Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5976

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
C/13/786487
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WbbArt. 6 WbbArt. 6:162 BWArt. 6:194a BWArt. 1019ie Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatig gebruik en verspreiding van klantenbestand als bedrijfsgeheim

TMU, een handelseducatiebedrijf uit Dubai, vordert in kort geding dat [gedaagde], een concurrent, wordt verboden haar klantenbestand te gebruiken en te verspreiden. Dit nadat [gedaagde] zonder toestemming commerciële e-mails stuurde naar adressen uit het klantenbestand, dat door een voormalig opdrachtnemer van TMU was ontvreemd.

De rechtbank stelt vast dat het klantenbestand een bedrijfsgeheim is en dat het gebruik ervan door [gedaagde] onrechtmatig is. Hoewel [gedaagde] het bestand enkele uren na verzending heeft verwijderd, is het risico op schade aan TMU’s concurrentiepositie aannemelijk. TMU krijgt daarom een verbod opgelegd en een dwangsom opgelegd voor overtreding.

De vorderingen van [gedaagde] tot rectificatie en verbod op beschuldigingen worden afgewezen, omdat TMU’s uitingen voldoende feitelijke basis hebben en onder de vrijheid van meningsuiting vallen. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank beveelt staking van het gebruik van het klantenbestand, opgave van marketingactiviteiten en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van proceskosten en dwangsommen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/786487 / KG ZA 26-306 MK/GR
Vonnis in kort geding van 11 juni 2026
in de zaak van
de vennootschap naar het recht van de Verenigde Arabische Emiraten
THE MATRIX UNLOCKED MANAGEMENT CONSULTANCY FZCO,
te Dubai,
eisende partij in conventie bij dagvaarding van 13 mei 2026,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: TMU,
advocaat: mr. S.T.L.A. Mulders,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. J.H. Fellinger.

1.De procedure

1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 27 mei 2026 heeft TMU de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft verweer gevoerd en mede aan de hand van vooraf ingediende stukken een vordering in reconventie en een (vermeerderde) incidentele conclusie strekkende tot zekerheidstelling ex artikel 224 Rv Pro ingediend. TMU heeft de vordering in reconventie bestreden. Beide partijen hebben een pleitnota in het geding gebracht.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
aan de zijde van TMU: [naam functie] [naam 1] (via een online videoverbinding) met mrs. Mulders en C.C. Canjels, en [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] als toehoorders,
aan de zijde van [gedaagde] : [gedaagde] met mr. Fellinger.
1.3.
Na aanhouding is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
TMU is actief in de sector handelseducatie en financiële markten. Het bedrijf verkoopt cursussen over (aandelen)handel op de financiële markt en wordt geëxploiteerd door de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ).
2.2.
[bedrijf] is een eenmanszaak, opgericht door [gedaagde] . Zij is een rechtstreekse concurrent van TMU.
2.3.
[naam 1] en [gedaagde] hebben vanaf 2022 zowel een vriendschappelijke als zakelijke relatie gehad. [gedaagde] is een developer en [naam 1] had in 2023 een platform nodig voor een onderneming. [gedaagde] heeft dat platform toen tegen betaling gemaakt. Na anderhalf jaar te hebben samengewerkt is [naam 1] met dat platform gestopt.
2.4.
Omstreeks 2 april 2026 is vanaf het e-mailadres [e-mailadres 1] door [gedaagde] een groot aantal commerciële e-mails verstuurd aan e-mailadressen die onderdeel uitmaken van het klantenbestand van TMU. Het desbetreffende bericht (hierna: e-mail 1) luidt als volgt:
2.5.
[gedaagde] heeft een soortgelijk bericht ook op Telegram geplaatst. De term ‘ [naam influencer] ’ verwijst naar ‘ [naam influencer] ’, een populaire influencer die informatie over (aandelen)handel op de financiële markt deelt in zijn Youtube kanaal. [naam 1] heeft zijn kennis opgedaan bij [naam influencer] .
2.6.
