ECLI:NL:RBAMS:2026:6445

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
C/13/731399 / HA ZA 23-309
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:83 BWArt. 6:89 BWArt. 6:119 BWArt. 6:265 BWArt. 6:271 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst levering indoor farms wegens tekortkoming en gebreken

Partijen sloten een overeenkomst voor levering van twee indoor farms voor aardbeienteelt. Smartkas stelde dat de farms gebreken vertoonden en niet geschikt waren voor professionele jaarrond teelt. Parus vorderde betaling van een openstaand saldo, Smartkas stelde tegenvorderingen tot ontbinding en terugbetaling.

De rechtbank benoemde deskundigen die een uitgebreid onderzoek uitvoerden, waaronder locatiebezoeken en hoorzittingen. Het deskundigenbericht concludeerde dat de farms ernstige functionele en technische gebreken hadden, zoals een ongeschikt watersysteem, onvoldoende ozon- en UV-ontsmetting, en een amateuristisch CO2-systeem. Herstel zou neerkomen op volledige herontwerp en vervanging.

Parus voerde diverse bezwaren tegen het deskundigenbericht aan, waaronder methodologische fouten en ondeskundigheid, maar deze werden verworpen. De rechtbank oordeelde dat Parus tekortgeschoten was in de nakoming en in verzuim verkeerde. De overeenkomst werd ontbonden, vorderingen van Parus afgewezen, en Parus veroordeeld tot terugbetaling van betaalde bedragen en schadestaatprocedure. Proceskosten en rente werden toegewezen en veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank ontbindt de overeenkomst wegens tekortkoming, wijst vorderingen Parus af, veroordeelt tot terugbetaling en schadestaatprocedure, en legt proceskostenveroordeling op.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/731399 / HA ZA 23-309
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VARIPAR DISTRIBUTION B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Parus,
advocaat: mr. R.A.F. Harmsen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SMARTKAS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: Smartkas,
advocaat: mr. G. Ruardij.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 mei 2025 en de daarin genoemde stukken,
- het deskundigenbericht van 30 januari 2026,
- de conclusie na deskundigenbericht van Parus, met producties 79 – 96,
- de conclusie na deskundigenbericht van Smartkas.
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken.

2.De zaak, de procedure en de beslissingen van de rechtbank het kort

De zaak
2.1.
Partijen hebben een overeenkomst gesloten strekkende tot de verkoop en levering van twee indoor farms voor de teelt van aardbeien door Parus aan Smartkas, te weten één op een locatie in Nederland (de NL-farm) en één op een locatie in het Verenigd Koninkrijk (de UK-farm). Beide farms zijn in de loop van 2022 gerealiseerd en Smartkas heeft die vervolgens in gebruik genomen. Smartkas heeft alle facturen van Parus betaald, afgezien van een saldo van USD 682.632,24 op de slotfactuur.
2.2.
Eind januari 2023 heeft Smartkas aan Parus laten weten dat de UK-farm verschillende gebreken vertoonde. Daarna zijn partijen verwikkeld geraakt in een het nu voorliggende geschil. Inmiddels zijn beide farms buiten werking gesteld en (grotendeels) ontmanteld.
2.3.
Parus vordert in deze procedure – samengevat – veroordeling van Smartkas tot betaling van het openstaande saldo van haar slotfactuur, vermeerderd met rente, koerswijzigingsschade en kosten.
2.4.
Smartkas betwist iets aan Parus verschuldigd te zijn. Volgens haar is Parus tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat beide farms niet aan de overeenkomst beantwoorden en verschillende gebreken vertonen. Smartkas heeft ook tegenvorderingen ingesteld. Smartkas vordert onder meer i) ontbinding van de overeenkomst, ii) veroordeling van Parus tot betaling van verschillende bedragen aan aanvullende schadevergoedingen dan wel verwijzing naar de schadestaatprocedure en iii) terugbetaling van alle door haar reeds aan Parus betaalde bedragen.
De procedure
2.5.
Op 30 oktober 2023 heeft in deze zaak een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Na een door de rechtbank toegestane aktewisseling, waarin partijen over en weer hebben gereageerd op bepaalde producties, is de zaak verwezen naar de rol voor vonnis.
2.6.
De rechtbank heeft op 6 november 2024 een tussenvonnis gewezen. Daarin is een deskundigenrapportage aangekondigd. De reden daarvoor was dat de rechtbank niet kon vaststellen of en zo ja de door Smartkas gestelde gebreken aan beide farms aanwezig waren en in hoeverre die gebreken ingevolge de overeenkomst van partijen voor rekening van Parus komen. De rechtbank heeft in voornoemd tussenvonnis voorlopig geoordeeld dat kon worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van elektro- en installatietechniek, bij voorkeur in de land- en tuinbouw, ter beoordeling van een viertal door haar geformuleerde vragen.
2.7.
Daarna hebben partijen zich uitgelaten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan de deskundige voor te leggen vragen. Tegelijkertijd heeft Smartkas de rechtbank verzocht tussentijds hoger beroep open te stellen van het tussenvonnis van 6 november 2024 en heeft Parus bezwaar gemaakt tegen de benoeming van een deskundige. Bij tussenvonnis van 22 januari 2025 heeft de rechtbank voornoemd verzoek van Smartkas afgewezen en voornoemd bezwaar van Parus verworpen.
2.8.
Bij tussenvonnis van 14 mei 2025 heeft de rechtbank twee deskundigen benoemd, te weten i) de heer M. Looije (verbonden aan Looije Agro Technics) als deskundige op het gebied van elektro- en installatietechniek en ii) de heer W. van Oers (verbonden aan Horti-Consult International B.V.) als deskundige op het gebied van teelttechniek (hierna samen: de deskundigen). In voornoemd tussenvonnis heeft de rechtbank ook over verschillende deelonderwerpen door de deskundigen te beantwoorden vragen geformuleerd.
2.9.
Op 30 januari 2026 is het deskundigenbericht aan de rechtbank verstrekt. Daarna hebben beide partijen conclusies na deskundigenbericht genomen. Parus heeft in haar conclusie na deskundigenbericht verschillende bezwaren tegen het deskundigenbericht naar voren gebracht en verzocht (een) nieuwe deskundige(n) te benoemen voor het verrichten van nader te verrichten deskundigenonderzoek. Smartkas heeft in haar conclusie na deskundigenbericht kenbaar gemaakt zich volledig te kunnen verenigen met de inhoud van het deskundigenbericht.
De beslissingen van de rechtbank
2.10.
De rechtbank verwerpt alle bezwaren van Parus tegen het deskundigenbericht. Haar verzoek tot de benoeming van (een) nieuwe deskundige(n) voor het verrichten van nader deskundigenonderzoek, wordt afgewezen.
2.11.
De rechtbank oordeelt verder dat Parus is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Op basis van het deskundigenbericht concludeert de rechtbank dat de door Parus aan Smartkas geleverde farms dusdanige functionele en technische gebreken vertonen, dat die niet kunnen worden gebruikt voor het beoogde doel, namelijk de professionele en
jaarrond teelt [1] van aardbeien.
2.12.
De vorderingen van Smartkas die strekken tot ontbinding van de overeenkomst worden toegewezen.
2.13.
De ontbinding van de overeenkomst heeft tot gevolg dat de reeds door partijen nagekomen en ontvangen prestaties ongedaan moeten worden gemaakt. Dit brengt mee dat de vordering van Parus tot betaling van het saldo van de slotfactuur wordt afgewezen. Hetzelfde geldt voor de overige (neven)vorderingen van Parus.
2.14.
Tegelijkertijd brengt de ontbinding van de overeenkomst mee dat de vordering van Smartkas tot terugbetaling van alle reeds door of namens haar aan Parus betaalde bedragen ter zake van beide farms, wordt toegewezen.
2.15.
De vorderingen van Smartkas tot betaling van aanvullende schadevergoedingen worden afgewezen. Die vorderingen zijn namelijk gebaseerd op de stelling van Smartkas dat Parus aan haar de garantie heeft gegeven dat drie kilogram aardbeien per plant per jaar zou kunnen worden geteeld. De rechtbank heeft reeds in het tussenvonnis van 6 november 2024 overwogen dat die garantie niet bestaat.
2.16.
De vorderingen van Smartkas tot verwijzing naar de schadestaatprocedure worden toegewezen, omdat de rechtbank – op basis van het deskundigenbericht – de mogelijkheid van schade aan de zijde van Smartkas als gevolg van de tekortkoming van Parus aannemelijk acht en die schade op dit moment niet kan worden begroot.

3.De opbouw van de verdere beoordeling in conventie en in reconventie

3.1.
De hiernavolgende beoordeling is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 4 wordt eerst ingegaan op de feitelijke uitvoering van het deskundigenonderzoek en op de bevindingen van de deskundigen zoals die blijken uit het deskundigenbericht. Daarna worden in hoofdstuk 5 de bezwaren van Parus tegen het deskundigenbericht behandeld. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 toegekomen aan de verdere inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van Parus (in conventie) en de tegenvorderingen van Smartkas (in reconventie).

