ECLI:NL:RBAMS:2026:6928

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
C/13/776476 / HA ZA 25-1550
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering op grond van niet vastgestelde resultaats- of inspanningsverbintenis inzake voorraad Lenovo-producten

Exertis trad op als distributeur voor Lenovo op basis van een distributieovereenkomst die op 30 juni 2024 werd beëindigd. Exertis vorderde betaling van de waarde van de nog aanwezige voorraad Lenovo-producten, stellende dat Lenovo een resultaats- of inspanningsverbintenis was aangegaan om deze voorraad op te ruimen of over te nemen.

Tijdens een voorlopig getuigenverhoor verklaarden medewerkers van beide partijen over een gesprek op een beurs in januari 2024. Exertis-medewerkers stelden dat Lenovo had toegezegd hen niet met de voorraad te laten zitten en vijf maanden nodig had om de voorraad op de markt te brengen. Lenovo-medewerkers spraken van een vrijblijvende toezegging om waar mogelijk te helpen bij de verkoop, zonder concrete verbintenis.

De rechtbank oordeelde dat de verklaringen tegenstrijdig zijn en dat uit de e-mailcorrespondentie geen resultaatsverbintenis kan worden afgeleid. Ook het beroep op gebruikelijkheid in de branche faalde, mede omdat de algemene voorwaarden expliciet uitsluiten dat Lenovo verplicht is de voorraad terug te kopen.

Ten aanzien van de inspanningsverbintenis stelde de rechtbank dat een vrijblijvende toezegging onvoldoende is zonder concrete afspraken over de inhoud en uitvoering van de inspanning. Exertis slaagde er niet in aan te tonen dat Lenovo een dergelijke verbintenis is aangegaan.

De vorderingen werden daarom afgewezen en Exertis werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente over deze kosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Exertis af wegens het ontbreken van een resultaats- of inspanningsverbintenis van Lenovo.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/776476 / HA ZA 25-1550
Vonnis van 1 juli 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EXERTIS BENELUX B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Exertis,
advocaat: mr. J.O. de Wilde,
tegen
de uitgesloten aansprakelijkheid
LENOVO INTERNATIONAL COÖPERATIEF U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Lenovo,
advocaat: mr. P.J. de Jong Schouwenburg.

1.De kern van de zaak

1.1.
Exertis heeft als distributeur voor Lenovo opgetreden. Exertis vindt dat Lenovo na het beëindigen van het contract gehouden was om de nog bij haar aanwezige voorraad aan Lenovo producten op te ruimen dan wel over te nemen, maar dat zij niet aan deze verplichting heeft voldaan. Exertis vordert daarom in deze procedure betaling van de waarde van de voorraad. Lenovo betwist dat een dergelijke verplichting op haar rust en zij gehouden is om enig bedrag aan Exertis te betalen. De rechtbank wijst de vorderingen van Exertis af en legt hierna uit waarom.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 september 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met een productie,
- het tussenvonnis van 4 februari 2026, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 juni 2026 en de daarin genoemde stukken