Een aantal (11) ontvangers van e-mail 1 zijn klanten van TMU die het e-mailadres waarop e-mail 1 binnenkwam enkel gebruiken voor hun account bij TMU. In totaal heeft TMU van 66 personen het bericht gekregen dat zij e-mail 1 van [gedaagde] hadden ontvangen.
2.7.
Een gerechtsdeurwaarder heeft in een proces-verbaal van 26 mei 2026 opgenomen dat van de 66 e-mailadressen waarop e-mail 1 is binnengekomen, er 64 voorkomen in het klantenbestand van TMU.
2.8.
Het is TMU gebleken dat een voormalig opdrachtnemer van haar, de heer [naam 6] , eind 2025 een grote hoeveelheid gevoelige bedrijfsinformatie van haar heeft ontvreemd, waaronder haar klantenbestand.
2.9.
Op 15 april 2026 heeft [naam 1] /TMU aan 38.080 e-mailadressen een e-mailbericht
gestuurd met als onderwerp ‘
I need to tell you something important’ (hierna: e-mail 2). Die e-mail luidt als volgt:
[naam 7] , I need to be straight with you about something. On or around April 2nd, 2026… an unauthorized commercial email was sent to you from [e-mailadres 1] on behalf of someone named [naam 7] , also known as [naam 7 alias] . Let me be very clear…
That email was not sent by us.That email was not authorized by us. And that email was not sent with your consent. The fact that you received it means one thing…
Your personal data… your email address… was obtained and used without your knowledge or permission.And that's not something I take lightly. That is a direct violation of GDPR and data protection laws.
The Matrix Unlocked is currently pursuing formal legal actionagainst the responsible parties to protect your privacy and hold them fully accountable. We are not letting this slide. But I need your help with one thing.
One simple action.If you still have the unauthorized email you received from [e-mailadres 1] …
Please forward it directly to:[e-mailadres 2] You don't need to do anything else. But by forwarding that email… you help us build an undeniable case on
yourbehalf. You help us protect not just your data… but the data of every single person in this community.
And that matters.I want you to know that your trust is not something I take for granted. It never has been and it never will be. If you have any questions about this… don't hesitate to reach out. We're here for you.
Thank you for your support.Be safe. [naam 1]
2.10.
TMU heeft [gedaagde] onder meer gesommeerd het gebruik, de verwerking, verspreiding en exploitatie van de gegevens uit haar klantenbestand onmiddellijk te staken, en zijn aansprakelijkheid ter zake te erkennen. [gedaagde] heeft hieraan geen gehoor gegeven.

3.Het geschil

in conventie:
3.1.
TMU vordert – samengevat – [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
I. te bevelen, op grond van artikel 3 jo Pro. artikel 6 van Pro de Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbb), met onmiddellijke ingang iedere verdere verkrijging, openbaarmaking en ieder verder gebruik van het klantenbestand van TMU alsmede de gegevens daarin en afgeleide gegevens te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom;
II. te bevelen, op grond van artikel 6 lid 1 onder Pro c en d Wbb, binnen een door de rechtbank te bepalen termijn alle (digitale en fysieke) dragers waarop het klantenbestand van TMU is vastgelegd, alsmede de gegevens daarin en daarvan afgeleide gegevens, te vernietigen onder verstrekking van een verklaring van een professionele en deskundige derde dat deze gegevens vernietigd zijn en op welke wijze dit is vastgesteld, op straffe van een dwangsom;
III. te bevelen, op grond van artikel 6 lid 1 onder Pro e Wbb, schriftelijk en volledig opgave te doen van:
1. de precieze wijze waarop het klantenbestand van TMU is verkregen alsook de persoon die dat verstrekt heeft;
2. de periode waarin daarvan gebruik is gemaakt;
3. de partijen aan wie het klantenbestand is verstrekt;
4. de aard en omvang van de daarmee verrichte marketingactiviteiten;
5. de daarmee gerealiseerde omzet en winst,
zulks onder overlegging van deugdelijke bescheiden, op straffe van een dwangsom;
IV. te veroordelen in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die TMU in deze procedure heeft gemaakt op grond van artikel 1019ie Rv, althans de kosten volgens het liquidatietarief, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis;
V. te veroordelen in de na dit vonnis te maken nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis.
3.2.