4.Het deskundigenonderzoek en het deskundigenbericht

Het deskundigenonderzoek
4.1.
Uit het deskundigenbericht blijkt – voor zover relevant – dat het door de deskundigen verrichte onderzoek heeft bestaan uit:
de kennisname van het procesdossier,
de beantwoording door partijen van 40 door de deskundigen schriftelijk gestelde vragen,
het bezoek aan de UK-farm op 3 oktober 2025 en het bezoek aan een locatie van Parus in Nederland op 10 oktober 2025. Bij dat laatste bezoek waren vertegenwoordigers van Parus aanwezig. De deskundigen hebben niet inhoudelijk met hen gesproken en hebben zelfstandig de materialen bekeken die volgens de opgave van Parus tot de voormalige NL-farm behoorden,
een op 17 november 2025 door hen georganiseerde hoorzitting te Made, waarbij zowel Parus als Smartkas en hun advocaten aanwezig waren. Tijdens deze hoorzitting hebben de deskundigen verduidelijkende vragen aan partijen gesteld en hen in de gelegenheid gesteld om hun visie op de relevante feiten, de technische en operationele inrichting van de beide farms, alsmede de door hen gehanteerde aannames en uitgangspunten nader toe te lichten,
de bestudering van – na daartoe na voornoemde hoorzitting in de gelegenheid te zijn gesteld – door partijen bij hen ingediende aanvullende stukken,
de verwerking van de schriftelijke reacties van partijen van het door hen op 22 december 2025 afgeronde concept deskundigenrapport. [2]
Het deskundigenbericht
Vooraf
4.2.
Hierna worden de door de deskundigen onderzochte vragen en hun antwoorden daarop – voor zover relevant en zoveel mogelijk samengevat – weergegeven. De rechtbank merkt daarbij op dat de deskundigen verschillende van de door haar in het tussenvonnis van 14 mei 2025 gestelde vragen anders hebben geformuleerd althans hebben opgedeeld in verschillende deelvragen. De strekking van de door de deskundigen geformuleerde vragen komt overeen met de door de rechtbank gestelde vragen.
4.3.
In het tussenvonnis van 14 mei 2025 (onder 2.14) – is verder overwogen dat beide farms niet meer in bedrijf zijn en (grotendeels) zijn ontmanteld. De deskundigen dienen bij de beantwoording van de vragen daarom steeds duidelijk te vermelden in hoeverre over het functioneren van de farms op dit moment nog een oordeel is te geven en voor zover zij vragen niet kunnen beantwoorden (omdat de farms niet meer bezocht kunnen worden) zij hiervan melding maken in het deskundigenbericht.
I) Algemene vragen
a)
Vertoonden de beide farms in januari 2023 functionele en/of technische gebreken en zo ja, wat voor gebreken en wat was daarvan de oorzaak?
4.4.
Naar het oordeel van de deskundigen moet in redelijkheid worden aangenomen dat de beide farms in januari 2023 zowel functionele als technische gebreken vertoonden. Met functionele gebreken bedoelen de deskundigen tekortkomingen die het daadwerkelijk kunnen bedrijven van een professionele aardbeienteelt belemmeren. De technische gebreken zien op de wijze waarop de farms zijn ontworpen, opgebouwd en uitgevoerd.
4.5.
De deskundigen onderscheiden – samengevat – de volgende vier probleemgebieden en hebben daarover het volgende toegelicht:
-
Het watersysteem: het watersysteem was ongeschikt om planten op een professionele wijze van water en voedingsstoffen te voorzien. De combinatie van waterpas gemonteerde goten, een intermitterende en zonegewijze watergift en een beperkte, niet-gecontroleerde waterlaag in de goten leidde ertoe dat de wortels van de planten niet consistent en duurzaam in contact kwamen met water en voedingsstoffen. Het water in de goten was bovendien in belangrijke mate stilstaand. Dit bood onvoldoende waarborgen voor de waterkwaliteit en bevorderde vervuiling, en ophoping van ongewenste stoffen in goten en water.
-
Ozonsysteem: het ozonsysteem was zowel qua capaciteit als qua veiligheid ongeschikt voor een professionele teeltomgeving. De hoeveelheid geproduceerde ozon was in overwegende mate te gering om in de gegeven configuratie een adequate waterontsmetting te realiseren. Het ozonsysteem functioneerde in de mix-tank, terwijl in een professionele teeltsetting ozon juist specifiek voor de behandeling van (specifiek) drainwater wordt ingezet. Daarnaast werd ozon gedoseerd in een open mix-tank, waardoor ozon in de ruimte kon vrijkomen waar ook medewerkers aanwezig waren. Van afdoende beveiliging, monitoring of registratie van ozonconcentraties is niet gebleken. Dit levert een onaanvaardbaar risico op voor de arbeidsomstandigheden en veiligheid.
-
UV-systeem: het UV-ontsmettingssysteem voldeed niet aan de eisen die in de professionele ontsmettingspraktijk gangbaar zijn. De capaciteit van het systeem was veel te gering om, gegeven het debiet en de potentiële verontreinigingsgraad van het water en de waterkwaliteit, een betrouwbare mate van desinfectie te kunnen bereiken. Daar komt bij dat het UV-systeem op een onjuiste plaats in de waterketen was gepositioneerd. De gebruiker kon in de praktijk ook niet contoleren of en in welke mate ontsmetting daadwerkelijk plaatsvond. Er waren geen voorzieningen voor meting, logging of validatie van de UV-dosis of van het desinfectie-effect.
-
Het CO2-systeem: de wijze waarop in beide farms was voorzien in de CO2-dosering was in opzet en uitwerking niet in overeenstemming met professionele teelttechniek. De opzet achter het CO2-systeem kwalificeert als amateuristisch in verhouding tot wat bij professionele aardbeienteelt mag worden verwacht.
4.6.
De algemene conclusie van de deskundigen is dat het systeem, zoals dit door Parus is ontworpen en geleverd, zowel in functioneel als in technisch opzicht niet geschikt is voor professionele aardbeienteelt. [3]
b)
Waren die gebreken zodanig dat beide farms niet konden functioneren?
4.7.
De deskundigen verstaan onder de term ‘functioneren’ dat de installatie in technisch en functioneel opzicht zodanig is ontworpen, is aangelegd en zodanig regelbaar is dat een professionele jaarrond teelt van aardbeien op een consistente en teeltkundig verantwoorde wijze kan worden gerealiseerd. Dat betekent volgens hen dat de installatie de vereiste teeltcondities moet kunnen creëren en deze condities in stand moet kunnen houden. Tegen deze achtergrond hebben de deskundigen de vraag van de rechtbank als volgt opgevat: waren de installaties op de beide teeltlocaties geschikt om dergelijke teeltcondities tot stand te brengen en duurzaam in stand te houden?
4.8.
Volgens de deskundigen brengen de hiervoor in 4.5 omschreven gebreken in hun onderlinge samenhang mee dat de noodzakelijke teeltcondities voor een professionele jaarrond teelt van aardbeien niet stabiel en reproduceerbaar konden worden bereikt.
4.9.
De deskundigen oordelen dat de geconstateerde gebreken naar hun aard en omvang zodanig ingrijpend waren dat beide farms feitelijk niet konden functioneren. [4]
c)
Waren die gebreken te herstellen en zo ja, wat was de meest geëigende manier van herstel?
4.10.
Volgens de deskundigen moeten de door hen gesignaleerde gebreken aan de beide farms worden aangemerkt als conceptuele en systeemtechnische tekortkomingen. Het gaat om tekortkomingen die voortkomen uit het gekozen ontwerp, de opzet en de configuratie van het systeem.
4.11.
De deskundigen hebben toegelicht dat herstel van de beide farms zou meebrengen dat die voor een zeer aanzienlijk deel moeten worden aangepast, omgebouwd en vervangen. In hoofdlijnen zou dit herstel meebrengen dat de teelt moet worden omgezet naar een systeem waarbij aardbeienplanten in potten worden geplaatst en iedere plant via een individuele druppelaar van water en voedingsstoffen wordt voorzien. De totale capaciteit van de waterinstallatie zou drastisch moeten worden vergroot, zodat het systeem de benodigde debieten water en buffercapaciteit kan leveren.
4.12.
Verder zouden alle goten op afschot moeten worden gelegd. In de door de deskundigen voorgestane opzet zouden deze goten niet langer dienen als primaire voorziening voor water- en voedingsstoffengift aan de planten, maar kunnen deze goten bij een aangepaste installatie dienst doen als afvoergoten voor drainwater dat vanuit de potten terugstroomt naar de centrale opvang en behandeling.
4.13.
Daarnaast zou de wijze van omgang met drainwater volledig moeten worden herzien. Drainwater zou structureel moeten worden opgevangen, gefilterd en vervolgens op professionele wijze ontsmet met een nieuw ontworpen ontsmettingsconcept (waaronder een veilig en deugdelijk en voldoende groot uitgevoerd ozonsysteem). Het drainwater zou daarna weer veilig in het systeem moeten worden teruggebracht. Ook de voorzieningen voor CO2-dosering, meting en regeling zouden volledig moeten worden herzien.
4.14.
Verder zou bij een gewijzigd ontwerp telkens duidelijk moeten worden gemeten hoeveel licht – afkomstig van de LED-belichting – daadwerkelijk ter hoogte van de aardbeienplanten wordt aangeboden.
4.15.
Ook zouden de elektrische veldcomponenten volgens de deskundigen moeten worden vervangen door componenten die meer geschikt zijn voor een professionele (relatief vochtige) teeltomgeving. Deze veldcomponenten zouden vervolgens elektrisch op een meer verantwoorde wijze moeten worden aangesloten dan nu is gebeurd.
4.16.
De algemene conclusie van de deskundigen in dit verband luidt dat de meest aangewezen manier van herstel van de beide farms in de praktijk zou neerkomen op het opnieuw ontwerpen en vervolgens realiseren van nieuwe installaties. [5]
II) Materiaaleigenschappen
4.17.
De deskundigen hebben de hierna te noemen vragen beoordeeld met betrekking tot de materiaaleigenschappen van beide farms. In het tussenvonnis van 14 mei 2025 heeft de rechtbank de deskundigen verzocht bij de beantwoording van die vragen steeds rekening te houden met de mate van luchtvochtigheid en de kans op corrosievorming.
a)
Van welk materiaal zijn de rekken gemaakt, zijn de rekken gelast en zijn de rekken verankerd in de vloer?
4.18.
De deskundigen hebben vastgesteld dat Parus met betrekking tot de rekken voor beide farms in overwegende mate gebruik heeft gemaakt van een staalsoort die overeenkomt met het zogenoemde SUS 201. [6] De deskundigen hebben ook geconstateerd dat deze staalsoort afwijkt van de in de offertes van Parus vermelde “stainless steel frame 8F”, wat volgens hen verwijst naar een RVS-staalsoort die overeenkomt met het zogenoemde AISI 303. [7] Volgens de deskundigen zijn de rekken evenwel niet evident ongeschikt als onderbouw voor het teeltsysteem. [8]
4.19.
De deskundigen hebben daarnaast de constructiewijze van de rekken als deugdelijk beoordeeld. Zij hebben toegelicht dat de rekken zijn opgebouwd uit metalen gepuntlaste profielen die met bout/moer verbindingen aan elkaar zijn gemonteerd. De deskundigen hebben vastgesteld dat de rekken in de UK-farm mechanisch in de vloer zijn verankerd, met behulp van ankers en bouten (telkens twee ankers en bouten per staander), zodat de constructie stevig op de ondergrond is bevestigd. [9]
4.20.
Verder hebben de deskundigen de constructie van de rekken visueel geïnspecteerd. Volgens hen maakt de installatie in constructief opzicht, bezien als geheel, een overwegend solide en stabiele indruk. Bij hun visuele inspectie hebben zij geen aanwijzingen gevonden dat de rekken als dragende constructie ontoereikend, instabiel of op een evident onveilige wijze zouden zijn uitgevoerd. De zichtbare verbindingen, staanders en liggers gaven geen directe aanleiding om te veronderstellen dat sprake zou zijn van een acuut risico op bezwijken of doorbuigen. De deskundigen merken daarbij evenwel op dat hun oordeel uitsluitend is gebaseerd op visuele waarneming en niet op constructieve berekeningen of proefbelastingen. [10]
4.21.
De deskundigen wijzen er in dit verband nog op dat Parus desgevraagd geen controleerbare constructieberekeningen heeft overgelegd, maar alleen een beknopte gewichtsopgave zonder inzicht in belastingen, spanningen en veiligheidsfactoren. De deskundigen achten deze gegevens ongeschikt om te bepalen of de installatie als zodanig constructief veilig is ontworpen en gebouwd. [11]
b)
Vertoonden de rekken in januari 2023 gebreken en zo ja, welke? Was er sprake van corrosie?
4.22.
De deskundigen achten het – op basis van de thans beschikbare informatie en hun eigen waarnemingen op 3 oktober 2025 van de UK-farm – aannemelijk dat de rekken in januari 2023 geen ernstige constructieve gebreken vertoonden die ertoe zouden leiden dat de rekken als ondeugdelijk of onveilig moesten worden beschouwd. Voor zover incidentele sporen van corrosie zijn gezien, betreffen die naar hun oordeel geen zodanige aantasting dat de rekken in januari 2023 om die reden niet hadden kunnen functioneren. [12]
