Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, die lijdt aan de ziekte van Alzheimer. De mondelinge behandeling vond plaats op 17 juni 2026, waarbij de rechtbank verschillende betrokkenen heeft gehoord, waaronder de arts, specialist ouderengeneeskunde en verpleegkundige.
De rechtbank overweegt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene het gevolg is van haar psychogeriatrische aandoening. Tijdens de behandeling is toegelicht dat betrokkene aanvankelijk verzet toonde bij terugkomst van Aruba, maar dat dit een eenmalig incident was en zij inmiddels geen verzet meer vertoont. De raadsman gaf aan dat het verzoek kan worden afgewezen omdat er geen verzet meer is.
De rechtbank concludeert dat betrokkene zelf heeft aangegeven graag te blijven waar zij is en dat de wettelijke vereisten voor voortzetting van de inbewaringstelling niet zijn vervuld. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling af. De beschikking is op 19 juni 2026 mondeling gegeven en op 26 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van verzet en het niet voldoen aan de wettelijke vereisten.