Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6292

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
26-005957
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing van het beklag tegen inbeslagname van telefoon in strafrechtelijk onderzoek

In deze zaak heeft de klager, tevens beslagene, een beklag ingediend tegen de inbeslagname van zijn iPhone op grond van artikel 94 Sv Pro. De telefoon werd op 23 februari 2026 in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar diefstal met geweld in vereniging. Klager stelde dat de telefoon recent was aangeschaft en dat het Openbaar Ministerie voldoende tijd had gehad om de telefoon te onderzoeken, waardoor teruggave gerechtvaardigd zou zijn.

De rechtbank oordeelde dat het onderzoek naar de telefoon nog gaande is en dat het strafvorderlijk belang van waarheidsvinding zich verzet tegen teruggave. Dit omdat relevante informatie via iCloud kan zijn overgezet en klager zijn toegangscode niet heeft verstrekt, waardoor het onderzoek vertraging oploopt. De rechtbank benadrukte dat bij een beklagprocedure een summiere toetsing plaatsvindt en dat het voortduren van het beslag gerechtvaardigd is zolang het belang van strafvordering dit vereist.

Daarom verklaarde de rechtbank het beklag ongegrond en wees de teruggave van de telefoon af. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open voor zowel klager als het Openbaar Ministerie.

Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van de telefoon wordt ongegrond verklaard en de teruggave wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer: 26-005957
datum: 13 mei 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager, tevens beslagene] ,

geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.S.E. Bruinen;
[adres] ,
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.

Feiten

Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv Pro blijkt dat op 23 februari 2026 in het strafrechtelijk onderzoek tegen klager in beslag is genomen: iPhone (goednummer 6778825) (hierna: de telefoon).

Procedure

Het klaagschrift is op 27 februari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 13 mei 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft klager, zijn raadslieden, mrs. M.L. Koper en J. Lankhuijzen, en de officier van justitie, mr. S.M. Hoogerheide, op zitting gehoord.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen telefoon.
Namens klager is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Uit het aankoopbewijs blijkt dat de vader van klager de telefoon heeft gekocht (bijlage I). Deze telefoon is in november en dus ruim na de verdenking van 26 april 2025 aangeschaft. In september 2025 is de vorige telefoon van klager inbeslaggenomen en deze is onderzocht en teruggegeven. Als er op de telefoon van klager informatie had gestaan over een strafbaar feit, dan was dit toen wel boven water gekomen. Daarbij heeft het Openbaar Ministerie ruim de tijd gehad om de telefoon te onderzoeken, aangezien de machtiging hiertoe al in maart 2026 is gegeven. Het strafvorderlijk belang van waarheidsvinding verzet zich dan ook niet tegen teruggave van de telefoon aan klager.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen telefoon aan klager en heeft daartoe aangevoerd dat het strafvorderlijk belang van waarheidsvinding zich daartegen verzet, omdat het onderzoek naar de telefoon nog loopt. Gegevens kunnen via iCloud worden overgezet, dus het is mogelijk dat er relevante informatie op deze telefoon staat. Klager heeft de code van zijn telefoon niet willen geven om welke reden de telefoon nog aan de kraker ligt en onderzoek naar de inhoud van de telefoon nog niet heeft kunnen plaatsvinden. De eerste poging is mislukt, maar het zal nogmaals worden geprobeerd.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan klager-, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
Klager wordt verdacht van diefstal met geweld in vereniging. Door het Openbaar Ministerie is in raadkamer aangenomen dat de telefoon waarvan teruggave wordt gevraagd de telefoon is die in verband met de verdenking in november 2025 in beslag is genomen. Het is algemeen bekend dat gegevens op een telefoon via iCloud kunnen worden overgezet op een andere telefoon. Dit is door de verdediging ook niet betwist. Het feit dat de vorige telefoon van klager in verband met een andere verdenking is onderzocht, brengt naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer met zich dat relevante informatie over de onderhavige verdenking toentertijd had moeten worden herkend. Het is mogelijk dat er relevante informatie op de inbeslaggenomen telefoon staat en hier moet onderzoek naar worden gedaan. Nu klager zijn code niet heeft willen geven, neemt dit onderzoek meer tijd in beslag. Het strafvorderlijk belang van waarheidsvinding verzet zich dan ook tegen teruggave van de telefoon.
Het beklag zal daarom ongegrond worden verklaard.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.A. Overbosch, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.