ECLI:NL:RBAMS:2026:6355

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
11960805 \ CV EXPL 25-15643
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering ziekenhuis wegens ontbreken medische behandelovereenkomst

De zaak betreft een vordering van Stichting Acibadem International Medical Center tegen een consument, waarbij Acibadem betaling van een medische rekening eist. De consument was in 2023 en 2024 medisch behandeld aan haar enkel, waarbij de eerste operatie in het UMC plaatsvond en de tweede operatie, waarbij metaal werd verwijderd, in een operatieruimte van Acibadem vanwege een tekort aan operatieruimtes bij het UMC.

Acibadem stelt dat tussen partijen een medische behandelovereenkomst is gesloten en vordert betaling van de rekening. De gedaagde betwist dit en voert aan dat zij niet vooraf is geïnformeerd over de kosten en dat de behandeling onderdeel was van haar lopende behandeling bij het UMC.

De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat een nieuwe medische behandelovereenkomst met Acibadem is gesloten. De tweede operatie vond plaats op aanwijzing van de behandelend arts van het UMC en het gebruik van de Acibadem-ruimte was slechts een faciliteit vanwege ruimtegebrek. De medische behandeling bij het UMC was niet beëindigd.

Daarom wordt de vordering afgewezen en moet Acibadem de proceskosten van de gedaagde betalen. De proceskosten worden ambtshalve begroot op € 50,00 wegens reis- en verletkosten.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de medische rekening wordt afgewezen wegens ontbreken van een medische behandelovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11960805 \ CV EXPL 25-15643
Vonnis van 22 mei 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING ACIBADEM INTERNATIONAL MEDICAL CENTER,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Acibadem,
gemachtigde: CollactiveBMK Incasso B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 november 2025, met producties,
- het proces-verbaal van mondeling antwoord van 18 december 2025, met producties,
- het instructievonnis van 15 januari 2026,
- de dagbepaling van de mondelinge behandeling,
- de akte overlegging producties van Acibadem, met een productie.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 april 2026. Acibadem is verschenen bij haar gemachtigde, vertegenwoordigd door mr. G.J.C. Rooijmans-Schakenraad. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] is in het eerste kwartaal van 2023 door chirurg [naam] medisch behandeld aan haar enkel in het AMC ziekenhuis (thans genaamd Amsterdam Universitair Medische Centra, verder aangeduid als: UMC). Daarbij is metaal geplaatst.
2.2.
[gedaagde] is op 23 mei 2024 opnieuw medisch behandeld, waarbij het metaal weer is verwijderd. De behandeling is uitgevoerd door dezelfde arts, maar in een operatieruimte bij Acibadem in plaats van bij het UMC, in verband met een tekort aan operatieruimtes.
Een dag voorafgaand aan de behandeling, op 22 mei 2024, heeft Acibadem een afspraakbevestiging aan [gedaagde] toegestuurd.
2.3.
Infomedics heeft voor de in de vorige overweging beschreven medische behandeling een rekening opgemaakt van € 2.408,00.
2.4.
[gedaagde] heeft deze rekening ingediend bij haar zorgverzekeraar Zilveren Kruis. Zilveren Kruis heeft de vergoeding niet aan [gedaagde] uitgekeerd, in verband met een (of meerdere) betalingsachterstand(en). Zilveren Kruis heeft de vergoeding daarmee verrekend.