4.23.
Wat betreft corrosie merken de deskundigen op dat hun eigen waarnemingen dateren van het bezoek aan de UK-farm op 3 oktober 2025 en dat zij niet over andere, eerdere waarnemingen in dit verband beschikken.
4.24.
Tijdens het bezoek aan de UK-farm op 3 oktober 2025 hebben de deskundigen aan de rekken zelf geen, of slechts in zeer beperkte, met het blote oog waarneembare corrosie vastgesteld. Ook zijn er volgens de deskundigen geen concrete aanwijzingen dat daarvóór sprake is geweest van ernstige of doorgeschoten corrosie die de bruikbaarheid of de veiligheid van de rekken aantastte. De deskundigen achten het door hen vastgestelde corrosiebeeld van dusdanig beperkte omvang en ernst dat daaruit niet kan worden afgeleid dat de rekken niet bruikbaar of niet veilig zouden zijn geweest. [13]
c)
Van welk materiaal zijn de goten gemaakt en hoe zijn de goten aan elkaar bevestigd?
4.25.
De deskundigen hebben vastgesteld dat de goten zijn vervaardigd uit kunststof en dat de afzonderlijke lengte-elementen van 5 meter onderling zijn verbonden door middel van gekitte kunststof koppelstukken (zogenoemde mofverbindingen), waardoor in feite een star, niet-demontabel gootsysteem is ontstaan met vaste, niet eenvoudig uit elkaar te halen lengtekoppelingen. [14]
4.26.
De deskundigen achten de op de koppelstukken van de goten aangebrachte kit – SD704W, een voor elektronica bedoelde, flexibele siliconenkit – ongeschikt voor langdurig water dragende gootverbindingen in een professioneel aardbeiensysteem dat met nutriëntenwater is belast. Naar hun oordeel is de gebruikte kit in principe niet geschikt voor de voorliggende toepassing binnen de professionele aardbeienteelt. [15]
d)
Vertoonden de goten in januari 2023 gebreken en zo ja, welke? Lekten de goten en zo ja, op welke plaatsen en in welke mate?
4.27.
Volgens de deskundigen vertoonden de goten – voor zover uit de beschikbare en informatie kon worden afgeleid – in januari 2023 geen (grootschalige) constructieve schade in de vorm van zichtbare breuken, doorboringen of structurele vervormingen die aanleiding zouden geven om het gootmateriaal als zodanig af te keuren. Volgens hen wordt dit beeld bevestigd door hun bezoek aan de UK-farm op 3 oktober 2025. Zij hebben daarbij geen visuele gevolgen gezien die op lekkages zouden kunnen wijzen. Eventuele lekkages beperkten zich volgens hen – voor zover daarvan in de stukken en verklaringen melding is gemaakt – tot plaatselijke lekkage of druppelvorming ter hoogte van de verbindingen en de aansluitpunten (zoals koppelingen, uitvoerbochten en aansluitingen op drainleidingen). De deskundigen menen dat zulke verschijnselen in technische installaties niet uitzonderlijk zijn en in beginsel door middel van gerichte herstel- of afdichtingsmaatregelen kunnen worden verholpen. [16]
e)
Kunt u de verlichting beschrijven, was de verlichting verstelbaar en wat was de IP-waarde?
4.28.
De deskundigen hebben vastgesteld dat in beide farms gebruik is gemaakt van LED-armaturen. Volgens de deskundigen oogden de armaturen visueel geschikt, terwijl de totale elektrische installatie van de verlichting wisselend was uitgewerkt. Volgens hen leken de schakelkasten deugdelijk, maar waren de door Parus geleverde componenten en bekabeling onder het niveau van een professionele aardbeienteeltinstallatie. [17]
4.29.
Daarnaast hebben de deskundigen erop gewezen dat Parus voor de LED-armaturen een beschermingsgraad van IP67 heeft opgegeven. Een beschermingsgraad van IP67 betekent dat de armaturen volledig beschermd zijn tegen contact en water dat met krachtige stralen vanuit elke richting tegen de behuizing wordt gespoten. De deskundigen concluderen op basis van de beschikbare documentatie en de staat van de LED-lampen dat de toegepaste LED-armaturen naar ontwerp een beschermingsgraad IP67 hadden, maar dat de wijze van montage en het omringende kabel- en kastwerk niet overal een consistent, gedocumenteerd IP-niveau bood dat in alle gevallen evident aansloot bij de eisen voor een vochtige teeltomgeving. [18]
4.30.
Verder hebben de deskundigen vastgesteld dat de hoogte van de LED-verlichting fysiek verstelbaar was. Zij hebben toegelicht dat de LED-armaturen zijn gemonteerd aan een vaste draagconstructie met een wartel waarmee de hoogte kan worden versteld. [19] Volgens de deskundigen waren de LED-armaturen zelf in 2022 en 2023 geschikt voor belichting van aardbeienteelten. [20]
III) Teelttechniek
4.31.
Voorop staat dat de rechtbank in het tussenvonnis van 14 mei 2025 aan de deskundigen heeft voorgehouden dat partijen twisten over de vraag of beide farms NFT-systemen behelzen of dat het op maat gemaakte (speciaal voor Smartkas ontwikkelde) systemen zijn. De deskundigen hebben de hierna genoemde vragen als volgt beantwoord.
a)
Kunt u beschrijven en uitleggen wat voor systeem is geleverd?
4.32.
De deskundigen hebben toegelicht dat bij een NFT (Nutrient Film Technique) systeem:
een zeer dunne, continu stromende waterfilm met voedingsstoffen langs de wortels van planten wordt geleid,
het waterpeil relatief laag is,
het watervolume per goot relatief beperkt is en
de stroming zodanig is ontworpen dat overal langs de goot sprake is van voldoende doorstroom en zuurstoftoevoer. [21]
4.33.
De deskundigen hebben vastgesteld dat de waterhoogte langs de wortels van de planten in het systeem niet via een zelfstandig, dynamisch regelbaar hydraulisch ontwerp wordt gestuurd, maar feitelijk door een combinatie van periodieke watergift, vrijwel horizontale goten en lokale weerstand aan het uiteinde van de goot. Daarmee wijkt het gerealiseerde systeem volgens de deskundigen wezenlijk af van wat als een standaard NFT-systeem moet worden aangemerkt. [22] De deskundigen kwalificeren het gerealiseerde systeem als een op NFT-principes geïnspireerd, maar daarvan in kernpunten afwijkend systeem. [23]
b)
Is het geleverde systeem geschikt voor de teelt van aardbeien?
4.34.
De deskundigen oordelen dat het geleverde systeem niet geschikt is voor de professionele jaarrond teelt van aardbeien. Zij hebben dit oordeel als volgt toegelicht.
4.35.
De goten zijn over lengtes van ongeveer 20 meter nagenoeg waterpas aangelegd, zonder functioneel afschot. Daardoor ontbreekt de gecontroleerde stroming van een dunne waterfilm langs de wortelzone en ontstaat grotendeels stilstaand water, waarbij afvoer naar de drain vooral wordt bepaald door detailhoogtes van de uitlaten in plaats van een ontworpen hellingshoek. In combinatie met het feit dat de watergift niet als een continue recirculerend systeem is vormgegeven, leidt dit ertoe dat de verdeling van water en voedingsstoffen over het systeem onvoldoende voorspelbaar en gelijkmatig is.
4.36.
Verder bereiken de wortels van de aardbeienplanten niet overal de waterfilm in de goten. Voor een adequate opname van voedingsstoffen door de aardbeienplanten, moet een substantieel deel van de wortels duurzaam in contact staan met de voedingsoplossing in het water. In het onderhavige systeem staan delen van de wortelzone ofwel regelmatig droog ofwel regelmatig slechts marginaal in contact met het water, waardoor de (theoretisch aanwezige) voedingsstoffen niet daadwerkelijk als continu opneembare gift voor de plant beschikbaar komen. [24]
4.37.
Wanneer het voorgaande wordt bezien in samenhang met andere geconstateerde gebreken – zoals de niet-continue en ontoereikend bewaakte waterbehandeling (door middel van UV en ozon), de beperkte CO2-sturing, de systeemopzet van de watertanks en de beperkte regelbaarheid van de lichtintensiteit en -verdeling – ontstaat het totaalbeeld van een installatie die in ontwerp en uitvoering niet voldoet aan de basisprincipes voor een professionele aardbeienteelt in een recirculerend systeem. [25]
c)
Heeft het systeem een hellingshoek of afschot en is dat noodzakelijk?
4.38.
De deskundigen hebben vastgesteld dat de goten in het systeem nagenoeg waterpas zijn gemonteerd. Dit levert volgens hen een fundamenteel ontwerpgebrek op en is voor het onderhavige teeltsysteem een hellingshoek in de goten teelt-technisch noodzakelijk. Doordat de goten niet op afschot liggen, ontbreekt de door zwaartekracht gestuurde afvoer die nodig is om een dunne, continu stromende waterfilm langs de wortels van de aardbeienplanten te creëren. In plaats daarvan blijft het water in grote delen van de goot stilstaan of beweegt slechts zeer traag. [26] Dit leidt tot een ongelijkmatige verdeling van water en voedingsstoffen, tot zones in het systeem met zuurstofarm water en tot een verhoogde kans op sedimentatie van vuil en organisch materiaal in de goten.
4.39.
De deskundigen hebben er verder op gewezen dat het water niet continu door de goten circuleert, maar dat de goten slechts periodiek – 6 minuten per uur – en zonegewijs van vers water met voedingsstoffen werden voorzien. Tussen twee gietmomenten staat het water gedurende langere tijd stil in de goten. Daarmee worden de nadelige effecten van het waterpas leggen van de goten volgens de deskundigen versterkt: eventuele concentratieverschillen in de voedingsoplossing kunnen niet worden uitgevlakt, zuurstofverarming kan niet worden gecorrigeerd en eventuele vervuiling wordt niet weggespoeld, maar hoop zich op in de goten.
4.40.
Daarbij komt volgens de deskundigen dat aan het uiteinde van de goten een sponsje is aangebracht om het waterpeil in de goten te beïnvloeden, wat de stroming van water in de goten nog minder voorspelbaar maakt en juist de stagnatie en ophoping van vervuiling bij de uitloop van de goten bevordert. [27]
d)
Was de CO2-dosering toereikend?
4.41.
De deskundigen hebben toegelicht dat – uit de aan hen beschikbare informatie en door partijen gegeven toelichtingen – niet is gebleken van een integrale, professioneel uitgevoerde CO2-installatie. Verder heeft geen van partijen meetgegevens verstrekt waaruit blijkt welke CO2-niveaus tijdens de teeltperiode daadwerkelijk in de teeltruimte zijn bereikt. De deskundigen kunnen daarom de vraag of de CO2-dosering in de teeltperiode toereikend was, feitelijk niet overtuigend beantwoorden.
4.42.
De deskundigen hebben desalniettemin beoordeeld of de door Parus geleverde CO2-installatie in ontwerp- en uitvoeringskundige zin in staat zou kunnen zijn om de gewenste CO2-niveaus op professionele wijze te bereiken en vervolgens te waarborgen en duurzaam in stand te houden. De deskundigen beantwoorden die vraag ontkennend. Zij oordelen dat de installatie een bepaald CO2-doseringsniveau in de teeltruimte niet professioneel kan borgen en niet voldoet aan wat bij professionele aardbeienteelt gebruikelijk en te verwachten is. De deskundigen achten de door Parus geleverde CO2-installatie niet geschikt voor professionele aardbeienteelt. [28]
e)
Is het systeem geschikt voor de distributie van voedingsstoffen?
4.43.
De deskundigen oordelen dat het systeem niet geschikt is voor de distributie van voedingsstoffen. Zij hebben toegelicht dat de kern van een voedingssysteem is dat water en voedingsstoffen op een gelijkmatige en goed voorspelbare manier bij de wortels van alle planten terechtkomen.
4.44.
Daarvan is in het onderhavige systeem geen sprake. De goten zijn over lengtes van ongeveer 20 meter vrijwel volledig waterpas gelegd. Het water wordt niet continu, maar periodiek – 6 minuten per uur – en per zone rondgepompt. Tussen de gietmomenten staat het water grotendeels stil in de goten. De waterfilm is bovendien ondiep, waardoor de wortels van de aardbeienplanten deze film niet overal en niet permanent bereiken. Hierdoor ontstaat een situatie waarin de (theoretisch aanwezige) voedingsstoffen niet op een consistente en homogeen verdeelde manier door de planten kunnen worden opgenomen. [29]
4.45.
Veder is volgens de deskundigen niet gebleken van een zorgvuldig ingerichte regeling en bewaking van de voedingsstoffen, zoals die bij een professionele jaarrond aardbeienteelt noodzakelijk zijn.
4.46.
Daarnaast hebben de deskundigen toegelicht dat het bij professionele aardbeienteeltinstallaties gebruikelijk is dat het drainwater wordt opgevangen en vervolgens wordt ontsmet. Dit gebeurt veelal met een combinatie van ozon en UV, of met een zandfilterinstallatie, al dan niet gekoppeld aan een UV-ontsmettingsinstallatie. Het uitgangspunt is dat het vervuilde drainwater eerst wordt behandeld en gezuiverd voordat het – in beperkte mate en gemengd met vers water – opnieuw in het systeem wordt gebracht. De opzet van het onderhavige systeem wijkt hiervan af. Het drainwater wordt niet eerst in een aparte tank opgevangen en daar met ozon en UV-ontsmetting behandeld. In plaats daarvan wordt het drainwater rechtstreeks teruggevoerd in de mixtank en vindt de toediening van ozon plaats in diezelfde mixtank. Dit is volgens de deskundigen zeer ongebruikelijk.
