ECLI:NL:RBAMS:2026:6011

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
C/13/784414 / KG RK 26-362
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:251 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke toewijzing verzoek tot verblijven JSW-aandelen onder pandrecht met holistische benadering

Op 6 maart 2026 heeft [bedrijf] een verzoek ingediend op grond van artikel 3:251 BW Pro om de JSW-aandelen, waarop zij een pandrecht heeft, aan haar te laten verblijven als koper voor een symbolische koopprijs van €1. Dit verzoek volgt op het niet nakomen van betalingsverplichtingen door Good Innovation en andere kredietnemers uit een geldleningsovereenkomst van 5 juli 2024.

[bedrijf] stelt dat de JSW-aandelen geen hogere waarde vertegenwoordigen dan €1 vanwege de slechte financiële positie en gebrekkige administratie van de kredietnemers. Zij bepleit een holistische benadering waarbij ook een schuldreductie via agioconversie van €805.000 en een herfinanciering van de resterende schuld worden meegewogen als onderdeel van de executie-opbrengst.

Good Innovation betwist dit en wijst op het ontbreken van een onafhankelijk taxatierapport en een beter alternatief verkoopproces. De voorzieningenrechter oordeelt dat het pandrecht en de executiebevoegdheid van [bedrijf] niet in geschil zijn, maar dat de schuldreductie en herfinanciering nog niet onvoorwaardelijk zijn vastgelegd.

Daarom wordt het verzoek voorwaardelijk toegewezen onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat bindende overeenkomsten over schuldreductie, agioconversie en herfinanciering worden gesloten. De kosten worden gecompenseerd en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot verblijven JSW-aandelen aan [bedrijf] toegewezen onder voorwaarde van bindende afspraken over schuldreductie, agioconversie en herfinanciering.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
Zaaknummer / rekestnummer: C/13/784414 / KG RK 26-362
Beschikking van 6 mei 2026
in de zaak van
[bedrijf] B.V.,
te Bloemendaal,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [bedrijf] ,
advocaat: mr. A. Coppelmans en mr. R.R.M. van den Heuvel,
tegen
GOOD INNOVATION B.V.,
te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: Good Innovation,
advocaat: J.P.M. le Clercq.

1.De procedure

1.1.
[bedrijf] heeft op 6 maart 2026 een verzoekschrift op grond van artikel 3:251 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) met producties ingediend. Op 3 april 2026 heeft Good Innovation een verweerschrift en nadien ook nog producties ingediend. Het verzoek is mondeling behandeld op 8 april 2026. Daar zijn verschenen:
  • namens [bedrijf] : [naam 1] , bestuurder van [bedrijf] , en [naam 2] , met mr. Van den Heuvel en mr. Coppelmans,
  • namens Good Innovation: [naam 3] , bestuurder van Good Innovation (hierna: [naam 3] ), met mr. Le Clercq.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[bedrijf] , als kredietgever, heeft met Good Innovation, Jachthaven Schellingerwoude B.V. (hierna: JSW), Hood Innovation B.V. en Food Innovation B.V. als kredietnemers (hierna gezamenlijk: de kredietnemers) op 5 juli 2024 een overeenkomst van geldlening gesloten. De overeenkomst van geldlening is bij addendum van 12 juli 2024 nog aangepast (de aldus aangepaste overeenkomst hierna: de geldleningsovereenkomst).
2.2.
Uit hoofde van de geldleningsovereenkomst heeft [bedrijf] aan kredietnemers een geldlening van maximaal € 4.100.000,- verstrekt (hierna: de geldlening). Tevens is een aanvullend tijdelijk krediet aan de kredietnemers in rekening courant verstrekt van circa € 19.000,-. De kredietnemers zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens [bedrijf] .
2.3.
Tot zekerheid voor haar vorderingen uit hoofde van de geldleningsovereenkomst heeft [bedrijf] diverse zekerheidsrechten, waaronder pandrechten op bepaalde door Good Innovation gehouden aandelen in JSW, Hood Innovation B.V. en Food Innovation B.V., verkregen.
2.4.
Bij notariële akte van verpanding van aandelen van 22 juli 2024 werd door Good Innovation ten gunste van [bedrijf] een pandrecht eerste in rang gevestigd op 360 aandelen A in JSW (hierna: de JSW-aandelen).
