Uitspraak
1.De procedure
2.Feiten en omstandigheden
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
[verweerder] voert daartegen aan dat partijen zijn overeengekomen dat [verweerder] zijn werk in beginsel vanuit huis verricht, maar dat hij na indiensttreding alleen tijdelijk zou afwijken van deze afspraak door op woensdagen en twee andere dagdelen op school aanwezig te zijn ter vervanging van een zieke collega. Voor zover al zou worden aangenomen dat [verweerder] op basis van de gemaakte afspraken verplicht is om wekelijks op vaste dagen aanwezig te zijn op school, voert [verweerder] aan dat [verzoekster] deze verplichting sinds januari 2020 meerdere jaren niet heeft gehandhaafd, terwijl hij zijn werkzaamheden structureel vanuit huis verrichtte. Volgens [verweerder] is hierdoor sprake is van een bestendige gedragslijn waarop hij heeft mogen vertrouwen, waardoor een verworven recht is ontstaan om zijn werkzaamheden grotendeels op afstand te blijven verrichten.
normaliterop die dagen aanwezig is, wijst op een structurele afspraak.
ernstigverwijtbaar handelen of nalaten en de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Daartoe weegt mee dat [verweerder] voorafgaand aan zijn indiensttreding jarenlang als zzp-er zijn werkzaamheden grotendeels op afstand verrichtte en bij aanvang van het dienstverband was besproken dat hij op dezelfde wijze kon blijven werken. Na zijn indiensttreding is [verweerder] slechts een korte periode structureel op woensdag aanwezig geweest op school. Tegen die achtergrond kon bij [verweerder] de indruk bestaan dat fysieke aanwezigheid op vaste dagen geen harde verplichting was. Hij is daarin blijven hangen, ten onrechte, maar dat maakt dat zijn handelwijze daarom wel verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar is.