ECLI:NL:RBAMS:2026:6427

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
C/13/783822
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen tot toegang bedrijfssystemen en verbod gebruik merknaam in geschil tussen aandeelhouders

NoNonz B.V. vordert in kort geding dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden bevolen volledige toegang te geven tot digitale bedrijfssystemen, afdracht van bedrijfsadministratie en een verbod om namens NoNonz te handelen of de merknaam 'Coconaut' te gebruiken. De vorderingen worden onderbouwd met het ontbreken van toegang sinds november 2024, verdwenen voorraad en ontbrekende administratie.

Gedaagden voeren verweer dat juist zij buitengesloten worden door de andere aandeelhouder en dat er een uitkoopovereenkomst is gesloten. Zij betwisten het bezit van de gevorderde systemen en administratie, en ontkennen onrechtmatig handelen of gebruik van de merknaam.

De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat gedaagden beschikken over de gevorderde bedrijfssystemen of administratie. Ook is geen grond voor het verbod op handelen namens NoNonz of gebruik van de merknaam, mede omdat de uitschrijving als bestuurder zonder AVA-besluit plaatsvond. De vorderingen worden afgewezen.

De rechter benadrukt dat beide aandeelhouders als bestuurders verantwoordelijk zijn voor het delen van relevante informatie en een goede afwikkeling van de samenwerking. NoNonz wordt veroordeeld in de proceskosten van €2.101,00.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en veroordeelt NoNonz in de proceskosten van €2.101,00.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/783822 / KG ZA 26-130 MK/KH
Vonnis in kort geding van 12 juni 2026
in de zaak van
NONONZ B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij bij niet betekende dagvaarding,
hierna te noemen: NoNonz,
advocaat: mr. C.L. Brandt,
tegen

1.[gedaagde 1] B.V.,

te [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
vrijwillig verschenen,
hierna ieder apart te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en samen te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. Z. Etemadi.

1.De procedure

1.1.
Ter zitting van 7 mei 2026 heeft NoNonz de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. [gedaagden] heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties ingediend en een pleitnota voorgedragen. Vervolgens is de zaak pro forma aangehouden tot 4 juni 2026 om partijen in de gelegenheid te stellen een schikking te treffen. Dat is niet gelukt; beide partijen hebben daarom vonnis verzocht. Vonnis is bepaald op 12 juni 2026.
1.2.
Ter zitting waren aanwezig, voor zover relevant:
- namens NoNonz: [naam 1] ( [functie 1] [bedrijf] B.V.), [naam 2] ( [functie 2] ) met mr. Brandt,
- namens [gedaagden] : [gedaagde 2] ( [functie 3] [gedaagde 1] ) met mr. Etemadi.

2.De feiten

2.1.
Op grond van haar statuten is het doel van NoNonz onder meer het inkopen en verkopen van niet-alcoholische dranken. Een van de dranken die zij in- en verkoopt – op basis van een aan haar verstrekte licentie – is ‘Coconaut’.
2.2.
[gedaagde 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde 1] . [naam 1] is enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf] B.V.
2.3.
[gedaagde 1] en [bedrijf] B.V. houden ieder 50% van de aandelen in en zijn bestuurders van NoNonz.
2.4.
De samenwerking tussen [gedaagde 2] en [naam 1] verloopt sinds medio 2024 niet meer goed. [gedaagde 1] heeft zich op 7 april 2025 met terugwerkende kracht per 31 december 2024 laten uitschrijven als bestuurder uit het handelsregister bij de KvK. Partijen hebben geprobeerd er onderling uit te komen, onder andere door uitkoop, maar dat is niet gelukt.