2.5.
Omdat de kredietnemers hun (betalings)verplichtingen jegens [bedrijf] uit hoofde van de geldleningsovereenkomst niet nakwamen, heeft [bedrijf] bij brieven van 8 januari 2026 aan de kredietnemers de geldlening opgeëist en de uitwinning van de haar verstrekte zekerheden, waaronder het pandrecht op de JSW-aandelen, aangekondigd. Op dat moment bedroeg de opeisbare vordering van [bedrijf] op de kredietnemers circa € 3.740.000,-.
2.6.
Bij brief van 12 februari 2026 heeft [bedrijf] vragen gesteld aan [naam 3] , namens JSW, over een van JSW ontvangen zogeheten ‘Prognoserapport 2026-2029 betreffende Good Innovation B.V. - Hood Innovation B.V - Food Innovation B.V. - Jachthaven Schellingerwoude’ (hierna: de prognose). [bedrijf] heeft JSW verzocht om uiterlijk binnen 14 dagen de vragen te beantwoorden, de prognose toe te lichten en de meest recente cijfers van de kredietnemers aan te leveren.
2.7.
Bij e-mail van 2 maart 2026 heeft de advocaat van [bedrijf] [naam 3] aan de brief van 12 februari 2026 herinnerd, nu de termijn van twee weken was verstreken en de gevraagde informatie en stukken nog niet waren aangeleverd.
2.8.
Bij e-mail van 3 maart 2026 heeft [naam 3] aan de advocaat van [bedrijf] bericht dat hij bezig was de gevraagde informatie en stukken te verzamelen. Ten tijde van het indienen van het verzoekschrift in deze procedure waren de gevraagde stukken en informatie nog niet aangeleverd.
2.9.
Bij akte van cessie geldlening en zekerheidsrechten van 19 maart 2026 heeft [bedrijf] een vordering van Share Telstar B.V. op Good Innovation van € 275.000,- uit hoofde van een aan Good Innovation verstrekte geldlening overgenomen, inclusief de daaraan verbonden zekerheidsrechten.
2.10.
Ten tijde van het indienen van het verzoekschrift bedroeg de opeisbare vordering van [bedrijf] op de kredietnemers circa € 3.900.000,-, exclusief lopende rente en kosten.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Ter zitting heeft [bedrijf] haar verzoek in die zin aangepast dat het verzoek nog slechts ziet op de JSW-aandelen en niet meer op eveneens aan haar verpande aandelen in Food Innovation BV. en Good Innovation B.V. Met inachtneming van deze wijziging strekt het verzoekschrift ertoe:
Primair
I. te bepalen dat de JSW-aandelen aan [bedrijf] als koper mogen verblijven tegen:
a. betaling van een koopprijs van € 1 ter verrekenen met de schuld van Good Innovation aan [bedrijf] ,
b. door middel van omzetting in agio vermindering van de schuld van Good Innovation aan [bedrijf] met een bedrag gelijk aan € 805.000,-;
II. partijen te gelasten een notariële akte te doen verlijden voor overdracht waar een afschrift van deze beschikking aan dient te worden gehecht, binnen veertien dagen volgend op deze beschikking, indien en voor zover de voorzieningenrechter de primaire vordering toewijst;
Subsidiair
III. Good Innovation te bevelen om binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking de navolgende deugdelijke en correcte informatie aan [bedrijf] en aan de voorzieningenrechter over te leggen:
a. volledige, door een accountant gecontroleerde of beoordeelde jaarreke- ningen van JSW, Food Innovation B.V., Hood Innovation B.V. en Good Innovation over de boekjaren 2023 en 2024;
b. een gespecificeerde kasstroomprognose voor de periode 2026-2028 voorzien van externe verificatie en aansluiting op historische omzetcijfers;
c. een overzicht van alle op de activa en vorderingen van kredietnemers rustende zekerheidsrechten, inclusief rangorde;
IV. te bepalen dat, indien Good Innovation niet of niet volledig voldoet aan het bevel onder III. binnen de daarvoor gestelde termijn, de waarde van de JSW-aandelen wordt vastgesteld op € 1 en de JSW-aandelen aan [bedrijf] verblijven overeenkomstig het onder I. en II. verzochte, zulks zonder nadere instructiemaatregelen;
