Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6161

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
C/13/770607
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 6:136 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsgeschil tussen telecomdienstverleners over interconnectie- en wholesale-overeenkomsten

Odido vordert betaling van openstaande facturen van Qupra en Carrier2 in het kader van interconnectie- en wholesale-overeenkomsten. Qupra en Carrier2 stellen zich op het standpunt dat zij mochten verrekenen met schadevergoedingsvorderingen wegens vermeende wanprestatie van Odido. De rechtbank oordeelt dat het verrekeningsverweer van Qupra faalt omdat onvoldoende vaststaat dat Odido tekortgeschoten is en dat Qupra schade heeft geleden. Qupra moet daarom € 52.614,32 betalen aan Odido.

Carrier2 slaagt deels in haar verrekeningsverweer, waardoor zij nog € 184.071,32 aan Odido moet betalen. De rechtbank wijst de tegenvorderingen van Qupra en Carrier2 af omdat er geen sprake is van verzuim of omdat de kosten niet contractueel zijn overeengekomen. De rechtbank oordeelt ook dat de in rekening gebrachte surcharge door Odido niet rechtsgeldig is omdat hiervoor geen instemming van Carrier2 bestaat.

De vorderingen tot herstel van netwerkverbindingen worden afgewezen omdat Odido gerechtigd was de overeenkomsten te beëindigen vanwege betalingsachterstanden. Proceskosten worden grotendeels toegewezen aan de verliezende partijen, met compensatie tussen Odido en Carrier2. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Qupra en Carrier2 worden veroordeeld tot betaling van openstaande facturen aan Odido, terwijl hun tegenvorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/770607 / HA ZA 25-1153
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
ODIDO NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Den Haag,
eisende partij,
hierna te noemen: Odido,
advocaat: mr. J. den Hartog,
tegen

1.QUPRA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: Qupra,
2.
CARRIER2 B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: Carrier2,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Qupra c.s.,
advocaat: mr. B.J.H. Braeken.

1.Deze zaak in het kort

1.1.
Odido vordert betaling van facturen door Qupra en Carrier2 in het kader van interconnectie-diensten en netwerktoegang. Qupra vindt dat zij die niet hoeft te betalen, omdat zij de facturen mocht verrekenen met een schadevergoedingsvordering wegens wanprestatie. Carrier2 vindt eveneens dat zij niet hoeft te betalen, omdat Odido haar facturen onterecht onbetaald heeft gelaten en Carrier2 deze bedragen mocht verrekenen. Zowel Qupra als Carrier2 hebben tegenvorderingen ingesteld: Qupra tot vergoeding van schade en Carrier2 tot betaling van haar facturen.
1.2.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op verrekening van Qupra niet slaagt en dat zij € 52.614,32 aan Odido moet betalen. Het verrekeningsverweer van Carrier2 slaagt deels. Carrier2 hoeft de facturen die zien op een
surchargeniet te betalen, omdat daarvoor de vereiste toestemming ontbreekt. Carrier2 moet daardoor in totaal nog € 178.956,23 aan Odido betalen. De tegenvorderingen van Qupra worden afgewezen, omdat Odido niet in verzuim is geraakt en onvoldoende is onderbouwd dat Qupra schade heeft geleden door Odido. Ook de tegenvorderingen van Carrier2 worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat partijen de door Carrier2 gefactureerde kosten zijn overeengekomen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 juni 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie van 3 september 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie van 15 oktober 2025 met producties,
- het tussenvonnis van 19 november 2025, waarin mondelinge behandeling is bepaald,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 maart 2026 en de daarin genoemde stukken. De zittingsaantekeningen van de griffier zijn in het dossier gevoegd.
2.2.
De rechtbank heeft ten slotte bepaald dat zij vandaag uitspraak doet.

