Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
resellers[handelsnaam] en [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ) verkochten van 2015 tot en met juli 2018 in Nederland en België goud via zogenoemde Forward Gold Sales (hierna: FGS). FGS wordt in het dossier als volgt gedefinieerd. Een FGS is een termijnverkoop en dit hield in dit geval in dat aan een koper een hoeveelheid goud werd verkocht tegen de op het moment van aankoop geldende marktprijs met een korting van minstens 10%. Er werd overeengekomen dat dit goud na tien maanden zal worden geleverd. De
resellersverkochten het goud via FGS voor de onderneming [onderneming 1] (hierna: [onderneming 1] ) van [medeverdachte 1] , waarbij [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] nog als agentschappen tussen [onderneming 1] en de
resellersin zaten. De agentschappen hadden een overeenkomst met [onderneming 1] of een gelieerde onderneming en de
resellershadden een overeenkomst met de agentschappen. Zij ontvingen via de agentschappen commissie voor hun werkzaamheden.
3.Waardering van het bewijs
resellerovereenkomst tussen [medeverdachte 7] en [onderneming 2] gevonden met als datum 1 juli 2015, waarin [verdachte] namens [onderneming 2] staat vermeld. In een e-mailbericht van 7 maart 2016 vraagt [medeverdachte 2] [verdachte] een
resellerovereenkomst te tekenen. Vervolgens wijst [verdachte] [medeverdachte 2] in een bericht van 8 maart 2016 op de datum van de overeenkomst en op het feit dat hij toen geen bestuurder was. [11] [verdachte] heeft verklaard dat zijn handtekening erop staat en dat hij denkt dat hij de
resellerovereenkomst heeft ondertekend, maar dat de datum er blijkbaar achteraf bij is gezet. [12] [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij [onderneming 2] zag als [medeverdachte 2] en dat de betalingen voor zijn commissies waren. Ook over de
resellerovereenkomst tussen [medeverdachte 7] en [onderneming 2] verklaart hij dat hij deze zag als betrekking hebbend op [medeverdachte 2] , omdat [medeverdachte 2] met de overeenkomst kwam. [medeverdachte 3] zegt dat hij te maken had met [medeverdachte 2] en [handelsnaam] . [13] Ook heeft [medeverdachte 3] verklaard dat [medeverdachte 2] tegen hem zei dat hij al die verschillende
resellershad om belastingtechnische redenen. [14] [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij denkt dat hij als manager heeft gefunctioneerd voor [onderneming 2] . [15] Bij een van de bankrekeningen van [onderneming 2] stonden ook het telefoonnummer en e-mailadres van [medeverdachte 2] vermeld als contactgegevens. [16]
resellerovereenkomst tussen [medeverdachte 7] en [bedrijf 5] . Er is niet gebleken dat [bedrijf 5] werkzaamheden heeft verricht voor [medeverdachte 7] .
reseller-overeenkomst voor [onderneming 2] ondertekend. [verdachte] zelf heeft ten slotte meer dan € 400.000,- ontvangen, terwijl hij geen deskundigheid bezat of rol heeft vervuld die de ontvangst van dergelijke bedragen kon rechtvaardigen.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
bewezendat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf van 14 (veertien) maanden.
uitoefening van het beroepvan: bestuurder van ondernemingen die als activiteit hebben het aanbieden, in de ruimste zin van het woord, van beleggingsproducten dan wel andere financiële producten die gericht zijn op een investering door deelnemers, voor de duur van 6 (zes) jaar.