4.47.
Ook is de UV-ontsmettingsappratuur in de aanvoerleidingen – de leidingen waar het water direct naar de planten gaat – gezet. Deze opzet kan volgens de deskundigen niet werken. Omdat zowel de ozoninstallatie als de UV-installatie bovendien veel te klein zijn uitgevoerd, kan deze combinatie van installaties niet functioneren als een professionele ondersteunende ontsmettingsvoorziening voor aardbeienteelt. [30]
4.48.
De algemene conclusie van de deskundigen in dit verband luidt dat het systeem niet geschikt is om voedingsstoffen op een professionele, jaarrond verantwoorde wijze distribueren. [31]
IV) Pompen
4.49.
De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 14 mei 2025 overwogen dat de deskundigen bij de beantwoording van haar vragen in dit verband rekening moeten houden met mogelijke alg- en schimmelgroei en de distributie van voedingsstoffen in het systeem. De deskundigen hebben de hierna genoemde vragen als volgt beantwoord.
a)
Hoeveel pompen bevatte het systeem en hoe werkten de pompen?
4.50.
Het systeem was per teeltzone voorzien van één hoofdirrigatie-/recirculatiepomp, die via PLC-gestuurde kleppen telkens één zone van vier rijen van 20 meter (of twaalf rijen van 10 meter) van water voorzag. Bij het sluiten van de klep stopte de pomp automatisch. Daarnaast was een retourpomp aanwezig die het water uit de retourtanks terugvoerde naar de mengtank.
4.51.
Op basis van de beschikbare documentatie en hun waarnemingen tijdens hun bezoek aan de UK-farm concluderen de deskundigen dat de hoofdpomp en retourpomp de installatie weliswaar in zones beurtelings van water konden voorzien, maar dat de totale pompcapaciteit, in samenhang met het gekozen concept van intermitterende watergift in lange, waterpas gelegde goten, niet toereikend was om het gehele systeem continu, homogeen en op professionele wijze van water en voedingsstoffen te voorzien. De pompen waren uitsluiteind ingericht op periodieke stroming en niet op continue stroming.
4.52.
De deskundigen achten de pompconfiguratie daarom ongeschikt voor de professionele jaarrond teelt van aardbeien. [32]
b)
Werkten de pompen in januari 2023 naar behoren? Zo nee, wat was het gebrek en de oorzaak daarvan?
4.53.
Volgens de deskundigen moet bij de beantwoording van deze vraag onderscheid worden gemaakt tussen de elektromechanische werking van de pompen en de vraag of de pompconfiguratie als geheel ‘naar behoren’ functioneerde in het licht van professionele jaarrond teelt van aardbeien.
4.54.
Ten aanzien van de elektromechanische werking van de pompen bestaan geen aanwijzingen dat de pompen in januari 2023 (op grote schaal) defect waren in de zin van vastlopen, doorbranden of in het geheel niet meer starten. Volgens de deskundigen blijkt uit de door partijen overgelegde stukken dat de installaties in die periode daadwerkelijk in gebruik zijn geweest en dat er watergift naar de goten heeft plaatsgevonden. Zij leiden daaruit af dat de pompen in technische zin in belangrijke mate moeten hebben gefunctioneerd.
4.55.
Volgens de deskundigen is daarmee evenwel niet gezegd dat de pompen ‘naar behoren’ functioneerden in de zin dat zij qua capaciteit, opvoerhoogte en aansturing passend waren voor het beoogde teeltsysteem. Volgens hen blijkt uit de beschikbare informatie dat de pompconfiguratie onvoldoende gedimensioneerd was voor een stabiel, continu recirculerend systeem en dat de watergift in de praktijk intermitterend en zonegewijs plaatsvond en plaats moest vinden.
4.56.
De deskundigen hebben verder toegelicht dat het voor de gebruiker (Smartkas) niet mogelijk was om – als zij dat noodzakelijk achtte – de goten langer dan oorspronkelijk was voorzien (6 minuten) of zelfs continu van stromend water te voorzien, simpelweg omdat daarvoor de pompcapaciteit ontbrak en het systeem uitsluitend zonegewijs kon functioneren. Als één zone water kreeg, dan konden de andere zones niet op datzelfde moment water krijgen. Daardoor ontstond langdurig stilstaand water in de goten, met een ongelijke verdeling van water en voedingsstoffen over de lengte van het systeem. Ook bestaan aanwijzingen dat de combinaties van pompkeuze, leidingwerk en hoogteverschillen leidden tot beperkingen in debiet en drukopbouw, waardoor niet alle delen van de installatie gelijkwaardig werden bediend. [33]
c)
Konden de pompen het hele systeem voorzien van water en was de capaciteit van de pompen toereikend?
4.57.
De deskundigen oordelen dat de pompen weliswaar in staat waren om – in opeenvolgende zones in het deel waar die pompen onderdeel van uitmaakten – water door het systeem te sturen, maar waren de capaciteit en configuratie van de pompen ontoereikend om het gehele systeem voor een professionele aardbeienteelt geschikte condities van water te voorzien. Volgens de deskundigen wijst dit op een ontwerpniveau en operationele invulling die niet aansluiten bij de standaarden die in professionele teeltomgevingen en bij hoogwaardige recirculatiesystemen gebruikelijk zijn. [34]
V) Osmose-filters en UV-straling
a)
Hoe werkte het ozon/UV systeem en was dat systeem functioneel?
4.58.
In het deskundigenrapport is de werking van de door Parus geleverde ozon en UV systemen voor beide farms omschreven.
4.59.
Wat betreft het ozon systeem oordelen de deskundigen dat die qua capaciteit, positionering in de mixtank en veiligheidsvoorzieningen ernstig tekortschiet. Zij wijzen erop dat de maximale theoretische productie van ongeveer 16,7 gram ozon per etmaal volstrekt onvoldoende is gezien het vermoedelijke drainwatervolume. Daarnaast achten de deskundigen de gekozen opstelling (niet in het drainwatersysteem, maar in de mixtank) en het ontbreken van effectieve veiligheidsborging rondom het vrijkomen van ozon onaanvaardbaar. [35]
4.60.
Wat betreft het UV systeem concluderen de deskundigen dat een deugdelijk UV systeem alleen effectief kan functioneren als capaciteit, waterhelderheid en beoogde dosis helder zijn onderbouwd, bewaakt en gecontroleerd. Volgens hen ontbreekt dit alles in het onderhavige systeem. Verder achten de deskundigen de i) brede opgegeven pH-range, ii) het ontbreken van serieuze controlevoorzieningen en iii) de plaatsing in de toevoerketen in plaats van de drainwaterketen, onverenigbaar met wat in een professionele aardbeienteeltinstallatie mag worden verwacht. [36]
b)
Was de capaciteit van de watertanks toereikend?
4.61.
De deskundigen hebben deze vraag beoordeeld aan de hand van twee door hen geformuleerde deelvragen, te weten:
hoe beoordelen de deskundigen het omgaan met drainwater (retourwater vanuit de goten)?
hoe beoordelen de deskundigen de capaciteit en rol van de omgekeerde osmose installatie?
De deskundigen hebben eerst die vragen beoordeeld. Daarna hebben zij beschreven hoe zij het systeem als geheel beschouwen en antwoord gegeven op bovengenoemde hoofdvraag. [37]
4.62.
Wat betreft de eerste deelvraag beoordelen de deskundigen het omgaan met drainwater in het onderhavige systeem als onvoldoende doordacht en niet in overeenstemming met wat in een professionele jaarrond teeltomgeving mag worden verwacht. Een gescheiden drainwaterketen met gerichte ontsmetting voorafgaand aan hergebruik ontbreekt, waardoor volgens de deskundigen de waterkwaliteit in de mixtank en daarmee de betrouwbaarheid van het totale teeltsysteem niet afdoende is gewaarborgd. [38]
4.63.
Wat betreft de tweede deelvraag concluderen de deskundigen dat de RO-installatie weliswaar op papier een productie van circa 12.000 liter schoon water per etmaal kan leveren, maar dat de wijze waarop deze capaciteit in het totale waterconcept van het onderhavige systeem is ingepast en de afhankelijkheid van wisselende condensstromen, niet getuigen van een robuust, professioneel doordacht ontwerp. In combinatie met het ontbreken van een duidelijk gedefinieerde en op een berekening gebaseerde dagvoorraad en een inspectie- en onderhoudsregime achten de deskundigen de wijze waarop de capaciteit en de rol van de RO-installatie is ingevuld onvoldoende passend bij een professionele teeltomgeving met vele tienduizenden aardbeienplanten. [39]
4.64.
Wat betreft de hoofdvraag van de rechtbank in dit verband – “Was de capaciteit van de watertanks toereikend?” – hebben de deskundigen onder meer geoordeeld dat i) de dimensionering van de tank- en buffercapaciteit niet toereikend is, mede gelet op de reeds aanzienlijke systeeminhoud in de goten en het periodiek
flushenvan de mixtank en ii) in ieder geval evident is dat de vereiste tankcapaciteit een veelvoud zou hebben moeten bedragen van wat feitelijk is geïnstalleerd. [40]
VI) Chillers
4.65.
In het tussenvonnis van 14 mei 2025 heeft de rechtbank aan de deskundigen voorgehouden dat Parus op enig moment aan Smartkas heeft aangeboden om het in de chillers gebruikte R22-gas te vervangen door een ander gas en heeft aan de deskundigen gevraagd of dit een passende oplossing was. De deskundigen hebben die vraag als volgt beantwoord.
a)
Kon het R22-gas van de chillers worden vervangen door een ander gas?
4.66.
De deskundigen oordelen dat de door Parus voorgestane uitwisseling van R22-gas door een ander gas niet als reëel herstel kan worden beschouwd. Zij hebben toegelicht dat een chiller-installatie in de praktijk voor een specifiek koudemiddel wordt ontworpen. Een eenvoudige uitwisseling van R22-gas door een ander gas achten zij technisch niet verantwoord en feitelijk niet mogelijk zonder ingrijpende aanpassingen. Volgens hen kan een fabrikant in theorie een retrofitprogramma ontwikkelen waarbij naar een ander koudemiddel wordt overgestapt, maar komt dat in de praktijk neer op ofwel een vergaande verbouwing ofwel vervanging van de chiller-installatie. [41]
VII) Elektro- en installatietechniek
a)
Was de bedrading van de farms deugdelijk?
4.67.
De deskundigen achten de hoofd- en besturingsbedrading in en rond de systeemkasten in elektrotechnische zin overwegend deugdelijk. Zij hebben erop gewezen dat er een zwakke plek ligt bij de specifiek door Parus geleverde veldcomponenten en hun aansluitingen. Op dat punt schieten de bouwkwaliteit, vochtbestendigheid en documentatie volgens hen tekort. In het bijzonder in een vochtige, professionele aardbeienteeltomgeving voldoet de totale elektrische uitvoering volgens de deskundigen niet volledig aan wat men mag verwachten. [42]
b)
Waren de schakelkasten deugdelijk aangesloten?
4.68.
De deskundigen concluderen – voor zover dat nog kon worden beoordeeld – dat de schakelkasten elektrotechnisch bezien in beginsel deugdelijk en vakmatig lijken te zijn aangesloten. De deskundigen hebben evenwel geen specifieke voorzieningen aangetroffen waaruit bleek dat de schakelkasten in hun oorspronkelijke toestand voldoende beschermd waren tegen de invloed van een vochtige omgeving. [43]
VIII) Overige punten
a.
Zijn er nog andere punten die u van belang acht voor de beoordeling van de zaak?
4.69.
De deskundigen hebben nog zes punten genoemd die volgens hen van belang zijn voor de verdere beoordeling van deze zaak. Zij hebben erop gewezen dat:
i. de door Parus verstrekte documentatie ernstige inconsistenties bevatten, waarbij de aangeleverde screenshots van de CO2 niveaus van de UK-farm moeten worden beschouwd als niet-authentieke/niet verifieerbare data, [44]
Parus desgevraagd geen constructieberekeningen heeft overgelegd waaruit blijkt dat de installatie op alle onderdelen voldoet aan professionele eisen, [45]
voor een teeltsysteem zoals hier aan de orde een strakkere en door beide partijen gedragen specificatie en documentatie had mogen worden verwacht, [46]
zij zich niet aan de indruk kunnen onttrekken dat Smartkas zich tijdens het (ver)kooptraject en het bouwproces passief en in zekere mate mogelijk zelfs naïef heeft opgesteld, [47]
Smartkas zichzelf in de tijdsopzet en financiële planning met betrekking van het onderhavige project weinig tijd heeft gegund en na het mislukken van het eerste teelseizoen relatief snel heeft besloten de activiteiten volledig te staken, [48]
Parus – ten tijde van het plaatsen van de planten door Smartkas – niet de bezwaren dat het daarvoor te vroeg zou zijn omdat het systeem nog niet gereed was, voldoende bij Smartkas heeft aangekaart. [49]