3.De feiten

3.1.
Odido, Qupra en Carrier2 zijn telecomdienstverleners. Odido en Qupra, en Odido en Carrier2 nemen in dit kader over en weer bepaalde (
wholesale)diensten inzake interconnectie en netwerktoegang bij elkaar af. [naam] (hierna: [naam]) is (indirect) bestuurder van Qupra en van Carrier2.
De Interconnectie-overeenkomst
3.2.
Op 29 december 2010 is een
Interconnect Service Contracttot stand gekomen tussen Odido (destijds Tele2) en Technos B.V. (hierna: Technos). Op basis van deze overeenkomst (hierna: de Interconnectie-overeenkomst) is er een fysieke verbinding opgezet tussen Odido en Technos en zijn deze partijen over en weer interconnectie-dienstverlening gaan verrichten. Bij interconnectie wisselen telecomproviders tegen betaling wederzijds telefoonverkeer met elkaar uit, zodat klanten van verschillende aanbieders met elkaar kunnen bellen.
3.3.
Van april tot en met juli 2018 is er gecorrespondeerd over de overname van Technos door MTTM Group B.V. (hierna: MTTM), waarvan [naam] indirect bestuurder was. Op 11 juli 2018 heeft Odido per e-mail over de Interconnectie-overeenkomst aan MTTM bericht: “
Dit contract hangt nu onder MTTM aangezien MTTM Technos overgenomen heeft en er is geen nieuwe overeenkomst nodig”. In oktober 2018 heeft Odido een aanvraag ontvangen om de contracten aangaande de dienstverlening aan Technos over te zetten naar MTTM.
3.4.
De Interconnectie-overeenkomst is in 2018 middels een addendum uitgebreid met afspraken over code hosting. Code hosting is een construct van KPN en houdt in dit geval in dat de technische infrastructuur voor interconnectie met KPN wordt uitbesteed aan Odido. Odido, als host van de netwerkkoppeling, zorgt voor de infrastructuur die oproepen afhandelen. Deze werkwijze stelt kleinere partijen in staat om telefoonnummers aan te bieden aan hun klanten zonder zelf de benodigde fysieke infrastructuur te hoeven opzetten.
3.5.
Op 1 november 2018 heeft MTTM aan Odido een brief verzonden dat de inkoopactiviteiten van MTTM zijn overgegaan naar het door haar kort daarvoor overgenomen Qupra.
3.6.
Coolwave Communications B.V. (hierna: Coolwave) is de rechtsvoorganger van Carrier2. Op 26 februari 2020 heeft [naam] vanuit een MTTM-e-mailadres meegedeeld aan Odido (toen nog Tele2) dat zij Coolwave hebben overgenomen.
De Wholesale-overeenkomst
3.7.
Op 3 januari 2019 is tussen Odido (toen nog Tele2) en Qupra een raamovereenkomst tot stand gekomen, op grond waarvan Odido telecommunicatiediensten (
wholesale services) aan Qupra levert. Als aanvulling op deze raamovereenkomst zijn op dezelfde datum drie Serviceovereenkomsten voor afzonderlijke telecommunicatiediensten tussen Odido en Qupra tot stand gekomen. Op basis hiervan verzorgt Odido voor Qupra (i) de breedbandverbinding met het internet, (ii) de toegang van de klanten van Qupra tot het ethernet-circuit van Odido, en (iii) de toegang van de klanten van Qupra tot het DSL-ethernet-circuit van Odido. De raamovereenkomst en de serviceovereenkomsten worden hierna gezamenlijk de Wholesale-overeenkomst genoemd.
Betalingsgeschil
3.8.
Op 17 augustus 2022 heeft Odido aan Qupra per e-mail verzocht om betaling van openstaande posten. Op 18 november 2022 heeft Qupra per e-mail aan Odido bericht dat facturen ten onrechte aan Qupra zijn verstuurd. Vervolgens heeft Carrier2 op 31 maart 2023 per e-mail het volgende aan Odido meegedeeld:

Het probleem dat we ervaren met de nota's is dat er 3 inkoopcontracten (technos-qupra, message, coolwave) op 1 klantnummer zijn terecht gekomen. Hierdoor is er bij ons ook een hoop administratief mis gegaan. Ook zijn daardoor kosten niet doorbelast en facturen ook niet bij ons bekend.
3.9.
Partijen hebben vervolgens over en weer gecorrespondeerd over betalingen, vorderingen en tekortkomingen over en weer. Carrier2 heeft Odido er daarbij op gewezen dat er aan de zijde van Odido nog openstaande facturen van Carrier2 zijn. Qupra heeft Odido gemeld dat zij schade heeft geleden door storingen bij Odido. Odido heeft Qupra en Carrier 2 op 23 september 2024 in gebreke gesteld en opschorting van de dienstverlening onder de Wholesale-overeenkomst aangekondigd in geval van uitblijven van betaling. Eind 2024 heeft Odido de dienstverlening aan Qupra en Carrier2 opgeschort. Op 14 januari 2025 heeft Qupra per e-mail aan Odido verzocht om de diensten onder de Interconnectie-overeenkomst op te heffen.
3.10.
Op 2 april 2025 heeft Odido Qupra gesommeerd om uit hoofde van de Wholesale-overeenkomst € 52.614,32 (inclusief btw) te betalen. Op diezelfde dag heeft Odido Carrier2 gesommeerd om € 381.252,15 (inclusief btw) te betalen voor afgenomen interconnectie-diensten. Op 23 april 2025 hebben Qupra c.s. per brief gereageerd en de verschuldigdheid van de betalingen betwist. Verder heeft Qupra Odido aansprakelijk gesteld voor de schade ter hoogte van € 147.598,65 (exclusief btw) die zij beweert te hebben geleden door storingen op het netwerk van Odido, terwijl Carrier2 stelt dat Odido € 317.194,43 (exclusief btw) verschuldigd is voor interconnectie-diensten die Carrier2 aan Odido heeft geleverd.

