ECLI:NL:RBAMS:2026:7084
Rechtbank Amsterdam
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Ontruiming en betaling achterstallige huur en franchisevergoeding bedrijfsruimte
Febo Beheer B.V. verhuurt bedrijfsruimte aan [gedaagde] B.V. en heeft daarnaast een franchiseovereenkomst met deze partij. Vanaf november 2025 ontstond een betalingsachterstand die opliep tot €39.356,11 tot 4 mei 2026. Febo vordert betaling van deze achterstand, lopende huur en franchisevergoeding, ontruiming van het gehuurde binnen zeven dagen, een dwangsom bij niet-naleving en vergoeding van ontruimingskosten.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot ontruiming spoedeisend is en dat Febo niet hoeft te wachten op een bodemprocedure. De achterstallige betalingen zijn door [gedaagde] erkend en worden toegewezen. De vordering tot wettelijke handelsrente wordt afgewezen omdat een boetebeding in de overeenkomst deze rente uitsluit. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van zeven dagen, maar de gevorderde dwangsom en vergoeding van ontruimingskosten worden afgewezen wegens gebrek aan belang en begrotingsmogelijkheden.
De lopende huurverplichtingen worden toegewezen tot het moment van daadwerkelijke ontruiming, maar de franchisevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over deze kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming binnen zeven dagen en betaling van achterstallige huur en lopende huur tot ontruiming, wijst dwangsom en vergoeding ontruimingskosten af.