3.De feiten

3.1.
Exertis is een distributie- en fulfilmentpartner op het gebied van onder meer consumentenelektronica.
3.2.
Lenovo is een wereldwijd technologiebedrijf.
3.3.
Partijen hebben op 1 april 2022 een Distributor Agreement met elkaar gesloten op basis waarvan Exertis voor Lenovo als distributeur optrad (hierna: de overeenkomst).
3.4.
Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing (hierna: AV). [1] In artikel 26.6 van de AV staat onder meer dat Lenovo bij beëindiging van de overeenkomst geen plicht heeft de bij Exertis nog aanwezige voorraad terug te kopen.
3.5.
Op 30 januari 2024 heeft op de Integrated Systems Europe Beurs in Barcelona (hierna: de beurs) een gesprek plaatsgevonden tussen [naam 1] en [naam 2] , beiden werkzaam bij Exertis, enerzijds en [naam 3] en [naam 4] , beiden werkzaam bij Lenovo, anderzijds. In dit gesprek is door [naam 3] tegen [naam 1] en [naam 2] gezegd dat Lenovo de overeenkomst zou gaan opzeggen. Exertis had op dat moment nog een voorraad aan Lenovo producten (hierna: de voorraad).
3.6.
Over de verdere inhoud van dit gesprek en specifiek over de vraag wat over de voorraad is besproken heeft op 3 april 2025 een voorlopig getuigenverhoor bij deze rechtbank plaatsgevonden. [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] zijn gehoord.
[naam 1] heeft onder meer het volgende verklaard:
“Toen zei [naam 2] vrij snel van hoe werkt dat met het contract opzeggen en de voorraden die wij nog hebben? [naam 3] antwoordde in het Nederlands daar hebben wij nog vijf maanden voor nodig daar laten we jullie niet mee zitten. (…)
[naam 3] heeft steeds bevestigd dat hij ons niet met de voorraad zou laten zitten. [naam 3] zei “wij hebben daarvoor ongeveer 5 maanden nodig om het op te ruimen in de markt”. Hij heeft dit zeker twee keer gezegd.”
[naam 2] heeft onder meer het volgende verklaard:
“Snel daarna kwam hij met de boodschap we gaan stoppen met jullie als distributeur. Maar daarbij ook gelijk de opmerking “wij laten jullie niet zitten met de voorraden, we hebben 5 maanden nodig om dat uit de magazijnen te krijgen, we gaan jullie helpen. (…)
Ik vroeg aan [naam 3] of hij mij kon helpen door de voorraden sneller uit de magazijnen te krijgen omdat ons fiscale jaar sluit op 31 maart. [naam 3] zei dat hij echt 5 maanden de tijd nodig had.”
[naam 3] heeft onder meer het volgende verklaard:
“Ik heb aangegeven dat we per eind maart de samenwerking zouden opzeggen, conform het
contract, zodat dan eind maart de distributieovereenkomst zou worden beëindigd. Daarna
hebben we aangegeven dat wij waar mogelijk zouden proberen te helpen bij het verkopen
van de voorraad. (…)
Ten opzichte van de voorraden is er nooit een toezegging gedaan, we hebben alleen gezegd dat we ze zouden ondersteunen. Ik heb gezegd: “From partnership-perspective: we try to do what we can to support you selling your stock”. Dit heb ik aangegeven.”
[naam 4] heeft onder meer het volgende verklaard:
“Wat er verder nog besproken was, is dat we Exertis zo goed als mogelijk zouden helpen om van de voorraad af te komen door middel van commerciële activiteiten en hen zo te helpen dit aan resellers te verkopen.”
3.7.
Op 29 maart 2024 is de overeenkomst schriftelijk door Lenovo per 30 juni 2024 beëindigd.
3.8.
Exertis heeft meermaals per e-mail aan Lenovo verzocht om een oplossing voor de voorraad.

