ECLI:NL:RBAMS:2026:745

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
C/13/778490 / FA RK 25/8663
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot zorgmachtiging wegens vervallen belang door positieve ontwikkelingen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 29 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.

Tijdens de eerdere zitting op 1 december 2025 werd de behandeling aangehouden in afwachting van een schriftelijke update. Op 22 januari 2026 ontving de rechtbank een update van de zorgaanbieder Arkin, waaruit bleek dat de zorgmachtiging niet langer noodzakelijk was omdat betrokkene een zelfbindingsverklaring zou opstellen.

De rechtbank vroeg op 28 januari 2026 of deze verklaring al kon worden verstrekt, maar kreeg te horen dat het opstellen nog langer zou duren. De behandelaar gaf aan dat een zorgmachtiging niet meer nodig was. Gezien deze positieve ontwikkelingen oordeelde de rechtbank dat het belang bij het verzoek was komen te vervallen en wees het verzoek af.

De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026 door rechter H.P.E. Has, bijgestaan door griffier D.L. Overduin. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen wegens het vervallen belang door positieve ontwikkelingen en een zelfbindingsverklaring.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/778490 / FA RK 25/8663
kenmerk: ZM/IND/182599
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 29 januari 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. F.J.E. Hogewind te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.

De rechtbank overweegt als volgt:

Ter terechtzitting van maandag 1 december 2025 is de behandeling van het onderhavige verzoek
aangehouden. De rechtbank heeft naar aanleiding van het besproken ter zitting partijen verzocht één week voor de zitting een schriftelijke update te verstrekken aan de rechtbank.
De rechtbank heeft, ingekomen ter griffie op 22 januari 2026, een update van Arkin ontvangen waaruit blijkt dat volgens de behandelaren de zorgmachtiging niet meer nodig is omdat er een zelfbindingsverklaring zal worden opgesteld. Op een vraag van de rechtbank op 28 januari 2026 of die zelfbindingsverklaring al kan worden verstrekt, werd geantwoord dat opstellen ervan toch nog langer duurt en dat de behandelaar, mevrouw [naam] , had aangegeven geen zorgmachtiging meer nodig te hebben.
De rechtbank is gelet op de positieve ontwikkelingen van oordeel dat het belang bij het voorliggend verzoek is komen te ontvallen en het verzoek de officier van justitie bij gebrek aan belang zal worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
Wijst af het verzoek van de officier van justitie.
Deze beschikking is op 29 januari 2026 mondeling gegeven door mr. H.P.E. Has, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 29 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.