en problemen verband houdend met justitiële maatregelen.
Het behandelverloop en de behandeldoelen
In maart 2024 is er een aanvraag gedaan voor overplaatsing naar longcarevoorziening [locatie] vanwege verslechtering van het psychiatrisch toestandsbeeld van de terbeschikkinggestelde. Hoewel de situatie in aanloop naar de verhuizing enigszins verbeterde, werd de toestand van de terbeschikkinggestelde na de plaatsing in augustus 2024 steeds slechter. Een relatie met een medepatiënt werd verbroken, de hallucinaties van de terbeschikkinggestelde namen toe en de weerstand hiertegen nam af, er was sprake van suïcidaliteit, toenemende agressie en moeite met grenzen aangeven bij mannelijke medepatiënten. Eind november 2024 werd de terbeschikkinggestelde opnieuw opgenomen in het ziekenhuis vanwege somatische klachten. Zij moet regelmatig in een prikkelarme kamer of separeerruimte verblijven vanwege bevelshallucinaties. Sinds begin november 2025 verblijft zij in het kader van een crisisplaatsing op een individuele afdeling. Hoewel de terbeschikkinggestelde de afdeling als fijn ervaart, verslechtert haar toestand. Het lukt haar niet om een dagprogramma vol te houden vanwege sterk wisselend psychisch functioneren en somatische problematiek. In januari 2026 zijn de begeleide verloven gestaakt, omdat het praktiseren ervan vanwege de verslechtering van het psychiatrisch toestandsbeeld niet langer verantwoord wordt geacht.
Aandachtspunten in de behandeling zijn, ook in het kader van het risicomanagement, het verbeteren van de zelfcontrole, het opbouwen van vaste werkuren en het optimaliseren van medicatie. De aandacht gaat in de eerste plaats uit naar het verkrijgen van enige psychiatrische stabiliteit door middel van optimalisatie van de medicamenteuze behandeling. De somatische klachten van de terbeschikkinggestelde verslechteren en hebben een ontregelend effect op het psychiatrisch toestandsbeeld. Daarom wordt beoogd om medicamenteuze interventies zo veel mogelijk af te stemmen op de resultaten uit onderzoeken naar de lichamelijke problematiek van de terbeschikkinggestelde. Ook wordt ingezet op het verbeteren van de stemming en het afwenden van agressie. Daarnaast wordt beoogd verder diagnostisch onderzoek uit te voeren, om de kernproblematiek beter in zicht te krijgen en toekomstige behandelinterventies aan te scherpen. Vooralsnog zal echter de aandacht uitgaan naar farmacotherapie, omdat therapeutische behandelingen op dit moment niet haalbaar zijn. Als zou blijken dat er geen verdere behandelmogelijkheden zijn, dan wordt – op het verzoek van terbeschikkinggestelde – een mogelijk euthanasietraject verkend.
De risicotaxatie en het risicomanagement
In de huidige situatie is de kans op recidive in gewelddadig gedrag matig tot hoog. Als de maatregel zou worden beëindigd, loopt het risico vermoedelijk op naar hoog. Het risico op onttrekking wordt zowel bij intramuraal verblijf zonder externe vrijheden als met begeleid verlof ingeschat als laag. De belangrijkste beschermende factoren zijn extern, namelijk de mate van hulpverlening en toezicht en de huidige woonsituatie. Ook de ouders en het zusje van terbeschikkinggestelde zijn beschermend. Over het huidige risicomanagement kan niet met zekerheid worden gezegd dat het voldoende is om het risico op agressie te hanteren. Op de individuele afdeling waar de terbeschikkinggestelde verblijft, wordt nog intensiever structuur en nabijheid geboden. Het behandelteam dient te begeleiden bij het reguleren van spanning en rekening te houden met het lage zelfbeeld van de terbeschikkinggestelde en de omstandigheid dat zij moeite heeft met grenzen aangeven.
Het advies luidt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
De deskundige heeft dit advies ter zitting bevestigd en heeft aangevuld dat er nog geen ontwikkelingen zijn op het gebied van het optimaliseren van de medicamenteuze behandeling, omdat de somatische klachten dit dwarsbomen. Medische specialisten zullen deze eerst moeten bekijken en de terbeschikkinggestelde moet opgeknapt zijn na de laatste medische ingrepen. Daarna kan bekeken worden wat er nog aan medicamenteuze behandeling voor de psychiatrische klachten kan worden ingezet.

