ECLI:NL:RBAMS:2026:7381

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/13/788423 / JE RK 26-419
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De kinderrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 25 juni 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2012, die sinds zijn derde levensjaar bij zijn grootouders verblijft. De moeder heeft het ouderlijk gezag, maar de minderjarige verkeert in een sociaal isolement en heeft geen dagbesteding, wat zijn ontwikkeling ernstig bedreigt.

De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, omdat intensieve hulpverlening noodzakelijk is maar moeizaam van de grond komt. De betrokken hulpverleningsinstanties wijzen naar elkaar en nemen geen verantwoordelijkheid. De kinderrechter constateert dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is en dat de situatie van de minderjarige complex is.

Tijdens de zitting met gesloten deuren sprak de kinderrechter met de minderjarige en hoorde de betrokkenen, waaronder de moeder, grootvader, GI en een fixer namens het samenwerkingsverband. De fixer benadrukte de noodzaak van praktische ondersteuning aan het gezin, zoals huisvesting voor de moeder, om vervolgens de focus op het welzijn van de minderjarige te kunnen leggen.

De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing bij grootvader tot 9 juli 2027, zolang moeder geen eigen woonruimte heeft. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Het uiteindelijke doel is dat de minderjarige bij zowel grootvader als moeder zal verblijven zodra moeder een eigen woonplek heeft.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 9 juli 2027 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/788423 / JE RK 26-419
Datum uitspraak: 25 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. S. Braspenning uit Amsterdam.
[de grootvader] ,
hierna te noemen de grootvader,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat mr. M. Spil.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 4 juni 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de grootvader met zijn advocaat;
  • [naam 1] , namens de GI;
  • [naam 2] , als fixer namens het samenwerkingsverband.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft sinds zijn derde levensjaar bij grootouders. Momenteel woont hij alleen met zijn grootvader, nadat grootmoeder wegens dementie is opgenomen in een verzorgingstehuis. Moeder verblijft tijdelijk ook bij grootvader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 9 juli 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juli 2025 ook de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 9 juli 2026. Op basis van die machtiging verblijft [de minderjarige] bij zijn grootvader.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij zijn grootvader te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft bij het verzoek gepersisteerd en voert daartoe het volgende aan. Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige] . Hij heeft geen dagbesteding en verkeert in een sociaal isolement. Intensieve hulpverlening is noodzakelijk, maar dit komt moeizaam van de grond. [de minderjarige] heeft begeleiding van een coach van Terminal18 gehad. In het begin lukte het de coach nog om [de minderjarige] naar buiten te krijgen, maar dat ging steeds moeizamer. Het traject is gestopt nadat de coach een andere baan kreeg. Andere hulpverleningsinstanties nemen [de minderjarige] niet aan, omdat hij niet in hun doelgroep valt. Verder geven deze instanties aan dat zij niet goed weten wat zij [de minderjarige] nog meer kunnen bieden dan hetgeen al geprobeerd is bij hem.
De GI is van mening dat Arkin FACT een goede vervolgstap is voor [de minderjarige] , ook al geven zij ook aan dat [de minderjarige] niet binnen hun doelgroep valt vanwege zijn jonge leeftijd.
4.2.
