ECLI:NL:RBAMS:2026:6407

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
C/13/789604
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 376 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond derdenverzet tegen ontruimingsvonnis woningcorporatie Eigen Haard

Eigen Haard voert een groot renovatie- en verduurzamingsproject uit in een wijk, waarbij meerdere woningen tijdelijk leegstaan. Tijdens deze werkzaamheden zijn enkele woningen gekraakt. Eigen Haard startte een ontruimingsprocedure tegen de krakers, waarbij de voorzieningenrechter op 21 mei 2026 het vonnis toewijst en bepaalt dat het vonnis ook tegen onrechtmatige gebruikers van andere woningen in de wijk kan worden uitgevoerd.

[eiser 1] en [eiser 2], krakers in twee andere woningen van Eigen Haard, starten een derdenverzetprocedure tegen dit vonnis. Zij betwisten met name de wettelijke grondslag van de ruime herkraakbepaling die Eigen Haard hanteert. De voorzieningenrechter oordeelt dat zij ontvankelijk zijn in het derdenverzet, maar dat zij zich niet mogen beperken tot alleen de formele vraag over de wettelijke grondslag zonder het debat over de rechtmatigheid van hun verblijf te voeren.

De voorzieningenrechter stelt dat Eigen Haard een zwaarwegend belang heeft bij ontruiming vanwege het renovatieproject en de noodzaak om sociale huurwoningen beschikbaar te stellen. De krakers hebben onvoldoende tegenbewijs geleverd om dit belang te weerleggen. Daarom wordt het derdenverzet ongegrond verklaard en worden zij veroordeeld in de proceskosten van Eigen Haard.

Uitkomst: Het derdenverzet van de krakers wordt ongegrond verklaard en zij worden veroordeeld in de proceskosten van Eigen Haard.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/789604 / KG ZA 26-527 MdV/EB
Vonnis in het derdenverzet in kort geding van 22 juni 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

2.
[eiser 2],
te [woonplaats] ,
eisende partijen in het derdenverzet,
hierna te noemen: [eiser 1] en [eiser 2] ,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,
tegen
WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
te Amsterdam,
gedaagde partij in het derdenverzet,
hierna te noemen: Eigen Haard,
advocaat mr. J.P. van Oudenhoven,
en
HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN PLAATSELIJK BEKEND TE [plaats] AAN [adres 1],
gedaagde partij in het derdenverzet, niet verschenen.

1.De procedure

Op de zitting van 22 juni 2026 hebben [eiser 1] en [eiser 2] de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding in het derdenverzet toegelicht. Eigen Haard heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een tevoren ingediende conclusie van antwoord. Eigen Haard heeft stukken (producties) ingediend en [eiser 1] en [eiser 2] een pleitnota.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 22 juni 2026 de beslissing gegeven, in de vorm van een ‘kopstaartvonnis’. Het hierna volgende bevat de uitwerking daarvan en is bij vervroeging afgegeven op 25 juni 2026.
Op de zitting waren [eiser 1] en [eiser 2] aanwezig met mr. Schuckink Kool. Aan de zijde van Eigen Haard waren [naam 1] en [naam 2] (wijkbeheerders) aanwezig met mr. Van Oudenhoven.