3.Het geschil

3.1.
NoNonz vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
I. aan [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] te bevelen om aan NoNonz volledige toegang te geven tot de digitale bedrijfssystemen met bijbehorend inhoud/data toebehorende aan NoNonz, waaronder maar niet uitsluitend: Google Workspace, Shopify, Zoho en de domeinen: [internetsite 1] met bijbehorend e-mail, op straffe van een dwangsom,
II. afdracht van de aan [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] thans ter beschikking staande bedrijfs digitaal en op papieren administratie van NoNonz aan NoNonz, op straffe van een dwangsom,
III. een verbod voor [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] om namens NoNonz te handelen met derden en/of de merknaam “Coconaut(drinks)” te gebruiken naar derden, op straffe van een dwangsom,
IV. [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Volgens NoNonz heeft [gedaagden] zich zonder medeweten en zonder een daaraan ten grondslag liggend besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) uitgeschreven als bestuurder van NoNonz. [gedaagden] is vervolgens zonder overleg en toestemming Coconaut gaan verkopen, gedeeltelijk uit de voorraad en aan klanten van NoNonz. Er zijn acht pallets aan voorraad verdwenen en de bijbehorende administratie is verwijderd of niet aan NoNonz verstrekt. Daarnaast is gebleken dat [gedaagde 2] samenwerkt met klanten van NoNonz. Verder dreigt de Belastingdienst het btw-nummer van NoNonz in te trekken omdat een verkoop van € 135.000 aan een Portugese partij niet zou zijn gemeld. De administratie bij deze transacties ontbreekt bij NoNonz en daarom vordert zij die van [gedaagden] NoNonz kan daarnaast sinds november 2024 niet meer bij haar eigen digitale bedrijfsomgeving sinds [gedaagden] de domeinnaam zonder overleg en toestemming heeft overgenomen. Dit maakt besturen nagenoeg onmogelijk. Ondanks een sommatie wordt geen toegang verstrekt tot de bedrijfssystemen en geen afdracht gedaan van de volledige bedrijfsadministratie en handelt [gedaagden] namens NoNonz dan wel gebruikt zij de merknaam ‘Coconaut’ naar derden.
3.3.
[gedaagden] voert verweer. Volgens haar is het juist [naam 1] die [gedaagden] als medeaandeelhouder stelselmatig buitensluit. Zij had geen zicht meer op de activiteiten van de vennootschap, kon haar bestuurstaak niet meer naar behoren uitvoeren en zij wilde niet aansprakelijk zijn voor de privéonttrekkingen die [naam 1] deed. Om die reden heeft zij [gedaagde 1] op 7 april 2025, met terugwerkende kracht, uitgeschreven als bestuurder in het handelsregister van de KvK. Volgens [gedaagden] is tussen haar en [naam 1] ([bedrijf] B.V.) een overeenkomst tot stand gekomen op 16 januari 2026 op grond waarvan [naam 1] [gedaagden] uitkoopt voor € 30.000, waarna [naam 1] van [gedaagden] “
missing access to entire company including clients, goods, IT & infrastructure” krijgt. [gedaagden] stelt geen beschikking te hebben over de gevorderde bedrijfssystemen, met uitzondering van de domeinnaam [internetsite 2], waarvan zij al heeft aangeboden deze tegen betaling van € 22,93 over te dragen. Overigens is zij op grond van de hiervoor genoemde overeenkomst pas verplicht tot overdracht nadat [naam 1] de overeengekomen € 30.000 heeft betaald. Ten aanzien van de gevraagde bedrijfsadministratie stelt [gedaagden] alles al te hebben aangeleverd. [gedaagden] is niet bekend met de transactie met de genoemde Portugese partij. Tot slot handelt zij niet (meer) namens NoNonz of onder het merk Coconaut. De communicatie die zij tot het moment van uitschrijving met derden had, was uitsluitend namens en in het belang van NoNonz. Bovendien is het niet aan de licentienemer om anderen een verbod