ECLI:NL:RBAMS:2026:7058

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
12006574 \ CV EXPL 25-17017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 108 RvArt. 110 lid 1 RvArt. 99 lid 1 RvArt. 1:10 BWArt. 1:14 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsincident en proceskostenveroordeling in sponsorovereenkomst tussen sportevenement en ijsbadproducent

Hyrox, organisator van sportevenementen, vordert betaling van een sponsorbedrag van €24.200 van IceTubs, producent en verkoper van ijsbaden, voor een sponsorovereenkomst rondom een evenement in september 2025. IceTubs betwist dat een overeenkomst tot stand is gekomen en voert aan dat de onderhandelingen waren afgebroken en haar medewerkers niet bevoegd waren om te binden.

IceTubs heeft een bevoegdheidsincident ingediend en stelt dat de rechtbank Noord-Holland bevoegd is omdat zij statutair gevestigd is in Badhoevedorp. Hyrox beroept zich op een forumkeuzebeding in de samenwerkingsovereenkomst dat de rechtbank Amsterdam exclusief bevoegd verklaart.

De kantonrechter oordeelt dat het forumkeuzebeding geen gevolg heeft omdat de vordering niet hoger is dan €25.000 en het beding niet na het ontstaan van het geschil is overeengekomen. Op grond van de woonplaats van gedaagde is de rechtbank Noord-Holland bevoegd, maar omdat IceTubs ook een vestiging heeft in Amsterdam die relevant is voor de zaak, is de rechtbank Amsterdam mede bevoegd.

Daarom wordt het bevoegdheidsincident afgewezen en wordt IceTubs veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van 19 juni 2026 voor een instructievonnis en verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Het bevoegdheidsincident wordt afgewezen en IceTubs wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12006574 \ CV EXPL 25-17017
Vonnis in incident van 22 mei 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SPORTSFITALITY B.V.,
gevestigd te Ouderkerk aan de Amstel,
eisende partij,
hierna te noemen: Hyrox,
gemachtigde: I.P. Terpstra,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ICETUBS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: IceTubs,
gemachtigde: mr. E.J.T. Mulders.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 november 2025, met producties,
- de incidentele conclusie houdende beroep op relatieve onbevoegdheid tevens houdende conclusie van antwoord in de hoofdzaak, met producties,
- het e-mailbericht van mr. Terpstra van 31 maart 2026, waarin hij verzoekt om (alsnog) te mogen antwoorden in het incident omdat hij de rolberichten niet op het door hem bij dagvaarding opgegeven adres heeft ontvangen,
- het e-mailbericht van 2 april 2026 aan de raadslieden, inhoudende de beslissing van de kantonrechter dat Hyrox alsnog een conclusie van antwoord in het incident mag nemen,
- de conclusie van antwoord in het incident van Hyrox, zonder producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De feiten

2.1.
Hyrox organiseert sportevenementen.
2.2.
IceTubs exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met de productie, ontwikkeling, marketing en (online)verkoop van onder meer ijsbaden.
2.3.
Partijen hebben (onder andere) per e-mail contact met elkaar gehad. Op enig moment heeft Hyrox een “Overeenkomst tot samenwerking” aan IceTubs gestuurd. In die overeenkomst is, voor zover van belang, het volgende neergelegd:
“(...) 14.6 Op deze Overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van deze Overeenkomst dan wel uit nadere overeenkomsten die daarvan het gevolg mochten zijn, zullen Partijen in eerste instantie in goed overleg proberen op te lossen. Indien een geschil niet binnen 30 dagen in onderling overleg of door middel van een mediation kan worden opgelost, is de rechtbank Amsterdam exclusief bevoegd. (...)”

3.Het geschil in de hoofdzaak

3.1.
Hyrox vordert in de hoofdzaak – samengevat – dat IceTubs bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis wordt veroordeeld tot betaling van € 24.200,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente (tot aan de dag van de dagvaarding gemaximeerd tot € 800,00 en verder vanaf de dag van de dagvaarding) en kosten. Daar legt zij aan ten grondslag dat partijen een overeenkomst hebben gesloten voor de sponsoring van een sportevenement van Hyrox in Maastricht dat in september 2025 is gehouden. Zij vordert betaling van het volgens haar overeengekomen sponsorbedrag.
3.2.
IceTubs concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Hyrox, dan wel tot afwijzing van haar vorderingen, met een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Hyrox in de kosten. IceTubs betwist dat een sponsorovereenkomst tot stand is gekomen. De medewerkers van IceTubs die met Hyrox het contact hebben onderhouden, waren niet bevoegd om IceTubs te vertegenwoordigen. Verder verkeerden partijen nog in de onderhandelingsfase, welke op 27 mei 2025 is afgebroken. Hyrox mocht er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat een overeenkomst tot stand was gekomen of dat dit nog zou gebeuren, aldus IceTubs.

