Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6435

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
11696385 WM VERZ 25-6189
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onjuiste schouwrapporten bij geslotenverklaring Laan van Vlaanderen

Betrokkene werd een overtreding verweten van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Laan van Vlaanderen te Amsterdam, geconstateerd op 6 augustus 2024. De overtreding werd automatisch geregistreerd met een camera die een bord C12 vastlegde, maar het bleek dat een van de twee borden op de locatie sinds januari 2024 was verwijderd.

De schouwrapporten en het proces-verbaal gaven onterecht aan dat beide borden aanwezig waren, terwijl slechts één bord stond. Dit leidde tot een onjuiste feitelijke grondslag voor de vaststelling van de overtreding. Een aanvullend proces-verbaal kon deze onwaarheid niet herstellen.

De rechtbank oordeelde dat de overtreding daardoor niet betrouwbaar was vastgesteld en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene vanwege de gegrondverklaring van het beroep en de nagenoeg identieke behandeling van meerdere zaken.

De bestreden beslissing en de inleidende beschikking werden vernietigd, en het betaalde bedrag aan zekerheid werd aan betrokkene gerestitueerd.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking vernietigd wegens onjuiste schouwrapporten, met restitutie van zekerheid en toekenning van proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. J.F. Kuiken
zaaknummer: 11696385 WM VERZ 25-6189
beslissing van: 18 juni 2026
func.: 65186
Uitspraak van 18 juni 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres]
verder: betrokkene
Namens wie beroep is ingesteld door:
Adviesbureau Skandara B.V.
mr. B. de Jong
verder: gemachtigde
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 3 december 2024 en is gericht tegen de beslissing van 29 november 2024 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996.

