Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
Deepdivesessie plaatsgevonden. DNZ heeft toen aan CBOX een presentatie gegeven over de aanpak van DNZ en over het beoogde platform BigCommerce.
BigCommerce Enterprise incl. B2B-editie, een toekomstbestendig
SaaScontent & commerce platform. De Nieuwe Zaak zal met behulp van deze software de shop gaan realiseren.
Discoveryfase. Toen vond op het kantoor van DNZ een eerste sessie plaats. Een tweede sessie was op 22 april 2025 op het kantoor van DNZ en de laatste sessie op 30 april 2025 (online).
Discoveryfase. DNZ heeft toen laten weten dat de eenmalige projectinvestering zou uitkomen op € 162.500 (excl. btw). Deze raming is als volgt opgebouwd:
Discoveryfase.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Discoveryfase de samenwerking kan worden beëindigd. In het laatste onderdeel van artikel 4.3 van de overeenkomst (2.5.) staat daarover onder meer het volgende:
Mocht tijdens de Discovery fase blijken dat de investering van de Realisatie fase buiten proportioneel afwijkt (meer dan 20%) op basis van dit voorstel, dan gaan beide partijen in overleg om te bepalen hoe de vervolgroute eruit ziet. Beide partijen zetten zich in om samen een gedegen oplossing te bedenken, mocht dit niet lukken dan behoor[t] het be[ë]indigen van de samenwerking tot een optie.’
Discoveryfase aan DNZ laten weten dat zij de samenwerking niet wil voortzetten. Tussen partijen is in geschil of CBOX de samenwerking tussentijds mocht beëindigen.
Discoverykwam het bedrag uit op € 162.500,00. Dat is een toename van 12,5% en daarmee is binnen de marge van 20% gebleven. Daarnaast heeft CBOX nagelaten het in artikel 4.3 van de overeenkomst voorgeschreven overleg met DNZ te voeren.
go/no gomoment in te bouwen na de
Discoveryfase. Dat blijkt ook uit de e-mail van DNZ aan CBOX van 5 maart 2025 (2.4.). Door de toevoeging van artikel 4.3 aan de overeenkomst gaf CBOX feitelijk opdracht tot het uitvoeren van de
Discoveryfase. DNZ wist dat de overeenkomst daarna nog kon worden beëindigd.
Discoveryfase.
go/no gomoment’ oftewel een ‘
opt out’ in te bouwen en dat is vastgelegd in het laatste onderdeel van artikel 4.3 van de overeenkomst. In dat onderdeel zijn de voorwaarden om de overeenkomst tussentijds te beëindigen op zich duidelijk beschreven. In de e-mail van 5 maart 2025 van DNZ aan CBOX is de
opt outin gelijke zin weergegeven. De eerste voorwaarde is dat de investering in de realisatie fase buitenproportioneel afwijkt van het aanvankelijke budget (meer dan 20%). Hierin zit geen beperking voor wat betreft de (stel)posten die kunnen wijzigen en ook niet voor wat betreft vooraf door CBOX te geven toestemming voor meerwerk of prijswijzigingen. Verder staat meerdere keren in de overeenkomst dat de inzet van de stelposten definitief wordt bepaald in de
Discoveryfase, hetgeen zo kan worden opgevat dat die stelposten nog kunnen worden aangepast.
niet hogerwordt, tenzij nieuwe wensen ontstaan aan de kant van CBOX. In de overeenkomst staat bij diverse stelposten dat het een
maximale investeringbetreft op basis van de huidige inzichten. Bij de uitgangspunten die verder staan omschreven in artikel 4.3 van de overeenkomst, zijn nadere bepalingen opgenomen over de stelposten. Zo zijn deze een voorlopige schatting, omdat de inhoud nog niet volledig bekend is, en is het uitgangspunt dat de oplossing past binnen het budget van de stelpost. Verder valt te lezen dat het ook lager kan uitvallen en dat overschrijding van de stelpost wordt gezien als meerwerk dat pas wordt opgepakt na akkoord van de opdrachtgever.
opt outvastlegden.
opt out. Die is daarin opgenomen, omdat CBOX dat wilde. CBOX heeft daarover tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij uit ervaring weet dat in de praktijk de kosten kunnen stijgen (ook zonder nieuwe wensen van CBOX als opdrachtgever) en dat je daartegen als bedrijf dan in feite geen ‘nee’ kunt zeggen. CBOX heeft met die wetenschap een kostentoename willen maximeren. Verder staat vast dat de
Discoveryfase erop was gericht om de realisatie fase te onderzoeken. Tijdens de
Discoverykon DNZ haar klant leren kennen en kort gezegd inventariseren welke wensen CBOX had. Beide partijen hebben zich dus gerealiseerd dat de investering hoger zou kunnen uitvallen, ook zonder nieuwe wensen van de opdrachtgever. Dat is de aanleiding geweest om in artikel 4.3 van de overeenkomst een regeling op te nemen over de tussentijdse beëindiging. Bovendien is daarmee tegemoet gekomen aan de wens van CBOX om duidelijkheid te verkrijgen en de mogelijkheid te hebben de overeenkomst te beëindigen als de kosten teveel zouden stijgen. Onder die omstandigheden kan CBOX niet met succes betogen dat zij de samenwerking hoe dan ook kon afbreken.
Discoveryfase begrote investering. Dat moet voor CBOX duidelijk zijn geweest, want het staat met zoveel woorden in de e-mail van 5 maart 2025 en het klantportaal wordt ook niet genoemd in de overeenkomst bij ‘investering’. De verhoging kan dus ook niet worden gesteld op 19,5%. Dat betekent dat de investering na de
Discoveryfase ongeveer 12,5% hoger uitkwam en daarmee dus niet hoger was dan 20% (de aanvankelijke investering was € 144.500,00 en de definitieve € 162.500,00). Aan de eerste voorwaarde om de overeenkomst te beëindigen is dus niet voldaan. CBOX mocht de overeenkomst dan ook niet beëindigen. Of partijen overleg hebben gehad (een volgende voorwaarde om te komen tot beëindiging), is daarom niet relevant. De situatie waarin overleg nodig was, is niet ingetreden.
Discoveryfase. DNZ stelt dat zij dat bedrag bij nakoming van de overeenkomst zonder voorbehoud zou hebben ontvangen. DNZ heeft geen vervangende opdrachten kunnen doen en de bespaarde kosten zijn beperkt, aldus DNZ. CBOX voert daartegen terecht aan dat de omzet niet gelijk staat aan gederfde winst of aan verlies. CBOX voert gemotiveerd verweer tegen de hoogte van de schade. Het is aan DNZ om te stellen welke schadeposten zij heeft en om die posten van een onderbouwing te voorzien. DNZ heeft tot op heden onvoldoende onderbouwing gegeven van de gederfde winst en daarom is het niet mogelijk om de schade van DNZ te begroten. DNZ heeft ook niet inzichtelijk gemaakt waarop het door haar als meer subsidiair gevorderde ‘negatief contractsbelang’ van € 50.000,00 is gebaseerd. DNZ wordt in de gelegenheid gesteld haar schade, voorzien van bewijsstukken, nader te onderbouwen. CBOX zal daarop bij akte mogen reageren. Het uitgangspunt is dat daarna een eindvonnis wordt gewezen.
5.De beslissing
22 juli 2026voor het nemen van een akte door DNZ over de schade (4.13), waarna CBOX op de rol van vier weken later mag reageren op die akte en