Uitspraak
1.[eiser 1],2. [eiser 2],
- aan de zijde van Stichting Pensioenfond ABN AMRO: [naam 1] en [naam 2] met mr. Huijg.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil over de uitleg van artikel 41 lid 6 van Pro het pensioenreglement van Stichting Pensioenfonds ABN AMRO, waarin verwezen wordt naar Fortis Bank Nederland N.V. De eisers, voormalig werknemers van Fortis Bank (Nederland) N.V. en diens rechtsvoorgangers, stelden dat de tekst van het reglement onduidelijk is omdat de genoemde entiteit sinds 1999 niet meer onder die naam bestaat.
De kantonrechter oordeelt dat de tekst weliswaar letterlijk verwijst naar een entiteit die sinds 1999 niet meer bestaat, maar dat ook de naamsopvolgers onder die entiteit moeten worden verstaan. Dit betekent dat werknemers die na 1999 bij Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. en Fortis Bank (Nederland) N.V. in dienst zijn getreden, onder het reglement vallen.
Verder is vastgesteld dat de werkgever van eiser 1 door een juridische fusie in 2009 is samengegaan met Fortis Bank Nederland N.V., waardoor eiser 1 onder de definitie van artikel 41 lid 6 valt Pro. Een letterlijke uitleg van eiser 1 zou leiden tot een onredelijk onderscheid tussen medewerkers die na arbeidsongeschiktheid uit dienst zijn gegaan, wat niet aannemelijk is.
Daarom worden de vorderingen van eisers afgewezen. Tevens worden zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente daarover. De uitspraak is mondeling gedaan en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vorderingen van eisers worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.