ECLI:NL:RBAMS:2026:7009

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
1308683726
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OLWArt. 22 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens intrekking Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 juni 2026 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, België. De opgeëiste persoon, geboren in 1989, was aanwezig en werd bijgestaan door zijn advocaat. De rechtbank had de behandeling aanvankelijk aangehouden om te onderzoeken of er sprake was van overlap met een Nederlandse strafzaak.

Op 23 juni 2026 werd de rechtbank geïnformeerd dat het EAB was ingetrokken door de uitvaardigende justitiële autoriteit. De officier van justitie verzocht daarop om niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering. De raadsman van de opgeëiste persoon steunde dit standpunt.

De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is omdat het EAB niet langer bestaat. De geschorste overleveringsdetentie werd opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open volgens de Overleveringswet.

Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-086837-26
Datum uitspraak: 25 juni 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 16 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 maart 2026 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, België, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 10 juni 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 10 juni 2026, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn advocaat, mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Ook heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
De rechtbank heeft de behandeling van de zaak voor bepaalde tijd aangehouden, om het openbaar ministerie in de gelegenheid te stellen verder te onderzoeken of er sprake is van overlap tussen de feiten waarvoor zijn overlevering (ten behoeve van vervolging) wordt gevraagd in het EAB en de feiten waarvoor de opgeëiste persoon vervolgd wordt in de Nederlandse strafzaak (met parketnummer:
10-149481-25).
Zitting 25 juni 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda. De rechtbank heeft vervolgens direct uitspraak gedaan.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft per brief van 23 juni 2026 meegedeeld dat het EAB op diezelfde datum is ingetrokken. De officier van justitie heeft daarom ter zitting gevorderd dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard. De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat het EAB inmiddels is ingetrokken.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering ex artikel 23 van Pro de OLW van 13 april 2026.
HEFT OPde – geschorste – overleveringsdetentie van
[de opgeëiste persoon] .
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en L. Baroud, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. C.W. van der Hoek en E.H. Wisgerhof, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 juni 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.