ECLI:NL:RBAMS:2026:6849

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789147 / FA RK 26/4595
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1 WvggzArt. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor zes maanden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een chronische recidiverende manisch-psychotische stoornis en een licht verstandelijke beperking.

Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, maar was deugdelijk opgeroepen en vertegenwoordigd door haar advocaat. De rechtbank besloot de zitting in afwezigheid voort te zetten omdat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.

Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, financiële schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Vrijwillige zorg bleek niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.

De rechtbank achtte de voorgestelde vormen van verplichte zorg proportioneel en effectief, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. De duur van de machtiging werd vastgesteld op zes maanden, mede op verzoek van de raadsvrouw, gezien de huidige situatie en het belang van monitoring.

De beschikking werd op 25 juni 2026 mondeling gegeven en op 6 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor de duur van zes maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/789147 / FA RK 26/4595
kenmerk: ZM/IND/201112
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 25 juni 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] (Suriname),
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C. Stroobach te Diemen,
zorgaanbieder: Arkin.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 9 juni 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026 in het gebouw van de rechtbank.
1.3.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- mr. N. de Vos (telefonisch), namens mr. C. Stroobach, raadsvrouw van betrokkene;
- dhr. [persoon] , arts.
1.4.
Bij aanvang van de zitting bleek dat betrokkene niet aanwezig was.
1.4.1.
Uit artikel 6:1, eerste lid, Wvggz volgt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene daartoe niet in staat of bereid is. De rechtbank constateert dat betrokkene deugdelijk is opgeroepen. Op 16 juni 2026 is per aangetekende post een oproep voor de zitting aan betrokkene verzonden. Op basis van de track & trace gegevens blijkt dat de brief op 18 juni 2026 uur op het adres van betrokkene is bezorgd.
De rechtbank constateert dat betrokkene daarnaast via haar advocaat op de hoogte was van de zitting. De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat zij gemachtigd is.
1.4.2.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat betrokkene in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, maar dat zij niet bereid is zich te doen horen. De rechtbank heeft daarop besloten om de mondeling behandeling in afwezigheid van betrokkene voort te zetten.
1.5.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een chronische recidiverende manisch-psychotische stoornis, bij wie daarnaast sprake van zwakbegaafd tot licht verstandelijk beperkt niveau van functioneren.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie.
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De raadsvrouw heeft namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen omdat sprake is van vrijwilligheid. Betrokkene werkt aan alles vrijwillig mee, is goed in contact en neemt haar medicatie. Subsidiair is verzocht het verzoek in duur te beperken tot zes maanden.
De arts heeft aangegeven dat betrokkene eerder vrijwillig in zorg was maar dat er later ambivalentie was en twijfel over de zorg. In tijden van ambivalentie is de zorgmachtiging nodig om in te grijpen en niet het nadeel op te laten lopen voor acuut dreigend ernstig nadeel. Het is nu nog te onzeker om te voorspellen hoe de komende periode gaat, ondanks dat ze nu zegt akkoord te zijn. Daarnaast is betrokkene net gestart met nieuwe medicatie en het is belangrijk om dat te monitoren. Zes maanden is voor een FACT-team kort voor een behandeling, dat gaat over jaren. Gelet op de rechtspositie van betrokkene is zes maanden wel goed.
De rechtbank volgt de raadsvrouw in haar subsidiaire verweer. Omdat het nu goed gaat met betrokkene maar in het verleden ook wel anders is geweest is een zorgmachtiging nodig voor zes maanden.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] (Suriname), inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 25 december 2026.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 25 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. E. Dinjens, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 6 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.