Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6291

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
26-010958
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 lid 4 WVW 1994Art. 164 lid 8 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Teruggave rijbewijs na beklag tegen inhouding wegens rijden onder invloed

Op 12 april 2026 werd klager betrapt op rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 850 microgram per liter uitgeademde lucht, ruim boven de wettelijke limiet. Haar rijbewijs werd daarop ingevorderd en door het Openbaar Ministerie voor zes maanden onder zich gehouden.

Klager diende een beklag in tegen de inhouding van haar rijbewijs en verzocht om teruggave, onder verwijzing naar de LOVS-richtlijnen die bij dit alcoholgehalte een voorwaardelijke ontzegging voorschrijven. Zij gaf aan spijt te hebben van haar handelen en benadrukte de noodzaak van haar rijbewijs voor haar werk als verpleegkundige, mede vanwege nachtdiensten en het ontbreken van haalbare alternatieven.

De officier van justitie verzette zich niet tegen de teruggave. De rechtbank oordeelde dat de inhouding aanvankelijk rechtmatig was, maar dat gelet op de omstandigheden en de kans op een voorwaardelijke ontzegging in de strafzaak, het beklag gegrond is. De rechtbank gelastte de teruggave van het rijbewijs, met de kanttekening dat een rechter in een strafzaak alsnog een langere ontzegging kan opleggen.

Uitkomst: Het beklag tegen de inhouding van het rijbewijs wordt gegrond verklaard en het rijbewijs wordt aan klager teruggegeven.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 96-108153-26
raadkamernummer : 26-010958
datum : 13 mei 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994) van:

[klager] ,

geboren op [geboortedag 1] 1998 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R. Riezebos;
[adres] ,
hierna te noemen: klager.

Feiten

Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8, tweede lid, WVW 1994, gepleegd op 12 april 2026 omstreeks 03:20 uur op de [straat] in Amsterdam.
Het proces-verbaal houdt onder meer in dat klager op een bromfiets reed en dat het alcoholgehalte in haar adem hoger was dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. Tijdens de ademanalyse werd een ademalcoholgehalte van 850 µg/l geconstateerd.
Op 12 april 2026 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd.
De officier van justitie heeft vervolgens binnen tien dagen beslist het rijbewijs onder zich te houden voor een periode van zes maanden, tot uiterlijk 9 oktober 2026.

Procedure

Het klaagschrift is op 16 april 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 13 mei 2026 het beklag in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft klager, haar advocaat, mr. R. Riezebos, en de officier van justitie, mr. S.M. Hoogerheide, op zitting gehoord.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt.
Door klager is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Ik heb er spijt van dat ik onder invloed van alcohol heb gereden. Ik heb mezelf en mijn medemens in gevaar gebracht. Ik begrijp dat mijn gedrag consequenties heeft.
Namens klager is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Het rijbewijs van klager dient aan haar te worden teruggegeven. Bij een ademalcoholgehalte van 850 µg/l schrijven de LOVS-richtlijnen een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden voor. Er zijn geen omstandigheden die maken dat er een hogere schaal (en daarmee een onvoorwaardelijke rijontzegging) dient te worden toegepast. Klager is
first offenderen het incident heeft veel indruk op haar gemaakt. Zij heeft haar rijbewijs nodig voor haar werk als verpleegkundige. Gelet op de nachtdiensten van klager is het openbaar vervoer geen alternatief. Ook de fiets is niet wenselijk en een taxi is financieel niet haalbaar.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen teruggave van het rijbewijs aan klager.

Beoordeling

De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW Pro 1994 rechtmatig. De officier van justitie heeft in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager in geval van veroordeling dan wel uitvaardiging van een strafbeschikking geen onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd.
De rechtbank zal het klaagschrift gegrond verklaren en bevelen dat het rijbewijs aan klager moet worden teruggegeven.
Dit laat overigens onverlet dat de rechter te zijner tijd in de strafzaak een ontzegging van de rijbevoegdheid kan opleggen voor een langere periode dan de periode die het rijbewijs reeds ingevorderd of ingehouden is geweest.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van het rijbewijs met het nummer 5339545874 aan klager.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.A. Overbosch, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,
in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen en voor klager binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van deze beslissing.
.