4.Het geschil

De vorderingen van Odido ten aanzien van Qupra (conventie)
4.1.
Odido vordert – samengevat – dat Qupra bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis wordt veroordeeld tot betaling van € 52.614,32 (inclusief btw) te vermeerderen met wettelijke handelsrente, alsmede buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten beide te vermeerderen met wettelijke rente.
4.2.
Odido legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Qupra heeft niet voldaan aan de betalingsverplichting op grond van de Wholesale-overeenkomst. Qupra heeft de overeengekomen diensten afgenomen en vervolgens ten onrechte € 52.614,32 aan opeisbare facturen onbetaald gelaten. Odido heeft Qupra meermaals in gelegenheid gesteld om tot betaling van de facturen over te gaan. Qupra heeft geen gevolg gegeven aan een ingebrekestelling, waardoor zij in verzuim is, aldus Odido.
4.3.
Qupra c.s. voeren verweer. Qupra c.s. concluderen tot afwijzing van de vorderingen van Odido, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Odido in de kosten van deze procedure.
De vorderingen van Odido ten aanzien van Carrier2 (conventie)
4.4.
Odido vordert – samengevat – dat Carrier2 bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis wordt veroordeeld tot betaling van € 381.252,16 (inclusief btw) te vermeerderen met wettelijke handelsrente, alsmede buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten beide te vermeerderen met wettelijke rente.
4.5.
Odido legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Carrier2 heeft niet voldaan aan de betalingsverplichting op grond van de Interconnectie-overeenkomst. Qupra heeft interconnectie-diensten afgenomen en vervolgens ten onrechte € 381.252,16 aan opeisbare facturen onbetaald gelaten. Carrier2 is meermaals aangemaand en ingebrekegesteld en verkeert daardoor in verzuim, aldus Odido.
4.6.
Qupra c.s. voeren verweer. Qupra c.s. concluderen tot afwijzing van de vorderingen van Odido, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Odido in de kosten van deze procedure.
De tegenvorderingen van Qupra (reconventie)
4.7.
Qupra vordert (samengevat en bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis):
I. veroordeling van Odido tot betaling aan Qupra van € 147.598,65 (exclusief btw) te vermeerderen met wettelijke handelsrente,
II. een verklaring voor recht dat Odido jegens Qupra toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade, met verwijzing naar de schadestaatprocedure,
III. Odido te gebieden om de koppeling met het netwerk van Odido, ten behoeve van het afnemen van wholesale- en codehostingdiensten door Qupra, opnieuw in werking te stellen,
IV. veroordeling van Odido in de proceskosten.
4.8.
Qupra legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. De betalingsvorderingen van Odido op Qupra zijn verrekend met de opeisbare tegenvordering van Qupra op grond van wanprestatie. De code-hosting diensten tussen Qupra en Odido zijn gegrond op de Interconnectie-overeenkomst. Odido is tekortgeschoten in de nakoming van deze overeenkomst doordat het netwerk van Odido regelmatig storingen vertoonde, veroorzaakt door de inrichting van de netwerkarchitectuur. Qupra heeft daardoor €147.598,65 aan kosten moeten maken, welke schade Odido moet vergoeden. Qupra was bevoegd deze schade te verrekenen met de openstaande vorderingen van Odido onder de Wholesale-overeenkomst. Odido moet de verbinding met het netwerk van Odido herstellen, omdat door de verrekening de vermeende betalingsachterstand is verholpen, aldus Qupra.
4.9.
Odido voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Qupra, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Qupra, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Qupra in de kosten van deze procedure.
De tegenvorderingen van Carrier2 (reconventie)
4.10.
Carrier2 vordert (samengevat en bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis):
I. veroordeling van Odido tot betaling aan Carrier2 van € 317.194,43 (exclusief btw) te vermeerderen met wettelijke handelsrente,
II. Odido te gebieden om de koppeling van het netwerk van Odido opnieuw in werking te stellen, zodat Odido en Carrier2 wederzijds interconnectie-diensten kunnen leveren,
III. veroordeling van Odido in de proceskosten.
4.11.
Carrier2 legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Odido is € 317.194,43 exclusief btw verschuldigd voor diensten die Carrier2 aan Odido heeft geleverd onder een interconnectie-overeenkomst die is aangegaan tussen Tele2 en Coolwave (hierna: de Coolwave-overeenkomst). Odido heeft ten onrechte € 317.194,43 aan facturen onbetaald gelaten. Voor deze nakomingsvordering is verzuim niet vereist, aldus Carrier2.
4.12.
Odido voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Carrier2, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Carrier2, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Carrier2 in de kosten van deze procedure.
4.13.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