TMU legt aan haar vordering ten grondslag dat zij heeft ontdekt dat de heer [naam 6] onrechtmatig exports heeft gemaakt van haar klantenbestand en deze kennelijk heeft doorgezonden aan [gedaagde] . Het aanschrijven van (een gedeelte van) dit klantenbestand door [gedaagde] kwalificeert als een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW Pro, omdat hij daarbij misbruik maakt van vertrouwelijke bedrijfsinformatie en dus in strijd heeft gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (onrechtmatige concurrentie). Daarnaast heeft [gedaagde] gehandeld in strijd met de Wbb, omdat het klantenbestand van TMU een bedrijfsgeheim betreft. Het handelen van [gedaagde] leidt bovendien tot ongeoorloofde vergelijkende reclame in de zin van artikel 6:194a BW.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Voor alle weren heeft [gedaagde] een (vermeerderde) incidentele vordering strekkende tot zekerheidstelling ex artikel 224 Rv Pro ingediend ten aanzien van de redelijke proceskosten, de gevorderde schadevergoeding en de maximale dwangsommen waartoe TMU in deze procedure veroordeeld zou kunnen worden, tot een bedrag van
€ 1.024.501. De reden hiervoor is dat TMU gevestigd is in de Verenigde Arabische Emiraten.
in reconventie:
3.4.
[gedaagde] vordert – samengevat – TMU bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
1. te verbieden om zich jegens derden uit te laten of te suggereren dat [gedaagde] , [naam 7] , [naam 7 alias] , [handelsmethodiek] of aan hen gelieerde partijen e-mailadressen of
persoonsgegevens van TMU hebben verkregen, gekopieerd, gebruikt of misbruikt, een AVG/GDPR-inbreuk hebben gepleegd, databeschermingswetgeving hebben overtreden, spam hebben verzonden of onrechtmatig gebruik hebben gemaakt van een e-mailadressenlijst van TMU, zolang dit niet door een onherroepelijk rechterlijk oordeel is vastgesteld of op objectief verifieerbaar bewijs berust;
2. te verbieden om jegens derden, direct of indirect, te suggereren dat [gedaagde] / [naam 7] / [naam 7 alias] niet-integer, grensoverschrijdend, onbetrouwbaar of laakbaar heeft gehandeld jegens [naam 1] /TMU, of misbruik heeft gemaakt van een eerdere mentor-, samenwerkings- of vertrouwensrelatie, zolang daarvoor geen voldoende feitelijke basis bestaat;
3. te gebieden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan alle ontvangers van e-mail 2, althans aan alle ontvangers van een inhoudelijk vergelijkbare uiting, een rectificatie te verzenden, zonder begeleidend commentaar of relativerende toevoegingen;
4. te gebieden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis gedurende 30 dagen de
rectificatie duidelijk zichtbaar te plaatsen op [internetsite] en op alle socialmedia-, community- en communicatiekanalen waarop de gewraakte beschuldiging is gedaan, herhaald of in suggestieve vorm is geplaatst;
5. te gebieden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis alle publicaties, campagnes, berichten, posts, e-mailsjablonen en andere uitingen te verwijderen waarin [gedaagde] / [naam 7] / [naam 7 alias] wordt aangeduid of gesuggereerd als AVG-inbreukmaker, privacy-schender, datadief, spammer of onrechtmatig gebruiker van TMU’s e-mailbestand, dan wel als niet-integer, grensoverschrijdend, onbetrouwbaar of laakbaar handelend jegens [naam 1] /TMU;
6. te gebieden om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis een volledige schriftelijke opgave te verstrekken van de verspreidingsomvang van de e-mailcampagne en de aanvullende uitingen, waaronder het aantal ontvangers, het aantal afgeleverde e-mails, open/click/reply-statistieken, gebruikte verzendsoftware, verzendmomenten, varianten en follow-ups, de verzendlijst of een controleerbaar equivalent daarvan, alsmede het bereik, de views, shares, reacties en plaatsingsdata van de relevante TMU-kanaaluitingen;