De fixer heeft tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. Er zijn de afgelopen periode al veel dingen geprobeerd binnen het gezin en het is jammer dat er weinig van de grond lijkt te zijn gekomen. Het gezin loopt tegen meerdere dingen aan. De fixer is van mening dat de komende periode eerst de focus moet komen te liggen op praktische ondersteuning aan het gezin, zoals bijvoorbeeld het vinden van huisvesting voor moeder. Als dat eenmaal geregeld is en goed loopt, wordt het ook makkelijker om [de minderjarige] te begeleiden en te ondersteunen. Vervolgens kan de focus echt komen te liggen op het welzijn van [de minderjarige] . Er moet voor hem in ieder geval geschikte dagbesteding komen. [de minderjarige] is te kwetsbaar voor regulier onderwijs. Er moet zorgvuldig worden toegewerkt naar een setting, waarin hij weer mensen kan leren kennen, om vanuit daar te kijken naar wat bij hem past. Mogelijk dat daarna ook weer een coach kan worden ingeschakeld. Daarnaast moet er diagnostiek en behandeling komen. De diagnostiek kan vanuit het samenwerkingsverband worden gedaan. De fixer is, net als de GI, van mening dat Arkin FACT een geschikte instantie is om behandeling aan [de minderjarige] te bieden.
4.3.
Namens en door moeder is het volgende naar voren gebracht. Moeder maakt zich grote zorgen om [de minderjarige] . Het is verdrietig dat nog geen enkel doel van de ondertoezichtstelling is behaald. Moeder is wel blij dat de fixer nu betrokken is. Er moeten echt stappen gezet gaan worden om de ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] weg te nemen. Moeder heeft ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing naar voren gebracht dat zij er uiteindelijk naar streeft dat het toekomstperspectief van [de minderjarige] bij haar wordt bepaald.
4.4.
Namens en door grootvader is het volgende naar voren gebracht. Grootvader vindt het verschrikkelijk dat [de minderjarige] de hele dag thuis zit. Grootvader heeft echter vertrouwen in de fixer en hoopt dat er met zijn komst eindelijk dingen zullen veranderen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Door het langdurig ontbreken van onderwijs en van contact met leeftijdsgenoten trekt [de minderjarige] zich steeds verder terug. Hij spreekt nauwelijks, laat somber en vermijdend gedrag zien en ervaart veel spanning wanneer school of hulpverlening ter sprake komt. [de minderjarige] ervaart fysieke klachten bij de gedachte aan school, waaronder braakneigingen en buikpijn.
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Moeder en grootvader zijn allebei liefdevolle en betrokken opvoeders, maar het lukt hen onvoldoende om [de minderjarige] de structuur en stabiliteit te bieden die hij nodig heeft. Bij [de minderjarige] is sprake van complexe problematiek waarvoor intensieve hulpverlening noodzakelijk is. Het is zorgelijk dat deze hulpverlening niet van de grond komt omdat hulpverleningsinstanties geen verantwoordelijkheid nemen en allemaal naar elkaar wijzen. De kinderrechter verwacht dat de GI hier de komende periode meer regie in gaat voeren. De kinderrechter is blij dat nu de fixer namens het samenwerkingsverband betrokken is. De praktische aanpak die hij beoogt, lijkt aan te sluiten bij het gezin. Zowel de GI als de fixer is van mening dat Arkin FACT passend is voor [de minderjarige] . De kinderrechter verwacht dan ook dat Arkin FACT hier welwillend tegenover staat.
5.4.
Gelet op het voorgaande is de ondertoezichtstelling nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.5.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] [de minderjarige] verblijft nu samen met moeder bij grootvader. Het is op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] om hem hier weg te halen, nu dit hem alleen maar verder zou ontregelen.
Moeder heeft op dit moment geen eigen woonruimte, maar is daar wel hard naar op zoek. Het uiteindelijke doel is dat, wanneer moeder haar eigen woonruimte heeft, [de minderjarige] bij zowel zijn grootvader als moeder zal verblijven. Moeder en grootvader hebben [de minderjarige] voor een groot deel gezamenlijk opgevoed en het wonen op twee plekken zal [de minderjarige] ook pushen om meer buiten te deur te komen. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing daarom verlengen bij grootvader, zolang moeder geen eigen woonplek heeft.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 9 juli 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten bij grootvader, in ieder geval zolang moeder geen eigen woonplek heeft, tot 9 juli 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 door
mr. M.E.A. Nijssen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.A. Diederen als griffier, en op schrift gesteld op 10 juli 2026.
De griffier is buiten staat de
beschikking te tekenen
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.