3.Het geschil

3.1.
Acibadem vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:
€ 2.408,00 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 31 oktober 2025 tot de dag van betaling,
€ 142,70 aan vervallen wettelijke rente,
€ 437,05 aan buitengerechtelijke incassokosten,
e proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente als deze niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn betaald.
3.2.
Acibadem stelt dat tussen partijen een medische behandelovereenkomst tot stand is gekomen. [gedaagde] is een consument. De vordering is eerder gecedeerd aan Infomedics, maar daarna heeft een retrocessie plaatsgevonden, waarbij de vordering weer aan Acibadem is overgedragen. De overeenkomst is gesloten in een verkoopruimte, namelijk de praktijkruimte van het ziekenhuis. Acibadem heeft op haar website de tarieven voor de verschillende behandelingen gepubliceerd. Over de wijze van factureren is [gedaagde] geïnformeerd bij de afspraakbevestiging die voorafgaande aan de behandeling is verstuurd. Informatie over de facturering en declaratie staat zowel op de afspraakbevestiging als op de website van Acibadem. Als [gedaagde] de van tevoren gecommuniceerde instructie ten aanzien van de factuur had opgevolgd, was zij alleen de vergoeding van de verzekeraar en eventueel nog openstaand eigen risico verschuldigd. Acibadem heeft niet-gecontracteerde zorg aan [gedaagde] geleverd. Niet duidelijk is of [gedaagde] de factuur bij haar zorgverzekeraar heeft gedeclareerd, maar dat had zij wel kunnen doen. Daarom is [gedaagde] het hele bedrag van de factuur verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] is het er niet mee eens dat zij de factuur moet betalen. Nadat zij haar enkel had gebroken is er metaal in gezet, dat eruit moest worden gehaald. [gedaagde] kreeg later de rekening daarvoor en vernam pas op dat moment dat zij deze moest betalen en dat de behandeling dus niet viel onder haar zorgverzekering. De behandelend arts had dat van tevoren niet tegen haar gezegd. [gedaagde] is ook niet vooraf erover geïnformeerd dat zij de kosten zelf moest betalen. [gedaagde] was (en is) onder behandeling bij het UMC. De factuur van Infomedics (Acibadem) heeft [gedaagde] ingediend bij Zilveren Kruis, haar zorgverzekeraar. De
vergoeding die Zilveren Kruis zou uitkeren heeft [gedaagde] niet ontvangen, omdat deze is verrekend met betalingsachterstanden. De eerste operatie aan haar enkel, waarbij de metalen plaat en de schroefjes zijn geplaatst, heeft plaatsgevonden bij het UMC (zie 2.1). De tweede operatie waarbij het metaal weer is verwijderd heeft een jaar later plaatsgevonden bij Acibadem (zie 2.2). Beide operaties zijn uitgevoerd door dezelfde chirurg.
3.4.
Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Acibadem baseert haar vordering op een tussen haar en [gedaagde] gesloten overeenkomst, maar de kantonrechter kan niet vaststellen dat deze tot stand is gekomen. [gedaagde] was continu onder medische behandeling bij het UMC. Het was ook (de behandelend arts werkzaam bij) het UMC die ervoor koos om de tweede behandeling, waarbij het metaal dat een jaar eerder bij [gedaagde] was geplaatst weer moest worden verwijderd, te laten plaatsvinden bij Acibadem in plaats van bij het UMC, in verband met een tekort aan operatieruimtes.
4.2.
[gedaagde] heeft vervolgens slechts de aanwijzing van haar behandelend arts bij het UMC opgevolgd om zich voor de tweede operatie te melden op het vestigingsadres van Acibadem. Het lijkt er dan ook op dat enkel gebruik is gemaakt van een beschikbare operatieruimte bij Acibadem vanwege een tekort aan operatieruimtes bij het UMC, maar dat maakt nog niet dat tussen Acibadem en [gedaagde] een nieuwe medische behandelovereenkomst tot stand is gekomen, temeer nu de medische behandeling bij het UMC niet ten einde is gekomen en [gedaagde] ’ behandelend arts bij het UMC haar bij Acibadem heeft geopereerd. Dit blijkt onder meer uit de terugkoppeling van de arts van de operatie, op briefpapier van het UMC, aan de huisarts van [gedaagde] .
4.3.
Nu niet is komen vast te staan dat de door Acibadem gestelde overeenkomst aan de onderhavige vordering ten grondslag ligt en geen andere grondslag voor de vordering is gesteld, wordt de vordering afgewezen.
4.4.
Acibadem is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde] betalen. Omdat [gedaagde] twee keer naar de rechtbank is gekomen, worden de proceskosten ambtshalve begroot op € 50,00 aan reis- en verletkosten.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Acibadem af,
5.2.
veroordeelt Acibadem in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 50,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.
991