ECLI:NL:RBAMS:2026:612

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
13-297708-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel met terugkeergarantie in Nederland

De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 januari 2026 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Braunschweig, Duitsland, gericht op de overlevering van de opgeëiste persoon wegens illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon, die de Nederlandse nationaliteit bezit en in Nederland woont, verscheen ter zitting en werd bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie concludeerde dat de overlevering kan worden toegestaan.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de formele eisen van de Overleveringswet en dat het strafbare feit een lijstfeit betreft waarvoor dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden onderzocht. De opgeëiste persoon beriep zich op de garantie van artikel 6 OLW Pro, omdat hij sterke banden met Nederland heeft en het centrum van zijn gezinsleven hier is gevestigd.

De Duitse autoriteiten gaven een schriftelijke garantie dat de opgeëiste persoon, indien veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze in Nederland mag ondergaan zonder voorwaardelijke invrijheidstelling. De rechtbank achtte deze garantie voldoende en concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan met inachtneming van de terugkeergarantie.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam op 28 januari 2026 en is onherroepelijk. De opgeëiste persoon zal worden overgeleverd aan Duitsland voor het strafbare feit zoals omschreven in het EAB.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe met een terugkeergarantie voor het uitzitten van de straf in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-297708-25
Datum uitspraak: 28 januari 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 13 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 november 2025 door het Kantongerecht (
Amtsgericht) Braunschweig, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1993,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 januari 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, advocaat in Alkmaar.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
De raadsman heeft geen verweer gevoerd en de officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering kan worden toegestaan.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het Kantongerecht (
Amtsgericht) Braunschweig van 20 oktober 2025 met dossiernummer: 1 Gs 673/25.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. [4]
Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De
Leitende Oberstaatsanwältinvan het
Staatsanwaltschaft Braunschweigheeft bij brief van 12 december 2025 de volgende garantie gegeven:
"[..] The Braunschweig Public Prosecutor's Office is the competent enforcement authority in the case of the legally binding conviction of the defendant [de opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] .1993 in [geboorteplaats] (Turkey); Dutch national.
She guarantees the defendant that he can serve a prison sentence in the Netherlands without parole, if he so desires, and will transfer him to the Dutch authorities for the purpose of serving the sentence."
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan het Kantongerecht (
Amtsgericht) Braunschweig, Duitsland voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en L. Baroud, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.C. Hooibrink, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 januari 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (