ECLI:NL:RBAMS:2026:6434

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
C/13/787825
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 6:119 BWArt. 138ab SrArt. 350a SrArt. 272 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op onrechtmatige concurrentie en afgifte bedrijfsdocumenten door oud-medewerkers vastgoedbedrijf

Grand Relocation vordert in kort geding tegen drie oud-medewerkers die zich schuldig zouden hebben gemaakt aan onrechtmatige concurrentie door klanten en omzet weg te sluizen naar eigen eenmanszaken. De oud-medewerkers zijn op staande voet ontslagen nadat documenten op een bedrijfscomputer dit vermoedden.

De voorzieningenrechter oordeelt dat voorshands aannemelijk is dat de oud-medewerkers onrechtmatig hebben gehandeld en dat de gevorderde stukken noodzakelijk zijn om de omvang van de schade vast te stellen. De stelling dat het bewijs onrechtmatig is verkregen wordt verworpen omdat de computer eigendom is van Grand Relocation.

De vorderingen tot het verbod op gebruik van bedrijfsinformatie, het afgeven van administratie en het doen van een gespecificeerde opgave worden toegewezen. Tevens worden dwangsommen opgelegd en worden de proceskosten aan de gedaagden opgelegd.

Uitkomst: Vorderingen van Grand Relocation worden toegewezen, gedaagden worden veroordeeld tot afgifte van documenten en verboden gebruik van bedrijfsinformatie.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/787825 / KG ZA 26-398 MdV/KH
Vonnis in kort geding van 24 juni 2026
in de zaak van
GRAND RELOCATION B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij bij gelijkluidende dagvaardingen van 22 mei 2026,
hierna te noemen: Grand Relocation,
advocaten: mr. I.A. Hoedemaeker en mr. G.T. Poolman,
tegen

1.[gedaagde 1] , handelend onder de naam [handelsnaam gedaagde 1] ,

te [plaats 1] ,
2.
[gedaagde 2],
handelend onder de naam [handelsnaam gedaagde 2],
te [plaats 2] ,
3.
[gedaagde 3],
handelend onder de naam [handelsnaam gedaagde 3],
te [plaats 3] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: gedaagden,
advocaat: mr. Y. Moszkowicz.

1.De procedure

Ter zitting van 10 juni 2026 heeft Grand Relocation de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Namens gedaagden is verweer gevoerd. Grand Relocation heeft producties ingediend en beide partijen hebben een pleitnota voorgedragen. Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag. Ter zitting waren, voor zover relevant, aanwezig:
  • namens Grand Relocation: [naam 1] ( [functie 1] ) en [naam 2] ( [functie 2] ) met mr. Hoedemaeker en mr. Poolman,
  • namens gedaagden: mr. Moszkowicz.

2.De feiten

2.1.
Grand Relocation is een onderneming die zich richt op beheersactiviteiten, exploitatie van onroerend goed, bemiddeling bij de (ver)huur van woonruimte en verwerving, restauratie en instandhouding van beschermde monumenten.
2.2.
Gedaagden zijn voormalig medewerkers van Grand Relocation. [gedaagde 3] heeft er vijf jaar gewerkt, [gedaagde 1] acht jaar en [gedaagde 2] meer dan tien jaar.
2.3.
De eenmanszaak van [gedaagde 1] , [handelsnaam gedaagde 1] , is opgericht op 4 oktober 2020. De eenmanszaak van [gedaagde 3] , [handelsnaam gedaagde 3] , op 26 oktober 2023 en de eenmanszaak van [gedaagde 2] , [handelsnaam gedaagde 2] , op 1 januari 2024.
2.4.
[gedaagde 3] is per 1 november 2024 uit dienst getreden. [gedaagde 2] is op 11 juni 2025 op staande voet ontslagen. [gedaagde 1] is op diezelfde datum op non-actief gesteld en na onderzoek is op 13 juni 2025 ook hij op staande voet ontslagen. In de ontslagbrieven aan [gedaagde 2] en [gedaagde 1] staat in het kort dat Grand Relocation documenten heeft aangetroffen op een aan haar toebehorende computer, waaruit zij heeft opgemaakt dat vanuit ongelieerde eenmanszaken ( [handelsnaam gedaagde 2] resp. [handelsnaam gedaagde 3] ) facturen zijn verzonden aan klanten van Grand Relocation, die vanuit Grand Relocation verzonden hadden moeten worden. Het zou gaan om een bedrag van ten minste € 26.266,24. In de brief aan [gedaagde 1] staat verder dat is gebleken dat zijn naam meerdere keren terugkomt in relatie tot de operaties van [handelsnaam gedaagde 3] .
2.5.
Op 29 oktober 2025 stuurt Grand Relocation een brief aan gedaagden. Daarin staat samengevat dat zij zich gezamenlijk schuldig hebben gemaakt aan het wegsluizen van klanten, opdrachten en omzet van Grand Relocation naar hun eigen eenmanszaken. Zij stelt hen aansprakelijk voor de door haar geleden schade. Om de volledige schade te kunnen vaststellen verzoekt zij hun uiterlijk binnen 14 dagen verschillende stukken met betrekking tot de administratie van [handelsnaam gedaagde 1] , [handelsnaam gedaagde 3] en [handelsnaam gedaagde 2] te verstrekken. Tot op heden zijn de gevraagde stukken niet aangeleverd.

3.Het geschil

3.1.
Grand Relocation vordert, na eiswijziging, om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
I. gedaagden, zowel gezamenlijk als ieder voor zich, te verbieden om fysieke of digitale administratie, e-mails, chats, cloudbestanden, facturen, bankmutaties en agenda's met betrekking tot de in de dagvaarding omschreven activiteiten (waaronder in ieder geval de eenmanszaken [handelsnaam gedaagde 1] , [handelsnaam gedaagde 2] en [handelsnaam gedaagde 3] ) te verwijderen, te wijzigen of ontoegankelijk te maken;
Primair
II. gedaagden op straffe van een dwangsom te veroordelen om binnen 3 werkdagen na betekening van dit vonnis aan Grand Relocation afschrift te verstrekken van de navolgende 'Stukken' ten aanzien van hun eigen respectievelijke entiteiten ( [gedaagde 1] voor [handelsnaam gedaagde 1] , [gedaagde 2] voor [handelsnaam gedaagde 2] en [gedaagde 3] voor [handelsnaam gedaagde 3] ):
a. De Excel-, CSV- en boekhoudbestanden (waaronder in ieder geval, maar niet uitsluitend, bestanden vergelijkbaar met " [documentnaam 1] " en " [documentnaam 2] ") opgemaakt of gewijzigd in de periode 1 januari 2022 (de voorzieningenrechter begrijpt: 2021, zie verderop) tot de dag van dit vonnis, waarin omzet, fee, commissie, winstverdeling, namen of initialen van gedaagden of klanten en betaalstatus zijn opgenomen;
b. De bankafschriften over de periode 1 januari 2021 tot de dag van dit vonnis van bankrekeningen (waaronder mede begrepen Revolut-rekeningen) voor zover deze zijn gebruikt ten behoeve van de genoemde entiteiten;
c. De overeenkomsten aangaande vastgoedbemiddeling of beheer die in de periode 1 januari 2021 tot de dag van dit vonnis zijn gesloten met derden;
d. De (e-mail)correspondentie en chatberichten (waaronder WhatsApp) verzonden of ontvangen in de periode 1 januari 2021 tot de dag van dit vonnis met derden die tevens relatie zijn of zijn geweest van Grand Relocation;
e. De aangifte inkomstenbelasting van [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , en [gedaagde 3] voor zover deze betrekking hebben op [handelsnaam gedaagde 1] , [handelsnaam gedaagde 2] resp. [handelsnaam gedaagde 3] vanaf 1 januari 2021 tot datum heden.
III. gedaagden op straffe van een dwangsom te veroordelen om, binnen voormelde termijn, een schriftelijke en gespecificeerde opgave te doen aan Grand Relocation van klanten, adressen, deals, ontvangen bedragen, gebruikte bankrekeningen, contante ontvangsten en de onderlinge winstverdeling ter zake van de omschreven werkzaamheden over de periode 1 januari 2021 tot de dag van dit vonnis;
Subsidiair
IV. ieder van de gedaagden op straffe van een dwangsom te veroordelen tot afgifte van de onder II. genoemde Stukken ten aanzien van de ándere in deze dagvaarding genoemde entiteiten, voor zover zij daarover uit hoofde van hun samenwerking feitelijk beschikken dan wel de beschikkingsmacht hebben;
Meer subsidiair
V. gedaagden op straffe van een dwangsom te veroordelen om binnen 3 werkdagen na betekening van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd (voorzien van bewijsstukken) op te geven over welke van de onder II genoemde Stukken zij wél en niet beschikken, waar deze zich bevinden en via welke (cloud/mail/boekhoud) omgevingen deze toegankelijk zijn;
In alle gevallen
VI. gedaagden, zowel gezamenlijk als ieder voor zich, met onmiddellijke ingang te verbieden om nog langer gebruik te maken van bedrijfsvertrouwelijke informatie, leads, modellen, templates en klantgegevens van Grand Relocation, op straffe van een dwangsom;
VII. gedaagden, zowel gezamenlijk als ieder voor zich, met onmiddellijke ingang te verbieden om, met gebruikmaking van bedrijfsvertrouwelijke informatie, leads, klantgegevens, modellen of templates afkomstig van Grand Relocation, relaties van Grand Relocation te benaderen voor het aanbieden van diensten aangaande vastgoedbemiddeling, exploitatie of -beheer, op straffe van een dwangsom;