op te leggen. De vorderingen moeten worden afgewezen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vordering I heeft betrekking op het geven van volledige toegang tot de digitale bedrijfssystemen van NoNonz. Ter onderbouwing daarvan verwijst NoNonz onder meer naar een sommatiebrief van haar zijde van 24 november 2025. Dat roept vragen op, omdat NoNonz stelt al sinds een jaar daarvoor geen toegang meer te hebben. Uit de als productie 9 bij de dagvaarding overgelegde stukken kan verder niet worden afgeleid dat [gedaagden] beschikt over de bedrijfssystemen van NoNonz en NoNonz zelf niet. [gedaagden] betwist verder dat zij over de genoemde bedrijfssystemen beschikt. Daarmee staat onvoldoende vast dat [gedaagden] beschikt over deze bedrijfssystemen. Wel erkent [gedaagden] dat zij op 15 augustus 2024 een domeinnaam ([internetsite 2]) heeft geregistreerd, waarvan zij al heeft aangeboden die tegen betaling over te dragen. Dit betreft echter een andere domeinnaam dan de domeinnaam die is genoemd in de vordering ([internetsite 1]). Ook heeft NoNonz onvoldoende toegelicht op welke grond [gedaagden] gehouden is een door haar geregistreerde domeinnaam over te dragen. Bij deze stand van zaken wordt vordering I afgewezen.
4.2.
Vordering II heeft betrekking op de afdracht van de bedrijfsadministratie van NoNonz. Volgens NoNonz gaat het om administratie die ziet op transacties en voorraadmutaties die bij NoNonz niet bekend zijn. De boekhouder heeft ter zitting toegelicht dat de al wel verkregen administratie wordt verwerkt en dat er (pas) dan echt zicht is op wat er ontbreekt. [gedaagden] betwist dat zij nog beschikt over administratie. Bij deze stand van zaken wordt vordering II, die overigens ook onvoldoende concreet is, afgewezen.
4.3.
Ten aanzien van vordering III geldt het volgende. Volgens NoNonz handelt [gedaagden] onrechtmatig doordat zij handelt namens NoNonz of onder de merknaam Coconaut en daarbij gebruik maakt van kennis, informatie en voorraden van NoNonz. Nu aan de uitschrijving van [gedaagde 1] als bestuurder in het handelsregister geen AVA-besluit ten grondslag ligt, houdt de voorzieningenrechter het ervoor dat [gedaagde 1] nog bestuurder is van NoNonz. Er bestaat geen grondslag om een bestuurder te verbieden om namens de vennootschap waarvan zij bestuurder is (in dit geval NoNonz) te handelen met derden. Daarbij komt dat [gedaagde 2] ter zitting heeft toegelicht dat [gedaagden] sinds het moment van uitschrijving, op 7 april 2025, geen handelingen namens NoNonz heeft verricht. Uit het dossier is verder onvoldoende gebleken dat [gedaagden] ook buiten NoNonz om de merknaam ‘Coconaut(drinks)’ heeft gebruikt. Gelet hierop wordt vordering III afgewezen.
4.4.
De voorzieningenrechter overweegt tot slot het volgende. Uit het dossier blijkt dat [gedaagde 2] en [naam 1] elkaar over en weer verwijten bepaalde stukken achter te houden. Zij zijn ieder via hun persoonlijke holding 50% aandeelhouder en de voorzieningenrechter houdt het ervoor dat zij beiden ook nog (indirect) bestuurder zijn. Dat betekent dat zij samen verantwoordelijk zijn voor het reilen en zeilen van NoNonz. In dat kader zullen zij – in het belang van NoNonz – alle relevante informatie met elkaar moeten delen. Dat draagt er ook aan bij dat de helderheid ontstaat die nodig is voor een goede afwikkeling van de samenwerking. De voorzieningenrechter spreekt de hoop uit dat partijen die afwikkeling ter hand nemen en niet nogmaals de juridische route bewandelen.
4.5.
NoNonz is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2.
veroordeelt NoNonz in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als NoNonz niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026. [1]

Voetnoten

1.Coll: GR