Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
de bijlageen geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Het bewijs
- een proces-verbaal aangifte met nummer 260203-1269-648 van 3 februari 2026, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] , pagina’s 8 en 9;het proces-verbaal van bevindingen nr. PL1300-2023005127-4 in wettige vorm op 7 januari 2023 opgemaakt door de daartoe bevoegde opsprongsambtenaren [opsporingsambtenaar 2] en [opsporingsambtenaar 3] (doorgenummerd p. 004 e.v.)
- een proces-verbaal aanvullend met nummer 260203-1269-490 van 3 februari 2026, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, [opsporingsambtenaar 4] en [opsporingsambtenaar 1] , pagina’s 13 en 14;
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 mei 2026.
6.De strafbaarheid van het feit en van verdachte
7.Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders
processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt wordenvoor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
2 (twee) jaren.