Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6421

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
11809378 \ CV EXPL 25-10000
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v lid 7 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens schending informatieplicht bij consumentenovereenkomst op afstand

Adplas B.V. vordert betaling van een bedrag van €639,60 van [gedaagden] voor diensten geleverd in het kader van de organisatie van een privéverjaardagsfeest. De overeenkomst is op afstand gesloten, waarbij Adplas een offerte heeft verstrekt en [gedaagden] deze hebben geaccepteerd.

De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of aan de informatieplichten uit het consumentenrecht is voldaan. Hoewel de offerte grotendeels voldeed aan de vereisten, ontbrak essentiële informatie over het ontbindingsrecht, wat een schending van artikel 6:230m lid 1 sub h BW oplevert. Dit leidt tot een sanctie in de vorm van een korting van 20% op de hoofdsom.

De korting van €727,92 is hoger dan het gevorderde bedrag, waardoor de vordering integraal wordt afgewezen. Adplas wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot vanwege schriftelijke behandeling zonder zitting.

Uitkomst: De vordering van Adplas wordt afgewezen wegens schending van de informatieplicht over het ontbindingsrecht, met een sanctiekorting die hoger is dan het gevorderde bedrag.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11809378 \ CV EXPL 25-10000
Vonnis van 19 juni 2026
in de zaak van
ADPLAS B.V.,
gevestigd te Ouderkerk aan de Amstel,
eisende partij,
hierna te noemen: Adplas,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen

1.[gedaagde 1] (H.O.D.N. [handelsnaam gedaagde 1] ),

wonende te [woonplaats 1] ,
2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna afzonderlijk te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , gezamenlijk te noemen: [gedaagden] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 maart 2026,
- de akte van Adplas.
1.2.
[gedaagden] hebben, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet gereageerd op de akte van Adplas.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing consumentenrecht
2.1.
Bij voornoemd tussenvonnis is Adplas, kort gezegd, in de gelegenheid gesteld zich (nader) uit te laten over:
  • de vraag of [gedaagden] handelden als consumenten,
  • hoe is voldaan aan de informatieplichten,
  • de (on)eerlijkheid van de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd.
2.2.
Adplas heeft bij akte gesteld dat [gedaagden] bij het aangaan van de overeenkomst handelden als consumenten, nu de overeenkomst betrekking had op de organisatie van een privéverjaardagsfeest voor het gezin van [gedaagden] Volgens Adplas is de overeenkomst tot stand gekomen binnen de verkoopruimte, althans de diensten zijn verricht op de locatie van Adplas. De voornaamste kenmerken en de totale prijs van de verleende diensten zijn beschreven in de bij de dagvaarding gevoegde offerte die op 22 februari 2024 aan [gedaagden] is verstuurd. Op de overeenkomst zijn geen algemene voorwaarden van toepassing, aldus steeds Adplas.
2.3.
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagden] Adplas bij e-mail van 17 februari 2024 hebben benaderd in verband met de organisatie van hun verjaardag. Na enig e-mailcontact over en weer heeft Adplas bij e-mail van 29 maart 2024 een offerte toegezonden. [gedaagden] hebben diezelfde dag per e-mail aan Adplas medegedeeld dat zij de reservering definitief wilden maken. Onder die omstandigheden is sprake van een overeenkomst die op afstand is gesloten. Adplas dient op grond van artikel 6:230m lid 1 jo 6:230v lid 7 BW - kort gezegd - voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op afstand op passende, duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW opgesomde informatie aan de consument te verstrekken.
2.4.
Vastgesteld wordt dat de offerte de meeste essentiële informatie voortvloeiend uit artikel 6:230m lid 1 en 6:230v BW bevat. De overeenkomst bevat echter geen informatie over het ontbindingsrecht, zodat de essentiële informatieplicht ex artikel 6:230m lid 1 sub h BW is geschonden. Overeenkomstig de Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten zal hiervoor een sanctie worden opgelegd, die in dit geval bestaat uit een vermindering van de overeengekomen en gefactureerde hoofdsom van € 3.6309,00, met 20% zodat er een bedrag van € 727,92 in mindering wordt gebracht op de hoofdsom.
2.5.
De gevorderde hoofdsom is gebaseerd op een kernbeding, namelijk het kostenbeding. Als uitgangspunt geldt dat partijen een omzetgarantie van € 3.650,00 zijn overeengekomen, bestaande uit een bedrag van € 1.417,50 voor borrelhapjes en diner, € 750,00 in verband met de exclusiviteits-bijdrage en een nader te bepalen bedrag voor de drankjes die op nacalculatie worden berekend. Uit de bij dagvaarding overgelegde e-mailcorrespondentie tussen partijen blijkt dat Adplas aanvankelijk een omzetgarantie van € 4.475,00 heeft aangeboden, dat [gedaagden] dat te duur vonden, en dat Adplas daarop de exclusiviteitsbijdrage en de omzetgarantie heeft verlaagd naar de bedragen zoals overeengekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben [gedaagden] invloed kunnen uitoefenen op het kostenbeding en is daarover dus afzonderlijk onderhandeld in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (“de Richtlijn”). Dat heeft tot gevolg dat het kostenbeding niet onder de werkingssfeer van de Richtlijn valt, zodat het beding niet hoeft te worden getoetst op transparantie.
De inhoudelijke beoordeling
2.6.
De korting van 20% in verband met de sanctie zoals genoemd onder 2.4 resulteert in een korting van € 727,92. Dat is meer is dan het bedrag dat in deze procedure wordt gevorderd, € 639,60. Dat betekent dat [gedaagden] niets meer verschuldigd zijn aan Adplas en de vordering integraal zal worden afgewezen.
2.7.
Adplas wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden] Die kosten worden begroot op nihil omdat er in deze zaak is schriftelijk geprocedeerd zodat [gedaagden] geen verlet- en/of vervoerskosten hebben gemaakt om naar een zitting te komen.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst het gevorderde af;
3.2.
veroordeelt Adplas in de proceskosten van [gedaagden] die worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.
64443