Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5910

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
13-293166-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor tenuitvoerlegging straf in België voor niet-overgeleverd feit

De Rechtbank Amsterdam heeft op 21 mei 2026 een beslissing genomen op een verzoek van het Parket van de procureur des Konings Antwerpen, België, tot aanvullende toestemming voor de tenuitvoerlegging van een straf opgelegd voor feiten die vóór de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd.

Het verzoek is ingediend op 4 april 2025 en betreft een persoon geboren in Marokko in 1999, die thans gedetineerd is in België. De rechtbank heeft vastgesteld dat het verzoek voldoet aan de vereisten van artikel 8 van Pro het Kaderbesluit 2002/584/JBZ en dat de stukken toereikend zijn om een beslissing te nemen met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging.

De rechtbank oordeelt dat de feiten vallen onder de reikwijdte van de Overleveringswet en verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor de tenuitvoerlegging van de straf in België. De beslissing is genomen door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor de tenuitvoerlegging van de straf in België voor niet-overgeleverde feiten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-293166-24
Datum beslissing: 21 mei 2026
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 26 mei 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Parket van de procureur des Konings Antwerpen, België op 4 april 2025 en betreft:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1999,
thans gedetineerd in België,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor tenuitvoerlegging van de straf van
[opgeëiste persoon]voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 21 mei 2026 door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier.