Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2017,
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2020,
Rechtbank Amsterdam
De moeder en de vader hadden een relatie waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. Na beëindiging van de relatie oefent de moeder het gezag uit en verblijven de kinderen bij haar. De moeder is een relatie aangegaan met de stiefvader, die sinds 2022 bij haar en de kinderen woont en met wie zij in 2024 is getrouwd. Samen zorgen zij al ruim vier jaar voor de kinderen.
De vader heeft sinds 2023 geen contact meer met de kinderen en erkent tijdens de zitting het verzoek van moeder en stiefvader zonder verweer. Hij geeft aan zijn situatie te willen stabiliseren en hoopt in de toekomst het contact te kunnen herstellen.
De rechtbank beoordeelt het verzoek op grond van artikel 1:253t BW en stelt vast dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan: de moeder is langer dan drie jaar alleen met het gezag belast en de stiefvader heeft gedurende meer dan een jaar samen met haar voor de kinderen gezorgd. Er is geen vrees dat de belangen van de kinderen worden verwaarloosd.
De rechtbank wijst het verzoek toe en belast de moeder en stiefvader gezamenlijk met het gezag over de twee minderjarige kinderen. De griffier wordt opgedragen dit in het gezagsregister aan te tekenen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en belast de moeder en stiefvader gezamenlijk met het gezag over de minderjarige kinderen.