5.De bezwaren van Parus tegen het deskundigenbericht

5.1.
Parus heeft verschillende bezwaren opgeworpen tegen het deskundigenbericht. Parus verzoekt de rechtbank (een) nieuwe deskundige(n) te benoemen voor het verrichten van nader onderzoek. De rechtbank wijst dit verzoek af, omdat alle door Parus opgeworpen bezwaren tegen het deskundigenbericht worden verworpen. Dit oordeel wordt hierna toegelicht, waarbij achtereenvolgens wordt ingegaan op de volgende onderwerpen:
Mate van deskundigheid
Methodologie
Het feitelijk functioneren van de UK-farm
Resultaten van vergelijkbare installaties
Wetenschappelijke onderbouwing
Bepaalde individuele onderdelen van het systeem
Interpretatie door de deskundigen
Afbakening van het deskundigenonderzoek
i.
i) Mate van deskundigheid
5.2.
Volgens Parus beschikken de deskundigen over onvoldoende relevante kennis en ervaring op het gebied van hydroponic indoor farming, in het bijzonder op het gebied van aardbeienteelt. In het deskundigenbericht wordt niet verwezen naar de achtergrond van de deskundigen of naar de kennis en ervaring waarover zij beschikken. Uit de LinkedIn-profielen van beide deskundigen blijkt weliswaar dat zij beschikken over kennis en ervaring op het gebied van glastuinbouw, maar niet dat zij aantoonbare kennis en ervaring hebben met betrekking tot hydroponic teelttechnieken. Aldus steeds Parus.
5.3.
Daarin wordt Parus niet gevolgd. De omstandigheden dat i) de deskundigen in het deskundigenrapport niet hebben verwezen naar hun achtergrond of de kennis en ervaring waarover zij beschikken en ii) dat uit hun LinkedIn-profielen niet blijkt dat zij aantoonbare kennis en ervaring hebben met betrekking tot hydroponic teelttechnieken, zijn op zichzelf – en in hun onderlinge samenhang bezien – van onvoldoende gewicht om aan te nemen dat de deskundigen onvoldoende deskundig zijn om de hier voorliggende vragen te beoordelen.
ii) Methodologie
5.4.
Parus meent verder dat de deskundigen meerdere methodologische fouten hebben gemaakt. Parus heeft daartoe – samengevat – toegelicht dat:
partijen niet aanwezig mochten zijn bij het onderzoek ter plaatse van de UK-farm,
in het deskundigenbericht opgenomen foto’s van de goten geen representatief beeld geven,
de deskundigen geen andere installaties hebben bekeken,
e deskundigen in het deskundigenbericht diverse juridische oordelen hebben gegeven.
5.5.
De rechtbank verwerpt dit bezwaar van Parus en licht dat hierna, per voornoemd onderwerp, nader toe.
a) Partijen mochten niet aanwezig zijn bij het onderzoek ter plaatse van de UK-farm
5.6.
Parus heeft toegelicht dat de deskundigen partijen en hun raadslieden niet hebben toegestaan om bij het onderzoek ter plaatse van de UK-farm aanwezig te zijn. Volgens Parus hebben zij daarmee in strijd gehandeld met het beginsel van hoor en wederhoor, het recht op een eerlijk proces en de voorschriften van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (hierna: de Leidraad).
5.7.
Parus heeft in dit verband gewezen op een e-mailwisseling van 29 september 2025 tot en met 2 oktober 2025 tussen (de advocaten van) partijen en een vertegenwoordiger van de deskundigen. Daaruit blijkt het volgende.
5.8.
In een e-mail van 29 september 2025 hebben de deskundigen aan partijen voorgesteld om de UK-farm op 3 oktober 2025 te bezoeken. In diezelfde e-mail hebben de deskundigen onder meer het volgende geschreven:
“Conform punt 105 van de leidraad voor deskundigen in civiele zaken krijgen uw cliënten en uzelf in beginsel de gelegenheid om bij het bezoek aan de locatie Harlow aanwezig te zijn. De deskundigen wijzen er echter op dat de informatie die reeds uit het procesdossier en de uitgebreide schriftelijke reacties van partijen is verkregen, in deze fase van het onderzoek in beginsel toereikend is. Zij wensen het locatiebezoek daarom primair te benutten voor
zelfstandig onderzoek, zonder mondelinge toelichting of tussenkomst ter
plaatse van één van de procespartijen. Daarnaast geven de deskundigen op voorhand aan dat zij tijdens dit bezoek sowieso privacy nodig hebben om vrijelijk met elkaar te kunnen overleggen, zonder dat u of uw cliënten in deze fase van hun beraadslagingen kennisnemen.
U en/of uw cliënten behouden echter formeel, conform punt 105 van de leidraad, de mogelijkheid om zich bij het bezoek in Harlow te laten vertegenwoordigen of zelf aanwezig te zijn, zij het met inachtneming van de vooraankondiging van de deskundigen dat zij in principe zelfstandig onderzoek wensen te doen en in privacy over hun bevindingen met elkaar wensen te spreken.”
5.9.
In reactie daarop heeft Smartkas op diezelfde dag laten weten niet aanwezig te zullen zijn bij het door de deskundigen te verrichten onderzoek ter plaatse van de UK-farm.
Parus heeft kort daarna laten weten dat haar [functie 1] (de heer [naam 1] ) en een andere medeweker voornemens waren bij het onderzoek ter plaatse van de UK-farm, aanwezig te zijn. De vertegenwoordiger van de deskundigen heeft daarop in de avond van 29 september 2025 onder meer het volgende aan partijen gemaild:
“De deskundigen hebben vandaag besloten dat zij indien mogelijk aanstaande vrijdag in Harlow
volledig zelfstandig onderzoek zullen verrichten.
Zij wensen daarbij nadrukkelijk geen begeleiding, bijstand of toelichting, noch van uw cliënt, noch van de tegenpartij. (…)
Indien uw cliënten desondanks aanwezig zijn, zullen de deskundigen hen verzoeken zich op zodanige afstand – te bevinden c.q. te blijven dat vertrouwelijk overleg tussen de deskundigen gewaarborgd blijft. Na afloop van het onderzoek in Harlow zullen de deskundigen evenmin mondelinge toelichting of uitleg aan uw cliënten verstrekken, en zal er ook geen gelegenheid zijn om de deskundigen persoonlijk te spreken.
Ten overvloede wijs ik u erop dat, indien de deskundigen in Harlow wel met uw cliënt zouden spreken, dit ingevolge de punten 98 tot en met 104 van de Leidraad voor deskundigen in civiele zaken uitsluitend in aanwezigheid van de tegenpartij zou kunnen plaatsvinden. Nu vanuit de tegenpartij is aangegeven dat zij in beginsel niet aanwezig zullen zijn, vertrouw ik erop dat uw cliënt zal begrijpen dat de deskundigen op grond van
hun onafhankelijkheid en conform de bepalingen uit de Leidraad zeker niet met uw cliënt zullen spreken.
(Nota bene: ook als namens de tegenpartij mensen aanwezig zouden zijn, dan zijn de deskundigen nog steeds voornemens om zelfstandig onderzoek te doen, zonder mogelijkheid tot mondeling overleg of het geven van mondelinge uitleg).
5.10.
De deskundigen hebben daarna op 2 oktober 2025 een e-mail van de rechtbank aan partijen doorgezonden waarin staat dat partijen en hun raadslieden gehouden zijn de instructies van de deskundigen op te volgen en dat – indien zij dit niet doen – de rechtbank bij de verdere beoordeling van het geschil hieraan de consequenties zal verbinden die zij geraden acht.
5.11.
In reactie daarop heeft Parus op diezelfde dag onder meer het volgende aan de deskundigen gemaild:
“Allereerst bevestig ik bij deze dat Parus de uitdrukkelijke wens van de deskundigen zal respecteren om het onderzoek morgen zelfstandig en zonder begeleiding, bijstand of toelichting van enige procespartij te kunnen verrichten. Ook zal Parus alle door de deskundigen eventueel te geven instructies in achtnemen.
Parus heeft echter de wens om ook zelf aanwezig te zijn teneinde de situatie waarvan de deskundigen kennis gaan nemen met eigen ogen te zien. Dat belang klemt temeer aangezien de situatie ter plaatste na januari 2023 in aanzienlijke mate is gewijzigd.
De aanwezigheid van vertegenwoordigers van Parus behoeft niet in strijd te zijn met de hierboven bedoelde wens van de deskundigen. Hierover zijn namelijk praktische afspraken te maken waardoor tegemoet kan komen aan zowel de wens van de deskundigen als de wens van Parus. Daartoe stelt Parus voor dat haar vertegenwoordigers pas toegang zullen krijgen tot het gebouw direct nadat de deskundigen klaar zijn met hun bezoek. Zij zullen daardoor niet tegelijkertijd met de deskundigen aanwezig zijn. Met dit voorstel wordt gewaarborgd dat de deskundigen hun onderzoek zelfstandig en ongestoord kunnen verrichten terwijl ook Parus (in lijn met paragraaf 105 van de Leidraad) aanwezig kan zijn.
Namens Parus zullen aanwezig zijn: de heer [naam 1] , [functie 1] , en de heer [naam 2] , [functie 2] .”
5.12.
Vervolgens heeft de vertegenwoordiger van de deskundigen onder meer het volgende aan Parus bericht:
“De deskundigen waarderen dat uit uw bericht blijkt dat u hun wens respecteert om het onderzoek morgen op de voormalige teeltlocatie in Harlow zelfstandig en zonder aanwezigheid van partijen te verrichten.
In ons telefoongesprek gaf u aan dat de term "wens" volgens u niet automatisch de betekenis heeft van een "instructie". De deskundigen merken dienaangaande op dat in de praktijk doorgaans de door hen geuite wensen leidend zijn bij de uitvoering van onderzoeken, en dat procespartijen deze normaliter zonder meer respecteren. Voor zover er in dit verband echter een juridisch onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen de begrippen "wens" en "instructie", hebben de deskundigen mij verzocht u (en de wederpartij) hierbij te bevestigen dat hun wens in dit geval tevens als instructie dient te worden aangemerkt: het onderzoek in
Harlow zal derhalve zelfstandig, zonder aanwezigheid van derden, en slechts eventueel in aanwezigheid van de door de eigenaar aan te duiden sleutelhouder, worden uitgevoerd.
Voorts neem ik kennis van uw voorstel om de heer [naam 1] ( [functie 1] ) en de heer [naam 2] ( [functie 2] ) na afloop van het onderzoek van de deskundigen toegang te verlenen tot de locatie. De deskundigen hebben dienaangaande formeel het standpunt ingenomen dat - zodra hun onderzoek is afgerond en zij de locatie hebben verlaten - het niet aan hen is om te bepalen wie vervolgens al dan niet toegang tot de locatie krijgt. De vraag of een dergelijk opvolgend bezoek mogelijk is, valt derhalve buiten hun bevoegdheid.
Voor het geval bij partijen de zorg bestaat dat zij onvoldoende gelegenheid krijgen om ook mondeling door de deskundigen te worden gehoord over de voorliggende vragen, hebben de deskundigen mij verzocht u te informeren dat zij overwegen – zodra alle locatiebezoeken zijn afgerond – een hoorzitting te beleggen op ons kantoor te Made. Voor deze hoorzitting zullen in dat geval beide partijen, alsmede hun juridische vertegenwoordigers, worden uitgenodigd.”
5.13.
Voordat de rechtbank dit bezwaar van Parus inhoudelijk beoordeelt, verduidelijkt zij eerst het volgende.
5.14.
Op 1 oktober 2025 hebben de deskundigen zich – via hun vertegenwoordiger – per e-mail tot de rechtbank gewend. Daarin hebben de deskundigen de discussie met partijen, zoals die blijkt uit de e-mailwisseling van 29 september 2025 (zie 5.8 en 5.9), aan de rechtbank voorgelegd. Daarbij hebben deskundigen de rechtbank gevraagd een aanwijzing te geven op grond waarvan duidelijk wordt dat de aanwezigheid van de twee door Parus aangekondigde personen bij het onderzoek ter plaatse van de UK-farm, niet gewenst is. In die e-mail hebben de deskundigen ook geschreven dat zij voornemens waren om – na afronding van de onderzoeken ter plaatse van de UK-farm en de locatie van Parus in Nederland – beide partijen uit te nodigen voor een hoorzitting.
5.15.
In reactie daarop heeft de rechtbank de e-mail aan de deskundigen gestuurd, die zij op 2 oktober 2025 aan partijen hebben doorgezonden (zie 5.10).
5.16.
Uit punt 105 van de Leidraad volgt dat een deskundige partijen in de gelegenheid moet stellen om bij een onderzoek ter plaatse aanwezig te zijn en dat dit alleen niet hoeft indien partijen aan de deskundige laten weten af te zien van hun recht daarbij aanwezig te zijn. Aan Parus kan worden toegegeven dat dit voorschrift hier niet is nageleefd. In de hiervoor geschetste correspondentie met de deskundigen heeft Parus namelijk uitdrukkelijk aangegeven
welbij het onderzoek ter plaatse van de UK-farm aanwezig te willen zijn.
5.17.
De rechtbank ziet evenwel geen aanleiding om aan de schending van dit voorschrift gevolgen te verbinden. De rechtbank stelt vast dat de deskundigen het beginsel van hoor en wederhoor hier desondanks voldoende in acht hebben genomen. Daartoe is redengevend dat:
