Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
as is, where is”-basis. In artikel 28 staat Pro ook dat de koper de huidige bouwkundige, juridische, milieukundige, technische en feitelijke toestand van het verkochte integraal aanvaardt. [eiser] probeert nu via deze weg onder de overeengekomen risicoverdeling uit te komen. [eiser] en/of zijn makelaar hadden nadere vragen moeten stellen of onderzoek moeten verrichten. Verder heeft Spring de splitsingsakte, de rectificatie van de splitsingsakte, de eigendomsinformatie, de notulen van de VvE over de jaren 2024 en 2025, het jaarverslag van de VvE en het woningmeetrapport aan [eiser] verstrekt. In de koopovereenkomst heeft [eiser] verklaard hiervan kennis genomen te hebben. [eiser] was dus bekend met de vereiste toestemming van de VvE en het feit dat de aanwezigheid van het dakterras nog via de splitsing moest worden geregeld. De publiekrechtelijke afwezigheid van de omgevingsvergunning betreft openbare informatie, die [eiser] zelf had kunnen inzien. Niet is gebleken dat Spring over informatie beschikte die voor [eiser] niet kenbaar was.
4.De beoordeling
eersteplaats voorshands aannemelijk zijn dat wat volgens Spring geleverd kan worden niet overeenkomt met hetgeen in de koopovereenkomst is bepaald. Dit volgt uit de algemene kort geding toets: het moet (i) voorshands aannemelijk zijn dat de bodemrechter tot dit oordeel zal komen en (ii) het moet zo zijn dat van [eiser] niet gevergd kan worden dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Als dit het geval is, moeten in de
tweedeplaats de gevraagde voorzieningen, waaronder een medewerkingsplicht, ontbindingsbepaling en depotregeling bij de notaris, passend en geboden zijn.
as is, where is”-bepaling (artikel 28) in de overeenkomst zo moet worden uitgelegd dat de woning wordt geleverd in de bestaande juridische staat, met alle onvolkomenheden van dien. Dit verweer wordt gevolgd en daartoe geldt het volgende.
met dien verstande … niet door verkoper behoeven te worden verstrekt) is niet op voorhand aannemelijk dat Spring deze mededelingsplicht heeft geschonden. Zo heeft Spring aangevoerd dat verschillende documenten aan [eiser] zijn verstrekt voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst, waaronder de splitsingsakte met rectificatie en diverse VvE stukken, met verwijzing naar artikel 6.2 van de koopovereenkomst waarin de koper bevestigt kennis te hebben genomen van onder meer deze stukken. Wat uit deze stukken kan worden afgeleid was dus kenbaar voor [eiser] bij het sluiten van de koopovereenkomst en Spring heeft op deze onderdelen zijn mededelingsplicht niet geschonden. Niet kan worden vastgesteld of dit ook geldt ten aanzien van het ontbreken van de gemeentelijke vergunning voor een dakterras. Spring heeft aangevoerd dat zij niet wist van publiekrechtelijke belemmeringen en het op de weg van [eiser] had gelegen, als hij dit van belang had gevonden, daarover iets op te nemen in de koopovereenkomst en dat het publiek beschikbare informatie betreft. [eiser] heeft gesteld, mede aan de hand van onjuist ingediende vergunningsaanvragen eind 2024, dat Spring dit wel wist en dit had moeten melden. Wie het gelijk hier aan zijn zijde heeft is niet in dit kort geding vast te stellen. Het is in ieder geval niet zo dat voorshands aannemelijk is dat Spring deze mededelingsplicht heeft geschonden.
as is, where iswordt gekocht.