ECLI:NL:RBAMS:2026:6843

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789635 / FA RK 26/4852
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 lid 1 en 2 WzdArt. 37 WzdArt. 38 WzdArt. 39 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting van inbewaringstelling bij psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, die lijdt aan de ziekte van Alzheimer. De mondelinge behandeling vond plaats op 17 juni 2026, waarbij de rechtbank verschillende betrokkenen heeft gehoord, waaronder de arts, specialist ouderengeneeskunde en verpleegkundige.

De rechtbank overweegt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene het gevolg is van haar psychogeriatrische aandoening. Tijdens de behandeling is toegelicht dat betrokkene aanvankelijk verzet toonde bij terugkomst van Aruba, maar dat dit een eenmalig incident was en zij inmiddels geen verzet meer vertoont. De raadsman gaf aan dat het verzoek kan worden afgewezen omdat er geen verzet meer is.

De rechtbank concludeert dat betrokkene zelf heeft aangegeven graag te blijven waar zij is en dat de wettelijke vereisten voor voortzetting van de inbewaringstelling niet zijn vervuld. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling af. De beschikking is op 19 juni 2026 mondeling gegeven en op 26 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van verzet en het niet voldoen aan de wettelijke vereisten.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/789635 / FA RK 26/4852
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikking van 19 juni 2026naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1947,
wonende en verblijvende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. E. Bruijn te Amsterdam,
zorgaanbieder: Compaan, locatie [locatie] .

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 17 juni 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026, in het gebouw van de zorgaanbieder. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- mw. [persoon 1] , arts;
- mw. [persoon 2] , specialist ouderengeneeskunde (via Teams);
- [persoon 3] , verpleegkundige.

2.Beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 37 Wzd Pro in samenhang gelezen met artikel 38 en Pro artikel 39 Wzd Pro kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en Pro 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de cliënt het gevolg is van zijn psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer.
2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling licht de arts toe dat toen betrokkene terugkwam van Aruba sprake was van verzet. Betrokkene probeerde tijdens de autorit de deur te openen en wilde bij aankomst niet naar binnen. De IBS is aangevraagd en er is gestart met haldol. Betrokkene vertoont geen verzet meer, het was een eenmalig incident. De bedoeling is om de haldol af te bouwen. Het is de vraag wat dat doet omdat er verschillende patronen kunnen zijn bij dementie. Mocht er een terugval zijn is er zonder IBS geen mogelijkheid om in te grijpen.
De raadsman heeft aangegeven dat er nu geen verzet meer is en het verzoek kan worden afgewezen. Als er geen vertrouwen is kan er alsnog opnieuw een IBS aangevraagd worden. Betrokkene heeft aangegeven het fijn te vinden op de plek waas ze is. Ze is goed ontvangen en voelt zich goed.
2.4.
Gelet op het voorgaande en hetgeen betrokkene zelf naar voren gebracht is de rechtbank van oordeel dat bij betrokkene geen sprake is van verzet. Ze heeft aangegeven graag te blijven waar ze is en heeft uitgelegd waarom zij toen van slag was. Daarmee is niet voldaan aan de wettelijke vereisten om de inbewaringstelling voort te zetten. Het verzoek dient derhalve afgewezen te worden.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoekt tot voortzetting van de inbewaringstelling af.
Deze beschikking is op 19 juni 2026 mondeling gegeven door mr. M. van der Kaay, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 26 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.