V. te bepalen dat, indien uit de informatie onder III. de waarde van de JSW-aandelen niet kan worden vastgesteld dan wel de waarde van de JSW-aandelen nihil is, de waarde van de JSW-aandelen wordt vastgesteld op € 1 en de JSW-aandelen aan [bedrijf] verblijven overeenkomstig het onder I. en II. verzochte, zulks zonder nadere instructiemaatregelen;
Primair en subsidiair:
VI. Good Innovation te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Aan het verzoek heeft [bedrijf] – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Good Innovation en de andere kredietnemers zijn al geruime tijd in verzuim met de nakoming van hun (betalings)verplichtingen jegens [bedrijf] uit hoofde van de geldleningsovereenkomst. [bedrijf] heeft daarom de geldlening op 8 januari 2026 opgeëist en de executie van haar zekerheidsrechten, waaronder het pandrecht op de JSW-aandelen, (voor)aangekondigd. Gelet op het gebrek aan betrouwbare informatie over de financiële positie van de kredietnemers en hun gebrekkige financiële administratie kan [bedrijf] geen onafhankelijk taxatierapport met betrekking tot de JSW-aandelen laten opstellen en overleggen. Desalniettemin staat vast dat de JSW-aandelen geen hogere waarden dan € 1,- vertegenwoordigen. De thans voorgestelde wijze van verkoop van de JSW-aandelen is in de gegeven omstandigheden de beste wijze van executie van het pandrecht. Een openbare verkoop van de JSW-aandelen is geen begaanbaar pad en levert geen hogere opbrengst op.
3.3.
Good Innovation verzet zich tegen toewijzing van het verzoek.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

juridisch kader
4.1.
Uitgangspunt is dat een recht van pand wordt uitgeoefend door middel van een openbare verkoop. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 3:251 lid 1 BW Pro echter op verzoek van de pandhouder of de pandgever bepalen dat het pand op een andere wijze zal worden verkocht of, op verzoek van de pandhouder, bepalen dat het pand voor een door de voorzieningenrechter vast te stellen bedrag aan de pandhouder als koper zal verblijven. De voorzieningenrechter dient daarbij te onderzoeken of bij een andere dan openbare verkoop een hogere opbrengst valt te verwachten dan bij een openbare verkoop, een en ander in het belang van de schuldenaar, en mede rekening houdend met de belangen van andere schuldeisers, onder wie met name schuldeisers met voorrang bij de verdeling van de executieopbrengst.
4.2.
Verder geldt als uitgangspunt dat de pandhouder bepaalt of, en zo ja wanneer, hij gaat executeren nadat hij de bevoegdheid heeft gekregen zijn recht van parate executie uit te oefenen. Daarbij wordt opgemerkt dat een procedure als de onderhavige er niet voor is bedoeld om de hoogte van een vordering van de pandhouder en de rang van een pandrecht vast te stellen. Deze procedure is dus beperkt tot de wijze van executie.
4.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het primaire verzoek onder I. en II. van [bedrijf] voorwaardelijk en op de wijze als hierna in de beslissing vermeld kan worden toegewezen en licht dit oordeel hierna toe.
rechtsgeldig pandrecht en executiebevoegdheid van [bedrijf]
4.4.
Het pandrecht van [bedrijf] op de JSW-aandelen en haar recht om een verzoek als het onderhavige in te dienen is tussen partijen niet in geschil. Good Innovation betwist verder niet de omvang van de vordering van [bedrijf] op de kredietnemers en ook niet dat zij in verzuim zijn met de nakoming van hun (betalings)verplichtingen. Uitgangspunt is dus dat de executiebevoegdheid van [bedrijf] ten aanzien van de JSW-aandelen bestaat en dat deze via een verzoek als hier aan de orde kan worden uitgeoefend.
holistische benadering
4.5.
