Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6511

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
13/269270-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek aanvullende toestemming uitbreiding vervolging uit Tsjechië

De rechtbank Amsterdam heeft op 10 juni 2026 een verzoek beoordeeld van de Arrondissementsrechtbank in Bruntál, Tsjechië, ingediend via de officier van justitie, tot het verlenen van aanvullende toestemming voor uitbreiding van vervolging van een overgeleverde persoon geboren in 1975.

Het verzoek voldeed niet aan de vereisten van artikel 8, eerste lid, van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ, omdat het geen nationaal aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing bevatte. Hierdoor kon de rechtbank niet overgaan tot inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU) en stelde vast dat de overgeleverde persoon daardoor ook niet de mogelijkheid had gehad om zijn opmerkingen en bezwaren kenbaar te maken.

Op grond van deze tekortkomingen wees de rechtbank het verzoek af en verleende geen toestemming voor uitbreiding van de vervolging. De beslissing werd genomen door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het verzoek om aanvullende toestemming voor uitbreiding van vervolging wordt afgewezen wegens het ontbreken van een nationaal aanhoudingsbevel of gelijkwaardige rechterlijke beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-269270-24
Datum beslissing: 10 juni 2026
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 17 februari 2026, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door de
Okresní soud(Arrondissementsrechtbank) in Bruntál, Tsjechië en betreft:
[de overgeleverde persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] (voormalig Tsjecho-Slowakije),
thans gedetineerd in Tsjechië,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat niet alle gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Het verzoek bevat immers geen vermelding van een nationaal aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing.
In verband met het voorgaande zal het verzoek worden afgewezen. De rechtbank komt daardoor niet toe aan een beoordeling van de vraag of de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken (vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63).
De rechtbank wijst het verzoek af.

2.Beslissing

De rechtbank:
WIJST AFhet verzoek om toestemming voor uitbreiding van de vervolging van
[de overgeleverde persoon]voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 10 juni 2026 door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. L. Baroud en A.B.M. Wijnveldt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier.