ECLI:NL:RBAMS:2026:7078

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
AMS 25/4188
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen handhavingsbesluit bestemmingsplan Diemerzeedijk

Eiseres, Vereniging Vrienden van het Diemenpark, heeft een herhaald handhavingsverzoek ingediend tegen het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam met betrekking tot overtredingen van het bestemmingsplan voor de Diemerzeedijk. Het verzoek betrof onder meer het verwijderen van schuren, schuttingen, steigers, het bewonen van pleziervaartuigen en het parkeren op verboden plaatsen. Het college wees het primaire verzoek af, maar legde wel een last onder dwangsom op voor een onderdeel.

Na bezwaar en beroep verklaarde het college het bezwaar ongegrond in het bestreden besluit. De rechtbank behandelde het beroep en constateerde dat het college op vrijwel alle punten aan het handhavingsverzoek tegemoet was gekomen. Hoewel het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevatte, was eiseres niet in haar belangen geschaad, zodat het beroep ongegrond werd verklaard.

De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiseres geen hoorzitting wenste. De handhaving was op diverse punten in gang gezet en uitgevoerd, waaronder het verwijderen van illegale objecten. Voor zover nieuwe overtredingen werden aangevoerd, vielen deze buiten de procedure. Het motiveringsgebrek werd gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht, maar proceskosten werden niet toegewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard, met vergoeding van het griffierecht aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/4188