7. te gebieden alle relevante gegevens en documenten met betrekking tot de gewraakte e-mailcampagne, de verzendlijst, ontvangen forwards, interne besluitvorming, externe communicatie, aanvullende kanaaluitingen en communicatie over de mentorrelatie of voorgeschiedenis tussen partijen te bewaren;
8. te verbieden om de naar aanleiding van haar oproep ontvangen forwards te gebruiken voor publicitaire, diffamerende of reputatieschadelijke uitingen over [gedaagde] / [naam 7] / [naam 7 alias] , behoudens noodzakelijk en proportioneel gebruik in rechte;
9. te veroordelen tot betaling aan [gedaagde] van een voorschot op schadevergoeding van
€ 10.000, te vermeerderen met wettelijke rente;
10. te veroordelen tot betaling van dwangsommen; en
11. te veroordelen in de – na vermeerdering van eis – redelijke proceskosten op grond van artikel 1019ie Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis plaatsvindt.
3.5.
[gedaagde] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat het versturen van e-mail 2 door [naam 1] /TMU onrechtmatig is. [naam 1] /TMU gebruikt zijn eigen marketingbestand hierdoor immers niet slechts om bewijs tegen [gedaagde] verzamelen, maar om hem publiekelijk, zonder toereikende feitelijke basis te framen als AVG-inbreukmaker en privacy-schender. Dat raakt [gedaagde] rechtstreeks in zijn eer, goede naam, handelsreputatie en commerciële relaties. E-mail 2 is niet neutraal geformuleerd en presenteert geen vermoeden, vraag of lopend onderzoek, maar een kwalificatie: de ontvanger zou e-mail 1 hebben ontvangen omdat zijn persoonsgegevens door [gedaagde] zonder toestemming zijn verkregen en gebruikt.
3.6.
TMU voert verweer.
in incident:
3.7.
[gedaagde] vordert op grond van artikel 224 Rv Pro zekerheid voor zijn eventuele proceskostenvergoeding, omdat TMU gevestigd is in de Verenigde Arabische Emiraten.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In kort geding gaat het om een voorlopig oordeel aan de hand van de stukken en op basis van wat is toegelicht op de mondelinge behandeling. De gevraagde voorziening wordt verleend als voorshands aannemelijk is dat de bodemrechter die zal toewijzen en als van eiser niet gevergd kan worden dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.
in conventie:
4.2.
Ter zitting heeft [gedaagde] desgevraagd de achtergrond van het verzenden van e-mail 1 toegelicht. Voor het uitbreiden van zijn onderneming was hij al op zoek naar adressenbestanden. Op enig moment werd hem anoniem een bestand aangeboden van circa 18.000 adressen. Die kon hij met een specifieke link verkrijgen, welke link na verloop van tijd niet meer beschikbaar was. Hij heeft niet betaald voor het bestand en heeft niet kunnen achterhalen wie het bestand aanbood. Hij heeft het bestand gedownload en vervolgens aan het gehele bestand van 18.000 adressen e-mail 1 gestuurd. Een aantal uren na verzending, ook na raadplegen van AI, realiseerde [gedaagde] zich dat het mogelijk niet handig was geweest dit bestand zo te gebruiken, mede vanuit privacy-oogpunt, en heeft hij het bestand verwijderd, zonder achterhouding van enige kopie. Aldus steeds [gedaagde] .
4.3.
[gedaagde] had onder de gegeven omstandigheden (als ingevoerd tradingspecialist, actief op een met TMU concurrerende markt met concurrerende diensten ontving hij zonder tegenprestatie een waardevol klantenbestand) moeten begrijpen dat een dergelijk klantenbestand een waarde vertegenwoordigt.
