Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Beoordeling
2.Beslissing
[opgeëiste persoon]voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De Rechtbank Amsterdam heeft op 21 mei 2026 een beslissing genomen op een verzoek van het Parket van de procureur des Konings Antwerpen, België, tot aanvullende toestemming voor de tenuitvoerlegging van een straf opgelegd voor feiten die vóór de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd.
Het verzoek is ingediend op 4 april 2025 en betreft een persoon geboren in Marokko in 1999, die thans gedetineerd is in België. De rechtbank heeft vastgesteld dat het verzoek voldoet aan de vereisten van artikel 8 van Pro het Kaderbesluit 2002/584/JBZ en dat de stukken toereikend zijn om een beslissing te nemen met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging.
De rechtbank oordeelt dat de feiten vallen onder de reikwijdte van de Overleveringswet en verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor de tenuitvoerlegging van de straf in België. De beslissing is genomen door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor de tenuitvoerlegging van de straf in België voor niet-overgeleverde feiten.