2.De feiten

2.1.
Eigen Haard is bezig met een groot renovatie- en verduurzamingsproject van haar woningen in [locatie] . Tijdens die werkzaamheden is één van die woningen, aan [adres 1] , gekraakt. Eigen Haard is een ontruimingsprocedure tegen de krakers gestart. De krakers hebben verstek laten gaan. Bij vonnis van 21 mei 2026 heeft de voorzieningenrechter de ontruimingsvordering toegewezen. In het vonnis is daarnaast de volgende beslissing genomen, uitvoerbaar bij voorraad:
“3.2. bepaalt dat dit vonnis ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich
ten tijde van de tenuitvoerlegging zonder recht of titel bevindt in de onroerende zaken van
eiseres in [locatie] te [plaats] ”
Deze beslissing is als volgt gemotiveerd:
“2.1. (…) Ook de vordering om te bepalen dat dit vonnis ten uitvoer kan worden gelegd tegen onrechtmatige gebruikers van andere woningen van eiseres in [locatie] te [plaats] zal worden toegewezen. Eiseres is daar bezig met een groot verduurzamingsproject en zij ondervindt veel hinder bij het uitvoeren en afronden van die werkzaamheden doordat de woningen telkens worden gekraakt wanneer zij – door miscommunicatie tussen aannemers of andere redenen – hangende dat project onbedoeld iets langer leeg staan dan gewenst. Er zijn aanwijzingen dat het om dezelfde, of met elkaar samenwerkende groep(en) krakers gaat. Door de woningen te kraken tijdens het renovatieproject beletten de krakers dat er sociale woningen beschikbaar komen voor gegadigden op de wachtlijst die daarvoor in aanmerking komen. De ontruimingsprocedures kosten eiseres handenvol geld die zij beter kan besteden om haar woningbestand te verbeteren of uit te breiden.”
2.2.
[eiser 1] verblijft als kraker in de woning aan het adres [adres 2] , en [eiser 2] in de woning aan het adres [adres 3] te [plaats] . Beide woningen zijn eigendom van Eigen Haard en zijn gelegen in [locatie] .
2.3.
Bij exploten van 10 juni 2026 is het vonnis van 21 mei 2026 ten aanzien van de woning aan [adres 1] (hierna: het Vonnis) onder meer betekend op de adressen [adres 2] en [adres 3] , met bevel aan de bewoners om die woningen binnen drie dagen te verlaten. Daarbij is hun aangezegd dat als niet tijdig aan het bevel wordt voldaan, de woning gerechtelijk zal worden ontruimd op 22 juni 2026.
2.4.
[eiser 1] en [eiser 2] zijn vervolgens allebei een executiegeschil gestart tegen Eigen Haard ( [eiser 1] als tussenkomende partij in een executiegeschil dat door een andere kraker was gestar). Daarnaast zijn zij deze derdenverzetprocedure gestart. In beide executiegeschillen is inmiddels beslist, in het nadeel van [eiser 1] en [eiser 2] . De ontruiming is uitgesteld tot de beslissing in dit derdenverzet op grond van een ordemaatregel van de voorzieningenrechter van 19 juni 2026.

3.Het geschil

3.1.
[eiser 1] en [eiser 2] vorderen, kort gezegd:
  • i) hen ontvankelijk te verklaren in hun derdenverzet;
  • ii) het derdenverzet gegrond te verklaren;
  • iii) primair opnieuw rechtdoende aan het Vonnis werking jegens hen te ontzeggen;
  • iv) subsidiair te bepalen dat het dictum van het Vonnis zich niet uitstrekt tot hen; en
  • v) Eigen Haard te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
Eigen Haard voert verweer.
3.3.
Op de standpunten van partijen zal bij de beoordeling worden ingegaan, voor zover van belang.