De met het verblijven van de JSW-aandelen aan [bedrijf] als koper te realiseren ‘opbrengst’ bestaat volgens [bedrijf] – zoals ter zitting nog nader door haar toegelicht – uit de volgende drie, onlosmakelijk met elkaar verbonden, onderdelen:
i) een koopsom van € 1,- voor de JSW-aandelen, en
ii) een vermindering van de schuld van de kredietnemers aan [bedrijf] uit hoofde van de geldleningsovereenkomst met een bedrag van € 805.000,- via een agioconversie, en
iii) een herfinanciering van de na de schuldvermindering sub ii) overblijvende schuld van de kredietnemers door middel van het sluiten van een nieuwe geldlenings- overeenkomst met langlopende looptijd en onder (nieuwe) marktconforme voorwaarden.
4.6.
[bedrijf] heeft gesteld dat bij de beoordeling van haar verzoek een zogeheten ‘holistische benadering’ moet worden toegepast. Daarbij gaat het niet alleen om de sub i) bedoelde koopsom maar om het geheel van de onder i) tot en met iii) vermelde onderdelen van de transactie. De ‘opbrengst’ van de drie onderdelen tezamen is de executie-opbrengst van de JSW-aandelen, welke in dit geval de opbrengst van een eventuele openbare verkoop daarvan overtreft. [bedrijf] beroept zich in dit verband op rechtspraak inzake de herstructureringen van Airopack, Lebara, IHC en HEMA [1] waarin ook sprake was van een uit meerdere onderdelen bestaande opbrengst van verpande activa en de rechter de ‘holis- tische benadering’ heeft toegepast. Dit alles aldus [bedrijf] .
4.7.
Good Innovation is het in beginsel eens met deze benadering als uitgangspunt, maar voert – verkort – aan dat de voorgestelde transactie moet worden beoordeeld in het licht van beschikbare informatie (waaronder een onafhankelijke waardering van de JSW-aandelen en de uitkomst van een al lopend financieringstraject). Zonder deze informatie kan niet worden vastgesteld dat het voorstel van [bedrijf] het beste resultaat oplevert.
4.8.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De wettelijke regeling van executie van pandrechten en het in dat verband door de rechter te verrichten onderzoek (zie onder 4.1) laat toepassing van de ‘holistische’ benadering zoals door [bedrijf] bepleit toe, althans sluit deze niet uit. Deze benadering heeft in de rechtspraak ook navolging gevonden. De door de pandhouder te verantwoorden executie-opbrengst kan dus in zoverre ruimer zijn dat daarbij niet alleen de daadwerkelijke koopsom van de verpande goederen maar ook de ‘opbrengst’ van andere, met de verkoop samenhangende en te effectueren, rechtshandelingen relevant kan zijn. Het enkele feit dat deze rechtshandelingen mogelijk in chronologisch opzicht pas na de middels deze procedure te verkrijgen beslissing van de voorzieningenrechter worden geëffectueerd, is daarbij niet van doorslaggevende betekenis. Wel moet ondubbelzinnig vast staan dat (i) de pandhouder zich onvoorwaardelijk jegens de pandgever tot het verrichten van deze rechtshandelingen heeft verbonden en de pandgever dus nakoming van deze verplichting kan verlangen en (ii) het financieel/economisch totaalresultaat van alle onderdelen de conclusie rechtvaardigt dat daarmee in een concreet geval de hoogste opbrengst wordt gerealiseerd en dus de belangen van de pandgever en diens andere schuldeisers niet worden geschaad. Dit leidt in het onderhavige geval tot het volgende oordeel.
onderdeel i) (koopsom van € 1,-)
4.9.