VIII. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Grand Relocation licht haar vordering als volgt toe. Zij heeft op 10 juni 2025 op een van haar computers documenten aangetroffen. Daaruit blijkt dat gedaagden ten tijde van hun dienstverband, naar het lijkt al sinds 2021, in georganiseerd verband een schaduwonderneming hebben opgezet en die meerdere jaren hebben geëxploiteerd. Zij hebben klanten, opdrachten en omzet van Grand Relocation naar hun eigen eenmanszaken en privérekeningen weggesluisd. In de aangetroffen documenten is een taakverdeling tussen gedaagden aangetroffen, zijn facturen gezien die vanuit de verschillende eenmanszaken werden verzonden, is een overzicht gevonden van hoe de winst werd verdeeld (en grotendeels cash werd uitbetaald), en is gezien dat voor een email-account van een van de eenmanszaken een wachtwoord werd gebruikt dat bestaat uit de drie voornamen van gedaagden. Ook zijn er e-mails aangetroffen waaruit blijkt dat klanten van Grand Relocation werden doorverwezen naar [handelsnaam gedaagde 3] . Dit is in strijd met het met gedaagden overeengekomen nevenwerkzaamhedenbeding en geheimhoudingsbeding. Ook los daarvan is het handelen van gedaagden onrechtmatig. Hierdoor heeft Grand Relocation schade geleden. Om te kunnen zien om hoeveel schade het gaat en om die schade op gedaagden te kunnen verhalen in een bodemprocedure, heeft zij de opgevraagde stukken nodig. Verder zijn de vorderingen erop gericht dat het onrechtmatig handelen stopt.
3.3.
Gedaagden voeren verweer. Er is geen sprake van een spoedeisend belang, nu Grand Relocation pas een jaar na het laatste contact een kort geding start. Daarnaast is artikel 21 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) geschonden door te stellen dat ‘tot op heden geen inhoudelijk verweer is gevoerd’, terwijl dat wel het geval was, en doordat mr. Moszkowicz niet is betrokken als advocaat van gedaagden, maar de stukken rechtstreeks aan gedaagden verzonden zijn. Ook zijn de aangetroffen documenten op de werkcomputer van [gedaagde 2] onrechtmatig verkregen, nu deze beveiligd was met een persoonlijk wachtwoord dat uitsluitend bij haar bekend was. Toegang is verkregen door dat persoonlijke account te omzeilen en vervolgens haar persoonlijke cloudopslag en zelfs privémail te openen. Daar is geen toestemming voor verleend. Dit is in strijd met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook levert dit een strafbaar feit op in de zin van artikel 138ab, 350a Sr en 272 Wetboek van Strafrecht. Dit verkregen bewijs dient daarom buiten beschouwing te blijven. Tot slot is nakoming van de vorderingen onmogelijk, nu de door Grand Relocation gevorderde stukken niet bestaan. Grand Relocation baseert dat ook slechts op een vermoeden. Voor zover wel wordt toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen, geldt dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 194 en Pro 195 Rv. Ook een belangenafweging zou tot afwijzing moeten leiden.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In dit kort geding gaat het in het kort om de vraag of gedaagden gehouden zijn om de opgevraagde stukken beschikbaar te houden en over te leggen. Gedaagden hebben daartegen vooral formele bezwaren opgeworpen. Die zullen hierna eerst worden besproken, waarna een inhoudelijke beoordeling volgt.
4.2.
Grand Relocation heeft haar eis gewijzigd in een door haar ter zitting deels voorgedragen pleitnota. Gedaagden hebben daartegen bezwaar gemaakt omdat wijziging van eis volgens hen per akte moet plaatsvinden. De eiswijziging wordt toegestaan, nu deze voldoet aan artikel 10.1 van het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken, waarin staat dat eiswijziging schriftelijk moet (en ook nog ter zitting mag worden gedaan met pen en papier, zonder dat ondertekening vereist is). Inhoudelijk worden gedaagden door de eiswijziging niet in hun belangen geschaad. Bij de beoordeling wordt daarom uitgegaan van de gewijzigde eis.
4.3.
Volgens gedaagden is daarnaast geen sprake van een spoedeisend belang omdat Grand Relocation zelf pas een jaar na het einde van de arbeidsovereenkomsten actie onderneemt door dit kort geding te starten. Daarin worden gedaagden niet gevolgd. Grand Relocation heeft ter zitting toegelicht dat zij in dat jaar bezig is geweest om de benodigde informatie van gedaagden te krijgen, een dossier op te bouwen en heeft geprobeerd om de kwestie zonder rechterlijke tussenkomst op te lossen. Dat zij een jaar heeft stilgezeten voordat zij actie ondernam, is dus feitelijk niet juist. Voor het overige volgt de spoedeisendheid voldoende uit de vorderingen zelf.