De vorderingen van Odido ten aanzien van Qupra (conventie)
Qupra moet € 52.614,32 betalen
5.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat Odido een vordering van € 52.614,32 heeft op Qupra; Qupra heeft de verschuldigdheid van de facturen uit hoofde van de Wholesale-overeenkomst immers niet betwist. Qupra voert slechts het verweer dat deze vordering verrekend kan worden met de schadevergoedingsvordering ten aanzien van de storingen bij Odido.
5.2.
Artikel 6:136 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is van toepassing als een partij, in dit geval Qupra, zich verweert tegen een vordering met een beroep op verrekening. Uit dit artikel volgt dat de rechter op eenvoudige wijze moet kunnen vaststellen of het beroep op verrekening slaagt. Als dat niet zo is, kan de rechter het verweer passeren en de vordering toewijzen. De rechtbank is van oordeel dat die situatie zich hier voordoet.
5.3.
Het verrekeningsverweer van Qupra kan alleen slagen als vast komt te staan dat Odido jegens Qupra is tekortgeschoten en dat Qupra daardoor schade heeft geleden. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Odido van de stellingen van Qupra ten aanzien van de beweerdelijke schade kan de aansprakelijkheid van Odido niet eenvoudig vastgesteld worden. Hiervoor is nader onderzoek nodig, waarvoor in dit geval geen plaats is in de beoordeling van het verrekeningsverweer in conventie.
5.4.
Het bovenstaande betekent dat het verrekeningsverweer van Qupra faalt en dat de vordering van Odido wordt toegewezen. Qupra moet dus € 52.614,32 aan Odido betalen. De vraag of er sprake is geweest van wanprestatie aan de zijde van Odido waardoor zij schadeplichtig is jegens Qupra, zal in reconventie worden beoordeeld.
De buitengerechtelijke incassokosten en (handels)rente worden toegewezen
5.5.
Odido vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat Odido voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief (€ 1.301,14).
5.6.
Qupra heeft geen afzonderlijk verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke (handels)rente en die is daarom toewijsbaar op de wijze zoals hierna onder de beslissing wordt vermeld.
Qupra moet proceskosten betalen
5.7.
Qupra is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Odido betalen. De kosten van de dagvaarding en het griffierecht worden naar rato begroot in verband met de beslissing over de proceskosten ten aanzien van Carrier2 (zie 5.22). Het salaris advocaat wordt op volledige puntenbasis begroot.
De proceskosten van Odido worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
59,70
- griffierecht
3.430,50
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punt × € 1.290,00 tarief IV)
Totaal
6.070,20
De vorderingen van Odido ten aanzien van Carrier2 (conventie)
De betwiste facturen
5.8.
Odido vordert betaling van € 381.252,16 (inclusief btw) uit hoofde van de Interconnectie-overeenkomst. De rechtbank stelt vast dat Qupra slechts de verschuldigdheid van twee facturen betwist: factuur [nummer] van 5 juli 2023 ten bedrage van € 136.370,04 en factuur 1800048659 van 3 augustus 2023 ten bedrage van € 35.855,82, in totaal € 172.225,86. Dit betekent dat het onbetwiste restbedrag van € 209.026,30 in beginsel toewijsbaar is.
5.9.
De betwiste vorderingen van in totaal € 172.225,86 hebben betrekking op de door Odido in rekening gebrachte toeslag (‘
surcharge’) voor verkeer vanuit Carrier2 met verkeerde PAI-headers. Een PAI-header bevat informatie waarmee telecomaanbieders de identiteit van de beller kunnen verifiëren. Op basis van de PAI-headers wordt bepaald welke vergoeding in rekening moet worden gebracht. De
surchargeszijn in rekening gebracht voor het verkeer naar Nederland, waar volgens partijen gewoonlijk het tarief van 0 cent voor geldt. Indien er een verkeerde PAI-header werd opgegeven, bracht Odido middels de
surchargehet hoogste gesprekstarief in rekening van 15 cent.
5.10.
Volgens Odido was zij gerechtigd om de
surchargein rekening te brengen op grond van artikel 4.3 van de Interconnectie-overeenkomst, omdat de
surchargeeen toeslag is die onderdeel is van de gesprekstarieven. In dit artikel staat vermeld: “
Conveyance rates may not be varied without each Party giving the other Party at least seven (7) day's notice in writing. Notices shall be sent per e-mail. Tele2 shall e-mail "Customer" at [internetsite] and "Customer" shall e-mail Tele2 at [e-mailadres].” De
surchargeis geen nieuwe toeslag met aanvullende eisen voor PAI-headers, aldus Odido.
5.11.
Volgens Carrier2 kon de
surchargezonder expliciete instemming van Carrier2 niet rechtsgeldig worden ingevoerd, omdat het niet gaat om een eenvoudige wijziging van de transporttarieven (‘
conveyance rates’), waar artikel 4.3 van de Interconnectie-overeenkomst in voorziet. De
surchargeis enkel een prikkel voor het correct doorgeven van de PAI-headers en is daardoor niet gekoppeld aan de een gesprekstarief, aldus Carrier2.
Carrier2 hoeft de betwiste facturen niet te betalen