4.De beoordeling

4.1.
Hoewel niet met zekerheid is vast te stellen of [eiser 1] en [eiser 2] al dan niet als deel van “hen die verblijven op de woning aan de [adres 1] ” partij waren bij de procedure die heeft geleid tot het Vonnis, geldt het volgende, als ervan wordt uitgegaan dat zij daarbij geen partij zijn geweest.
4.2.
Om in derdenverzet te kunnen worden ontvangen, moet aan twee vereisten worden voldaan. De eiser moet in het geding dat tot het bestreden vonnis heeft geleid niet zijn opgeroepen en ook geen partij zijn geweest door voeging of tussenkomst. En het vonnis moet de rechten van de eiser in het verzet benadelen (artikel 376 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering). Er wordt dus van uitgegaan dat aan het eerste vereiste is voldaan. Aan het tweede vereiste is ook voldaan. Het verweer van Eigen Haard dat geen rechten, maar alleen belangen van [eiser 1] en [eiser 2] worden geraakt door de tenuitvoerlegging van het Vonnis, gaat niet op. [eiser 1] en [eiser 2] hebben inderdaad geen woonrecht, maar wel een huisrecht, wat betekent dat zij de vraag of zij mogen worden ontruimd ter toetsing aan de rechter moeten kunnen voorleggen. [eiser 1] en [eiser 2] kunnen dan ook worden ontvangen in hun derdenverzet.
4.3.
[eiser 1] en [eiser 2] willen in dit derdenverzet alleen antwoord op de vraag of de herkraakbepaling voor woningen in [locatie] wel een wettelijke grondslag heeft. Zij willen niet ingaan op de vraag of de ontruimingsvordering van Eigen Haard jegens hen toewijsbaar is. De weigering om dat debat te voeren, is niet terecht. Blijkens de wettekst is het derdenverzet bedoeld als remedie voor personen die ten onrechte niet zijn betrokken in de oorspronkelijke procedure. In geval van voeging of tussenkomst wordt de interveniërende partij bij de procedure, zodat hij zijn standpunt kan laten horen en meewegen. Niet valt in te zien waarom dit in het derdenverzet anders zou zijn. Dat de voegende of tussenkomende partij daar uit vrije wil voor kiest aan de voorkant van de procedure, en de derde die zich verzet noodgedwongen achteraf, is geen goede reden voor een onderscheid op dit punt.
4.4.
Het had dus op de weg van [eiser 1] en [eiser 2] gelegen om zich niet te beperken tot het formele punt van de grondslag voor de ruime herkraakbepaling, maar ook het in kraakzaken gebruikelijke debat te voeren over het al dan niet bestaan van ongerechtvaardigde leegstand en de belangenafweging. Dat hebben zij niet gedaan. De wens om nu alleen de formele vraag naar de wettelijke grondslag te laten toetsen en de rest van de discussie te bewaren voor weer een volgende procedure die Eigen Haard zou moeten starten als die wettelijke grondslag ontbreekt, wekt de indruk dat [eiser 1] en [eiser 2] alleen uit zijn op het zo lang mogelijk rekken van hun verblijf in de gekraakte woningen. Daar is het derdenverzet niet voor bedoeld.
4.5.
Eigen Haard heeft duidelijk gemaakt dat de tijdelijke leegstand van de woningen in het renovatie- en verduurzamingstraject niet ongerechtvaardigd is. Zij heeft er een spoedeisend belang bij dat de gekraakte woningen worden ontruimd, zodat zij verder kan met haar werkzaamheden. Op die manier zullen er binnen afzienbare termijn weer woningen beschikbaar komen voor huurders op de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Dat zou toch moeten stroken met de wensen van de krakers. Sowieso is niet goed te begrijpen waarom woningen van woningbouwverenigingen worden gekraakt. Hun doel is nu juist het verhuren van woningen. Ongerechtvaardigde leegstand is daar – behoudens uitzonderlijke gevallen – niet te verwachten. Het kraken van die woningen veroorzaakt veel (financiële) schade voor de woningbouwvereniging, wat het doel van meer betaalbare woningen alleen maar verder uit beeld brengt.
4.6.
Wat daar ook van zij, [eiser 1] en [eiser 2] hebben niets gesteld tegenover het grote belang dat Eigen Haard bij ontruiming heeft. Hierop strandt het verzet. Bij deze stand van zaken hoeft niet te worden ingegaan op de vraag of er een voldoende wettelijke grondslag is voor de ruime herkraakbepaling.
4.7.
[eiser 1] en [eiser 2] zijn in het ongelijk gesteld en zullen worden veroordeeld in de proceskosten van Eigen Haard.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verklaart het derdenverzet ongegrond,
5.2.
veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de proceskosten van Eigen Haard van € 2.101,00 (€ 735,00 aan griffierecht, € 1.177,00 aan salaris advocaat en € 189,00 aan nakosten), te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening indien het vonnis wordt betekend,
5.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026. [1]

Voetnoten

1.Coll: KH