Dat heeft hij zelf vermoedelijk ook wel ingezien maar daar te laat op gehandeld, nu hij zich pas enkele uren na verzending van e-mail 1 realiseerde dat dat niet handig was geweest. Door dit bestand zonder enige controle te gebruiken voor eigen gewin – namelijk door het versturen van e-mail 1 aan het gehele bestand – heeft [gedaagde] willens en wetens het risico aanvaard inbreuk te maken op rechten van anderen, in dit geval TMU. Dat is voorshands onrechtmatig. Daarbij speelt mee dat [gedaagde] ter zitting heeft toegelicht dat hij e-mail 1 persoonlijk heeft geschreven en dat hij met ‘ [naam 1] ’ in de e-mail [naam 1] van TMU bedoelde, die hij kende.
4.4.
TMU heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen toestemming heeft gegeven om (een gedeelte van) haar klantenbestand te verspreiden, dat het klantenbestand een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt én tevens haar voornaamste bedrijfsdebiet vormt.
4.5.
Het vorenstaande betekent dat vordering I, waarbij TMU voldoende belang heeft, wordt toegewezen.
4.6.
Dat [gedaagde] het klantenbestand enkele uren na het verzenden van e-mail 1 integraal heeft verwijderd, zoals [gedaagde] heeft toegelicht, acht de voorzieningenrechter aannemelijk, zodat de vordering onder II wordt afgewezen.
4.7.
Omdat [gedaagde] ter zitting heeft toegelicht hoe hij het klantenbestand heeft verkregen en gebruikt, zullen de vordering onder III.1 en III.2 eveneens worden afgewezen. TMU heeft daar ook geen belang (meer) bij. Dat het klantenbestand aan iemand anders is overgedragen is niet nader toegelicht en volgt ook niet uit de toelichting van [gedaagde] . Dat maakt dat de vordering onder III.3 ook wordt afgewezen.
4.8.
Dat TMU door verzending van e-mail 1 schade lijdt, acht de voorzieningenrechter aannemelijk. Omdat [gedaagde] een commerciële boodschap (met betrekking tot vergelijkbare dienstverlening) aan het klantenbestand van TMU heeft gestuurd, is de waarde van dat klantenbestand afgenomen. De daarmee bereikte, potentiële klanten kunnen hun budget voor een trainingsprogramma maar één keer uitgeven, waardoor het risico bestaat dat ze voor het concurrerende, al dan niet goedkopere, product van [gedaagde] kiezen, hetgeen TMU’s concurrentiepositie direct aantast. Vorderingen III.4 en III.5 zullen daarom worden toegewezen.
artikel 1019ie Rv
4.9.
Omdat TMU (grotendeels) in het gelijk is gesteld, moet [gedaagde] haar proceskosten (inclusief nakosten) betalen. In dit geval bestaat er aanleiding voor een veroordeling in de werkelijke proceskosten omdat [gedaagde] het klantenbestand (een bedrijfsgeheim), onrechtmatig heeft gebruikt. [gedaagde] heeft ook niet meegewerkt aan een minnelijke
oplossing van dit geschil door de sommatiebrieven van TMU bewust te negeren. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een e-mailbericht van [gedaagde] aan zijn raadsman waarin hij schrijft: “
Dit zal waarschijnlijk zijn omdat we z’n Nederlandse notice genegeerd hebben.
4.10.
TMU heeft een specificatie van haar reële advocaatkosten overgelegd, ter grootte van € 26.455,75. Op grond van artikel 1019ie Rv ziet de voorzieningenrechter aanleiding het salaris te maximeren op € 18.000 onder verwijzing naar de Indicatietarieven in IE-zaken voor een normaal kort geding.
4.11.
De proceskosten van TMU worden derhalve begroot op:
- kosten van de dagvaarding
125,57
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
18.000,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
19.049,57
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.13.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie:
4.14.
Bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de publicaties van TMU, waarin beschuldigingen dan wel suggesties worden geuit, dient een afweging plaats te vinden tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting van TMU en anderzijds het recht van [gedaagde] op bescherming van eer, goede naam, reputatie en persoonlijke levenssfeer.
4.15.
Nu [gedaagde] heeft erkend het door hem ontvangen klantenbestand te hebben gebruikt, kan [gedaagde] ’ recht op bescherming van zijn eer, goede naam, reputatie en persoonlijke levenssfeer voorshands niet zwaarder wegen dan de vrijheid van TMU om haar mening over die gang van zaken te uiten en (daarmee) een (rechts)zaak tegen [gedaagde] te organiseren, mede gelet op haar gerechtvaardigde bedrijfsbelangen.
4.16.
De stellingen van TMU in dat kader heeft [gedaagde] ook onvoldoende weersproken. TMU beschikt over 66 e-mails van personen die e-mail 1 hebben ontvangen, terwijl 64 van deze personen voorkomen in het klantenbestand van TMU. TMU beschikt daarnaast over 11 verklaringen van personen die bevestigen dat zij e-mail 1 hebben ontvangen, maar hun e-mailadres nooit aan een ander bedrijf dan TMU hebben verstrekt. [gedaagde] kan niet volstaan met de enkele toelichting dat dit toeval is.
4.17.
Veder geldt nog dat omdat [gedaagde] in e-mail 1 expliciet naar [naam 1] verwijst, en hij zich daarbij “
the mentor of your mentor” noemt (verwijzend naar zijn eerdere mentorschap van [naam 1] ), [gedaagde] er rekening mee had kunnen – en moeten – houden dat dit een scherpe reactie zou kunnen opleveren van [naam 1] . Aldus speelt bij de afweging of e-mail 2 [gedaagde] zijn recht op bescherming van zijn eer, goede naam, reputatie en persoonlijke levenssfeer voorshands onacceptabel aantast mee dat e-mail 2 een reactie is op e-mail 1. [gedaagde] heeft het in e-mail 1 met de eer, goede naam, reputatie en persoonlijke levenssfeer van [naam 1] immers ook niet al te nauw genomen.
4.18.
Tot slot merkt de voorzieningenrechter op dat niet uit het oog verloren moet worden dat de uitingen van TMU in dit geval wat betreft [gedaagde] scherp, kritisch of fel van toon mogen zijn. Dit valt onder de vrijheid van meningsuiting en is niet onrechtmatig in de gegeven context.
4.19.
Gelet op de processtukken en het behandelde ter zitting heeft de inhoud van e-mail 2 voldoende feitelijke basis, zodat de vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen.
4.20.
Vanwege de samenhang met de vorderingen in conventie worden de proceskosten in reconventie begroot op nihil.
in incident:
4.21.
Omdat [gedaagde] in het ongelijk wordt gesteld heeft hij geen belang meer bij zijn incidentele vordering tot zekerheidstelling voor de proceskosten, zodat deze vordering zal worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling in incident ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie:
5.1.
beveelt [gedaagde] de verkrijging, openbaarmaking en ieder verder gebruik van het klantenbestand van TMU, alsmede de gegevens (waaronder e-mailadressen) daarin, zoals omschreven in het proces-verbaal van de gerechtsdeurwaarder van 6 mei 2026, te staken en gestaakt te houden,
5.2.
beveelt [gedaagde] schriftelijk en onderbouwd opgave te doen van de aard en omvang van de met het klantenbestand van TMU verrichte marketingactiviteiten, alsmede de daarmee gerealiseerde omzet en winst,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan TMU een dwangsom te betalen van € 20.000 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling onder 5.1 of 5.2 voldoet, tot een maximum van € 500.000 is bereikt,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] op grond van artikel 1019ie Rv in de redelijke en evenredige gerechtskosten van € 19.049,57 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de gerechtskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie:
5.8.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.9.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op heden begroot op nihil,
in incident:
5.10.
wijst de vordering af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door
mr. G.P. Raats, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.
Coll: MV