5.12.
De rechtbank komt op grond van de volgende overwegingen tot het oordeel dat Carrier2 de twee betwiste facturen niet verschuldigd is.
5.13.
Tussen partijen is niet in geschil dat de gesprekstarieven bij interconnectie worden vastgesteld aan de hand van het ontvangende land en om dat te kunnen vaststellen dienen de PAI-headers bepaalde informatie te bevatten. Partijen hebben ter zitting uitgelegd dat de PAI-headers ook voor de invoering van de
surchargede betreffende informatie moesten bevatten, maar dat deze op enig moment aan een bepaald format dienden te voldoen. Odido heeft hierop aangevuld dat de regelgeving voor de PAI-headers op Europees niveau is bepaald om te voorkomen dat te hoge bedragen naar partijen buiten de Europese Unie zouden wegstromen. Volgens Odido is de surcharge in feite een berekening van het tarief van het telefoonverkeer, maar dan een hoger tarief omdat verkeerde informatie is aangeleverd. Verder heeft Odido verklaard dat zij een groot deel van de
surchargesdie zij van andere partijen doorbelast heeft gekregen, niet heeft hoeven betalen.
5.14.
Carrier2 heeft betoogd dat de
surchargein de kern een prikkel vormt voor het in orde hebben van de PAI-headers volgens een bepaald format. Het in rekening brengen daarvan kan volgens haar niet worden gekwalificeerd als een eenvoudige wijziging van de overeengekomen
conveyance ratesoftewel transporttarieven. Bij toepassing van een
surchargeis het namelijk irrelevant waar gesprekken vandaan komen, hoeveel gesprekken er zijn of hoelang deze duren. De
surchargehoudt in dat opzicht geen direct verband met het telefoonverkeer, maar slechts op incorrecte PAI-headers. Verder heeft Carrier2 onbetwist gesteld dat de PAI-headers die zij toepasten wel de juiste informatie bevatten, maar dat ze niet voldeden aan het door Odido verlangde format en dat daardoor de
surchargein rekening werd gebracht.
5.15.
Uit voornoemde de stellingen van partijen omtrent de bedoeling en de werking van de
surchargeleidt de rechtbank af dat deze niet zozeer ziet op de daadwerkelijke transporttarieven. Odido heeft immers niet betwist dat zij de
surchargevan 15 cent in rekening heeft gebracht in plaats van het toepasselijk tarief van 0 cent, omdat de PAI-headers niet aan het format voldeden. Dit maakt dat de
surchargeniet kan worden gezien als een eenvoudige wijziging van de transporttarieven, maar als een prikkel tot het voldoen aan de vereisten ten aanzien van het format. Daarnaast heeft Odido een groot deel van de bij haar in rekening gebracht
surchargesniet hoeven betalen, hetgeen niet goed denkbaar is als dat daadwerkelijke transporttarieven zouden betreffen. Hieruit volgt dat artikel 4.3 van de Interconnectie-overeenkomst geen grondslag biedt voor het in rekening brengen van de
surcharge. Odido heeft niet gesteld dat elders in de Interconnectie-overeenkomst grondslag wordt geboden voor het in rekening brengen van een
surchargebij incorrecte PAI-headers. Voor opname van dergelijke kosten had Odido dus afzonderlijke instemming moeten hebben verkregen. Nu die instemming ontbreekt, wordt de vordering met betrekking tot de twee
surchargefacturen afgewezen.
Beroep op verrekening slaagt deels; Carrier2 moet nog € 184.071,32 betalen
5.16.
Carrier2 stelt dat zij zeven openstaande facturen van Carrier2 van vóór juli 2023 voor een totaal van € 30.070,07 mocht verrekenen met de facturen van Odido. Daarnaast kon Carrier2 verrekenen met facturen van na juli 2023, welke bijna volledig zien op overeengekomen kosten voor verkeer uit niet-EER landen,
volume commitments, forecasted minutes,
patching costsen inflatiekosten, aldus Carrier2.
5.17.
Het beroep op verrekening ten aanzien van de facturen van Carrier2 van vóór juli 2023 slaagt ten dele. Odido erkent dat zij voor die periode in totaal nog een bedrag van € 24.954,98 voor regulier interconnectie-dienstverlening aan Carrier2 verschuldigd is, maar stelt dat zij destijds de betaling daarvan heeft opgeschort wegens de reeds bestaande betalingsachterstand van Carrier2. Odido heeft niet gesteld dat tussen partijen onderlinge verrekening is uitgesloten, zodat niet valt in te zien waarom de door Carrier2 gestelde verrekening niet zou mogen plaatsvinden. Dit bedrag zal daarom in mindering worden gebracht op hetgeen Carrier2 aan Odido verschuldigd is.
5.18.
Voor de beoordeling van het verrekeningsverweer van het restant van vóór juli 2023 en ten aanzien van de facturen na juli 2023 is evenals bij de vordering van Qupra in conventie geen plaats. Ook hier geldt dat het niet op een eenvoudige wijze vast te stellen is of het beroep op verrekening slaagt. De rechtbank zal dit verweer daarom op grond van artikel 6:136 BW Pro in conventie passeren en de vraag of Odido bedragen aan Carrier2 verschuldigd is in reconventie beoordelen.
5.19.
Het bovenstaande leidt ertoe dat betaling van € 184.071,32 (€ 209.026,30 min € 24.954,98 ) door Carrier2 aan Odido wordt toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten en (handels)rente toegewezen