bij het onderzoek ter plaatse op een locatie van Parus in Nederland op 10 oktober 2025, vertegenwoordigers van Parus aanwezig waren,
de deskundigen op 17 november 2025 een hoorzitting hebben gehouden, waarbij partijen en hun advocaten aanwezig waren. Daarbij zijn partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op verduidelijkende vragen van de deskundigen en om hun visie op relevante feiten, de technische en operationele inrichting van de beide farms, alsmede de door hen gehanteerde aannames en uitgangspunten nader toe te lichten,
Parus de mogelijkheid had om – na het onderzoek ter plaatse van de UK-farm door de deskundigen – de UK-farm te bezoeken en dat zij van die mogelijkheid ook gebruik heeft gemaakt,
beide partijen schriftelijk hebben kunnen reageren op het concept deskundigenbericht. Uit het deskundigenbericht (pagina’s 117 tot en met 135) blijkt dat Parus zeer uitgebreid schriftelijk heeft gereageerd op de bevindingen van de deskundigen zoals vervat in het concept deskundigenbericht.
5.18.
Zonder verdere toelichting van Parus, valt uit de hiervoor in 5.8 tot en met 5.12 geschetste gang van zaken evenmin af te leiden dat het recht van Parus op een eerlijk proces is geschonden.
b) Foto’s van de goten in het deskundigenbericht
5.19.
Parus heeft verder gewezen op twee in het deskundigenbericht opgenomen foto’s van (de binnenkant van) de goten, die onderdeel uitmaakten van de UK-farm. Het gaat daarbij om afbeeldingen 5 en 11 van het deskundigenbericht. Parus heeft toegelicht dat die foto’s geen representatief beeld van de werkelijkheid geven, omdat die de indruk wekken dat de goten vervuild waren, terwijl – afgezien van de in die foto’s weergegeven goten – vrijwel alle andere goten schoon waren.
5.20.
De rechtbank gaat voorbij aan deze toelichtingen van Parus. De hygiëne van de goten – na het stopzetten van de UK-farm – is voor de verdere beoordeling van deze zaak niet van belang. Het gaat om de
installatievan die goten. Parus heeft niet toegelicht waarom voornoemde foto’s afbreuk doen aan het oordeel van de deskundigen dat het systeem zelf niet deugt, mede omdat de keuze voor volledig waterpas geïnstalleerde goten volgens hen onverenigbaar is met een professioneel systeem waarmee jaarrond aardbeien moeten kunnen worden geteeld.
c) De deskundigen hebben geen andere installaties bekeken
5.21.
Daarnaast meent Parus dat het deskundigenbericht niet kan worden gevolgd, omdat de deskundigen niet andere, vergelijkbare installaties van Parus hebben bekeken. Volgens Parus was dat wel noodzakelijk om de werking van het door haar aan Smartkas geleverde systeem op een zorgvuldige wijze te kunnen beoordelen.
5.22.
Daarin wordt Parus niet gevolgd. Voorop staat dat de rechtbank het aan de deskundigen heeft overgelaten om te beoordelen of zij het raadzaam achten andere installaties van Parus te inspecteren (zie tussenvonnis van 14 mei 2025, onder 2.15). Uit het deskundigenbericht blijkt dat Parus de deskundigen heeft gewezen op een lijst met acht andere farms en logdata van de farms, met het doel de werking van de onderhavige farms aan te tonen. De deskundigen hebben toegelicht dat zij daarin geen aanleiding hebben gezien om in hun beoordeling andere installaties te betrekken, omdat die onvoldoende vergelijkbaar zijn met de onderhavige farms. [50] Op basis van voornoemde overweging van de rechtbank, stond het de deskundigen vrij deze keuze te maken. Bovendien doet het feit dat andere farms van Parus wel functioneren, niet af aan het oordeel van de deskundigen dat de onderhavige farms niet functioneerden en ook niet konden functioneren.
d) Diverse juridische oordelen in het deskundigenbericht
5.23.
Parus heeft verder toegelicht dat de deskundigen buiten de grenzen van hun opdracht zijn getreden, omdat zij op diverse punten juridische oordelen hebben gegeven. Volgens Parus hebben de deskundigen daarmee hun opdracht als onafhankelijke en onpartijdige deskundige niet naar behoren uitgevoerd. Parus heeft er daartoe – samengevat – op gewezen dat de deskundigen zich hebben uitgelaten over:
de contractuele status van de offertes van Parus (door de deskundigen ook wel het ‘procesrechtelijk dilemma’ genoemd),
de wijze waarop onderdelen van de overeenkomst tussen partijen moet worden uitgelegd,
de vraag of Parus aan Smartkas had moeten wijzen op het effect van de afstand tussen het LED-armatuur en de gewassen,
het gebruik van de term NFT,
de vraag of Parus heeft gepoogd hen te misleiden met de door haar aangeleverde screenshots van CO2-waarden,
de opstelling van Smartkas in het (ver)kooptraject.
5.24.
Parus heeft er terecht op gewezen dat het niet aan de deskundigen is om de zaak juridisch te beoordelen en dat de deskundigen in het deskundigenbericht hier en daar oordelen hebben gegeven die (ook) mogelijk een juridische lading hebben en dat zij in zoverre buiten de grenzen van hun opdracht zijn getreden. Dat aantal van die oordelen in het nadeel van Parus is, is onvoldoende om aan te nemen dat de deskundigen hun opdracht niet naar behoren – als onafhankelijke en onpartijdige deskundigen – hebben uitgevoerd. Te meer daar het deskundigenbericht ook (juridische) oordelen bevat die in het nadeel van Smartkas zijn, waarbij in het bijzonder wordt gewezen op de oordelen van de deskundigen dat Smartkas zich in het (ver)kooptraject passief en zelfs naïef heeft opgesteld en Smartkas in de voorbereiding, bouw en ingebruikname van de farms onvoldoende is opgetreden als een professionele (toekomstige) exploitant. [51] Bij deze stand van zaken valt niet in te zien dat de deskundigen hun opdracht niet naar behoren hebben uitgevoerd.
iii) Het feitelijk functioneren van de UK-farm
5.25.
Parus heeft bij haar conclusie na deskundigenbericht – als producties 86 en 87 – respectievelijk oogstrapporten van Smartkas en een eigen analyse daarvan overgelegd. Aan de hand daarvan heeft Parus toegelicht dat de UK-farm wel degelijk functioneerde en dat daarin in januari tot en met april 2023 aardbeien van goede kwaliteit werden geoogst. In de professionele tuinbouw wordt de interne fruitkwaliteit en zoetheid gemeten in graden Brix (“Bx). De Brix-waarde is de maatstaf voor het percentage opgeloste droge stof (Total Soluble Solids, TSS), wat bij aardbeien voor ruim 80% uit natuurlijke suikers (glucose, fructose, sucrose) bestaat. Voor Britse supermarkten geldt een minimale acceptatienorm van 8,0 Brix. De Brix-waarden van de in de UK-farm geoogste aardbeien, lagen daar (ver) boven. Aldus steeds Parus.
5.26.
Uit het dossier blijkt inderdaad dat in de eerste maanden van 2023 aardbeien zijn geoogst in de UK-farm. Ook indien de stelling van Parus juist is dat die aardbeien van goede kwaliteit waren, betekent dit nog niet dat de UK-farm naar behoren functioneerde. Tegenover hetgeen de deskundigen hebben verklaard met betrekking tot zowel de functionele als technische gebreken die zij in het systeem van de UK-farm hebben vastgesteld (zie hoofdstuk 4) en hun algemene oordeel dat die gebreken naar hun aard en omvang zodanig ingrijpend waren dat het UK-farm niet kon functioneren (zie 4.9) is de enkele stelling dat er op enig moment aardbeien van goede kwaliteit zijn geoogst, onvoldoende.
iv) Resultaten van vergelijkbare installaties
5.27.
Parus heeft – samengevat – aangevoerd dat zij vele soortgelijke aardbeienteeltsystemen heeft gerealiseerd en steeds met succes. De rechtbank gaat voorbij aan de door Parus in dit verband gegeven toelichtingen. De enkele omstandigheid dat andere, soortgelijke aardbeienteeltsystemen van Parus wel succesvol zijn gerealiseerd, verandert niets aan het oordeel van de deskundigen dat de onderhavige farms niet functioneerden.
v) Wetenschappelijke onderbouwing
5.28.
Parus heeft verder naar voren gebracht dat de deskundigen hebben verwezen naar een verouderde wetenschappelijke studie uit 2013. Parus heeft in haar reactie op het concept deskundigenbericht, een overzicht aan de deskundigen gestuurd van recente relevante wetenschappelijke en andere literatuur. Uit het definitieve deskundigenrapport blijkt evenwel dat de deskundigen het niet nodig hebben gevonden om kennis te nemen van deze studies. Uit die studies blijkt onder meer dat systemen met horizontale goten en een eb- en vloed systeem – zoals hier door Parus toegepast – succesvol ingezet kunnen worden. Uit de door Parus genoemde studies blijkt dat de door haar gebruikte techniek goed werkt. De deskundigen hadden niet aan deze studies voorbij mogen gaan. De deskundigen zijn kennelijk niet op de hoogte van de actuele stand van de wetenschap, althans hebben zij die niet in hun beoordeling betrokken. Aldus steeds Parus.
5.29.
Ook hier wordt Parus niet gevolgd. Het enkele feit dat uit de door haar genoemde studies en literatuur blijkt dat het door haar toegepaste systeem succesvol
kanworden ingezet, zegt op zichzelf nog niets over de vraag of het door haar toegepaste systeem ook daadwerkelijk functioneert. Bovendien hebben de deskundigen er in hun deskundigenbericht op gewezen dat geen van de door Parus genoemde studies specifiek betrekking heeft op de teelt van aardbeien in het betreffende systeem en dat zij daarom geen reden zagen die in hun verdere beoordeling te betrekken. [52]
vi) Bepaalde individuele onderdelen van het systeem
5.30.
Parus heeft erop gewezen dat uit het deskundigenbericht blijkt dat bepaalde individuele onderdelen van het systeem geen gebreken vertoonden. De deskundigen hebben geconstateerd dat i) de constructie een overwegend solide en stabiele indruk maakt (zie 4.20), ii) slechts sprake was van incidentele sporen van corrosie (zie 4.22) en iii) de goten geen lekkages en grootschalige materiële schade vertoonden (zie 4.27). Volgens Parus waren verder de door haar geleverde veldcomponenten functioneel in orde.
5.31.
De rechtbank gaat voorbij aan deze toelichtingen van Parus, omdat niet relevant is of bepaalde, individuele onderdelen van het systeem geen gebreken vertoonden. Het gaat hier namelijk om de vraag of het
gehelesysteem kon functioneren en de deskundigen hebben die vraag ontkennend beantwoord.
vii) Interpretatie door de deskundigen
5.32.
Volgens Parus hebben de deskundigen met betrekking tot verschillende onderwerpen onjuiste interpretaties gegeven. Parus heeft daartoe gewezen op:
de door haar aangeleverde constructieberekening,
de door de deskundigen gemaakte foto’s van de kit in de goten,
de betekenis van de term “Grade 8F staal”
de door haar gegeven uitleg over de frequentie en duur van de watergift.
5.33.
De rechtbank gaat ook voorbij aan deze toelichtingen van Parus, omdat zij daaraan geen afzonderlijke gevolgen verbindt.
viii) Afbakening van het deskundigenonderzoek
5.34.
Parus heeft verder naar voren gebracht dat de afbakening van het deskundigenonderzoek onvoldoende duidelijk is, omdat in het deskundigenbericht geen onderscheid wordt gemaakt tussen haar installaties, de installaties van Geerolfs of de installaties die onder de verantwoordelijkheid van Smartkas of door haar ingehuurde aannemers zijn gerealiseerd. Volgens Parus biedt het deskundigenbericht – mede daarom – onvoldoende grondslag om een causaal verband vat te stellen tussen de door de deskundigen genoemde gebreken en de door Smartkas gestelde schade of het falen van de farms. De rechtbank gaat hieraan voorbij. In het tussenvonnis van 6 november 2024 is in rechtsoverweging 4.27 overwogen wat partijen zijn overeengekomen en wie voor welk onderdeel verantwoordelijk was. Tot de verantwoordelijkheid van Parus behoorde onder meer het maken van een technisch ontwerp en het leveren van de apparatuur. Het oordeel van de deskundigen ziet op die onderdelen. Dat het rapport zich ook uitlaat over de kwaliteit van zaken die niet tot de verantwoordelijkheid van Parus behoorden, maakt niet dat het rapport daarmee onbruikbaar is om een oordeel te geven over het de kwaliteit van het door Parus geleverde.
Slotsom
5.35.
De slotsom is dat alle bezwaren van Parus tegen het deskundigenbericht worden verworpen. Dit betekent dat het verzoek van Parus tot benoeming van (een) nieuwe deskundige(n) voor het verrichten van nader deskundigenonderzoek, wordt afgewezen. De verdere beoordeling van de vorderingen van Parus en de tegenvorderingen van Smartkas zal dan ook plaatsvinden aan de hand van het thans uitgebrachte deskundigenbericht.

