ECLI:NL:RBAMS:2026:6356
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Betaling niet-verjaarde facturen voor boekhoudkundige werkzaamheden
Eiser heeft tussen april 2019 en oktober 2021 boekhoudkundige werkzaamheden verricht voor de onderneming van gedaagde en daarvoor facturen gestuurd. Gedaagde betaalde deze facturen niet en stelde dat de facturen uit 2019 en 2020 verjaard zijn en dat de factuur uit 2021 onterecht is omdat de onderneming per eind 2020 is opgeheven.
De rechtbank oordeelt dat tussen partijen een overeenkomst bestond en dat de facturen uit 2019 en 2020 verjaard zijn omdat de aanmaningen naar een niet-bestaand adres zijn gestuurd en onvoldoende bewijs is geleverd van ontvangst via e-mail. De facturen uit 2020 en 2021 zijn niet verjaard vanwege een stuitingshandeling via WhatsApp in februari 2025 waarop gedaagde reageerde.
De stelling van gedaagde dat de factuur uit 2021 onterecht is wegens opheffing van de onderneming wordt verworpen, omdat boekhoudkundige werkzaamheden ook na opheffing kunnen plaatsvinden. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de niet-verjaarde facturen, wettelijke handelsrente vanaf 24 februari 2025, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van niet-verjaarde facturen, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.