5.20.
Odido vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat Odido voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief van € 2.615,71.
5.21.
Carrier2 heeft geen afzonderlijk verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke (handels)rente en die is daarom toewijsbaar op de wijze zoals hierna onder de beslissing wordt vermeld.
Proceskosten gecompenseerd
5.22.
Gelet op de uitkomst van de procedure tussen Odido en Carrier2 in conventie, waarbij een groot deel van de eis van Odido wordt afgewezen, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren. Dat betekent dat beide partijen in conventie de eigen proceskosten dragen en dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt.
De vorderingen van Qupra (reconventie)
Standpunten partijen ten aanzien van schadevordering Qupra
5.23.
Qupra vordert op basis van het volgende veroordeling van Odido tot betaling van een schadevergoeding van € 147.598,65. Odido is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de Interconnectie-overeenkomst doordat er meerdere storingen waren op het netwerk van Odido en Qupra heeft daardoor schade geleden. Deze schade bestaat uit de meerkosten die Qupra heeft moeten maken voor het routeren van verkeer tijdens de storingen. Qupra heeft daartoe een overzicht overgelegd van 27 storingen tussen 5 april 2022 en 23 augustus 2024. Volgens Qupra heeft Odido, ondanks herhaalde verzoeken daartoe, nagelaten aanvullende trunks en connecties toe te voegen ter verbetering van de netwerkbetrouwbaarheid. Daarnaast stelt Qupra dat Odido de storingen niet naar behoren heeft verholpen. Ook heeft Qupra schade geleden in de vorm van gederfde omzet en reputatieschade, waardoor het verzoek om verwijzing naar de schadestaatprocedure toewijsbaar is. Ter zitting heeft Qupra verduidelijkt dat de verwijzing naar de schadestaat op alle schade ziet.
5.24.
Odido betwist dat Qupra een schadevergoedingsvordering heeft en dat Odido is tekortgeschoten. Odido heeft de storingen telkens adequaat opgelost. Volgens Odido kunnen de door Qupra gevorderde schadeposten bovendien niet aan de gestelde storingen worden gerelateerd en heeft Qupra nagelaten de gestelde meerkosten deugdelijk te onderbouwen, waardoor de schade niet aannemelijk is gemaakt. Daarnaast is er geen sprake van verzuim, nu een ingebrekestelling ontbreekt.
Schadevergoeding, verwijzing schadestaat en verklaring voor recht afgewezen
5.25.
De rechtbank wijst de schadevordering van Qupra af. Qupra heeft gesteld dat zich storingen hebben voorgedaan, maar niet is gebleken dat Qupra Odido op enig moment in gebreke heeft gesteld. De enkele omstandigheid dat de meerkostenfacturen volgens Qupra in een voor Odido toegankelijk systeem waren geplaatst, kan niet worden aangemerkt als een ingebrekestelling. Evenmin is gesteld of gebleken dat Odido op andere wijze in verzuim is geraakt. Reeds hierom zijn de vorderingen tot schadevergoeding en verwijzing naar de schadestaat niet toewijsbaar.
5.26.
Op grond van het bovenstaande is eveneens de gevorderde verklaring voor recht niet toewijsbaar.
Vordering tot herstel koppeling afgewezen
5.27.
Volgens Qupra moet Odido de koppeling van Qupra met het netwerk van Odido herstellen, omdat door de verrekening de betalingsachterstand is verholpen. Deze vordering wordt afgewezen. Qupra heeft onvoldoende gesteld op grond waarvan op Odido een verplichting tot herstel rust. Odido heeft de overeenkomst reeds beëindigd en was daartoe, gelet op de bestaande betaalachterstand, gerechtigd. Bovendien heeft Qupra zelf Odido verzocht om de diensten onder de Interconnectie-overeenkomst op te heffen. Onder deze omstandigheden bestaat geen grond om Odido te verplichten tot herstel van de koppeling.
Qupra moet proceskosten betalen
5.28.
Qupra is in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Odido worden begroot op € 4.102,00 (2 punten × € 2.051,00 tarief V).
De nakosten en de rente over de kosten in conventie en reconventie in de zaak tussen Odido en Qupra
5.29.
Qupra dient ten slotte ook de nakosten te betalen van € 296,00 plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing.
5.30.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten ook toe.
De vorderingen van Carrier2 (reconventie)
Standpunten Carrier2 en Odido over vordering Carrier2
5.31.
Carrier2 vordert betaling van € 317.194,43 exclusief btw uit hoofde van de Coolwave-overeenkomst. Volgens Carrier2 heeft zij interconnectie-diensten aan Odido geleverd, waarvoor Odido niet heeft betaald. Van deze facturen ziet € 114.153,81 op
call costs – Non EEA Source, € 85.137.84 op
volume commitments¸ € 72.294,33 op
forecasted minutes, € 15.300,00 op
patching costsen € 12.925,48 op inflatiekosten. Odido heeft een
volume commitmentaanvaard, op grond waarvan zij zich heeft verbonden om maandelijks een minimale hoeveelheid verkeer naar het netwerk van Carrier2 te sturen. Odido heeft hier niet aan voldaan, waardoor Carrier2 gerechtigd is om hiervoor een vergoeding in rekening te brengen. Odido heeft erkend