4.Het geschil

4.1.
Exertis vordert na wijziging van eis - samengevat - veroordeling van Lenovo tot betaling van primair € 208.875,- en subsidiair € 101.384,-, vermeerderd met de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
4.2.
Exertis legt aan de primaire vordering ten grondslag dat Lenovo met haar uitspraken op de beurs een resultaatsverbintenis is aangegaan. Deze verbintenis houdt in dat Lenovo de voorraad zou opruimen dan wel overnemen. Lenovo heeft zich niet aan deze verbintenis gehouden en Exertis zit nog met een voorraad ter waarde van € 202.768,-. Zij vordert daarom nu dit bedrag vermeerderd met € 6.107,- aan verlies over de verkochte voorraad na de opzegging. Subsidiair stelt Exertis dat Lenovo in ieder geval een inspanningsverbintenis met Exteris is aangegaan. Zij stelt dat Lenovo niet aan deze verbintenis heeft voldaan en dat haar schade hierdoor de helft van de waarde van de voorraad is.
4.3.
Lenovo betwist dat zij een resultaats- dan wel inspanningsverbintenis met Exertis is aangegaan. Tijdens de beurs is alleen gezegd dat Exertis waar mogelijk geholpen zou worden van de voorraad af te komen. Dit levert geen verbintenis op.
3.4.
Op de verdere onderbouwing van de standpunten van partijen wordt hieronder, voor zover relevant, verder ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Exertis legt aan haar vorderingen een resultaats- dan wel inspanningsverbintenis ten grondslag. Beide verbintenissen zijn door Lenovo betwist. Dit betekent dat het aan Exertis is om aan te tonen dat de verbintenissen wel degelijk zijn aangegaan. Zij is hier niet in geslaagd. Hiervoor is de volgende uitleg van belang.
De resultaatsverbintenis
5.2.
Wat betreft de gestelde resultaatsverbintenis, geldt allereerst dat sprake is van tegenstrijdige verklaringen. De twee medewerkers van Exertis hebben tijdens het voorlopig getuigenverhoor verklaard dat [naam 3] heeft gezegd dat zij hen niet met de voorraad zouden laten zitten en vijf maanden nodig hebben om de voorraad op de markt op te ruimen. De twee medewerkers van Lenovo verklaren daarentegen dat zij hebben gezegd dat zij waar mogelijk zouden proberen te helpen bij het verkopen van de voorraad. Op basis van deze tegenstrijdige verklaringen kan dan ook geen resultaatsverbintenis worden vastgesteld.
5.3.
Daarnaast kan een resultaatverbintenis, anders dan Exertis stelt, niet worden afgeleid uit de overgelegde e-mailcorrespondentie tussen partijen na de beurs. De e-mails die Exertis aan Lenovo heeft gestuurd waarin zij het heeft over de door haar gestelde verbintenis, zijn namelijk e-mails die Exertis zelf heeft gestuurd. Dat Lenovo op sommige e-mails niet heeft gereageerd, maakt ook niet dat zij het eens is met de inhoud ervan. Daaruit kan dus geen bevestiging van een gemaakte afspraak worden afgeleid.
5.4.
Ten slotte kan de stelling van Exertis dat het gebruikelijk is dat de leverancier de distributeur bij het beëindigen van de distributierelatie niet met de voorraad laat zitten, niet als onderbouwing van haar vordering worden meegenomen. Lenovo betwist namelijk dat het terugkopen van voorraad in de branche waarbinnen partijen werkzaam zijn een gebruikelijke werkwijze is en dat dit wel het geval is, komt ook niet overeen met de tussen partijen gemaakte afspraken. In artikel 26.6 van de AV staat immers dat Lenovo bij beëindiging van de overeenkomst geen plicht heeft de bij Exertis nog aanwezige voorraad terug te kopen.
De inspanningsverbintenis
5.5.
Volgens Exertis volgt uit de verklaringen van de medewerkers van Lenovo tijdens het voorlopig getuigenverhoor in ieder geval een inspanningsverbintenis, omdat zij hebben gezegd dat zij waar mogelijk zouden proberen te helpen bij het verkopen van de voorraad. Voor het vaststellen van een inspanningsverbintenis is deze opmerking alleen onvoldoende. Hiervoor is namelijk ten minste nodig dat afspraken zijn gemaakt over de daadwerkelijke inhoud van de inspanning, bijvoorbeeld hoe geholpen zou worden en wanneer aan de inspanning is voldaan. In dit geval kan op basis van de verklaringen van de medewerkers van Lenovo alleen een vrijblijvende toezegging worden vastgesteld.
Conclusie en kosten
5.6.
Exertis heeft niet aangetoond dat Lenovo met haar een resultaats- dan wel inspanningsverbintenis is aangegaan. De vorderingen van Exertis worden daarom afgewezen.
5.7.
Exertis is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Lenovo worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
5.770,00
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
12.820,00
5.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen van Exertis af,
6.2.
veroordeelt Exertis in de proceskosten van € 12.820,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Exertis niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Exertis tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Sullivan, rechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.

Voetnoten

1.“Attachment B General Terms” bij de overeenkomst.