Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.Korte samenvatting
2.De procedure
3.De feiten
de Strook) en het roze deel (hierna:
de Driehoek) van de percelen van de Gemeente in gebruik. In 1998/1999 is de achterliggende sloot verlegd en is het donkergroene deel gedempt. [eiser] heeft op dat moment ook het donkergroene deel tot aan de aan het oranje deel grenzende grens van de Strook (hierna:
de Gedempte Sloot) in gebruik genomen. [eiser] heeft op de Strook, de Driehoek en de Gedempte Sloot (onder andere) beplanting, een houten terras en een bankje aangebracht. Daarnaast is er een spijlhek aanwezig dat vanaf het huis langs de straatkant loopt tot aan de grens van de Strook, waarna het overgaat in een ander spijlhek dat loopt tot aan de muur van het naastgelegen pand. Ook is er een spijlhek aanwezig dat vanaf de straatkant langs de grens van de Strook loopt tot aan het punt waarop de Gedempte Sloot begint. Hiermee worden de gemeentegronden die [eiser] in gebruik heeft genomen gedeeltelijk afgescheiden van de gronden die de bewoners van het naastgelegen pand in gebruik hebben (het oranje deel, een gedeelte van het donkergroene deel en de overige gronden tot aan de muur van het naastgelegen pand, hierna gezamenlijk te noemen:
de Vluchtstrook). De Strook, de Driehoek en de Gedempte Sloot hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 186 m2.
- [eiser] bezwaar had tegen de bouw van de geprojecteerde nieuwbouw op het terrein waarvan hij door verjaring eigenaar stelde te zijn geworden dan wel een recht van erfdienstbaarheid stelde te hebben gekregen;
- volgens het dagelijks bestuur het enkele in gebruik nemen van openbare grond geen enkel eigendomsrecht biedt en dat dit eigendomsrecht ook niet wordt erkend;
- het onrechtmatig gebruik van de gemeentegronden door [eiser] bij brief van 10 april 1995 is geconstateerd en dat hem daarbij is aangezegd bedoelde onrechtmatigheid ongedaan te maken; en dat
- Gedeputeerde Staten, met inachtneming van de door [eiser] ingediende bedenkingen, geen bezwaar hebben tegen het betreffende bouwplan en van mening zijn dat de gevraagde verklaringen van geen bezwaar kunnen worden verleend.