[bedrijf] heeft - samengevat - gesteld dat het voor haar niet mogelijk is de financiële positie van de kredietnemers op basis van hun administratie volledig te beoordelen, omdat Good Innovation ondanks verzoek en in strijd met haar contractuele verplichting (zie onder 2.6) geen deugdelijke financiële informatie heeft aangeleverd en omdat de administratie van kredietnemers gebrekkig en onvolledig is. Deze administratie biedt daarmee ook geen deugdelijke basis voor een waardering van de JSW-aandelen. De door [naam 3] aangereikte prognose is niet te volgen, want deze bevat een niet-onderbouwde verdrievoudiging van de omzet in het eerste jaar en een vervijfvoudiging in 2027 en biedt daarmee evenmin een deugdelijke basis voor de waardering van de JSW-aandelen. [bedrijf] heeft naast het pandrecht op JSW-aandelen ook pandrechten op bijna alle activa van JSW. Bij een eventuele liquidatie komt de opbrengst van deze activa nagenoeg volledig aan [bedrijf] toe en blijft voor de JSW-aandelen (lees: voor Good Innovation als aandeelhouder) geen restwaarde over. Dit geheel van feiten en omstandigheden rechtvaardigt de conclusie dat de JSW-aandelen geen waarde hebben die het bedrag van € 1,- te boven gaat. Een openbare verkoop van de JSW-aandelen (aandelen in een niet-beursgenoteerde vennootschap met een negatief eigen vermogen, gebrekkige administratie en een onder druk staande exploitatie) is geen reëel alternatief en leidt niet tot een hogere opbrengst. Dit alles aldus [bedrijf] .
4.10.
Het verweer van Good Innovation komt er – samengevat – op neer dat [bedrijf] heeft nagelaten een onafhankelijk taxatierapport te laten opstellen en dat er geen deugdelijk bieding- en verkoopproces is geweest. Daarom leidt de door [bedrijf] voorgestelde wijze van executie niet tot opbrengstmaximalisatie en kan een andere verkoopwijze wel degelijk tot een hogere opbrengst leiden. Good Innovation is in gesprek met een andere mogelijke koper en zij verwacht op korte termijn een
term sheette kunnen overleggen. Daaruit blijkt dat er wel degelijk een beter alternatief is te verwachten. Good Innovation wijst in dit verband ook op een door haar ter gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegd concept taxatierapport van Cushman & Wakefield. Daaruit blijkt dat de waarde van de activa een bedrag van € 2.520.000,- bedraagt. Het toekomstperspectief van de kredietnemers is verder recent verbeterd, waardoor de inkomsten op korte termijn zullen toenemen en het voldoen aan betalingsverplichtingen realistisch wordt. De handelwijze van [bedrijf] komt neer op een door de wet verboden toe-eigening van de JSW-aandelen. Ten slotte dient een belangenafweging in het voordeel van Good Innovation uit te vallen. Om al deze redenen dient het verzoek van [bedrijf] te worden afgewezen, dit alles aldus Good Innovation.
4.11.
Good Innovation heeft de stellingen van [bedrijf] ten aanzien van de staat van de administratie van de kredietnemers, de onnavolgbaarheid van de prognose en de vermogenspositie van de kredietnemers niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist. De overgelegde cijfers, deels afkomstig uit de jaarrekeningen van JSW over 2023 en 2024 en deels uit de administratie van de kredietnemers (ten aanzien van 2025) laten geen andere conclusie toe dan dat de kredietnemers gegeven de lage (geprognotiseerde) omzetten niet in staat zijn de lopende exploitatiekosten daaruit te dekken. Good Innovation heeft tegenover deze cijfers niet aannemelijk gemaakt dat de kredietnemers daartoe wel in staat zullen zijn en evenmin dat zij ook de uit de geldleningsovereenkomst jegens [bedrijf] voortvloeiende lopende en achterstallige betalingsverplichtingen kunnen nakomen. De ter gelegenheid van de mondelinge behandeling geponeerde stellingen over het verbeterde toekomstperspectief van de kredietnemers zijn niet meer dan algemene, niet met cijfers onderbouwde, aannames van Good Innovation, waaraan de voorzieningenrechter voorbijgaat. Aan het concept taxatierapport van Cushman &Wakefield kan in dit verband evenmin waarde worden toegekend. Niet alleen heeft dit betrekking op activa en niet op aandelen in JSW maar ook blijkt uit dit document niet eens om activa van welke kredietnemer het gaat.
4.12.
In beginsel dient de verzoeker in een procedure als deze een onafhankelijk taxatierapport over te leggen, waaruit de waarde van de te verkopen aandelen blijkt. In het onderhavige geval was dit echter voor [bedrijf] , mede omdat Good Innovation in strijd met haar verplichtingen uit de geldleningsovereenkomst geen financiële informatie aanleverde en de gebrekkige administratie van de kredietnemers hiervoor ook niet geschikt was, een moeilijke, wellicht zelfs onmogelijke, opgave.