4.Het geschil in incident

4.1.
IceTubs heeft een bevoegdheidsincident opgeworpen en vordert verwijzing naar de rechtbank Noord-Holland, kamer voor kantonzaken. IceTubs legt daaraan ten grondslag dat zij statutair is gevestigd in Badhoevedorp in de gemeente Haarlemmermeer.
4.2.
Hyrox stelt zich op het standpunt dat de incidentele vordering van IceTubs moet worden afgewezen en vordert veroordeling van IceTubs in de kosten van het incident. Zij betwist dat de rechtbank Noord-Holland bevoegd is. In de overeenkomst waarvan zij nakoming vordert, is een contractuele forumkeuze voor de rechtbank Amsterdam neergelegd. Er is sprake van een forumkeuzebeding, zoals neergelegd in artikel 108 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Daarom is de rechtbank Amsterdam exclusief bevoegd, aldus Hyrox.

5.De beoordeling in incident

5.1.
In zaken waarin de vordering ten hoogste € 25.000,00 beloopt, beoordeelt de kantonrechter (ambtshalve) of zij relatief bevoegd is het geschil te behandelen en te beslissen (artikel 110 lid 1 Rv Pro). De vordering van Hyrox bedraagt ten hoogste € 25.000,00. De gevorderde verschenen rente (lees: opeisbare rente) tot aan de dag van de dagvaarding moet – anders dan de gevorderde rente vanaf de dagvaarding – weliswaar worden meegerekend voor de vraag of de vordering al dan niet hoger is dan € 25.000,00, maar deze rente is door Hyrox gemaximeerd tot € 800,00, zodat de vordering in die zin het grensbedrag van € 25.000,00 niet overstijgt.
Relatieve bevoegdheid
5.2.
Hyrox beroept zich op artikel 108 lid 1 Rv Pro. Het eerste lid van dat artikel biedt partijen de mogelijkheid om bij overeenkomst een relatief bevoegde rechter aan te wijzen (het zogenoemde forumkeuzebeding). Artikel 108 lid 2 Rv Pro beperkt echter de mogelijkheid van een forumkeuzebeding. Het tweede lid van dat artikel bepaalt namelijk dat als de vordering ten hoogste € 25.000,00 beloopt, zoals hier het geval is (zie 5.1), een forumkeuzebeding in beginsel geen gevolg heeft. Dit is slechts anders als het forumkeuzebeding is aangegaan na het ontstaan van het geschil, maar daarvan is in dit geval geen sprake.
5.3.
Nu een beroep op het forumkeuzebeding in dit geval niet mogelijk is, dient de kantonrechter de relatieve bevoegdheid ambtshalve te beoordelen (artikel 110 lid Pro 1, tweede volzin). Artikel 99 lid 1 Rv Pro bepaalt dat de rechter van de woonplaats van gedaagde relatief bevoegd is. De woonplaats van gedaagde wordt bepaald aan de hand van de artikelen 1:10 tot en met 1:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van artikel 1:10 lid 2 BW Pro heeft een rechtspersoon zijn woonplaats ter plaatse waar hij volgens wettelijk voorschrift of volgens zijn statuten of reglementen zijn zetel heeft. Dat is in dit geval Badhoevedorp in de gemeente Haarlemmermeer, zodat de rechtbank Noord-Holland bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Artikel 1:14 BW Pro bepaalt echter dat een persoon die een kantoor of een filiaal houdt, ten aanzien van aangelegenheden die dit kantoor of filiaal betreffen, mede aldaar woonplaats kan hebben. Dat artikel is ook van toepassing op rechtspersonen. Een rechtspersoon kan dus meer dan één woonplaats hebben. Uit het overgelegde uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat IceTubs een vestiging heeft in Amsterdam, wat tevens het (enige) bezoekadres van IceTubs is. In de door Hyrox opgestelde conceptsponsorovereenkomst, is datzelfde adres als vestigingsadres van IceTubs opgenomen. Dat betekent dat sprake is van aangelegenheden die dat kantoor of filiaal betreffen.
5.4.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van deze rechtbank mede bevoegd om van de vordering van Hyrox kennis te nemen. De incidentele vordering wordt daarom afgewezen.
Proceskosten
5.5.
IceTubs is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Hyrox in het incident betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Hyrox vast op € 361,00.

6.De beslissing

De kantonrechter
in het incident
6.1.
wijst het gevorderde af,
6.2.
veroordeelt IceTubs in de kosten van het incident, aan de zijde van Hyrox tot op heden begroot op € 361,00.
in de hoofdzaak
6.3.
verwijst de zaak naar de rol van 19 juni 2026 voor instructievonnis,
6.4.
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Scheijde, kantonrechter, bijgestaan door mr. L.M. Garritsen, griffer en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.