6.De verdere beoordeling van de vorderingen van Parus en Smartkas

Vooraf
6.1.
Voordat de rechtbank toekomt aan de verdere inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van Parus en Smartkas, wordt eerst ingegaan op: i) het (nieuwe) beroep op de klachtplicht door Parus, ii) het beroep van Parus op de eigen verantwoordelijkheid van Smartkas, iii) de algemene voorwaarden van Parus en iv) de overige door Parus in haar conclusie na deskundigenbericht opgeworpen punten.
i) Klachtplicht
6.2.
Parus heeft aangevoerd dat Smartkas reeds in een zeer vroeg stadium van de samenwerking tussen partijen op de hoogte was van de werking van het systeem. Partijen hadden op de locatie van Parus een test-cel ingericht, waarin Smartkas vooraf uitgebreid het systeem van Parus heeft kunnen testen. Reeds in een vroeg stadium van het onderhavige project ontstond een intensieve samenwerking tussen Parus, Smartkas en de Hongaarse vennootschap [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ). [bedrijf] was door Smartkas ingehuurd voor de technische aspecten en de data-gedreven aansturing. Uit deze gang van zaken mag worden afgeleid dat Smartkas voldoende op de hoogte was van de werking en functionaliteit van het systeem en zelf heeft geconstateerd dat het systeem voldeed. Smartkas verliest hierdoor het recht te klagen dat het systeem i) niet kan functioneren, ii) niet een puur NFT systeem is en iii) met horizontale goten is uitgevoerd. Aldus steeds Parus.
6.3.
De rechtbank begrijpt de toelichtingen van Parus zo dat zij daarmee een beroep doet op de in artikel 6:89 BW Pro opgenomen klachtplicht. Het eerdere beroep op de klachtplicht heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 6 november 2024 (onder 4.39 en 4.40) reeds verworpen. De hiervoor in 6.2 geschetste toelichtingen van Parus beschouwt de rechtbank als een nieuw, afzonderlijk beroep op de klachtplicht. Ook dit beroep wordt verworpen. Het enkele feit dat Smartkas – bijgestaan door [bedrijf] – in een vroeg stadium van de samenwerking tussen partijen het systeem heeft getest, brengt niet zonder meer mee dat Smartkas het recht verliest te klagen dat het systeem i) niet kan functioneren, ii) niet een puur NFT systeem is en iii) met horizontale goten is uitgevoerd.
ii) Eigen verantwoordelijkheid van Smartkas
6.4.
De rechtbank begrijpt uit de verdere toelichtingen van Parus – in randnummers 128 tot en met 135 en 143 tot en met 147 van haar conclusie na deskundigenbericht – dat zij wil wijzen op bepaalde aspecten van de samenwerking tussen partijen die volgens haar onder de verantwoordelijkheid van Smartkas vielen, waarvan zij meent dat die haar nu niet kunnen worden tegengeworpen. Volgens haar trad Smartkas op als systeemintegrator en heeft zij tijdens de realisatie van beide farms verschillende ontwerp- en installatiekeuzes gemaakt die direct invloed hadden op het functioneren daarvan, zoals de plaatsing van de elektrische cabinets en veldcomponenten, de chillers en de bouwkundige uitvoering van het gebouw. Daarnaast heeft Smartkas de door Parus geleverde CO2 kachels kennelijk nooit gebruikt, zodat Smartkas haar niet aansprakelijk kan houden voor de teeltkundige gevolgen van een CO2-tekort in het systeem. Aldus steeds Parus.
6.5.
De rechtbank constateert dat Parus hiermee miskent dat zij – zoals in het tussenvonnis van 6 november 2024 (onder 4.27) reeds is overwogen – zich op grond van de overeenkomst jegens Smartkas heeft verbonden tot onder meer i) het maken van een technisch ontwerp van beide farms, ii) het leveren van de in de offertes vermelde materialen en apparatuur voor beide farms en iii) het bieden van assistentie bij onder andere de installatie van beide farms. Dit betekent dat Parus zelf – anders dan zij nu doet voorkomen – verantwoordelijk was voor de plaatsing van de elektrische cabinets en de veldcomponenten en de chillers in het systeem.
6.6.
Smartkas was ingevolge de overeenkomst gehouden te zorgen dat het gebouw gereed was voor de installatie. Volgens Parus week de bouwkundige uitvoering van het gebouw af van wat in een professionele indoor farm gebruikelijk is, omdat i) een vloeistofdichte vloer ontbrak, ii) gebruik werd gemaakt van houten deuren in teeltruimten en iii) sprake was van een beperkte damp- en gasdichting van de teeltruimte. Welke conclusie Parus hieraan verbindt is onvoldoende duidelijk. Voor zover Parus hiermee betoogt dat het gebouw niet gereed was voor installatie, gaat de rechtbank daaraan voorbij nu Parus onvoldoende toelicht waarom dit het geval is en het bovendien op de weg van Parus als ontwerper en leverancier van de apparatuur had gelegen om Smartkas hierop te wijzen voorafgaand aan de installatie.
6.7.
Met haar standpunt over (het gebruik van) de CO2 kachels, miskent Parus dat Smartkas haar niet als zodanig aansprakelijk houdt voor de teeltkundige gevolgen van een CO2-tekort in het systeem, maar haar aansprakelijk houdt voor het geheel niet functioneren van de beide farms. Dit standpunt van Parus doet dan ook niet ter zake, zodat de rechtbank daaraan voorbijgaat.
iii) De algemene voorwaarden van Parus
6.8.
Partijen hebben voorafgaand aan het tussenvonnis van 6 november 2024 uitgebreid gediscussieerd over de vraag of de algemene voorwaarden van Parus van toepassing zijn op de overeenkomst. Parus heeft in haar conclusie na deskundigenbericht nogmaals betoogd dat haar algemene voorwaarden van toepassing zijn. De rechtbank gaat hieraan voorbij omdat geen van partijen relevante gevolgen verbindt aan de al dan niet toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Parus.
iv) Overige punten
6.9.
Parus heeft in haar conclusie na deskundigenbericht – samengevat – nog naar voren gebracht dat i) Smartkas ten tijde van het aangaan van de overeenkomst financieel in zwaar weer verkeerde en inmiddels een vegetatief bestaan leidt en ii) aannemelijk is dat de gestegen Britse energieprijzen Smartkas de das om hebben gedaan en niet de door haar gestelde gebreken aan de UK-farm. De rechtbank gaat voorbij aan deze toelichtingen van Parus, omdat zij daaraan geen gevolgen verbindt.
De vorderingen van Parus worden afgewezen, de primaire vorderingen van Smartkas worden grotendeels toegewezen
6.10.
Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van Parus moeten worden afgewezen en dat de primaire vorderingen van Smartkas grotendeels zullen worden toegewezen. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
6.11.
Parus vordert – samengevat – betaling van het openstaande saldo van de slotfactuur, ten bedrage van USD 682.632,24, te vermeerderen met rente, koerswijzigingsschade en kosten.
6.12.
Smartkas vordert onder meer (primair) dat de rechtbank i) de overeenkomst ter zake van beide farms ontbindt, ii) Parus ter zake van beide farms veroordeeld tot verschillende bedragen aan aanvullende schadevergoeding dan wel verwijzing naar de schadestaatprocedure en iii) Parus veroordeelt tot terugbetaling van alle reeds door haar betaalde bedragen ter zake beide farms.
6.13.
De rechtbank ziet aanleiding om hierna eerst de primaire vorderingen van Smartkas – die strekken tot ontbinding van de gehele overeenkomst, namelijk ter zake van zowel de NL-farm als de UK-farm – te behandelen.
6.14.
Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas, wanneer de schuldenaar in verzuim is (artikel 6:265 BW Pro).
6.15.
De rechtbank stelt vast dat Parus tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. Uit het deskundigenbericht blijkt dat met name (de opzet en uitwerking van) het watersysteem, het ozonsysteem, het UV-systeem en het CO2-systeem in beide farms dusdanig was, dat die farms niet geschikt waren voor het beoogde doel, namelijk de professionele en jaarrond teelt van aardbeien (zie 4.5 en 4.6). Op grond van de overeenkomst was Parus voor al deze aspecten verantwoordelijk.
6.16.
Nakoming van de overeenkomst door Parus is niet blijvend of tijdelijk onmogelijk. Daarom moet worden beoordeeld of Parus in verzuim is. Dat is het geval. Zij heeft in haar brief van 10 februari 2023 – met betrekking tot alleen de UK-farm – weliswaar op enkele (kleine) punten aangeboden die te herstellen dan wel ondersteuning te bieden, maar dat was niet voldoende. Op basis van de conclusies van de deskundigen dat beide farms dusdanige functionele en technische vertoonden dat die feitelijk niet konden functioneren (zie 4.9) en dat de meest aangewezen manier van herstel van beide farms neerkomt op het opnieuw ontwerpen en vervolgens realiseren van de beide farms (zie 4.16), is de conclusie dat Parus twee geheel nieuwe farms aan Smartkas had moeten leveren. Dat wilde Parus blijkens haar brief van 10 februari 2023 niet doen. De rechtbank kwalificeert die brief dan ook als een mededeling van Parus waaruit Smartkas mocht afleiden dat Parus in de nakoming van de overeenkomst zou tekortschieten, zodat het verzuim van Parus zonder ingebrekestelling is ingetreden (artikel 6:83 aanhef Pro en onder c BW).
6.17.
Al het voorgaande brengt mee dat de primaire vorderingen van Smartkas – die strekken tot ontbinding van de overeenkomst – worden toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld.
6.18.
Een ontbinding bevrijdt partijen van de daardoor getroffen verbintenissen. Voor zover deze reeds zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties (artikel 6:271 BW Pro).
6.19.
De ontbinding van de overeenkomst brengt dan ook mee dat Parus geen recht meer heeft op betaling van het openstaande saldo van de slotfactuur. De daartoe strekkende hoofdvordering van Parus moet dan ook worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de overige (neven)vorderingen van Parus.
6.20.
Tegelijkertijd brengt de ontbinding van de overeenkomst mee dat Parus de reeds door Smartkas aan haar betaalde bedragen moet terugbetalen. De daartoe strekkende primaire vordering van Smartkas wordt dan ook toegewezen.
6.21.
Smartkas vordert verder primair veroordeling van Parus tot betaling van verschillende bedragen aan aanvullende schadevergoeding ter zake van beide farms. Deze vorderingen zijn gebaseerd op de stelling van Smartkas dat Parus aan haar de garantie heeft gegeven dat met beide farms minimaal drie kilogram aardbeien per plant per jaar kon worden gekweekt. De rechtbank heeft reeds in het tussenvonnis van 6 november 2024 (onder 4.23 tot en met 4.26) overwogen dat er geen sprake is van een garantie. De door Smartkas gevorderde bedragen aan aanvullende schadevergoeding ter zake van beide farms worden daarom afgewezen.
6.22.
Smartkas heeft ook primair – ter zake van beide farms – verwijzing naar de schadestaatprocedure gevorderd. Op basis van de in deskundigenbericht opgenomen bevindingen in hun onderlinge samenhang bezien (zie hoofdstuk 4), acht de rechtbank de mogelijkheid van schade aan de zijde van Smartkas als gevolg van de tekortkoming van Parus aannemelijk. Op dit moment kan die schade nog niet worden begroot. De rechtbank acht het daarom aangewezen om Parus – onder toepassing van artikel 612 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) – te veroordelen tot vergoeding van de door Smartkas als gevolg van de tekortkoming door Parus geleden schade, nader op te maken bij staat. In de schadestaatprocedure kan vervolgens de discussie over het bestaan en de omvang van de schade van Smartkas en eventuele aansprakelijkheid daarvoor voor Parus nader worden gevoerd.
in conventie
De proceskosten
6.23.
Parus krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten van Smartkas betalen. De proceskosten van Smartkas worden begroot op:
- griffierecht: € 5.737,00
- kosten deskundigenbericht: € 53.541,29
- salaris advocaat: € 14.892,00 (4,0 punten x tarief VII: € 3.723,00)
- nakosten:
€ 189,00(plus de in de beslissing vermelde verhoging)
- totaal: € 74.359,29
Rente
6.24.
De rechtbank merkt op dat zij in het tussenvonnis van 6 november 2024 (onder 3.2) per abuis heeft opgenomen dat Smartkas een veroordeling van Parus in de proceskosten heeft gevorderd, te vermeerderen met rente. Die vermeerdering van de proceskosten met rente heeft Smartkas evenwel niet gevorderd, zodat die ook niet kan worden toegewezen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
6.25.
De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordelingen ook moeten worden uitgevoerd als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld en zolang daarop niet anders is beslist.
in reconventie
De proceskosten
6.26.
Parus krijgt grotendeels ongelijk en moet daarom de proceskosten van Smartkas betalen. De proceskosten van Smartkas worden begroot op:
- salaris advocaat: € 1.306,00 (4,0 punten x factor 0,5 x tarief II: € 653,00)
- nakosten:
€ 107,00(plus de in de beslissing vermelde verhoging)
- totaal: € 1.413,00
De beslagkosten
6.27.
Smartkas vordert Parus te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op:
- verschotten: € 522,44
- salaris advocaat:
€ 326,50(1,0 punt x factor 0,5 x tarief II: € 653,00)
- totaal: € 848,94
Rente
6.28.
De over de proceskosten en de beslagkosten gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
6.29.
Parus voert verweer tegen de door Smartkas gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad en brengt daartoe – samengevat – het volgende naar voren. Smartkas is momenteel niet meer actief en haar financiële situatie is hoogstwaarschijnlijk zeer slecht. Smartkas heeft slechts eenmaal – over het jaar 2021 – een vastgestelde jaarrekening gedeponeerd. Daardoor kan niet worden beoordeeld of Parus een eventueel te betalen bedrag kan restitueren als het vonnis in hoger beroep wordt vernietigd. Smartkas is waarschijnlijk ook niet in staat om aan een eventuele restitutieverplichting te voldoen. Dit volgt uit het feit dat zij heeft nagelaten haar betalingsverplichting jegens verschillende schuldeisers te voldoen. Overigens is een belang van Smartkas bij onmiddellijke executie beperkt, omdat Smartkas geen lopende bedrijfsactiviteiten meer heeft en geen acute liquiditeitsnood is aangetoond. Daarentegen is het belang van Parus groot, omdat betaling hoogstwaarschijnlijk onomkeerbare financiële gevolgen heeft. Restitutie bij vernietiging van het vonnis in hoger beroep zal feitelijk illusoir zijn. Aldus steeds Parus.
6.30.
De vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad is gegrond op artikel 233 Rv Pro. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval.
6.31.
Aan de wettelijke vereisten van artikel 233 Rv Pro voor toewijzing van de vordering is in dit geval voldaan. Het belang van Smartkas dat Parus op korte termijn voldoet aan hetgeen waartoe zij is veroordeeld, weegt zwaarder dan het belang van Parus bij het behoud van de bestaande toestand. De door Parus genoemde omstandigheden brengen op zichzelf en in hun onderlinge samenhang bezien geen restitutierisico met zich mee. Parus heeft in dit verband nog gewezen op een door haar als productie 93 ingebracht rapport Cofin Consultancy, maar heeft niet verder verduidelijkt waarom daaruit zou blijken dat sprake is van een restitutierisico. De rechtbank gaat daar dan ook aan voorbij.
6.32.
Al het voorgaande brengt mee dat de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dit betekent dat, ook wanneer tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld, de veroordelingen moeten worden uitgevoerd.

