ECLI:NL:RBAMS:2026:6374

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
10883957 \ CV EXPL 24-651
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13 EGECLI:NL:HR:2021:1677ECLI:EU:C:2021:68ECLI:EU:C:2022:971
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing consumentenrecht bij vordering opleidingskosten ondanks erkenning schuld

Medivus Opleidingen B.V. vordert betaling van een openstaand bedrag van €2.500,- van [gedaagde] uit hoofde van een onderwijsovereenkomst voor een opleiding. Hoewel [gedaagde] de vordering erkent en een betalingsregeling heeft getroffen, toetst de kantonrechter ambtshalve de overeenkomst aan het consumentenrecht en de Richtlijn 93/13 EG over oneerlijke bedingen.

De kantonrechter constateert dat Medivus onvoldoende heeft toegelicht hoe de overeenkomst feitelijk tot stand is gekomen, met name of en hoe [gedaagde] zich voorafgaand aan de ondertekening heeft aangemeld of ingeschreven. Tevens ontbreekt een onderbouwing dat aan de informatieplichten is voldaan. Ook is onduidelijk waarom de opleiding startte op 29 oktober 2021, ruim vóór de ondertekening op 9 maart 2022, en waarom niet het volledige opleidingsbedrag wordt gevorderd.

Daarnaast moet Medivus zich uitlaten over de bedingen die aan de vordering ten grondslag liggen en de (on)eerlijkheid daarvan, mede gelet op recente arresten van het Europese Hof van Justitie. De kantonrechter wijst de zaak aan voor een akte van Medivus waarin deze punten worden toegelicht, waarna [gedaagde] mag reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere informatie van Medivus over de overeenkomst en bedingen, waarna [gedaagde] mag reageren.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10883957 \ CV EXPL 24-651
Vonnis van 9 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEDIVUS OPLEIDINGEN B.V.,
gevestigd te Rijswijk,
eisende partij,
hierna te noemen: Medivus,
gemachtigde: R. Slagman,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 januari 2024, met producties,
- het tegen [gedaagde] verleende verstek,
- de verstekzuivering door [gedaagde],
- het proces-verbaal van mondeling antwoord van 19 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Bij voornoemde dagvaarding vordert Medivus veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.500,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 december 2023, € 156,30 aan vervallen wettelijke rente tot 29 december 2023 en € 432,20 aan incassokosten, te verminderen met een betaling van € 150,00, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2.
Medivus stelt in de dagvaarding dat zij op 9 maart 2022 een onderwijsovereenkomst heeft gesloten met [gedaagde] voor de opleiding [opleiding]. Op deze overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. De opleidingskosten bedragen € 4.699,00. Dit bedrag kon in termijnen worden betaald, zoals bepaald in de overeenkomst. Medivus heeft op dit moment nog een bedrag van € 2.500,00 van [gedaagde] te vorderen.
2.3.
[gedaagde] heeft bij antwoord aangevoerd dat de oorspronkelijke schuld ruim € 3.000,- was, maar dat hij deze sinds januari 2026 aflost met maandelijkse betalingen van € 225,- of € 275,-. Hiervoor is een betalingsregeling getroffen.
2.4.
Wat [gedaagde] bij antwoord heeft aangevoerd, wordt aangemerkt als erkentenis van de vordering. Hij voert immers geen verweer. Desalniettemin geldt het volgende.
2.5.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht, ook als de vordering is erkend of niet is bestreden. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
2.6.
Medivus heeft in de dagvaarding onvoldoende gesteld over de welke wijze waarop de overeenkomst feitelijk is gesloten. Eisende partij stelt in dit verband slechts dat de overeenkomst door [gedaagde] is ondertekend op 9 maart 2022, maar niet duidelijk is wat aan die ondertekening vooraf is gegaan. Van belang kan zijn hoe [gedaagde] bij Medivus terecht is gekomen, bijvoorbeeld door zich eerst online aan te melden of in te schrijven. Hierover dient Medivus duidelijkheid te verstrekken. Als [gedaagde] zich al voor de ondertekening heeft aangemeld of ingeschreven, moet dat inzichtelijk worden gemaakt.
2.7.
Medivus heeft in de dagvaarding niet gemotiveerd gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de informatieplichten. Zij heeft dan ook niet voldaan aan haar stelplicht (ECLI:NL:HR:2021:1677, overweging 3.1.17). Nu een tussenvonnis noodzakelijk is, zal zij bij uitzondering in de gelegenheid worden gesteld hierover alsnog stellingen in te nemen. Indien [gedaagde] zich al eerder dan de datum van ondertekening van de overeenkomst bij Medivus heeft aangemeld of ingeschreven, dan dient Medivus in te gaan op de informatieplichten die onder die omstandigheden van toepassing zijn.
2.8.
Medivus dient zich uit te laten over de start- en beëindigingsdatum van de opleiding. De startdatum van de opleiding (29 oktober 2021) ligt immers ruim vóór de datum van ondertekening van de overeenkomst (9 maart 2022). Dat doet vermoeden dat partijen ofwel al vóór de ondertekeningsdatum zijn gestart met de uitvoering, dan wel de opleiding eerder is beëindigd, nu niet de volledige opleidingskosten worden gevorderd. Hierover dient Medivus de kantonrechter te informeren.
2.9.
Medivus zal zich ook moeten uitlaten over de bedingen die zij aan afzonderlijke onderdelen van de onderhavige vordering ten grondslag heeft gelegd, of had kunnen leggen. Daarnaast dient Medivus een standpunt in te nemen over de (on)eerlijkheid van die bedingen. Op grond van de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, C-625/21, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger) moet de kantonrechter immers, ook als Medivus zich in de procedure niet beroept op een bepaald beding in de overeenkomst, maar op de wet, ambtshalve onderzoeken of het beding in de voorwaarden waarop zij zich had kunnen beroepen niet oneerlijk is in de zin van de richtlijn. Indien een beding als oneerlijk wordt aangemerkt, kan ingevolge deze arresten geen aanspraak meer worden gemaakt op de wettelijke regeling die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest en moet haar vordering op dit punt worden afgewezen.
2.10.
Medivus dient tot slot, gelet op de reactie van [gedaagde], te laten weten wat op dit moment de hoogte van de openstaande vordering is.
2.11.
De zaak wordt voor akte uitlating door Medivus verwezen naar de rol. [gedaagde] mag daar daarna op reageren.
2.12.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
dinsdag 7 juli 2026 om 10.00 uurvoor akte uitlating door Medivus,
3.2.
bepaalt dat [gedaagde] op de rol van vier weken daarna op de akte van Medivus mag reageren,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.
991