Advies van de externe gedragsdeskundigen

De adviezen van de psychiater en de psycholoog die de terbeschikkinggestelde hebben onderzocht luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
De diagnose
Volgens de psychiater is er bij terbeschikkinggestelde sprake van een borderline persoonlijkheidsstoornis, een persisterende depressieve stoornis (dysthymie), een stoornis in alcoholgebruik (in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving), een stoornis in cannabisgebruik (in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving) en een stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel (matig tot ernstig). De psycholoog komt tot dezelfde diagnose, met uitzondering van een stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel.
Het recidiverisico en risicomanagement
De psychiater is van oordeel dat er bij voortzetting van de maatregel, en dus bij veel bescherming, gezien de huidige instabiliteit een matig tot hoog recidiverisico is. Bij beëindiging van de maatregel loopt het recidiverisico op zowel korte als op middellange termijn op tot hoog. Het risicomanagement wordt extern vormgegeven. De terbeschikkinggestelde heeft haar omgeving nodig om haar emoties en impulsen te reguleren en de belasting van haar draagkracht te monitoren. Daarnaast zijn belangrijke factoren in het risicomanagement een medicamenteuze behandeling in combinatie met de huidige structuur, begeleiding en blijvende abstinentie. Uitbreiding van vrijheden dient stapsgewijs plaats te vinden en verwachtingen ten aanzien van het functioneren dienen te worden gemonitord met gebruikmaking van een signaleringsplan.
De psycholoog schat de kans op recidive binnen de huidige maatregel in als matig en zonder de huidige maatregel als hoog. Bij een borderline persoonlijkheidsstoornis zijn het bieden van structuur, ondersteuning en medicamenteuze behandeling de belangrijkste interventies. De psycholoog schrijft dat er eventueel nog winst behaald zou kunnen worden uit aanvullend onderzoek naar de juiste begeleiding en bejegening via het Centrum voor Consultatie en Expertise.
Het advies van zowel de psychiater als de psycholoog luidt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen en dat de termijn van de terbeschikkingstelling moet worden verlengd met twee jaar, omdat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan en het verdere traject zeker nog twee jaren in beslag zal nemen.
De advocaat heeft zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling.

Beoordeling

De rechtbank heeft kennisgenomen van alle voorgenoemde stukken. Zij komt op grond van de stukken en hetgeen is besproken ter zitting tot het volgende oordeel.
De stoornissen van de terbeschikkinggestelde zijn nog steeds aanwezig en het recidiverisico is door experts ingeschat als onverminderd hoog bij beëindiging van de maatregel. Zelfs in de kliniek is het nodig om intensieve individuele begeleiding te bieden en de terbeschikkinggestelde regelmatig af te zonderen om het risico op agressie beheersbaar te houden. De algemene veiligheid van personen eist daarom de verlenging van de maatregel. De verdere stappen die moeten worden ondernomen, zullen zeker nog twee jaar in beslag nemen. De somatische klachten waaraan de terbeschikkinggestelde lijdt, hebben een aanzienlijk negatieve invloed op haar psychische gesteldheid. Eerst zullen medische specialisten bekijken of en, zo ja, hoe de somatische klachten van de terbeschikkinggestelde kunnen worden behandeld voordat gekeken kan worden naar behandelmogelijkheden op psychisch vlak. Voordat de somatische klachten kunnen worden behandeld, dient de terbeschikkinggestelde echter te herstellen van een eerdere medische ingreep. Naar verwachting zal de behandeling ter vermindering van delictgevaar langer duren dan de termijn die resteert bij verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar. De termijn van de terbeschikkingstelling moet daarom met twee jaar worden verlengd.

Beslissing

De rechtbank
verlengtde termijn van de
terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswegemet
twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, voorzitter,
mrs. A.S. Dogan en D.A.J. Buylinckx, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E. Willeboer, griffier
en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026.
Tegen de beslissing staat voor de terbeschikkinggestelde hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.