Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De kern van de zaak
2.De procedure
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 juni 2026 en de daarin genoemde stukken
Rechtbank Amsterdam
Exertis trad op als distributeur voor Lenovo op basis van een distributieovereenkomst die op 30 juni 2024 werd beëindigd. Exertis vorderde betaling van de waarde van de nog aanwezige voorraad Lenovo-producten, stellende dat Lenovo een resultaats- of inspanningsverbintenis was aangegaan om deze voorraad op te ruimen of over te nemen.
Tijdens een voorlopig getuigenverhoor verklaarden medewerkers van beide partijen over een gesprek op een beurs in januari 2024. Exertis-medewerkers stelden dat Lenovo had toegezegd hen niet met de voorraad te laten zitten en vijf maanden nodig had om de voorraad op de markt te brengen. Lenovo-medewerkers spraken van een vrijblijvende toezegging om waar mogelijk te helpen bij de verkoop, zonder concrete verbintenis.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen tegenstrijdig zijn en dat uit de e-mailcorrespondentie geen resultaatsverbintenis kan worden afgeleid. Ook het beroep op gebruikelijkheid in de branche faalde, mede omdat de algemene voorwaarden expliciet uitsluiten dat Lenovo verplicht is de voorraad terug te kopen.
Ten aanzien van de inspanningsverbintenis stelde de rechtbank dat een vrijblijvende toezegging onvoldoende is zonder concrete afspraken over de inhoud en uitvoering van de inspanning. Exertis slaagde er niet in aan te tonen dat Lenovo een dergelijke verbintenis is aangegaan.
De vorderingen werden daarom afgewezen en Exertis werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente over deze kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Exertis af wegens het ontbreken van een resultaats- of inspanningsverbintenis van Lenovo.