forecasted minutesverschuldigd te zijn. Odido en Carrier2 zijn verder overeengekomen dat Odido een deel van de maandelijkse kosten voor de koppeling draagt (
patch kosten). De aanleiding van de vordering aangaande
call costs – Non EEA Sourceis dat Odido overging tot
reversed billingen daarbij is uitgegaan van te lage tarieven van Carrier2, aldus Carrier2.
5.32.
Odido heeft de door Carrier2 in rekening gebrachte facturen stuk voor stuk gemotiveerd betwist, met uitzondering van de facturen die zij erkent verschuldigd te zijn (zie conventie 5.18). Volgens Odido betreft een groot deel van de vordering van Carrier2 interconnectie-vorderingen die in rekening gebracht zijn via
reversed billingen daardoor niet verschuldigd zijn. Voor het in rekening brengen van
volume commitments¸
forecasted minutes,
patching costsen inflatiekosten bestaat geen contractuele grondslag. De grondslag van de kostenpost
Call Cost – Non EEA Sourceis niet toegelicht, aldus Odido.
Odido hoeft niet te betalen
5.33.
Vooropgesteld wordt dat de Coolwave-overeenkomst niet in het geding is gebracht. Dit betekent dat de door Carrier2 gestelde afspraken moeten worden afgeleid uit de onderlinge e-mailcorrespondentie.
5.34.
Wat betreft de
forecasted minutesoverweegt de rechtbank dat uit de correspondentie niet blijkt dat Odido die kosten heeft geaccepteerd. De verschuldigdheid van
forecasted minuteskan immers niet worden afgeleid uit het enkele feit dat Odido in één brief heeft meegedeeld dat zij enkele facturen verschuldigd is waarin onder meer deze kostenpost is opgenomen. Een ondubbelzinnige instemming met de
forecasted minutesontbreekt. Ook de overeenstemming met betrekking tot de
volume commitmentsis nergens in de door Carrier2 overgelegde stukken terug te vinden. De e-mailberichten die ter onderbouwing zijn overgelegd, zijn namelijk slechts eenzijdige berichten vanuit Carrier2 en bevatten geen instemming of akkoord van de zijde van Odido. De rechtbank volgt Carrier2 niet dat de verschuldigdheid van deze kosten stilzwijgend is aanvaard doordat Odido niet op deze berichten heeft gereageerd. Dat Odido in bepaalde maanden door Carrier2 gestelde
volume commitmentsheeft gehaald betekent evenmin dat Odido moet worden geacht die
volume commitmentste hebben aanvaard.
5.35.
Carrier2 heeft evenmin stukken in het geding gebracht waaruit kan worden afgeleid dat Odido met de
patching costsheeft ingestemd. Carrier2 volstaat met de algemene stelling dat het niet zo kan zijn dat uitsluitend Carrier2 de kosten draagt voor een
patchwaarvoor Odido toestemming zou hebben gegeven. Daarmee is echter nog geen instemming met deze kosten aangetoond. Het door Carrier2 aangehaalde FTA-MTA-5 besluit maakt dit niet anders, omdat daarin slechts staat dat kosten voor een fysieke
patchin rekening
mogenworden gebracht. Carrier2 heeft verder in het geheel niet onderbouwd op grond waarvan Odido een inflatiecorrectie zou moeten betalen.
5.36.
Carrier2 heeft tevens onvoldoende onderbouwd op welke grond Odido de kosten voor
Non EEA Sourceverschuldigd is. De kosten die Carrier2 na een wijziging van haar tarieven in rekening brengt voor gesprekken van buiten de EER bedragen een viervoud van de tarieven die Odido daarvoor zelf heeft gehanteerd. Uit de stukken blijkt niet dat deze wijziging vooraf kenbaar is gemaakt of aangekondigd aan Odido. Weliswaar heeft Carrier2 een tariefplan toegezonden, maar daarin zijn bepaalde landen niet opgenomen. Carrier2 heeft de stelling van Odido dat zij deze facturen pas bij conclusie van antwoord heeft ontvangen niet weersproken. Odido heeft de verschuldigdheid van elk van deze facturen vervolgens uitgebreid gemotiveerd betwist. Carrier2 heeft deze betwisting onvoldoende onderbouwd weerlegd. Daarmee is niet gebleken dat Odido bij haar
reversed billingis uitgegaan van te lage vergoedingen voor het niet EER-verkeer en dat zij de door Carrier2 gestelde bedragen voor niet EER-verkeer verschuldigd is.
5.37.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de vordering tot betaling van € 317.194,43 aan Carrier2 zal worden afgewezen. De facturen van Carrier2 van vóór juli 2023 zijn reeds verrekend met de vordering van Odido in conventie.
Vordering tot herstel koppeling afgewezen
5.38.
Volgens Carrier2 moet Odido de koppeling van Carrier2 met het netwerk van Odido herstellen. Deze vordering wordt afgewezen, omdat Carrier2 onvoldoende heeft gesteld op grond waarvan op Odido een verplichting tot herstel zou rusten. Odido heeft de overeenkomst beëindigd en was daartoe gerechtigd vanwege de betalingsachterstand.
Carrier2 moet proceskosten betalen
5.39.
Carrier2 is in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Odido worden begroot op:
- salaris advocaat
5.770,00
(2 punt × € 2.885 tarief VI)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.959,00
5.40.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten toe.