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak tussen

Vereniging Vrienden van het Diemenpark, uit Amsterdam, eiseres

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, het college
(gemachtigde: M. Hop en mr. J.P. Nicolai).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het (herhaalde) handhavingsverzoek van eiseres voor de Diemerzeedijk. Eiseres heeft verzocht om op diverse punten de regels in het bestemmingsplan te handhaven, onder andere inzake het verwijderen van schuren, schuttingen en steigers, het bewonen van pleziervaartuigen en het parkeren op plaatsen waar dit niet is toegestaan. Eiseres is het niet eens met de afhandeling daarvan door het college. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit van het college.
1.1.
Op de zitting is duidelijk geworden dat eiseres nu grotendeels tevreden is met de afhandeling van het handhavingsverzoek. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit een zorgvuldigheidsgebrek bevat. Dit kan echter worden gepasseerd omdat eiseres niet in haar belangen is geschaad. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt wel het griffierecht vergoed. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een handhavingsverzoek ingediend. Het college heeft dit verzoek met een van 9 januari 2025 (het primaire besluit) afgewezen.
2.1.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit en na een ingebrekestelling beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar. Het college heeft met een besluit van 29 juli 2025 (het bestreden besluit) het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit gronden aangevoerd. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 29 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] en [naam 2] namens eiseres en de gemachtigden van het college.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3.
3.1.
Eiseres heeft op 12 februari 2024 een (herhaald) handhavingsverzoek gedaan voor de Diemerzeedijk. Na een eerste verzoek om handhaving van het bestemmingsplan ‘IJburg 1e fase’ zijn meerdere juridische procedures gevoerd over – kort gezegd – parkeerverboden en lasten onder dwangsom, maar volgens eiseres parkeren er nog steeds structureel auto’s, staan er caravans en liggen er boten aangemeerd. Eiseres verzoekt handhaving van het bestemmingsplan, in casu het (laten) verwijderen van alle structureel geparkeerde auto’s, caravans, al-dan-niet (gedeeltelijk) gezonken boten, hekken en ander niet-organisch materiaal langs de Diemerzeedijk en de oever van de Derde Diem.
3.2.
Met het primaire besluit heeft het college het handhavingsverzoek formeel afgewezen. Er zijn verschillende overtredingen geconstateerd, maar handhaving zal op een later moment plaatsvinden na een zorgvuldige belangenafweging. Het college legt één nieuwe last onder dwangsom op, op dit onderdeel wordt het verzoek toegewezen.
3.3.
Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Omdat het college niet binnen de (verdaagde) beslistermijn een besluit op het bezwaar heeft genomen, heeft zij het college in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar.
4. Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Er heeft geen hoorzitting plaatsgevonden, omdat eiseres aangaf hier geen behoefte aan te hebben. Het college heeft een schriftelijke reactie ingediend en eiseres heeft hierop gereageerd. Tussen het indienen van het handhavingsverzoek en het nemen van een besluit zit ongeveer elf maanden. Het verzoek is uitgebreid en niet op alle punten concreet, daarom heeft de behandeling meer tijd gekost, aldus het college.
Wat betreft de recreatiewoning, schuur, schutting, steiger en parkeerplaats is zorgvuldigheid van belang in de handhavingsprocedure. Dat vraagt tijd voor het doen van onderzoek. Het college heeft de voortgang en acties uiteengezet.
Wat betreft de recreatieschepen is niet vastgesteld dat bij [adres] en [nummer] structureel dezelfde pleziervaartuigen liggen en dat deze gebruikt worden als (recreatie)woningen. Er is geen overtreding geconstateerd.
Op het terrein van de watersportvereniging wordt volgens het college voldoende handhavend opgetreden. Het hek moet na de aanschrijving worden verwijderd. Er is niet geconstateerd dat er daadwerkelijk wordt gekampeerd.
Wat betreft het ander niet-organisch materiaal is voor het college niet duidelijk wat er nog aan illegaal materiaal ligt en of dit hetzelfde materiaal is als waar het handhavingsverzoek over ging.
Beoordeling door de rechtbankOndertekening beroepschrift
5. Het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is ondertekend door [naam 1] (voorzitter) en [naam 3] (penningmeester). Het ingediende beroep tegen het bestreden besluit is ondertekend door [naam 1] . Zoals op de zitting besproken heeft eiseres na de zitting een verklaring gestuurd waarin [naam 4] (penningmeester) bevestigt dat het beroepschrift mede namens hem als bestuurslid is ingediend. De rechtbank stelt vast dat het beroep daarmee bevoegdelijk is ingesteld.
Schending hoorplicht?
6. Eiseres voert aan dat zij ten onrechte niet gehoord is in bezwaar. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Het college heeft een hoorzitting aangeboden en eiseres heeft hierop gereageerd dat zij niet inziet wat een hoorzitting, ruim na het verstrijken van de wettelijke termijn waarop op het bezwaar beslist had moeten worden, nog zou kunnen bijdragen aan het advies. De rechtbank stelt vast dat eiseres hiermee heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van een hoorzitting. Het feit dat de procedure toen al lang duurde staat daar los van. De grond slaagt niet.