4.4.
Verder voeren gedaagden aan dat artikel 21 Rv Pro is geschonden, omdat hun advocaat niet (tijdig) is betrokken bij dit kort geding, terwijl duidelijk was dat mr. Moszkowicz hen bijstaat gelet op eerdere correspondentie. Dat levert geen schending op van artikel 21 Rv Pro, maar zou hooguit kunnen resulteren in een aanhouding van de zaak om mr. Moszkowicz in de gelegenheid te stellen om zich in te lezen. Aanhouding is echter niet gevraagd. Er moet dan ook van worden uitgegaan dat gedaagden zich voldoende hebben kunnen voorbereiden.
4.5.
Daarnaast zijn de stukken waarop Grand Relocation haar vorderingen baseert volgens gedaagden onrechtmatig verkregen, reden waarom die volgens hen buiten beschouwing zouden moeten blijven. Deze (betwiste) stelling wordt niet gevolgd. De documenten zijn aangetroffen op een computer die eigendom is van Grand Relocation. Als het bewijs al onrechtmatig verkregen zou zijn, betekent dat in het civiele recht niet zonder meer dat de (voorzieningen)rechter dit bewijs niet aan haar oordeel ten grondslag mag leggen. Dat geldt te meer in dit geval nu uit de stukken vrij evident volgt dat gedaagden zich ten tijde van hun dienstverband hebben beziggehouden met concurrerende werkzaamheden, wat op zichzelf ook niet gemotiveerd door gedaagden wordt betwist. De stelling van gedaagden dat zij toestemming hadden, is op geen enkele manier onderbouwd en is niet geloofwaardig.
4.6.
Ten aanzien van [gedaagde 2] stellen gedaagden dat geen ondertekende arbeidsovereenkomst is overgelegd waaruit blijkt dat een nevenwerkzaamhedenbeding en/of een geheimhoudingsbeding met haar is overeengekomen. Ook dat baat gedaagden niet, nu Grand Relocation haar vorderingen niet uitsluitend baseert op de stelling dat in strijd met de arbeidsovereenkomst nevenwerkzaamheden zijn verricht of bedrijfsgevoelige informatie is gebruikt, maar ook op de stelling dat gedaagden in algemene zin onrechtmatig hebben gehandeld.
4.7.
Op grond van de overgelegde stukken die Grand Relocation heeft achterhaald, is voorshands aannemelijk dat gedaagden zich hebben beziggehouden met onrechtmatig concurrerende activiteiten. De stukken waarvan afgifte wordt gevorderd zijn van belang voor het in kaart brengen van de omvang daarvan en de schade die als gevolg daarvan is geleden. Dat gedaagden de stukken niet hebben, is niet aannemelijk gelet op de administratieplicht die voor de eenmanszaken geldt, en strookt overigens ook niet met hun andere stelling dat de vorderingen moeten worden afgewezen vanwege privacy-redenen. Daarbij hebben gedaagden ook niet onderbouwd welke stukken niet zouden kunnen worden overgelegd gelet op de AVG. De stukken zijn verder voldoende bepaald; van een fishing expedition zoals gedaagden stellen is geen sprake.
4.8.
Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Het belang van Grand Relocation bij het achterhalen van de omvang van de concurrerende werkzaamheden en de daaruit voortvloeiende schade weegt zwaarder dan het belang van gedaagden om die informatie voor zichzelf te houden vanwege het feit dat dit hun persoonlijke levenssfeer in vergaande mate zou raken, zoals zij menen.
4.9.
Gelet op voorgaande worden de (primaire) vorderingen I tot en met III en de vorderingen VI tot en met VIII toegewezen. In haar eiswijziging heeft Grand Relocation beschreven dat in vordering II onder b, c en d en vordering III overal waar 1 januari 2022 staat, 1 januari 2021 moet worden gelezen omdat de concurrerende werkzaamheden volgens haar begonnen in 2021. Die eiswijziging heeft geen betrekking op vordering II sub a, maar dat wordt – gelet op de motivering dat de werkzaamheden in 2021 zijn gestart – als een kennelijke verschrijving gezien. Dat onderdeel van vordering II wordt daarom ook toegewezen over de periode 1 januari 2021 tot aan de dag van het vonnis.
Verder wordt bij vordering II en III een termijn van vijf dagen gehanteerd. Aan de toegewezen vorderingen zal ook een dwangsom worden verbonden, nu er gelet op de houding van gedaagden niet op kan worden vertrouwd dat zij daaraan vrijwillig zullen voldoen. De gevorderde dwangsom wordt gematigd zoals hierna bij de beslissing bepaald .