6.De beslissing

De rechtbank
in de zaak tussen Odido en Qupra
in conventie
6.1.
veroordeelt Qupra om aan Odido te betalen een bedrag ter hoogte van € 52.614,32
inclusief btw aan onbetaalde facturen, per factuur te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf de dag na de uiterste betaaldatum van iedere individuele factuur, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt Qupra om aan Odido te betalen een bedrag ter hoogte van € 1.301,14 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag van dagvaarding, tot aan de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt Qupra om aan Odido te betalen een bedrag van € 6.070,20 aan proceskosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
6.4.
wijst de vorderingen van Qupra af,
6.5.
veroordeelt Qupra om aan Odido te betalen een bedrag van € 4.102,00 aan proceskosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
In conventie en reconventie
6.6.
veroordeelt Qupra in de nakosten van € 296,00. Als zij niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Qupra € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
6.7.
veroordeelt Qupra in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten en de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
6.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.9.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de zaak tussen Odido en Carrier2
in conventie
6.10.
veroordeelt Carrier2 om aan Odido te betalen een bedrag ter hoogte van € 184.071,32 inclusief btw aan onbetaalde facturen, per factuur te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf de dag na de uiterste betaaldatum van iedere individuele factuur, tot de dag van volledige betaling,
6.11.
veroordeelt Carrier2 om aan Odido te betalen een bedrag ter hoogte van € 2.615,71 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag van dagvaarding, tot aan de dag van volledige betaling,
6.12.
compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,
In reconventie
6.13.
wijst de vorderingen van Carrier2 af,
6.14.
veroordeelt Carrier2 om aan Odido te betalen een bedrag van € 5.959,00 aan proceskosten (inclusief nakosten), te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.15.
veroordeelt Carrier2 in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten en de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
In conventie en reconventie
6.16.
verklaart 6.10, 6.11 en 6.14 uitvoerbaar bij voorraad,
6.17.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Groot, rechter, bijgestaan door mr. N.T. Weessies, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.