Inhoudelijke beoordeling
7. Het college heeft voor de zitting verschillende besluiten over het opleggen van dwangsommen overgelegd. Op de zitting is de stand van zaken van de handhaving voor de verschillende kadastrale objecten en andere onderdelen van het handhavingsverzoek besproken.
Kadastraal object [nummer]
7.1.
Met een besluit op bezwaar van 12 mei 2026 is de last onder dwangsom aan Watersportvereniging de Watergeuzen voor de steiger met vingerpieren gehandhaafd. Inmiddels is deze steiger verwijderd. Voor de twee schuren, de schutting (hek), de parkeerplaats langs de weg, de caravan en de steiger zonder vingerpieren is volgens het college het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht de overtreder. Het college heeft aan het Waterschap op 3 juni 2026 een last onder dwangsom opgelegd en het bezwaar hiertegen met een besluit van 12 juni 2026 ongegrond verklaard. Het Waterschap heeft hiertegen beroep ingesteld. De stacaravan is afgebrand en de resten daarvan zijn verwijderd.
7.2.
Eiseres heeft op de zitting aangegeven dat er op deze punten geen gronden meer zijn gericht tegen het bestreden besluit.
Kadastrale objecten [nummer] en [nummer]
8.
8.1.
Op 13 augustus 2024 is aan [naam 5] een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom kenbaar gemaakt. Met een besluit van 7 augustus 2025 is aan [naam 5] een last onder dwangsom opgelegd voor de recreatiewoning, de schuur en de schuttingen, de parkeerplaats, de steiger en het drijvend terras. Met een besluit van 25 juni 2026 is de last gehandhaafd met uitzondering van de steiger, omdat deze niet valt onder het eigendom van [naam 5] . Voor deze steiger is een nieuwe handhavingsprocedure gestart. Als geen eigenaar bekend wordt, zal het college de steiger zelf weg laten halen.
8.2.
Eiseres heeft op de zitting aangegeven dat nu op alle punten aan het beroep tegemoet is gekomen. Eiseres heeft echter in het beroepschrift aangevoerd dat ten tijde van het bestreden besluit alleen een voornemen kenbaar was gemaakt en geen handhavingsbesluit. Volgens eiseres is het bestreden besluit op dat punt onvolledig.
8.3.
Deze grond slaagt niet. De rechtbank volgt het college in zijn standpunt dat op het moment van het bestreden besluit de handhaving in gang was gezet. Er was namelijk een voornemen voor een last onder dwangsom gestuurd. Dat eerst een voornemen gestuurd is, is noodzakelijk in het kader van de zorgvuldigheid. Het bestreden besluit is dan ook niet onvolledig of onrechtmatig.
Voertuigen
9. Niet in geschil is dat er naar aanleiding van het oorspronkelijke handhavingsverzoek uit 2019 gehandhaafd is tegen illegaal geparkeerde voertuigen. Het hoger beroep daartegen is onlangs afgesloten, de lasten zijn in stand gebleven en de begunstigingstermijn is ingegaan. Eiseres heeft op de zitting met foto’s aangegeven dat nu weer sprake is van overtredingen. De rechtbank oordeelt dat, voor zover sprake is van nieuwe overtredingen, dit buiten deze procedure valt. De gemachtigde van het college heeft op de zitting uiteengezet dat regelmatig wordt gecontroleerd en dat waar mogelijk wordt gehandhaafd tegen geparkeerde voertuigen. De gronden over geparkeerde voertuigen slagen niet.
Vaartuigen
10. Niet in geschil is dat handhaving inmiddels is uitgevoerd en dat de betreffende vaartuigen zijn verwijderd. Eiseres maakt geen punt van de gezonken dekschuit en berust erin dat daartegen niet handhavend wordt opgetreden. Eiseres vindt echter dat terecht beroep is ingesteld, omdat in het bestreden besluit is afgezien van handhaving tegen de bewoning van de vaartuigen, terwijl hiervoor onvoldoende onderzoek was verricht. De gemachtigde van het college heeft op de zitting bevestigd dat op basis van één controle, waarvan rapport is opgemaakt, is geconstateerd dat er geen overtreding plaatsvond. De rechtbank is het met eiseres eens dat één controle te weinig is om te constateren of op een vaartuig permanent wordt gewoond. Daarmee is dus onvoldoende onderzocht of er wel of geen overtreding was. Dit is ook bevestigd doordat het college na een nadere controle heeft geconstateerd dat er wel gehandhaafd moest worden en dat ook in gang heeft gezet. Inmiddels zijn de vaartuigen verwijderd, dus eiseres is niet in haar belangen geschaad. De rechtbank passeert dit gebrek dan ook met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het college moet wel het door eiseres betaalde griffierecht aan haar vergoeden. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Ander niet-organisch materiaal
11. Eiseres bevestigt dat een deel van dit materiaal is verwijderd samen met de andere objecten waarop is gehandhaafd. Eiseres heeft op de zitting foto’s overgelegd van dingen die er nog zijn. De rechtbank oordeelt dat het oorspronkelijke handhavingsverzoek op dit gebied erg breed was en weinig concreet. De rechtbank kan daarom niet vaststellen of wat er nu nog ligt onderdeel uitmaakt van het oorspronkelijke handhavingsverzoek en ten onrechte niet verwijderd is. De grond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt wel het griffierecht terug, omdat het bestreden besluit een gebrek bevat wat met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb gepasseerd is. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat het college aan eiseres het griffierecht van € 385,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. de Vos, rechter, in aanwezigheid van
mr.E.H. Kalse-Spoon, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.