Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6116

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
1310514926
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 12 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verweren over artikel 12 OLW en detentieomstandigheden in Italië

De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 juni 2026 het verzoek tot overlevering van een Pakistaanse verdachte aan Italië op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 27 oktober 2025. De verdachte werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen en hulp bij illegale binnenkomst, strafbare feiten waarvoor een resterende gevangenisstraf van ruim drie jaar en negen maanden moet worden uitgezeten.

De verdachte voerde verweren aan op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW), omdat hij niet persoonlijk aanwezig was geweest bij het Italiaanse proces. De rechtbank oordeelde echter dat de verdachte op de hoogte was van het proces en stilzwijgend afstand had gedaan van zijn recht op aanwezigheid, waardoor de overlevering niet geweigerd werd.

Daarnaast werd bezwaar gemaakt tegen de overlevering vanwege vermeende slechte detentieomstandigheden in Italië, mede gebaseerd op een recent bezoek van het Europees Comité ter Preventie van Foltering (CPT). De rechtbank stelde dat er geen actueel, objectief bewijs was van een algemeen of individueel risico op onmenselijke behandeling, en wees het verzoek tot aanhouding af.

De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet, geen weigeringsgronden aanwezig zijn en dat de overlevering toegestaan kan worden. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Italië toe ondanks verweren op grond van artikel 12 OLW en zorgen over detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-105149-26
Datum uitspraak: 16 juni 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 16 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 oktober 2025 door
the Office of the Prosecutor of the Republic at the Court of Trieste, Italië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1988 te Pakistan,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de taal Pasjtoe.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Pakistaanse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een bevel tot gevangenneming afgegeven door
the Office of the Prosecutor of the Republic at the Ordinary Court of Triesteop 1 oktober 2025 met kenmerk
SIEP 677/2025en het vonnis van
the Preliminary Hearing Judge at the Ordinary Court of Triestevan 8 mei 2025 met kenmerk Reg. Gen 533/2025 - R.G.N.R. 4190/2020. Dit vonnis is definitief geworden op 28 juli 2025.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaar, negen maanden en acht dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Deze straf resteert nog in het geheel. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met d, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Gelet daarop kan de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro worden geweigerd.
De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij licht dat toe. Uit het EAB volgt dat de opgeëiste persoon het adres van zijn gemachtigd advocaat heeft opgegeven als correspondentieadres. Deze advocaat heeft hem verdedigd tijdens het proces en heeft namens de opgeëiste persoon bij de rechtbank in Italië verzocht om te worden toegelaten tot
the abbreviated trialprocedure. Naar het oordeel van de rechtbank maken deze omstandigheden dat de opgeëiste persoon klaarblijkelijk op de hoogte was van de verdenking en het strafproces, waardoor hij ofwel stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om bij zijn proces aanwezig te zijn, ofwel in dat kader kennelijk onzorgvuldig is geweest door niet bereikbaar te zijn voor de Italiaanse autoriteiten. Daarom levert het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon op.

5.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
- illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;- hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

6.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

Standpunt van de raadsman
Het CPT (de
European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment)heeft van 1 september 2025 tot en met 12 september 2025 een ad hoc bezoek gebracht aan een aantal Italiaanse detentie-instellingen om de omstandigheden te onderzoeken. Dit is een teken dat er nog steeds zorgen zijn over de detentieomstandigheden in Italië. De raadsman heeft verzocht om de zaak aan te houden, zodat er een persoonlijke detentiegarantie kan worden opgevraagd voor de opgeëiste persoon. Hiermee kan worden gevraagd in welke detentie-instelling de opgeëiste persoon wordt geplaatst na overdracht vanuit Nederland en hoe de omstandigheden aldaar zijn. Ook moeten de Italiaanse autoriteiten meer duidelijke en ondubbelzinnige informatie verschaffen over welke aanvullende garanties zij verstrekken ten aanzien van de opgeëiste persoon, mede gelet op de uitkomsten van Aanbeveling EU, 2023, 681. [4] Meer in het bijzonder geldt dat in de aanbeveling problemen worden gedetecteerd ten aanzien van de algemene omstandigheden, de accommodatie, hygiëne, de sanitaire omstandigheden en het bevorderen van sociale re-integratie.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen algemeen gevaar ten aanzien van de detentieomstandigheden in Italië is aangenomen. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor de overlevering.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt dat zij in een eerdere uitspraak van 27 mei 2025 [5] geen algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten meer heeft aangenomen voor gedetineerden die een gevangenisstraf uitzitten in Italië. De raadsman heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd op basis waarvan de rechtbank tot het oordeel zou kunnen komen dat er ten aanzien van detentie-instellingen in Italië een algemeen gevaar bestaat dat veroordeelde gedetineerden worden blootgesteld aan het risico op een onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank komt vanwege het ontbreken van een algemeen gevaar niet toe aan de vraag of sprake is van een dergelijk concreet individueel gevaar voor de opgeëiste persoon dat zijn grondrechten zullen worden geschonden. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een detentiegarantie op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit en wijst het aanhoudingsverzoek af.
Gelet op het voorgaande staat artikel 11 OLW Pro daarom niet aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Office of the Prosecutor of the Republic at the Court of Trieste(Italië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Scheeper, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en L. Baroud, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. C.W. van der Hoek en E.H. Wisgerhof, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 juni 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.De rechtbank begrijpt:
5.Rb. Amsterdam 27 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3475.