ECLI:NL:RBAMS:2026:6873

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
12024018 \ CV EXPL 25-17684
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering wegens niet-betaalde doorlopend krediet met hoge rente

Op 29 maart 2023 sloten partijen een doorlopende kredietovereenkomst met een rentepercentage van 28,56% per jaar. Het verstrekte krediet bedroeg per 30 september 2025 €24.999,72. Gedaagde bleef achter met betalingen, ondanks ingebrekestelling door Yeaz. Yeaz vorderde betaling van het openstaande bedrag, de contractuele rente en proceskosten.

Tijdens de mondelinge behandeling op 4 juni 2026 erkende gedaagde de vordering volledig, maar gaf aan niet te kunnen betalen. De kantonrechter wees de vordering toe, inclusief de rente, ondanks het hoge rentepercentage, omdat dit inherent is aan het type krediet.

Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het bedrag, de rente vanaf 15 december 2025 tot volledige betaling, en de proceskosten van €2.951,71. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 3 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande kredietbedrag met contractuele rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12024018 \ CV EXPL 25-17684
Vonnis van 3 juli 2026
in de zaak van
SVEA CREDIT B.V.,
handelend onder de naam YEAZ
Gevestigd te Gouda,
eisende partij,
hierna te noemen: Yeaz,
gemachtigde: mr. M.A. van den Brink,
tegen
[gedaagde], v.h.o.d.n. [bedrijf]
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 december 2025, met producties,
- het antwoord van [gedaagde] van 3 februari 2026,
- het aanvullend antwoord van [gedaagde] van 3 maart 2026, met producties,
- het tussenvonnis van 17 maart 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 4 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij de spreekaantekeningen van mr. van den Brink aan het dossier zijn gevoegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De gronden van de beslissing

2.1.
Partijen hebben op 29 maart 2023 een doorlopend kredietovereenkomst gesloten tegen een rente van 28,56% per jaar.
2.2.
Het totaal verstrekte kredietsaldo bedraagt per 30 september 2025 € 24.999,72.
2.3.
[gedaagde] is achtergebleven met het betalen van de termijnen. Nadat Yeaz [gedaagde] ingebreke heeft gesteld en betaling uitbleef, is Yeaz overgegaan tot dagvaarden.
2.4.
Yeaz vordert, - samengevat – en na vermindering van eis ter zitting, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 24.999,72 plus de contractuele rente na dagvaarding en de proceskosten.
2.5.
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling de vordering geheel erkend en aangegeven dat hij niet kan betalen.
2.6.
Nu [gedaagde] de vordering heeft erkend, zal deze worden toegewezen. Dit geldt ook voor de niet betwiste rente van 28,56% per jaar op de wijze zoals in het dictum vermeld. De kantonrechter overweegt dat het weliswaar om een hoog percentage gaat, maar dat dit inherent is aan het soort krediet.
2.7.
[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
149,71
- griffierecht
1.504,00
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.951,71

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Yeaz te betalen een bedrag van € 24.999,72 te vermeerderen met de overeengekomen rente van 28,56% per jaar over het toegewezen bedrag, met ingang van 15 december 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.951,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Sullivan, kantonrechter, bijgestaan door mr. S.C.C. Valk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.