Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Beoordeling
De rechtbank Amsterdam verzoekt u om de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid te geven al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken (vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63), en de schriftelijke verslaglegging daarvan aan de rechtbank te doen toekomen. Met andere woorden verzoekt de rechtbank om de overgeleverde persoon alsnog te (doen) horen over het verzoek tot aanvullende toestemming en hem in dat verband te vragen of hij bezwaren heeft tegen inwilliging door Nederland van dit verzoek en zo ja, welke bezwaren. De enkele mededeling dat de overgeleverde persoon geen afstand wenst te doen van de bescherming van het specialiteitsbeginsel volstaat niet.”
Ik houd eraan u te verduidelijken dat de inverdenkinggestelde [de overgeleverde persoon] niet opnieuw fysiek dient uitgeleverd te worden aan België.
2.Beslissing
wijst het verzoek af.