4.13.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in de omstandigheden van het onderhavige geval – mede gegeven de slechte financiële positie van de kredietnemers – het enkele ontbreken van een onafhankelijk taxatierapport op zichzelf niet aan toewijzing van het verzoek van [bedrijf] in de weg hoeft te staan. Dit laat evenwel onverlet dat de voorzieningenrechter thans niet met voldoende mate van zekerheid kan vaststellen dat de aandelen in JSW slechts een waarde van € 1,- hebben. Wel lijkt voldoende aannemelijk dat deze aandelen niet een zodanige waarde hebben dat een koopsom de vorderingen van [bedrijf] die door het pandrecht worden gedekt (circa € 3.900.000,-) te boven zal gaan. Of dit voldoende is om het verzoek van [bedrijf] toe te wijzen is mede afhankelijk van de beoordeling van onderdelen ii) en iii) van het voorstel van [bedrijf] . Daar komt de voorzieningenrechter nu aan toe.
onderdeel ii) en iii) (schuldreductie, agioconversie en herfinanciering)
4.14.
De door [bedrijf] voorgestelde schuldreductie via agioconversie tot een bedrag van € 805.000,- betreft circa 20,6% van de opeisbare vordering van [bedrijf] op de kredietnemers, derhalve een substantieel deel daarvan. Dat na de schuldreductie nog een substantiële restschuld van de kredietnemers aan [bedrijf] resteert moge dan zo zijn, maar dat betekent nog niet – anders dan Good Innovation lijkt te suggereren – dat het bedrag van de reductie daarmee op zich zelf onvoldoende is om als onderdeel van de opbrengst van aandelen JSW te kunnen worden beschouwd. Daar komt bij dat Good Innovation de omvang van de schuldreductie op zich zelf niet als te laag of anderszins onjuist heeft betwist.
4.15.
Belangrijker is echter dat – in tegenstelling tot de rechtspraak waar [bedrijf] zich op beroept (zie 4.6) – in dit geval tussen [bedrijf] en de kredietnemers voorafgaand aan deze procedure
nieteen overeenkomst is gesloten, waarin alle bepalingen en voorwaarden van de voorgestelde schuldreductie en agioconversie onvoorwaardelijk zijn vastgelegd. [bedrijf] heeft ter zitting weliswaar gesteld dat zij na het aan haar verblijven van de JSW-aandelen de voorgestelde schuldreductie en agioconversie zal uitvoeren, maar dat is onvoldoende om het daarmee gemoeide bedrag van € 805.000,- thans reeds als onderdeel van de opbrengst van de JSW-aandelen te beschouwen. Er is immers geen sprake van een bindende verplichting van [bedrijf] jegens de kredietnemers tot daadwerkelijke effectuering van de schuldreductie en agioconversie. Daarmee zijn de belangen van Good Innovation als pandgever, die van de (hoofdelijk aansprakelijke) overige kredietnemers en van de overige schuldeisers van Good Innovation en JSW onvoldoende gewaarborgd. Dit staat aan een onvoorwaardelijke toewijzing van het primaire verzoek van [bedrijf] onder I. en II. in de weg.
4.16.
Ten aanzien van de beoogde herfinanciering van de resterende schuld van de kredietnemers geldt dit des te meer. Er is door [bedrijf] slechts in algemene termen gesteld dat sprake zal zijn van een te sluiten nieuwe geldleningsovereenkomst met langlopende looptijd en onder marktconforme voorwaarden. Hoe de bepalingen en voorwaarden van de nieuwe geldleningsovereenkomst precies gaan luiden, of het aangaan daarvan inderdaad in het belang van de kredietnemers is en of de kredietnemers daarmee zullen instemmen, is onduidelijk. Dit betekent dat de ‘waarde’ van deze toekomstige geldleningsovereenkomst nog niet vast vaststaat, zodat deze ‘waarde’ in financieel-economische zin thans ook niet kan meetellen als onderdeel van de opbrengst van de JSW-aandelen. Daarvoor zal [bedrijf] eerst met Good Innovation en de overige kredietnemers de nieuwe geldleningsovereenkomst moeten sluiten. Dit geldt eens te meer nu [bedrijf] ter zitting heeft aangegeven de hoofdelijke aansprakelijkheid van Food Innovation B.V. en Hood Innovation B.V. te zullen handhaven en zij ook haar pandrechten op aandelen in deze vennootschappen niet prijsgeeft.
