Uitspraak
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
‘alsmede hoofdelijk voor zich in privé’zonder dat is toegelicht wat CMF daarmee heeft beoogd en wat hoofdelijke aansprakelijkheid inhoudt. Uit de stukken van CMF blijkt ook niet of en zo ja, hoe zij de overeenkomst aan [gedaagde 2] heeft toegelicht. CMF heeft op de zitting weliswaar verklaard dat zij telefonisch aan [gedaagde 2] heeft meegedeeld dat hij moet ‘
meetekenen in privé’, maar dat is onvoldoende om te concluderen dat CMF de overeenkomst (afdoende) heeft uitgelegd. Het gaat in dit geval weliswaar om een zakelijke lening, maar dat neemt niet weg dat CMF aan een privépersoon duidelijk moet uitleggen welke verplichtingen hij op zich neemt. Daarbij moet rekening worden gehouden met de taalvaardigheid van de privépersoon. De uitleg die CMF stelt aan [gedaagde 2] te hebben gegeven, voldoet daar niet aan. Ook in de algemene voorwaarden ontbreekt een uitleg wat onder de daarin genoemde hoofdelijke aansprakelijkheid van (rechts)personen wordt verstaan, nog los van de vraag of het zou hebben volstaat om dergelijke essentiële informatie in de algemene voorwaarden te vermelden. Dat de echtgenote van [gedaagde 2] ook de leningsovereenkomst heeft ondertekend, maakt het voorgaande niet anders. Ook daarvoor geldt dat de enkele verwijzing naar artikel 1:88 BW Pro in de overeenkomst niet volstaat als een deugdelijke en voor [gedaagde 2] en zijn vrouw begrijpelijke toelichting van het doel daarvan en evenmin is gesteld noch gebleken dat hen dat door CMF op een andere wijze is uitgelegd.
alsmede hoofdelijk voor zich in privé’ en het tekenen door zijn echtgenote als “
partner uit hoofde van ART 1:88 van Pro het BW” niet worden afgeleid dat [gedaagde 2] heeft beseft wat de bedoeling was van die zinsnedes en dat hij zich daadwerkelijk hoofdelijk heeft verbonden of willen verbinden tot terugbetaling van de lening van [gedaagde 1], dan wel dat CMF daarop heeft mogen vertrouwen. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat er een overeenkomst tussen CMF en [gedaagde 2] tot stand is gekomen. [gedaagde 2] is dus niet aansprakelijk voor het terugbetalen van de lening. De kantonrechter wijst daarom de vordering van CMF tegen [gedaagde 2] af.