7.De beslissing

De rechtbank
in conventie
7.1.
wijst de vorderingen van Parus af,
7.2.
veroordeelt Parus in de proceskosten, aan de zijde van Smartkas begroot op € 74.359,29, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
7.3.
ontbindt de overeenkomst tussen Parus en Smartkas – ter zake van zowel de NL-farm als de UK-farm – per heden,
7.4.
veroordeelt Parus tot terugbetaling aan Smartkas van alle reeds door of namens Smartkas betaalde bedragen ter zake van zowel de NL-farm als de UK-farm,
7.5.
veroordeelt Parus tot vergoeding van de door Smartkas als gevolg van de tekortkoming door Parus ter zake van zowel de NL-farm als de UK-farm geleden schade, nader op te maken bij staat,
7.6.
veroordeelt Parus in de proceskosten, aan de zijde van Smartkas begroot op € 1.413,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
7.7.
veroordeelt Parus in de beslagkosten, aan de zijde van Smartkas begroot op € 848,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
7.8.
veroordeelt Parus in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten (zie 7.6) en de beslagkosten (zie 7.7) als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
7.9.
wijst het meer of anders door Smartkas gevorderde af,
in conventie en in reconventie
7.10.
veroordeelt Parus – indien zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend – tot betaling van € 98,00 aan Smartkas, plus de kosten van de betekening,
7.11.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. L.J.P.C. Silven, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.

Voetnoten

1.In het deskundigenrapport wordt gesproken over “jaarrond teelt”. Daarmee wordt bedoeld teelt die een aanzienlijk deel van het jaar kan plaatsvinden. Ook de rechtbank zal deze term in het vervolg gebruiken.
2.Deskundigenbericht, p. 6 – 8.
3.Deskundigenbericht, p. 15 – 17.
4.Deskundigenbericht, p. 17 – 18.
5.Deskundigenbericht, p. 18 – 19.
6.Deskundigenbericht, p. 21.
7.Deskundigenbericht, p. 22.
8.Deskundigenbericht, p. 24.
9.Deskundigenbericht, p. 25.
10.Deskundigenbericht, p. 27.
11.Deskundigenbericht, p. 28.
12.Deskundigenbericht, p. 29.
13.Deskundigenbericht. p. 33.
14.Deskundigenbericht, p. 36.
15.Deskundigenbericht, p. 39.
16.Deskundigenbericht, p. 43, tweede en derde alinea.
17.Deskundigenbericht, p. 46.
18.Deskundigenbericht, p. 46, derde alinea.
19.Deskundigenbericht, p. 47, vierde alinea.
20.Deskundigenbericht, p. 51.
21.Deskundigenbericht, p. 56.
22.Deskundigenbericht, p. 58, tweede alinea.
23.Deskundigenbericht, p. 58.
24.Deskundigenbericht. p.58, vierde, vijfde en zesde alinea.
25.Deskundigenbericht, p. 60.
26.Deskundigenbericht, p. 61, zevende en achtste alinea.
27.Deskundigenbericht, p. 62, derde, vierde en vijfde alinea.
28.Deskundigenbericht, p. 66, derde, vierde en vijfde alinea.
29.Deskundigenbericht, p. 72.
30.Deskundigenbericht, p. 73.
31.Deskundigenbericht, p. 75, vierde alinea.
32.Deskundigenbericht p. 76, tweede, vierde en vijfde alinea.
33.Deskundigenbericht, p. 77.
34.Deskundigenbericht, p. 79.
35.Deskundigenbericht, p. 85.
36.Deskundigenbericht, p. 87.
37.Deskundigenbericht. p. 88 (onder kopje ‘Deelvragen’)
38.Deskundigenbericht, p. 91.
39.Deskundignebericht, p. 93.
40.Deskundigenbericht, p. 96.
41.Deskundigenbericht, p. 97, zevende en achtste alinea en p. 98.
42.Deskundigenbericht, p. 99.
43.Deskundigenbericht, p. 100.
44.Deskundigenbericht, p. 102, laatste alinea.
45.Deskundigenbericht, p. 103, tweede alinea.
46.Deskundigenbericht, p. 107, vierde alinea.
47.Deskundigenbericht, p. 108, derde alinea.
48.Deskundigenbericht, p. 109, eerste alinea.
49.Deskundigenonderzoek, p. 111, eerste alinea.
50.Deskundigenbericht, p. 117, derde bullet.
51.Deskundigenbericht, p. 108, tweede en derde alinea.
52.Deskundigenbericht, p. 117, vierde bullet.