CJIB-nummer: [nummer 1]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 27 augustus 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. De gemachtigde heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – nadat gemachtigde fysiek is gehoord – ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft de gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 18 juni 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is niemand ter zitting verschenen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Zekerheid
1. Uit het dossier blijkt dat betrokkene de zekerheid niet heeft betaald. Verweerder heeft ter zitting verzocht de zaak om die reden aan te houden. De kantonrechter ziet echter om proceseconomische redenen aanleiding om de zekerheid op nihil te stellen. Het beroep zal daarom inhoudelijk worden beoordeeld.
Inhoudelijk
2. Betrokkene wordt verweten een weg te hebben gebruikt in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12). De gedraging is geconstateerd op 6 augustus 2024 om 18:44 uur op de Laan van Vlaanderen te Amsterdam.
3. Het beroep is tijdig ingesteld.
4. Gemachtigde heeft namens betrokkene de gedraging in algemene zin betwist. Daarnaast wordt om toekenning van een proceskostenvergoeding verzocht. Er zijn geen aanvullende gronden ingediend.
5. Verweerder heeft ter zitting een aanvullend proces-verbaal van 10 juni 2026 overgelegd, dat naar aanleiding van de onduidelijkheid over de bebording is opgevraagd. Hieruit blijkt dat het C12 bord dat aan de linkerzijde van de Laan van Vlaanderen was geplaatst ter hoogte van de brug (brug 1872 Vlimmerenstraat richting Plesmanlaan) op 20 januari 2024 is verwijderd vanwege ongewenste reflectie in de camera en dat dit abusievelijk niet is aangepast in het algemeen proces-verbaal en niet gewijzigd is in de schouwlijst. Verweerder verzoekt hieraan geen gevolgen te verbinden en het beroep ongegrond te verklaren omdat de situatie ter plaatse ook met één bord voldoende duidelijk is.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding verzoekt verweerder samenhang aan te nemen in alle zaken die vandaag gegrond worden verklaard, omdat de werkzaamheden van de gemachtigde in deze zaken nagenoeg identiek zijn.
6. Het volgende wordt overwogen.
7. Uit het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht blijkt dat de overtreding automatisch is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd. De camera is geplaatst na een bord C12 met onderbord ‘ma t/m vrij 07:00 – 10:00 H en 16:00 – 19:00 H’ en ‘uitgezonderd lijnbussen’. De camera heeft vastgelegd dat het voornoemde voertuig kwam uit de zuidzuidoostelijke richting van de Vlimmerenstraat en reed in noordnoordwestelijke richting naar de Plesmanlaan. De camera heeft vastgelegd dat de bestuurder van het voertuig het bord C12 negeerde en de geslotenverklaring in reed.
8. Uit het verkeersbesluit Laan van Vlaanderen, geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen tijdens spitsuren uitgezonderd lijnbussen, van de gemeente Amsterdam (Gemeenteblad 2023 nr. 448775 van 20 oktober 2023) volgt dat er zowel links als rechts een verbodsbord C12 is geplaatst op die locatie. In de twee schouwrapporten met het daarbij behorende proces-verbaal, gedateerd kort voor en kort na de vermeende gedraging, is opgenomen dat alle borden duidelijk en onbeschadigd zijn geplaatst en voor eenieder goed zichtbaar, waaronder twee verbodsborden C12 op de brug 1872 links en rechts. Deze schouwrapporten zijn op ambtsbelofte opgemaakt.
9. Gebleken is dat in werkelijkheid sinds januari 2024 op de brug 1872 geen verbodsbord C12 meer aan de linkerzijde staat. Uitsluitend aan de rechterzijde staat zo een verbodsbord. De kantonrechter stelt dan ook vast dat de schouwrapporten ten aanzien van deze locatie niet naar waarheid zijn opgemaakt. Daarmee mist de vaststelling van de gedraging op deze locatie een betrouwbare en deugdelijke feitelijke grondslag.
10. Ter onderbouwing dat hier geen gevolg aan moet worden verbonden heeft verweerder het hiervoor genoemde aanvullend proces-verbaal van 10 juni 2026 overgelegd. In dat proces-verbaal verklaart verbalisant, voor zover relevant, het volgende:
“Op de locatie Laan van Vlaanderen op de hoek Vlimmerenstraat hebben 2 IN borden op de brug gestaan een links en een rechts.Dit in de rijrichting van de Plesmanlaan, komende vanaf de Vlimmerenstraat. Dit bord zorgde voor ongewenste reflectie in de camera waardoor de foto’s van overtredingen niet duidelijk waren.Op 20-01-2024 is dit linker IN bord verwijderd.Dit is echter abusievelijk niet in de schouwlijst gewijzigd van 2 naar 1 IN bord.na die datum van verwijderen is het rechterbord geschouwd.
Alle verdere borden zijn duidelijk en onbeschadigd geplaatst en voor eenieder goed zichtbaar”.
11. De kantonrechter is van oordeel dat het aanvullend proces-verbaal onvoldoende is om de
onwaarheden in de schouwrapporten en het daarbij behorende proces-verbaal te herstellen.
Het gaat er immers om dat een boa op ambtseed heeft verklaard op de betreffende locatie twee verbodsborden C12 te hebben geschouwd waar er in werkelijkheid maar één stond. Deze onwaarheid kan niet worden gerepareerd met een aanvullend proces-verbaal.
12. Gelet op het voorgaande wordt het beroep – in lijn met de uitspraak van deze rechtbank van 10 juni 2026 (11711906 WM VERZ 25-7411) – gegrond verklaard.
Proceskostenvergoeding
13. Namens betrokkene heeft de gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, wordt een proceskostenvergoeding toegekend.
14. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair per proceshandeling vastgelegd. Gemachtigde heeft de volgende vergoedbare proceshandelingen verricht:
- het indienen van een administratief beroep bij verweerder;
- het bijwonen van een fysieke hoorzitting bij verweerder;
- het indienen van beroep bij de kantonrechter.
15. Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2026 in de fase van het bezwaar en administratief beroep € 666,00 en in de fase van het beroep en hoger beroep € 934,00.
16. De kantonrechter stelt vast dat op de zitting van 18 juni 2026 23 zaken zijn behandeld waarvan de beroepsschriften nagenoeg gelijkluidend zijn, en de werkzaamheden van de gemachtigde nagenoeg identiek zijn geweest. Gelet hierop ziet de kantonrechter aanleiding voor het oordeel dat ten aanzien van deze 23 zaken sprake is van samenhang in de fase bij de kantonrechter, waardoor een aanvullende factor van 1,5 van toepassing is op dat deel van de vergoeding. Het betreft de volgende zaken:
25-6189 (CJIB: [nummer 1] )
25-6226 (CJIB: [nummer 2] )
25-6227 (CJIB: [nummer 3] )
25-13962(CJIB: [nummer 4] )
25-13964 (CJIB: [nummer 5] )
25-13966 (CJIB: [nummer 6] )
25-13696 (CJIB: [nummer 7] )
25-13972 (CJIB: [nummer 8] )
25-17052 (CJIB: [nummer 9] )
25-17057 (CJIB: [nummer 10] )
25-17064 (CJIB: [nummer 11] )
25-17076 (CJIB: [nummer 12] )
25-17077 (CJIB: [nummer 13] )
25-17080 (CJIB: [nummer 14] )
25-17081 (CJIB: [nummer 15] )
25-17082 (CJIB: [nummer 16] )
25-17085 (CJIB: [nummer 17] )
25-17086 (CJIB: [nummer 18] )
25-17092 (CJIB: [nummer 19] )
25-17695 (CJIB: [nummer 20] )
25-17702 (CJIB: [nummer 21] )
25-17971 (CJIB: [nummer 22] )
25-17978 (CJIB: [nummer 23] )
16. Gelet op het voorgaande worden er in deze zaak voor de door gemachtigde verrichte proceshandeling in de fase van het administratief beroep 2 punten ad € 666,00 toegekend en voor de verrichte proceshandelingen in de fase van het beroep bij de kantonrechter
1 punt ad € 934,00. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast, en ingevolge art. 13a lid 2 Wahv wordt de proceskostenvergoeding vermenigvuldigd met 0,25.
Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van:
a. Administratief beroep: € 166,50 (2x666) x 0,5 x 0,25
b. Beroep bij de kantonrechter: € 7,61 (1x934) x 0,5 x 1,5 x 0,25 / 23
Totaal: (€ 166,50 + € 7,61 ) = € 174,11
18. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking;
  • bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd;
- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 174,11.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.