4.10.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Grand Relocation worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
388,62
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.489,62
4.11.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.12.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verbiedt gedaagden om fysieke of digitale administratie, e-mails, chats, cloudbestanden, facturen, bankmutaties en agenda's met betrekking tot de in de dagvaarding omschreven activiteiten (waaronder in ieder geval de eenmanszaken [handelsnaam gedaagde 1] , [handelsnaam gedaagde 2] en [handelsnaam gedaagde 3] ) te verwijderen, te wijzigen of ontoegankelijk te maken,
5.2.
veroordeelt gedaagden om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis aan Grand Relocation afschrift te verstrekken van de navolgende 'Stukken' ten aanzien van hun eigen respectievelijke entiteiten ( [gedaagde 1] voor [handelsnaam gedaagde 1] , [gedaagde 2] voor [handelsnaam gedaagde 2] en [gedaagde 3] voor [handelsnaam gedaagde 3] ):
a. de Excel-, CSV- en boekhoudbestanden (waaronder in ieder geval, maar niet uitsluitend, bestanden vergelijkbaar met " [documentnaam 1] " en " [documentnaam 2] ") opgemaakt of gewijzigd in de periode 1 januari 2021 tot de dag van dit vonnis, waarin omzet, fee, commissie, winstverdeling, namen of initialen van gedaagden of klanten en betaalstatus zijn opgenomen,
b. de bankafschriften over de periode 1 januari 2021 tot de dag van dit vonnis van bankrekeningen (waaronder mede begrepen Revolut-rekeningen) voor zover deze zijn gebruikt ten behoeve van de genoemde entiteiten,
c. de overeenkomsten aangaande vastgoedbemiddeling of beheer die in de periode 1 januari 2021 tot de dag van dit vonnis zijn gesloten met derden,
d. de (e-mail)correspondentie en chatberichten (waaronder WhatsApp) verzonden of ontvangen in de periode 1 januari 2021 tot de dag van dit vonnis met derden die tevens relatie zijn of zijn geweest van Grand Relocation,
e. de aangifte inkomstenbelasting van [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] voor zover deze betrekking hebben op [handelsnaam gedaagde 1] , [handelsnaam gedaagde 2] resp. [handelsnaam gedaagde 3] vanaf 1 januari 2021 tot datum heden,
5.3.
veroordeelt gedaagden om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis, een schriftelijke en gespecificeerde opgave te doen aan Grand Relocation van klanten, adressen, deals, ontvangen bedragen, gebruikte bankrekeningen, contante ontvangsten en de onderlinge winstverdeling ter zake van de omschreven werkzaamheden over de periode
1 januari 2021 tot de dag van dit vonnis,
5.4.
verbiedt gedaagden met onmiddellijke ingang om nog langer gebruik te maken van bedrijfsvertrouwelijke informatie, leads, modellen, templates en klantgegevens van Grand Relocation,
5.5.
verbiedt gedaagden met onmiddellijke ingang om, met gebruikmaking van bedrijfsvertrouwelijke informatie, leads, klantgegevens, modellen of templates afkomstig van Grand Relocation, relaties van Grand Relocation te benaderen voor het aanbieden van diensten aangaande vastgoedbemiddeling, exploitatie of -beheer,
5.6.
veroordeelt gedaagden om aan Grand Relocation een dwangsom te betalen van € 250 per persoon, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij/zij niet aan de veroordelingen onder 5.1 tot en met 5.5 voldoet, tot een maximum van € 50.000 per persoon is bereikt,
5.7.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 2.489,62,
5.8.
veroordeelt gedaagden, als zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en het vonnis vervolgens wordt betekend, in de extra proceskosten van € 98 plus de kosten van betekening,
5.9.
veroordeelt gedaagden tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald en tot betaling van de wettelijke rente over € 98 plus de kosten van betekening vanaf veertien dagen na die betekening,
5.10.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.11.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026. [1]

Voetnoten

1.Coll: EB