ECLI:NL:RBAMS:2026:6433

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
C/13/788175
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 61 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming van gekraakte woning toegewezen aan erfpachter Stadgenoot

Stadgenoot, als erfpachter van een woning aan een adres te Amsterdam, vordert in kort geding de ontruiming van de woning die sinds circa 9 april 2026 zonder recht of titel door gedaagden wordt bewoond. De woning is recent gerenoveerd en bijna gereed voor verhuur, met alleen nog een nieuwe voordeur en kozijn te plaatsen.

De voorzieningenrechter stelt vast dat Stadgenoot concrete plannen heeft om de woning na vertrek van de gedaagden direct te verhuren. Gedaagden betwisten de vordering, maar worden in het ongelijk gesteld. De belangenafweging weegt mee dat gedaagden persoonlijke omstandigheden aanvoeren, maar het algemene belang van een rationele woningverdeling en de wachtlijst van woningzoekenden prevaleert.

De ontruiming wordt toegewezen met een termijn tot uiterlijk 25 juni 2026. De termijn voor herkraak wordt verkort tot drie maanden. Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en Stadgenoot wordt gemachtigd om de ontruiming met politiehulp te effectueren indien nodig.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de gekraakte woning wordt toegewezen met een ontruimingstermijn tot 25 juni 2026 en gedaagden worden veroordeeld in proceskosten en rente.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/788175 / KG ZA 26-421 NB/KH
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 11 juni 2026
in de zaak van
STICHTING STADGENOOT,
te Amsterdam,
eisende partij bij dagvaarding van 29 mei 2026,
hierna te noemen: Stadgenoot,
advocaat: mr. I.N. Maaskant,
tegen
HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF GEDEELTE(N) DAARVAN AAN DE [adres],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
in persoon verschenen.
Het kort geding wordt gehouden in de rechtbank Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier.
Aanwezig zijn:
- namens Stadgenoot: [naam 1] ([functie]) met mr. Maaskant,
- namens gedaagden: [naam 2] en [naam 3].

1.1. De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling op 11 juni 2026 heeft Stadgenoot de vorderingen in de dagvaarding toegelicht. Gedaagden hebben de vorderingen bestreden. Stadgenoot heeft producties in het geding gebracht. De behandeling van de zaak is gesloten en de voorzieningenrechter heeft vervolgens na een korte schorsing in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is dit proces-verbaal opgemaakt, dat op 16 juni 2026 aan partijen is afgegeven.

2.De beoordeling

2.1.
Stadgenoot is als erfpachter gerechtigd tot de erfpacht aan de [adres]. Vaststaat dat gedaagden sinds of rond 9 april 2026 zonder recht of titel verblijven in de woning aan de [adres] (hierna: de woning). Stadgenoot vordert in dit kort geding ontruiming van de woning.
2.2.
De woning is recent gerenoveerd en gefatsoeneerd. In januari 2026 is het grootste deel van de werkzaamheden aan de woning afgerond. Het enige wat nog moet gebeuren is het plaatsen van een nieuwe voordeur en het vervangen van een kozijn. Vanwege de lange levertijden daarvan konden deze pas op 1 mei 2026 geplaatst worden, maar toen was de woning al gekraakt. Volgens Stadgenoot hebben de buren geklaagd over geluidsoverlast.
2.3.
Stadgenoot heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij concrete plannen heeft met de woning. Zij wil deze, na vertrek van gedaagden, direct gereed maken voor verhuur. Stadgenoot verwacht dit op korte termijn te kunnen realiseren, maar dat is ook afhankelijk van de staat waarin gedaagden de woning achterlaten.
2.4.
De vordering tot ontruiming zal worden toegewezen, met dien verstande dat gedaagden tot en met 25 juni 2026 de tijd krijgen voor de ontruiming. De termijn voor herkraak wordt, gelet op de concrete plannen van Stadgenoot, verkort tot drie maanden, ervan uitgaande dat de woning alleen nog voorzien hoeft te worden van een nieuwe deur en een nieuw kozijn.
2.5.
Een belangenafweging leidt niet tot een andere conclusie. Gedaagden hebben naar voren gebracht dat [naam 3] zes maanden zwanger is en diabetes heeft. Hoewel duidelijk is dat partijen een woning nodig hebben, weegt dat niet op tegen het belang van Stadgenoot. Die heeft immers een wachtlijst met personen die vaak al jaren op een woning wachten. Het is een feit van algemene bekendheid dat het in de huidige woningmarkt moeilijk is om een woning te vinden, in het bijzonder in [plaats], maar dit geldt voor heel veel anderen ook en het is in het algemeen belang dat de woningen niet naar willekeur worden verdeeld, maar volgens vooraf vastgestelde criteria. Het zonder recht of titel betrekken van een woning, die bestemd is voor een grote groep woningzoekenden, doorkruist die rationele verdeling.
2.6.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stadgenoot worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
151,94
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.252,94
2.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt gedaagden om uiterlijk 25 juni 2026 de woning aan de [adres] met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Stadgenoot zijn, te ontruimen en ontruimd te houden, te verlaten en met afgifte van de sleutels, in behoorlijke staat, en onder herstel van eventuele gebreken, ter vrije en algehele beschikking van Stadgenoot te stellen,
3.2.
bepaalt dat dit vonnis tot drie maanden na vonnisdatum ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of binnentreedt en telkens wanneer zich dit voordoet,
3.3.
machtigt Stadgenoot om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van deze beslissing te bewerkstelligen, indien gedaagden in gebreke blijven aan het onder 3.1 van dit vonnis bepaalde te voldoen,
3.4.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten van € 2.252,94, te vermeerderen met de kosten van de in artikel 61 Rv Pro voorgeschreven advertentie en met € 98,00 plus de kosten van betekening als dit vonnis wordt betekend,
3.5.
veroordeelt gedaagden tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter en de griffier. [1]

Voetnoten

1.Coll: EvK