Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
feit 1), vernieling van een autoraam en portier op 22 maart 2024 (
feit 2), diefstal van een telefoon op 12 oktober 2024 (
feit 3), diefstal van een telefoon op 3 januari 2025 (
feit 4) en wederspannigheid met lichamelijk letsel als gevolg op 26 februari 2025 (
feit 5). De feiten zouden hebben plaatsgevonden in Amsterdam, Diemen, Driemond en/of Almere.
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
90 (negentig) dagen
gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later iets anders wordt gelast.
2 (twee) jarenvast.
€ 2.675,26 (tweeduizendzeshonderdvijfenzeventig euro en zesentwintig cent)aan vergoeding van
materiële schadeen een bedrag van
€ 1.500,- (duizendvijfhonderd euro)aan vergoeding van
immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
verplichtingop om ten behoeve van [benadeelde partij 2]
aan de Staat € 4.175,26 (vierduizendhonderdvijfenzeventig euro en zesentwintig cent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 januari 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
40 (veertig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
€ 435,- (vierhonderdvijfendertig euro)aan vergoeding van
materiële schadeen een bedrag van
€ 2.100,- (tweeduizendhonderd euro)aan vergoeding van
immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 26 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
verplichtingop om ten behoeve van [benadeelde partij 1]
aan de Staat € 2.535,- (tweeduizendvijfhonderdvijfendertig euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 februari 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
25 (vijfentwintig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.