4.17.
Zonder de effectuering van de onder 4.15 en 4.16 bedoelde rechtshandelingen is thans slechts sprake van een opbrengst van de JSW-aandelen van € 1,-, hetgeen aan toewijzing van het primaire verzoek van [bedrijf] onder I. en II. in de weg staat. Uitsluitend indien [bedrijf] en de kredietnemers alsnog de afspraken inzake de door [bedrijf] voorgestelde schuldreductie, agioconversie en herfinanciering bindend vastleggen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat in de gegeven omstandigheden sprake is van een hogere opbrengst van de JSW-aandelen dan die van een openbare verkoop die daarmee dus toewijzing van het verzoek van [bedrijf] en levering van de JSW-aandelen aan [bedrijf] rechtvaardigt. De voorzieningenrechter gaat er hierbij vanuit dat [bedrijf] en Good Innovation ter gelegenheid van de levering van de JSW-aandelen gezamenlijk aan de betrokken notaris een afschrift van de hier bedoelde overeenkomsten zullen verstrekken, zodat deze kan vaststellen dat deze overeenkomsten inderdaad zijn gesloten (zonder dat de inhoud daarvan door de notaris behoeft te worden gecontroleerd).
geen noodzaak voor andere verkoopprocedure
4.18.
De voorzieningenrechter verwerpt, ten slotte, ook het betoog van Good Innovation dat [bedrijf] gehouden was een ander (openbaar) verkoopproces te volgen omdat dit tot een hogere opbrengst zou leiden. Good Innovation heeft niet aannemelijk gemaakt dat een dergelijk proces of een openbare veiling van de JSW-aandelen meer zal opleveren dan de voorgenomen verkoop aan [bedrijf] . Er is evenmin een beter onderhands bod gedaan of zicht op een dergelijk, voldoende geconcretiseerd, bod.
slotsom
4.19.
De conclusie is dat het primaire verzoek onder I. en II. van [bedrijf] voorwaardelijk toewijsbaar is zoals hierna in de beslissing is vermeld. Er zijn geen bijzondere omstandigheden door Good Innovation aangevoerd die overigens tot afwijzing van het verzoek leiden. De overige stellingen en verweren van partijen behoeven, gelet op het voorgaande, geen bespreking.
kosten
4.20.
Nu slechts sprake is van een voorwaardelijke toewijzing van het verzoek en partijen nog verder met elkaar in overleg moeten treden over de vervulling van de voorwaarde, bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
bepaalt dat bij wijze van executie van het daarop gevestigde pandrecht van [bedrijf] de JSW-aandelen als koper aan [bedrijf] zullen verblijven voor een koopsom van € 1,- onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de onder 4.15 en 4.16 vermelde rechtshandelingen inzake schuldreductie, agioconversie en herfinanciering door [bedrijf] , Good Innovation en overige kredietnemers zijn verricht, inhoudende dat:
[bedrijf] , Good Innovation en de overige kredietnemers een onvoorwaardelijke overeenkomst hebben gesloten waarin alle bepalingen en voorwaarden van de schuldreductie en agioconversie voor een bedrag van € 805.000,- zijn vastgelegd,
[bedrijf] , Good Innovation en de overige kredietnemers een nieuwe geldleningsovereenkomst met langlopende looptijd en marktconforme voorwaarden hebben gesloten,
zulks met inachtneming van het onder 4.17, slotzin, vermelde.
5.2.
gelast partijen, binnen veertien (14) dagen na vervulling van de in 5.1 vermelde voorwaarde, een notariële akte te (doen) verlijden voor de overdracht van de JSW-aandelen, aan welke notariële akte een afschrift van deze beschikking zal worden gehecht,
5.3.
bepaalt dat de kosten van deze procedure worden gecompenseerd in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,
5.4.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.L.M. Groenewegen, voorzieningenrechter, bij gestaan door mr. E.H van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

Voetnoten

1.Rechtbank Amsterdam 8 maart 2019, ECLl:NL:RBAMS:2019:1637 (